Multimeter: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 10 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een multimeter is een elektrisch meetinstrument waarmee u spanning (volt), stroom (ampère) en weerstand (ohm) meet, meestal aangevuld met een doorbel- en diodefunctie. Het is dus eigenlijk drie meters in één: een voltmeter, een ampèremeter en een ohmmeter samen in één apparaat. Vandaar de vaknaam universeelmeter.

De afstandsbediening doet het niet, een tuinlampje blijft donker, of u twijfelt of een zekering nog heel is. In plaats van te gokken pakt u een multimeter en meet u het gewoon na. Voor dat soort vragen is het een van de handigste stukken gereedschap in huis. Tegelijk zit er een grens aan: de basis kunt u prima zelf, maar 230 V netmeten en foutzoeken in de installatie is vakwerk. Dit artikel legt uit wat de standen betekenen, hoe u er veilig de basis mee meet, en waar die grens precies ligt.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een multimeter?
  2. Wat kunt u meten met een multimeter?
  3. De draaiknop en aansluitingen uitgelegd
  4. Zo meet u veilig de basis
  5. Wat mag u zelf en wanneer belt u een elektricien?
  6. Multimeter, duspol of installatietester: het verschil
  7. Wat betekenen CAT II, CAT III en CAT IV?
  8. Digitaal, analoog of True-RMS? De varianten
  9. Welke multimeter heeft u nodig?
  10. Veelgemaakte fouten bij het meten

Wat is een multimeter?

Een multimeter is een meetinstrument dat verschillende elektrische grootheden meet: spanning, stroom en weerstand, en bij de meeste modellen ook doorbellen en een diodetest. U kiest met een draaiknop wat u wilt meten, houdt de twee meetpennen op de juiste punten en leest de waarde af op het scherm.

Waarom heet dit ook een "universeelmeter"? (extra uitleg)

In vaktaal heet een multimeter een universeelmeter, en de digitale uitvoering een DMM (digital multimeter). "Multi" en "universeel" wijzen op hetzelfde: één apparaat dat meerdere metingen doet, in plaats van drie losse meters. Vroeger had u daar een aparte voltmeter, ampèremeter en ohmmeter voor. Die zijn samengebracht in dit ene instrument, met een draaiknop om te kiezen. De naam zegt dus vooral iets over de veelzijdigheid, niet over een specifiek merk of type.

De meeste huishoud- en klusmeters zijn digitaal: ze tonen een getal op een lcd-schermpje. Dat leest makkelijker en nauwkeuriger af dan de klassieke analoge meter met een wijzer over een schaal. Digitaal is daarom vandaag de standaard, en analoog is een nichekeuze geworden.

Belangrijk om te onthouden: een multimeter is een meetinstrument, geen beveiliging en geen speelgoed. Wat u ermee meet, is vaak levende elektra. Juist daarom draait dit artikel niet alleen om "hoe meet ik", maar ook om "wat meet ik veilig zelf, en wat laat ik liever over aan een elektricien".

Digitale multimeter met benoemde onderdelen Geannoteerde digitale multimeter: display, draaiknop, COM-bus, VOhm-bus, 10A-bus en de meetsnoeren met rode en zwarte meetpen. V= DC 1.52 V= OFF V~ V= Ω •))) ◂| A 10ACOM EK Display toont de meetwaarde Draaiknop kies eerst wat u meet 10A-bus rood snoer, grote stroom COM-bus zwart snoer, altijd VΩmA-bus rood: V, Ω, doorbellen Meetsnoeren rood (+) en zwart (COM), met meetpen aan het eind ELEKTRA KONING · elektrakoning.nl
De vaste onderdelen van een digitale multimeter: display, draaiknop, de drie bussen en de meetsnoeren.

Wat kunt u meten met een multimeter?

Met een multimeter meet u in de basis vier dingen: spanning, stroom, weerstand en doorverbinding (doorbellen). Veel modellen kunnen daarnaast een diode testen, en de duurdere ook capaciteit, frequentie of temperatuur. Voor thuisgebruik gaat het bijna altijd om die eerste vier.

