CAI betekent Centrale Antenne Inrichting. Dat klinkt als een moeilijk woord, maar het betekent eigenlijk gewoon een kabelsysteem dat televisie, radio en soms internet naar je huis brengt. Via deze kabel komen tv-zenders van buiten naar binnen in je woning. De kabel eindigt meestal bij een CAI-aansluiting in de muur waar je een televisie, mediabox of modem op kunt aansluiten.
Wat is een CAI-aansluiting?
Een CAI-aansluiting is een speciaal stopcontact in de muur waarop je een coaxkabel aansluit. Een coaxkabel is een ronde kabel die speciaal is ontworpen om tv- en radiosignalen door te geven. Hij lijkt een beetje op een antennekabel en wordt in veel woningen gebruikt om televisie en kabelinternet aan te sluiten.
Via deze kabel komt het televisiesignaal van buiten naar binnen in je huis. Het signaal komt eerst binnen op één punt in de woning. Dat punt wordt het AOP genoemd. AOP staat voor Abonnee Overname Punt. Dat is simpel gezegd de plek waar de kabel van de provider stopt en waar de bekabeling van jouw woning begint. Vanaf dit punt kan het signaal verder door het huis worden verdeeld.
Een CAI-installatie bestaat meestal uit een coaxkabel die het signaal binnenbrengt, het AOP waar het signaal binnenkomt, en één of meerdere kabels die naar andere kamers lopen. Soms worden er ook hulpmiddelen gebruikt, zoals een splitter om het signaal te verdelen of een signaalversterker om het signaal sterker te maken. Uiteindelijk eindigt de kabel bij een CAI-wandcontactdoos waar je je televisie of modem op aansluit.

Hoe werkt een CAI-installatie?
Om te begrijpen hoe CAI werkt kun je het vergelijken met een boom met takken. De kabel van de provider is de stam van de boom. Zodra deze kabel je huis binnenkomt, begint het punt waar het signaal wordt verdeeld.
Vanaf dat punt lopen kabels door de muren naar verschillende kamers in huis. Elke kamer waar een kabel eindigt kan een eigen CAI-aansluiting hebben. Daar kun je bijvoorbeeld een televisie of modem op aansluiten.
Wanneer je de televisie aanzet, ontvangt de tv het signaal via de coaxkabel. Dat signaal bevat alle televisiezenders. De televisie zoekt vervolgens de juiste zender op in het signaal dat door de kabel loopt.
Geschiedenis van CAI
Vroeger hadden veel huizen een antenne op het dak om televisie te kunnen kijken. Zo’n antenne ving het televisiesignaal op dat door de lucht werd uitgezonden. Dat werkte, maar het beeld was niet altijd goed. Regen, gebouwen of andere antennes konden namelijk storing veroorzaken. Toen steeds meer mensen televisie kregen, werd dit een groter probleem. Daarom begonnen steden en kabelbedrijven met het aanleggen van kabelnetwerken in woonwijken.
Bij zo’n netwerk werd het televisiesignaal eerst op één centrale plek ontvangen. Daarna werd het via kabels naar alle huizen in de buurt gestuurd. Dit systeem werd CAI (Centrale Antenne Inrichting) genoemd. Door deze kabelnetwerken kregen mensen een stabieler televisiesignaal. Later werd de techniek verder ontwikkeld en konden via dezelfde kabels ook radio en internet worden verstuurd.
Frequentiebanden (de rijbanen de kabel)
In een CAI-kabel reizen veel signalen tegelijk. Via één kabel kunnen bijvoorbeeld televisie, radio en internet worden verstuurd. Om dat mogelijk te maken wordt de kabel als het ware opgedeeld in verschillende stukjes frequentie, die we frequentiebanden noemen.
