Isolatiewaarde: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 10 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een isolatiewaarde is de elektrische weerstand van het isolatiemateriaal in uw installatie: de weerstand tussen de geleiders onderling en tussen de geleiders en aarde, gemeten in megaohm (MΩ). Hoe hoger die weerstand, hoe beter de isolatie de stroom binnen de draden houdt en hoe minder er weglekt.

Let eerst op één ding, want "isolatiewaarde" heeft twee betekenissen die niets met elkaar te maken hebben. In de bouw hoort u het woord vaak voor thermische isolatie, de Rc-waarde van een dak of muur die de warmte binnenhoudt. Dit artikel gaat over de elektrische betekenis: de isolatieweerstand van uw installatie, kabels en apparaten.

In Nederland is die isolatiewaarde een kernmeting bij de oplevering van een nieuwe installatie en bij de periodieke keuring van een bestaande installatie. Een monteur meet hem met een isolatietester, in de volksmond een megger, en dat noemen we "meggeren". Zakt de waarde te ver weg, dan is dat vaak het eerste teken van vocht, veroudering of beschadigde isolatie, lang voordat er een aardlekschakelaar uit klapt of er kortsluiting ontstaat.

Inhoudsopgave
  1. Wat is de isolatiewaarde?
  2. Waarom is de isolatiewaarde belangrijk?
  3. Hoe wordt de isolatiewaarde gemeten?
  4. Welke testspanning hoort bij welke installatie?
  5. Wat is een goede isolatiewaarde?
  6. Isolatiewaarde, aardingsweerstand en Rc-waarde: niet verwarren
  7. Waarom wordt de isolatiewaarde te laag?
  8. Isolatiewaarde in de NEN-keuring
  9. Wat te doen bij een te lage isolatiewaarde?

Wat is de isolatiewaarde?

De isolatiewaarde is de weerstand die het isolatiemateriaal biedt tegen stroom die de verkeerde kant op wil. Elke draad heeft een geleider (het koper) en daaromheen een laag isolatie (de kunststof mantel). Die isolatie hoort de stroom netjes binnen de draad te houden. De isolatiewaarde is een maat voor hoe goed dat nog lukt.

Denk aan de isolatie als de dijk om een sloot. Het water, in dit geval de stroom, hoort in de sloot te blijven. Een gave dijk laat vrijwel niets door; een dijk met scheurtjes laat water sijpelen. De isolatiewaarde meet als het ware hoe waterdicht die dijk nog is.

Omdat goede isolatie enorm veel weerstand biedt, meten we niet in gewone ohm maar in megaohm (MΩ), oftewel miljoenen ohm. Een gezonde woninginstallatie zit al snel op tientallen tot honderden megaohm. Hoe hoger dat getal, hoe beter.

De juiste vakterm is trouwens isolatieweerstand. "Isolatiewaarde" is het woord dat de meeste mensen gebruiken en intypen, maar het gaat om precies dezelfde grootheid: de weerstand van de isolatie. In de rest van dit artikel gebruiken we beide woorden door elkaar. De meting zelf gebeurt vrijwel altijd in de groepenkast, waar alle groepen samenkomen.

Isolatie-simulator

De isolatie houdt de stroom binnen de draad. Klik op een zwakke plek in de kabel en maak zelf een lek. Kijk wat er met de lekstroom en de isolatiewaarde gebeurt.

Installatiedraad boven een geaard oppervlak met beschadigbare isolatie Een installatiedraad met koperen kern en bruine isolatiemantel loopt boven een geaarde metalen plaat. Op drie zwakke plekken kunt u de isolatie beschadigen; bij een scheur met vocht springt een lekstroom van de kern naar het geaarde oppervlak en daalt de isolatiewaarde. Koperen geleider Isolatiemantel Geaard oppervlak (bijv. metalen wand of leiding) elektrakoning.nl
Isolatiewaarde
240
Goed
Lekstroom naar aarde
geen

De isolatie is gaaf: de stroom blijft in de draad en er lekt vrijwel niets weg. Een gezonde installatie zit ruim boven 1 MΩ.

Illustratieve voorbeeldwaarden om het principe te tonen; geen keuring. De exacte grens verschilt per installatie en testspanning.