Even in gewone taal wat elke meting u vertelt:

MetingSymboolWat het u vertelt
Spanning (volt)V~ / V=Hoeveel "druk" er op staat, bijvoorbeeld 230 V op een stopcontact of 1,5 V op een batterij
Stroom (ampère)A / mAHoeveel stroom er door een kring loopt
Weerstand (ohm)ΩHoeveel een component de stroom tegenhoudt
DoorbellengeluidssymboolOf twee punten met elkaar verbonden zijn (draad heel, zekering goed)

De V bestaat in twee smaken. V~ is wisselspanning (AC), zoals uit het stopcontact komt. V= is gelijkspanning (DC), zoals uit een batterij of accu. Dat onderscheid is geen detail: kiest u de verkeerde soort, dan leest u onzin af. Uit een stopcontact meet u wisselspanning, uit een 9V-blokje gelijkspanning.

Doorbellen is voor de meeste mensen de nuttigste functie in huis. De meter geeft een piep zodra twee punten elektrisch verbonden zijn. Zo controleert u in een paar seconden of een draad niet gebroken is, of een zekering die mogelijk door een kortsluiting is doorgeslagen nog heel is, of dat een schakelaar echt sluit. Dat doet u wel altijd spanningsloos, daarover verderop meer.

De draaiknop en aansluitingen uitgelegd

De draaiknop is het hart van de multimeter: u kiest er éérst mee wat u wilt meten, en pas daarna meet u. Vergelijk het met de standenknop van een oven. Zet u hem op de verkeerde stand, dan krijgt u geen of een misleidend resultaat, en soms beschadigt u de meter. Kiezen komt dus vóór meten.

Naast de knop heeft elke multimeter aansluitingen (bussen) voor de meetsnoeren. Drie komen bijna altijd terug:

  • COM (common): hier zit altijd het zwarte meetsnoer, bij elke meting.
  • VΩmA: hier zit het rode snoer voor spanning, weerstand, doorbellen en kleine stroom.
  • 10A (soms 20A): een aparte bus voor het rode snoer als u grote stroom meet.

Die 10A-bus is precies waar veel mensen de fout ingaan. Laat u het rode snoer per ongeluk in de 10A-bus zitten en meet u dan spanning, dan maakt u in feite een sluiting via de meter. Het gevolg is een knal en een doorgebrande meetzekering, in het slechtste geval schade aan de meter zelf.

In het blok hieronder ziet u een multimeter met een draaiknop die u kunt aanklikken. Kies een stand en u ziet meteen wat u meet, in welke bus het rode snoer hoort, en of het een veilige basismeting is of eerder vakwerk.

Kies eerst een stand, dan meet u

Elke stand meet iets anders. De verkeerde stand geeft geen of een misleidend resultaat.

- - - UIT DRAAIKNOP OFF uit V~ AC V= DC Ω •))) doorbel ◂| diode A 10A COM elektrakoning.nl

Stand

Wat u meet

Aansluiting (snoeren)

Voorbeeld

Elektra Koning Educatief diagram, niet op schaal. De indeling van uw eigen meter kan afwijken.

Kort samengevat welke stand waarvoor is: V~ voor netspanning en andere wisselspanning, V= voor batterijen en accu's, Ω voor de weerstand van een component, doorbellen voor de vraag of iets doorverbonden is, diode voor het testen van een diode of led, en A/mA voor stroom (met het rode snoer in de juiste bus). Weet u het bereik niet? Veel meters zijn auto-range en kiezen dat zelf.

Zo meet u veilig de basis

De veilige basismetingen zijn er drie: gelijkspanning (batterij of accu testen), weerstand en doorbellen. Die doet u met een gerust hart zelf, mits u de goede stand kiest en netjes te werk gaat. Ze hebben met laagspanning of met een spanningsloze kring te maken, en dat is precies waar het risico klein blijft.

Een batterij testen met de V=-stand

Wilt u weten of een AA-batterij nog goed is? Zet de knop op gelijkspanning (V=), zwart snoer in COM, rood in VΩ. Houd het zwarte snoer op de min-kant en het rode op de plus. Een verse AA-batterij geeft rond de 1,5 V; zakt hij ver daaronder, dan is hij leeg. Handig, want een batterij die "vol" lijkt kan onder belasting toch tegenvallen, maar voor een snelle check volstaat dit prima.

