Steeds meer mensen kiezen ervoor om hun elektrische auto thuis op te laden. Dat is vaak goedkoper en veel makkelijker dan laden bij een openbaar laadpunt.
Maar voordat een laadpaal geplaatst kan worden, moet eerst gekeken worden naar de elektrische installatie in de woning. Vooral de groepenkast, kabel en beveiliging spelen daarbij een belangrijke rol.
In dit artikel leggen we uit waar je op moet letten bij een laadpaal installatie, hoe een laadpaal wordt aangesloten en waarom een goede voorbereiding belangrijk is.
- Groepenkast aanpassen of vervangen
- Soorten laadpalen
2.1 AC-Laadpalen
2.2 DC Laadpalen - Capaciteit van de laadpaal
- Waar moet je de laadpaal plaatsen?
- Wat kost een laadpaal?
- Subsidies en belastingvoordelen
- Is een laadpaal geschikt voor mij?
- Wat zijn de voordelen van een laadpaal
- Veelgestelde vraegn over laadpalen
Groepenkast controleren voordat een laadpaal wordt geplaatst
Voordat een laadpaal kan worden geïnstalleerd, kijken we altijd eerst naar de groepenkast.
Een laadpaal gebruikt namelijk veel stroom en moet daarom op een eigen groep worden aangesloten. Dit voorkomt overbelasting van de elektrische installatie.
In veel woningen is de groepenkast al geschikt voor een laadpaal. Soms zijn er echter aanpassingen nodig om de installatie veilig te maken.
1. Oude stoppenkast vervangen
Heeft een woning nog een oude stoppenkast met porseleinen zekeringen? Dan moet deze eerst worden vervangen.
Volgens de Nederlandse norm NEN1010 moet een laadpaal namelijk worden aangesloten op een moderne groepenkast met automatische beveiligingen.
Ook groepenkasten die vóór ongeveer 2005 zijn geplaatst voldoen soms niet meer aan de huidige veiligheidsregels. In dat geval adviseren wij om de groepenkast te vernieuwen.
Zo weet je zeker dat de installatie veilig is en geschikt is voor het opladen van een elektrische auto.
2. Ruimte in de groepenkast
Een laadpaal heeft meestal ongeveer vier modules ruimte nodig in de groepenkast.
Wanneer er nog voldoende ruimte beschikbaar is, kunnen de benodigde beveiligingen direct worden geplaatst.
Is er geen ruimte meer vrij? Dan zijn er verschillende oplossingen mogelijk. Soms kan de groepenkast worden uitgebreid. In andere situaties plaatsen we een kleine extra kast naast de bestaande groepenkast.
Tijdens een installatie bekijken wij altijd welke oplossing het veiligst en het meest praktisch is.
Aansluiting van een laadpaal
Niet iedere laadpaal wordt op dezelfde manier aangesloten. Dit hangt vooral af van de hoofdaansluiting van de woning.
In Nederland komen vooral 1-fase aansluitingen en 3-fase aansluitingen voor.
1. 1-fase laadpaal
Veel woningen hebben een 1×35A aansluiting.
Bij een 1-fase laadpaal plaatsen wij meestal een B25 of B20 aardlekautomaat. Deze beveiliging beschermt zowel de kabel als de laadpaal tegen overbelasting.
Met deze aansluiting kan de auto veilig laden en wordt de beschikbare stroom optimaal benut.
2. 3-fase laadpaal
Bij een 3-fase laadpaal is de situatie anders. Veel woningen met een 3-fase aansluiting hebben namelijk 3×25A.
Om het maximale vermogen uit deze aansluiting te halen plaatsen wij meestal een B20 aardlekautomaat voor 3-fase.
Hiermee kan de laadpaal sneller laden, vooral wanneer er gebruik wordt gemaakt van load balancing.
Een B16 beveiliging is technisch ook mogelijk, maar daarmee wordt het maximale laadvermogen niet benut.
Kabeldikte bij een laadpaal installatie
Bij een laadpaal is de juiste kabeldikte erg belangrijk.
Een kabel die te dun is kan warm worden en zorgt voor meer energieverlies. Daarom kijken wij altijd naar meerdere factoren voordat we een kabel kiezen.
Zo kijken we onder andere naar de afstand tussen de groepenkast en de laadpaal, het type aansluiting en het vermogen van de laadpaal.
Onze visie is dat een installatie niet alleen moet werken, maar ook veilig en toekomstbestendig moet zijn. Daarom gebruiken wij vaak een iets dikkere kabel dan technisch minimaal nodig is.
1. Kabel voor een 1-fase laadpaal
Bij een 1-fase laadpaal wordt soms een 3×2,5 mm² kabel gebruikt. Technisch kan dit in sommige situaties voldoende zijn.
Toch kiezen wij meestal voor een 3×4 mm² kabel. Deze kabel wordt minder warm en zorgt voor minder spanningsverlies.
Bij afstanden tot ongeveer 20 meter gebruiken wij daarom meestal een 3×4 mm² kabel. Wanneer de afstand groter wordt, kiezen we vaak voor een 3×6 mm² kabel.