Waarom is de isolatiewaarde belangrijk?

Een lage isolatiewaarde betekent dat er stroom weglekt op een plek waar dat niet hoort, en juist die lekstroom veroorzaakt schokgevaar en brand. Daarom is het een van de belangrijkste metingen aan een installatie.

Hoe beter de isolatie, hoe kleiner de lekstroom kan zijn. Bij goede isolatie blijft de stroom keurig in de draad. Zakt de isolatiewaarde, dan vindt een klein deel van de stroom een sluipweg, bijvoorbeeld via een vochtige wand of een beschadigde mantel naar aarde. Dat weglekken is precies wat u niet wilt.

Zo'n lekstroom naar aarde is ook wat een aardlekschakelaar laat afslaan. Merkt u dat de aardlek er zonder duidelijke reden uit klapt, zeker bij vochtig weer, dan is een dalende isolatiewaarde een van de eerste dingen om te controleren.

Een kruipstroom over een vuil of vochtig oppervlak kan bovendien warmte geven en op den duur verkolen. Zo is een te lage isolatiewaarde vaak een voorstadium van kortsluiting of zelfs brand. U meet dus niet voor de statistiek, maar om een probleem te zien aankomen voordat het gevaarlijk wordt.

Hoe wordt de isolatiewaarde gemeten?

De isolatiewaarde meet u met een isolatietester, ook wel megger of megaohmmeter genoemd. Dat is een meter die zelf een hoge gelijkspanning opwekt, meet hoeveel stroom er door de isolatie lekt, en daaruit via de wet van Ohm de isolatieweerstand berekent. In vaktaal heet dat "meggeren".

Belangrijk, en vaak onderschat: de installatie moet volledig spanningsloos zijn. De hoofdschakelaar gaat uit, en alle verbruikers, lampen, dimmers en gevoelige elektronica worden losgekoppeld. Dat heeft twee redenen. De hoge testspanning kan gevoelige onderdelen als LED-drivers, dimmers en overspanningsafleiders beschadigen. En apparaten die aangesloten blijven, geven een vertekend, te laag resultaat, waardoor u schrikt van een waarde die niets met de bedrading te maken heeft.

De meting doet u tussen de geleiders onderling (fase en nul) en tussen elke actieve geleider en aarde. Bij een grotere installatie meet een monteur vaak per groep, zodat hij een eventuele fout meteen kan lokaliseren.

Isolatiewaarde meten met een isolatietester aan een spanningsloze groepenkast Een isolatietester (megger) wekt een gelijkspanning van 500 volt op en meet de isolatieweerstand in megaohm. De rode meetpen raakt een fasegeleider (bruin), de zwarte meetpen de aardrail (geel-groen). De hoofdschakelaar staat uit, zodat de installatie spanningsloos is, en de verbruikers zijn losgekoppeld. De getoonde meetwaarde is een voorbeeld. 0 · UIT 500 V 128 meetwaarde · voorbeeld 250 500 1000 OFF TEST HOLD Isolatietester (megger) Testspanning = gelijkspanning; meetwaarde in MΩ. Hoofdschakelaar UIT installatie spanningsloos Rode pen → fase (bruin) Zwarte pen → aarde (geel-groen) Verbruikers losgekoppeld elektrakoning.nl
Meten gebeurt spanningsloos: hoofdschakelaar uit en gevoelige verbruikers losgekoppeld. De rode pen op de fase (bruin), de zwarte pen op de aardrail (geel-groen). De getoonde 128 MΩ is een voorbeeldwaarde.

Online wordt weleens gesuggereerd dat u de isolatiewaarde "even met een multimeter" checkt. Dat klopt niet: een gewone multimeter meet geen megaohm bij een testspanning van honderden volt. U heeft een echte isolatietester nodig, en het veilig spanningsloos maken van de kast is vakwerk.