Doorbellen doet u altijd spanningsloos. Schakel eerst de betreffende groep uit of trek de stekker eruit, en controleer dat er echt geen spanning meer op staat. Pas dan zet u de meter op de doorbel-stand en houdt u de pennen op de twee punten. Piept hij, dan is de verbinding heel. Piept hij niet, dan is er een onderbreking. Zo test u bijvoorbeeld of een verlengsnoer intern gebroken is, of een smeltzekering nog goed is.

Wat u met een multimeter beter niet als eerste stap doet, is even snel controleren of er 230 V op een draad staat. Dat kan technisch wel, maar het is niet de veiligste manier. Daarvoor bestaat beter gereedschap, en die grens leggen we in de volgende twee stukken uit.

Twee veilige basismetingen met de multimeter Links: een zekering doorbellen op de spanningsloze doorbel-stand. Rechts: een AA-batterij testen op gelijkspanning, ongeveer 1,5 volt. 1 · Een zekering doorbellen altijd spanningsloos · de meter piept als de zekering heel is 2 · Een batterij testen stand V= (gelijkspanning), een verse AA geeft ongeveer 1,5 V DOORBEL •))) COM Spanningsloos meten V= DC 1.52 V COM AA · 1,5 V + rood op + zwart op − (COM) ELEKTRA KONING · elektrakoning.nl
Twee veilige basismetingen: een zekering doorbellen (spanningsloos) en een AA-batterij testen op de V=-stand.

Wat mag u zelf en wanneer belt u een elektricien?

De vuistregel is simpel: laagspanning en spanningsloze metingen mag u zelf, netspanning en foutzoeken in de vaste installatie niet. Een batterij testen, doorbellen of een weerstand meten is prima doe-het-zelfwerk. Zodra er 230 V of de groepenkast in het spel komt, wordt het werk voor een erkende elektricien.

Waarom die grens zo streng? Bij netspanning is een foutje niet zomaar een verkeerde meting. Een verkeerd ingestelde meter, een beschadigd snoer of een moment van onoplettendheid kan leiden tot een schok, een vlamboog of brand. En anders dan bij een batterij krijgt u bij 230 V geen tweede kans om het rustig over te doen.

Foutzoeken hoort er ook bij. Blijft een groep uitvallen, wordt een stopcontact warm of ruikt u een schroeilucht bij de meterkast, dan is de oorzaak zelden met één simpele meting gevonden. Een elektricien meet dan gericht en veilig door in de groepenkast en weet welke metingen wél iets zeggen en welke u op een dwaalspoor zetten. Wilt u zo'n storing laten opsporen, laat dat dan vakkundig doen in plaats van zelf de kast in te gaan.

Kort gezegd: de multimeter is geweldig om thuis kleine dingen na te meten, maar hij maakt van niemand een installateur. Twijfelt u of een meting veilig is? Dan is dat meestal het teken om te stoppen en het te laten nakijken.

Multimeter, duspol of installatietester: het verschil

Dit zijn drie verschillende gereedschappen die vaak door elkaar worden gehaald. Een multimeter meet van alles (spanning, stroom, weerstand). Een duspol zegt alleen of er spanning staat. Een installatietester meet isolatie en aarding voor een keuring. Ze vervangen elkaar niet.

Voor de vraag "staat er spanning op, ja of nee?" is een duspol (tweepolige spanningstester) eigenlijk beter dan een multimeter. Een duspol is laagohmig en meet onder belasting: hij trekt een klein beetje stroom, waardoor hij geen "schijnspanning" aanwijst en u een betrouwbaar ja/nee geeft. Een multimeter is juist hoogohmig en kan een restspanning oppikken die er praktisch niet toe doet, of verkeerd ingesteld staan. Wilt u puur zeker weten dat iets spanningsvrij is voor u eraan werkt, gebruik dan een duspol, geen multimeter.