Zo blijft de laadpaal ook bij grotere afstanden goed en efficiënt werken.
2. Kabel voor een 3-fase laadpaal
Bij een 3-fase laadpaal zijn verschillende kabeltypes mogelijk.
Veel installaties worden uitgevoerd met een 5×4 mm² kabel of een 5×6 mm² kabel.
Wij gebruiken meestal een 5×6 mm² kabel. Deze dikkere kabel kan de stroom van de laadpaal beter verwerken en beperkt spanningsverlies in de installatie.
Daarnaast is de installatie hiermee beter voorbereid op toekomstige laadpalen met een hoger vermogen.
3. Kabel bij langere afstanden
Wanneer de afstand tussen de groepenkast en de laadpaal groter wordt, kan een dikkere kabel nodig zijn.
Een belangrijke regel in de elektrotechniek is namelijk:
Hoe langer de kabel, hoe dikker de kabel moet zijn.
Een dikkere kabel zorgt voor minder spanningsverlies, betere prestaties van de laadpaal en een langere levensduur van de installatie.
Wat is load balancing bij een laadpaal?
Wanneer een elektrische auto wordt opgeladen, gebruikt de laadpaal veel stroom.
Als er tegelijkertijd veel apparaten in huis aanstaan, kan de hoofdzekering overbelast raken.
Om dit te voorkomen wordt vaak load balancing toegepast.
Load balancing betekent dat de laadpaal continu kijkt hoeveel stroom er in de woning wordt gebruikt. Wanneer er weinig stroom wordt gebruikt, kan de auto op maximaal vermogen laden.
Wordt er meer stroom gebruikt, bijvoorbeeld door een inductiekookplaat, oven of warmtepomp, dan verlaagt de laadpaal automatisch het laadvermogen.
Zo blijft de totale stroom in huis altijd binnen veilige grenzen.
1. Hoe werkt load balancing technisch?
Bij load balancing wordt een energiemeter in de groepenkast geplaatst.
Deze meter meet voortdurend hoeveel stroom er door de woning wordt gebruikt. De laadpaal ontvangt deze informatie en past het laadvermogen automatisch aan.
Dit gebeurt volledig automatisch, zonder dat je hier zelf iets voor hoeft te doen.
Hoe wordt de kabel naar de laadpaal gelegd?
De kabel van de groepenkast naar de laadpaal kan op verschillende manieren worden aangelegd.
Welke route wordt gekozen, hangt af van de woning en de plek waar de laadpaal komt.
1. Kabel via de kruipruimte
In veel woningen leggen wij de kabel via de kruipruimte.
Dit is vaak de netste oplossing omdat de kabel grotendeels uit het zicht blijft. Vanuit de kruipruimte wordt de kabel vervolgens naar buiten gebracht richting de laadpaal.
2. Direct door de muur naar buiten
Wanneer de groepenkast vlak bij de voordeur zit en de laadpaal aan de voorkant van de woning komt, kan de kabel vaak direct door de muur naar buiten worden gebracht.
Dit is meestal de snelste en eenvoudigste manier om de laadpaal aan te sluiten.
3. Kabel onder de grond
Wanneer een laadpaal op een paal op de oprit wordt geplaatst, moet de kabel vaak onder de grond worden aangelegd.
Daarvoor wordt eerst een sleuf gegraven. In deze sleuf leggen we de kabel in een beschermende mantelbuis van PVC.
Daarna wordt de sleuf weer dichtgemaakt zodat de kabel veilig en beschermd in de grond ligt.
4. Kabel langs een schutting of muur
In sommige situaties is graven niet mogelijk of niet nodig.
Dan kan de kabel ook langs een schutting of muur worden gelegd. De kabel wordt dan beschermd met een PVC buis en netjes bevestigd, zodat de installatie veilig en strak wordt afgewerkt.
Laadpaal aan de muur of op een paal
Een laadpaal kan op twee manieren worden geplaatst: aan de muur van de woning of op een losse paal.
Welke optie het beste is, hangt vooral af van waar de auto geparkeerd wordt.
1. Laadpaal aan de muur
Wanneer de auto dicht bij de woning staat, kan de laadpaal vaak direct aan de gevel worden gemonteerd.
Dit is meestal de eenvoudigste oplossing. Er is vaak minder kabel nodig en de installatie kan sneller worden uitgevoerd.
2. Laadpaal op een paal
Staat de auto verder van de woning of is er geen geschikte muur beschikbaar? Dan kan de laadpaal op een losse montagepaal worden geplaatst.
De paal wordt stevig in de grond geplaatst en de kabel wordt meestal onder de grond naar de laadpaal geleid.
3. Welke oplossing is het beste?
In veel situaties is een laadpaal aan de muur de eenvoudigste oplossing.
Maar wanneer de parkeerplek verder weg ligt, is een laadpaal op een paal vaak praktischer.
Tijdens een installatie kijken wij altijd naar:
- de afstand tot de groepenkast
- de plek waar de auto staat
- de netste manier om de kabel aan te leggen
Zo zorgen we voor een veilige en nette installatie.