Een frequentieband kun je vergelijken met een rijbaan op een snelweg. Op een snelweg rijden auto’s naast elkaar op verschillende rijbanen zonder elkaar te raken. In een coaxkabel gebeurt iets vergelijkbaars: elke soort informatie krijgt zijn eigen stukje van de kabel. Een deel van de frequenties wordt gebruikt voor televisiezenders. Elke zender krijgt zijn eigen plek in het signaal. Wanneer je op je televisie van zender wisselt, zoekt de televisie eigenlijk naar een andere frequentie in de kabel. Een ander deel van de kabel wordt gebruikt voor radiozenders. Omdat radio een eigen frequentieband gebruikt, kan het radiosignaal tegelijk met televisie door dezelfde kabel gaan zonder storing te veroorzaken.
Ook internet via de kabel gebruikt een eigen deel van de frequenties. Internet werkt iets anders dan televisie, omdat gegevens zowel naar jouw huis als weer terug naar het netwerk moeten worden gestuurd. Daarom gebruikt internet aparte frequenties voor downloaden en uploaden. Doordat elk type signaal zijn eigen plek in de kabel heeft, kunnen televisie kijken, radio luisteren en internet gebruiken tegelijk gebeuren zonder dat ze elkaar storen.
Techniek van een CAI-installatie
Om het signaal van televisie, radio en internet goed door een woning te verdelen worden verschillende onderdelen gebruikt. Deze onderdelen zorgen ervoor dat het signaal bij elke televisie of modem sterk genoeg blijft. Een belangrijk onderdeel is de splitter. Dit is een klein apparaatje dat één kabel verdeelt in meerdere kabels. Zo kan het signaal bijvoorbeeld naar de woonkamer, een slaapkamer en een zolder worden gestuurd. Wanneer het signaal over lange kabels moet reizen of naar veel kamers wordt verdeeld, kan het zwakker worden. In dat geval wordt soms een signaalversterker geplaatst. Deze versterker maakt het signaal sterker zodat de televisie goed beeld blijft geven en het internet stabiel blijft.
Aan het einde van de kabel zit een wandcontactdoos. Dit is de aansluiting in de muur waar je een coaxkabel van een televisie, mediabox of modem op aansluit. Moderne wandcontactdozen combineren vaak televisie, radio en internet in één aansluiting.
CAI bekabeling in de woning
Binnen woningen wordt voor CAI meestal een coaxkabel gebruikt. Deze kabel is speciaal ontworpen om signalen goed te beschermen tegen storingen van andere elektrische apparaten.
De kabel loopt meestal vanaf het AOP naar verschillende kamers in huis, zoals de woonkamer, een slaapkamer of een zolderkamer. In die kamers kan een CAI-wandcontactdoos zitten waar je een televisie, mediabox of modem op aansluit. Wanneer een woning wordt verbouwd of wanneer de installatie wordt vernieuwd, kan de bekabeling worden aangepast of uitgebreid. Zo kan het signaal ook in andere kamers beschikbaar worden gemaakt.
Wanneer moet een CAI-installatie worden aangepast?
Soms is het nodig om een CAI-installatie te vernieuwen of aan te passen. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer het tv-beeld storingen laat zien of wanneer kabels oud of beschadigd zijn.
Typische problemen die kunnen wijzen op een verouderde installatie zijn bijvoorbeeld:
-
blokjes of storingen in het beeld
-
zenders die wegvallen
-
een instabiele internetverbinding
Ook wanneer je extra tv-aansluitingen in huis wilt of een nieuw modem installeert, kan het nodig zijn om de bekabeling aan te passen. Door oude kabels of slechte verbindingen te vervangen kan het signaal vaak weer stabiel worden.
Veelgestelde vragen
CAI betekent Centrale Antenne Inrichting. Het is een systeem van kabels waarmee televisie, radio en internet naar woningen worden gebracht.
Een CAI-aansluiting is het punt in de muur waar je een coaxkabel op aansluit voor televisie, radio of kabelinternet.
Het AOP zit meestal in de meterkast, woonkamer of bij de plek waar de kabel de woning binnenkomt.
Ja. Veel internetproviders gebruiken dezelfde coaxkabel als de televisie. Het modem wordt dan aangesloten op de CAI-aansluiting.
Dat kan, maar het is belangrijk dat de juiste kabels en connectoren worden gebruikt. Slechte aansluitingen kunnen storingen veroorzaken.