Online wordt weleens gedaan alsof een multimeter en een spanningszoeker inwisselbaar zijn. Dat klopt niet. De multimeter is veelzijdiger, maar juist voor de veiligheidscheck "is het echt spanningsloos?" is het simpele gereedschap betrouwbaarder.

Een installatietester (ook wel Megger genoemd) is weer een heel ander apparaat. Die meet de isolatieweerstand in megaohm ("meggeren") en de aardingsweerstand, met een hoge testspanning. Dat hoort bij het keuren van een installatie volgens NEN 3140 en aanverwante normen, niet bij het snel nameten van een lampje. Een gewone multimeter kan dat niet, en die metingen horen ook echt bij een vakman.

Multimeter, duspol en installatietester naast elkaar Drie verschillende meetgereedschappen: de multimeter meet spanning, stroom en weerstand; de duspol geeft alleen aan of er spanning staat; de installatietester meet isolatie en aarding voor de keuring. 230 400 230 12 6 >299 MΩ · 500V · LOOP TEST Multimeter meet alles: spanning, stroom, weerstand Duspol tweepolige spanningstester: staat er spanning op, ja of nee? Installatietester meet isolatie en aarding, voor de keuring (NEN 3140) ELEKTRA KONING · elektrakoning.nl
Drie meetgereedschappen die vaak worden verward: de multimeter meet van alles, de duspol geeft alleen spanning aan, de installatietester meet isolatie en aarding voor de keuring.

Wat betekenen CAT II, CAT III en CAT IV?

CAT staat voor meetcategorie, en het zegt iets belangrijkers dan het kale voltgetal: hoe goed de meter bestand is tegen korte, krachtige spanningspieken (transiënten) op de plek waar u meet. Hoe dichter u bij de netinvoer meet, hoe hoger de CAT-categorie moet zijn. Bij 230 V thuis telt die categorie zwaarder dan alleen de spanning die op de meter staat.

Als vuistregel, van licht naar zwaar:

  • CAT II: grofweg voor metingen aan apparaten en groepen die vanaf een stopcontact op het net zijn aangesloten (huishoudelijke toepassingen).
  • CAT III: grofweg voor metingen aan de vaste verdeelinstallatie, zoals in de meterkast en aan groepen in de verdeelkast.
  • CAT IV: voor metingen het dichtst bij de netinvoer, aan de aansluitkant van het pand.

Voor een gewone klus in huis (een apparaat of een groep vanaf het stopcontact) volstaat doorgaans een CAT II-meter. Wilt u iemand in de meterkast of verdeelinstallatie laten meten, dan is CAT III aan te raden.

Let bij aanschaf ook op een keurmerk of registratienummer van een onafhankelijk testlab (bijvoorbeeld KEMA, VDE, TÜV, UL of CSA). Fabrikanten mogen de CAT-aanduiding namelijk deels zelf claimen, en een onafhankelijk keurmerk geeft meer zekerheid dat de meter echt aan die categorie voldoet.

De precieze regels achter deze categorieën staan in de norm NEN 1010 en de productnorm voor meetinstrumenten. Wilt u zeker weten of uw installatie veilig is om aan te (laten) meten, dan geeft een installatie laten keuren daar uitsluitsel over.

Digitaal, analoog of True-RMS? De varianten

Multimeters bestaan in verschillende soorten. Voor de meeste mensen volstaat een eenvoudige digitale meter, maar het helpt om de begrippen te kennen die u op de verpakking tegenkomt. Klap hieronder open wat voor u van belang is.

Digitale multimeter (DMM)

De digitale multimeter toont de meetwaarde als een getal op een lcd-scherm. Dat leest makkelijk en nauwkeurig af, ook voor wie niet dagelijks meet. Het is vandaag de standaarduitvoering en voor vrijwel elke thuisklus de logische keuze. De meeste modellen hebben doorbellen, diodetest en soms extra functies zoals temperatuur.

Analoge multimeter

De analoge multimeter werkt met een wijzer die over een schaal beweegt. U leest de stand van de wijzer af. Het voordeel is dat u snelle veranderingen goed "ziet" bewegen, iets waar liefhebbers en sommige technici op gesteld zijn. Voor de meeste huishoudens is een analoge meter lastiger af te lezen en minder handig dan een digitale.

