Hoe een centraaldoos werkt
De centraaldoos werkt als een verdeelpunt voor elektriciteit.
Vanuit de groepenkast komt er een kabel met stroom naar de centraaldoos. In de doos worden de draden aangesloten op andere draden die naar verschillende plekken lopen.
Een voorbeeld maakt dit duidelijk.
De stroom komt vanuit de meterkast naar de centraaldoos. Vanuit de centraaldoos loopt een draad naar de schakelaar bij de deur. Wanneer je de schakelaar indrukt, wordt de stroom doorgestuurd naar de lamp.
De centraaldoos zorgt er dus voor dat de stroom via de juiste route naar de lamp kan gaan.
Zonder deze doos zouden al deze verbindingen ergens los in het plafond moeten worden gemaakt, wat onveilig zou zijn.
Welke draden in een centraaldoos zitten
In een centraaldoos zitten meestal meerdere soorten draden.
De belangrijkste draad is de fasedraad. Dit is de draad waar spanning op staat. Deze draad is meestal bruin.
Daarnaast is er de nuldraad. Deze draad voert de stroom weer terug naar de installatie. Deze draad is meestal blauw.
Ook zit er vaak een schakeldraad in de doos. Dit is de draad die van de schakelaar naar de lamp loopt. Deze draad is meestal zwart.
Verder kan er een aardedraad aanwezig zijn. Deze draad zorgt voor extra veiligheid en heeft meestal een geel-groene kleur.
In de centraaldoos worden deze draden met speciale verbindingsklemmen aan elkaar gekoppeld.
De centraaldoos in een woninginstallatie
In een standaard woninginstallatie wordt bijna elke kamer voorzien van een centraaldoos.
De doos zit meestal in het plafond en vormt het belangrijkste punt voor de verlichting in die ruimte.
Vanuit de centraaldoos lopen leidingen naar:
-
de lichtschakelaar bij de deur
-
de lamp in het plafond
-
soms extra lichtpunten
Dit systeem maakt het eenvoudiger om later wijzigingen aan te brengen. Bijvoorbeeld wanneer een nieuwe lamp of schakelaar wordt geplaatst.
Elektriciens kunnen in de centraaldoos eenvoudig bij de verbindingen.
Hoe een centraaldoos wordt aangesloten
Het aansluiten van een centraaldoos gebeurt meestal tijdens de aanleg van de elektrische installatie.
De doos wordt in het plafond geplaatst en aangesloten op installatiedraden die door kunststof buizen lopen.
In de centraaldoos worden de draden verbonden met lasklemmen. Dit zijn kleine klemmetjes waarin de draden worden gestoken.
Deze klemmen zorgen ervoor dat de verbinding stevig blijft en dat er geen losse draden ontstaan.
Na het aansluiten wordt de doos afgedekt met een deksel of met een lamp.
Regels en veiligheid bij een centraaldoos
Bij het installeren van een centraaldoos gelden regels voor veiligheid.
De doos moet bijvoorbeeld altijd bereikbaar blijven. Daarom mag een centraaldoos niet volledig worden weggewerkt achter stucwerk zonder toegang.
Ook moeten verbindingen altijd in de doos zelf worden gemaakt. Het is niet toegestaan om elektrische verbindingen los in een leiding of plafond te maken.
Daarnaast moet de installatie voldoen aan de NEN-1010, de veiligheidsnorm voor elektrische installaties in Nederland.
Door deze regels blijft de installatie veilig en overzichtelijk.