True-RMS

True-RMS geeft de juiste effectieve waarde van een wisselspanning of -stroom, ongeacht de vorm van het signaal. Een gewone (average-responding) meter klopt alleen bij een zuivere sinus. Bij vervormde signalen (denk aan dimmers, frequentieregelaars of veel elektronica) meet een True-RMS-meter nauwkeuriger. Voor de gewone woning is het zelden doorslaggevend, maar het is een geruststellende extra.

Auto-range of handmatig bereik

Auto-range betekent dat de meter zelf het juiste meetbereik kiest: u hoeft alleen de grootheid in te stellen. Dat is gebruiksvriendelijk voor wie niet precies weet welke waarde te verwachten is. Een meter met handmatig bereik werkt sneller en soms preciezer voor wie wél weet wat hij zoekt. Veel moderne meters bieden allebei.

Klem- of stroomtangmeter

Een klemmeter (stroomtang) meet stroom zonder de kring open te hoeven breken: u klemt de bek om één ader heen. Dat is veiliger en handiger voor grotere stromen dan de 10A-bus van een gewone multimeter. Veel klemmeters hebben ook de gewone multimeterfuncties, zodat u er spanning en weerstand mee meet. Voor stroommetingen aan zwaardere kringen is dit het aangewezen gereedschap.

De meetwaarden, de nauwkeurigheid (klasse) en de CAT-categorie die een fabrikant opgeeft, zijn productwaarden van dat specifieke model. De documentatie bij uw meter is dus altijd leidend boven een algemene vuistregel.

Welke multimeter heeft u nodig?

Voor thuisgebruik heeft u geen dure profmeter nodig: een degelijke digitale multimeter met doorbellen, een passende CAT-categorie en een betrouwbaar keurmerk is ruim voldoende. Waar het echt op aankomt is niet het aantal functies, maar de veiligheid en of het apparaat bij uw klussen past.

Let bij de keuze vooral op deze punten:

  • CAT-categorie en spanning die bij uw metingen passen (voor thuis meestal CAT II, ruimer is CAT III).
  • Een onafhankelijk keurmerk (KEMA, VDE, TÜV en dergelijke) in plaats van alleen een claim op de doos.
  • Doorbellen met geluid, want dat is de functie die u waarschijnlijk het meest gebruikt.
  • Goede meetsnoeren met stevige isolatie en nette meetpennen; slechte snoeren zijn een zwakke schakel.
  • Gebruiksgemak zoals auto-range en een duidelijk, verlicht scherm.

Wij verkopen zelf geen multimeters, dus dit is puur advies zonder bijbedoeling. Een middenklasse digitale meter van een bekend merk gaat jaren mee en is voor de meeste huishoudens de verstandige keuze. Ga voor dagelijks professioneel gebruik of werk in de verdeelinstallatie een stap hoger, met een hogere CAT-categorie en True-RMS.

En onthoud: het beste gereedschap maakt een onveilige klus niet veilig. Is de meting die u wilt doen eigenlijk een klus voor een elektricien? Dan is niet de meter de vraag, maar wie hem vasthoudt.

Veelgemaakte fouten bij het meten

De meeste meetfouten komen door een verkeerde stand of een verkeerde bus, niet door een kapotte meter. Hieronder de fouten die het vaakst voorkomen, met wat er dan misgaat. Klap open wat u herkent.

De meter staat op de verkeerde grootheid

Spanning meten terwijl de knop op weerstand (Ω) of stroom (A) staat, geeft onzin of beschadigt de meter. Wen uzelf aan om éérst te kijken welke stand geselecteerd is en pas dan te meten. Kiezen komt altijd vóór meten. Twijfelt u wat u ziet, meet dan niet door maar controleer eerst de instelling.

Stel gerust uw vraag
Het rode snoer zit nog in de 10A-bus

Meet u spanning terwijl het rode snoer in de 10A-stroombus zit, dan maakt u een sluiting via de meter: een knal en een doorgebrande meetzekering. Zet het rode snoer voor spanning, weerstand en doorbellen altijd terug in de VΩ-bus. De 10A-bus is alleen voor het bewust in serie meten van grote stroom.

Wij denken graag mee
"OL" of een "1" op het scherm

Veel mensen lezen "OL" (over limit) of een losse "1" links op het scherm als "kapot". Dat klopt niet: het betekent dat de waarde buiten het gekozen bereik valt, of dat er (bij weerstand) geen verbinding is. Kies een hoger bereik, of gebruik auto-range. Bij een weerstandsmeting betekent OL vaak simpelweg: geen doorverbinding.

Neem contact op
Doorbellen of weerstand meten terwijl er spanning op staat

Weerstand en doorbellen meet u altijd op een spanningsloze kring. Doet u het terwijl er spanning op staat, dan klopt de meting niet en riskeert u schade aan de meter of aan uzelf. Schakel de groep uit, controleer dat het spanningsvrij is, en meet dan pas. Blijft een groep telkens uitvallen, dan is er iets anders aan de hand.

Laat uw groepenkast controleren

Twijfelt u of uw meting klopt of dat uw installatie wel veilig is? Ga dan niet blind door met meten. Laat een elektricien meekijken; dat voorkomt schade en gedoe.

Veelgestelde vragen

Kun je met een multimeter 230 volt meten?

Ja, dat kan: u zet de meter op wisselspanning (V~) en kiest een bereik boven de 230 V, bijvoorbeeld de 600 V AC-stand. Maar netspanning meten is geen routineklus. Een verkeerd ingestelde meter of een beschadigd snoer kan een schok of vlamboog geven. Voor de simpele vraag "staat er spanning op?" is een duspol veiliger, en foutzoeken in de installatie laat u aan een elektricien over.

Twijfelt u over uw installatie? Vraag het ons vrijblijvend
Wat is het verschil tussen een multimeter en een spanningsmeter?

Een spanningsmeter (voltmeter) meet alleen spanning. Een multimeter kan dat ook, maar meet daarnaast stroom en weerstand en heeft meestal een doorbel- en diodefunctie. De multimeter is dus de universele variant: hij bevat de voltmeter, maar kan veel meer. Verwar hem ook niet met een duspol, die alleen ja/nee zegt over de aanwezigheid van spanning.

Meer meterkast-termen op een rij? Wij denken graag mee
Wat betekent OL of een 1 op het scherm van mijn multimeter?

Dat betekent niet "kapot", maar "buiten bereik". OL staat voor over limit: de waarde is groter dan het gekozen meetbereik. Kies een hoger bereik of gebruik auto-range. Bij een weerstands- of doorbelmeting betekent OL meestal juist dat er geen verbinding is tussen de twee meetpunten.

Komt u er niet uit? Neem contact op
Hoe test je een zekering met een multimeter?

Maak de zekering spanningsloos en zet de meter op doorbellen. Houd de twee meetpennen op beide uiteinden van de zekering. Piept de meter, dan is de zekering heel; blijft het stil, dan is hij doorgeslagen. Doe dit nooit terwijl de zekering nog onder spanning staat, en ga niet zelf in de meterkast aan de slag als de oorzaak onduidelijk is.

Blijft een groep uitvallen? Vraag ons om hulp
Mag ik zelf metingen doen in mijn groepenkast?

De basis buiten de kast (batterij, doorbellen, weerstand) mag u zelf. Metingen ín de groepenkast of aan de vaste installatie zijn werk voor een erkende elektricien: daar is 230 V of meer aanwezig en een fout is er niet zonder gevaar. Een elektricien meet gericht en veilig, en weet welke metingen betekenis hebben. Bij twijfel over de staat van uw kast is een controle verstandig.

Benieuwd of uw groepenkast nog klopt? Doe de gratis groepenkast-check

Werkzaam in uw regio? Bekijk of Elektra Koning ook bij u in de buurt actief is. Meer termen uit de meterkast en het gereedschapskistje vindt u in onze begrippenlijst.

Elektra Contact Mascotte

Meet u iets wat u niet vertrouwt, of komt u er niet uit?

Heb je een vraag?