Waarom meet een isolatietester met gelijkspanning en niet met wisselspanning?
Een isolatietester werkt met gelijkspanning (DC), en dat is bewust. Met wisselspanning zou de meting worden beïnvloed door de capaciteit van de kabels: lange leidingen gedragen zich als kleine condensatoren en laten wisselspanning deels door, ook als de isolatie perfect is. Dat zou een vertekend beeld geven. Gelijkspanning meet zuiver de weerstand van het isolatiemateriaal zelf. Daarom kiest een monteur bij gevoelige installaties soms bewust een lagere testspanning van 250 V, omdat sommige condensatoren en onderdelen die spanning nog net veilig aankunnen.

Welke testspanning hoort bij welke installatie?

De testspanning hangt af van de spanning waarop de installatie normaal werkt. Voor een gewone woninginstallatie op 230/400 V is dat 500 V gelijkspanning. Dat is niet willekeurig: u test de isolatie bewust met een hogere spanning dan de bedrijfsspanning, zodat een zwakke plek zich ook echt laat zien.

In de praktijk hanteren installateurs deze indeling:

Wat u meetTestspanning (gelijkspanning)
SELV/PELV en laagspanning tot ± 50 V250 V
Woninginstallatie 230/400 V (eindgroepen en onderverdelers)500 V
Van hoofdverdeler naar onderverdelers en zwaardere installaties1000 V

De lagere 250 V gebruikt een monteur bij gevoelige of elektronische ketens, waar 500 V te veel zou vragen van onderdelen. De hogere 1000 V hoort bij zwaardere delen van een installatie. Voor de meeste woningen komt het neer op die ene standaardwaarde: 500 V gelijkspanning.

Wat is een goede isolatiewaarde?

Voor een gewone woninginstallatie op 230/400 V geldt als vuistregel een isolatiewaarde van minimaal 1 MΩ, gemeten bij 500 V gelijkspanning. In de praktijk ligt een gezonde installatie daar ruim boven, vaak op tientallen megaohm of meer. Hoe hoger, hoe beter.

Die "1 MΩ" wordt online vaak als een absolute, universele grens gepresenteerd, maar zo simpel is het niet. De minimumwaarde hangt af van de testspanning en van het type circuit. Voor een SELV- of PELV-keten geldt bijvoorbeeld een lagere grens (rond 0,5 MΩ bij 250 V). Zie het cijfer dus als richtlijn, niet als natuurwet.

Om een gemeten waarde te duiden, gebruiken installateurs grofweg drie zones:

Gemeten waardeBetekenis
Boven 1 MΩGoede isolatie, installatie in orde
Tussen 0,25 en 1 MΩGrenszone: acceptabel, maar naar de limiet, nader onderzoek gewenst
Onder 0,25 MΩ (circuit) of 0,5 MΩ (installatie)Te laag: wijst op vocht, lekstroom of beschadigde isolatie
Meetwaarde-duider

Hebt u een isolatiewaarde gemeten of gekregen? Klik op de zone waarin uw waarde valt en zie wat die betekent.

De exacte grens verschilt per installatie en testspanning. Dit is een indicatie om uw waarde te plaatsen, geen keuring of eindoordeel.

Voor losse apparaten gelden andere grenzen dan voor de vaste installatie. Bij een keuring van arbeidsmiddelen wordt vaak per apparaatklasse gekeken: klasse I (met randaarde) minimaal 1 MΩ, klasse II (dubbel geïsoleerd) minimaal 2 MΩ, en klasse III (veilige lage spanning) minimaal 0,5 MΩ.

Isolatiewaarde, aardingsweerstand en Rc-waarde: niet verwarren

Deze drie waarden worden vaak door elkaar gehaald, maar ze meten iets totaal anders. Bij twee ervan is "hoog" juist goed en bij de andere is "laag" goed, dus de verwarring kan tot verkeerde conclusies leiden.

De isolatiewaarde (isolatieweerstand) meet u in megaohm, en hoog is goed: dan houdt de isolatie de stroom netjes binnen. De aardingsweerstand meet u in gewone ohm, en daar is juist laag goed: een lage aardingsweerstand betekent dat een foutstroom snel en veilig naar aarde kan wegvloeien. Het zijn dus twee metingen met een tegengestelde richting van "goed", en beide horen bij een complete keuring.

Isolatieweerstand versus aardingsweerstand versus Rc-waarde Isolatieweerstand wordt gemeten in megaohm en hoog is goed. Aardingsweerstand wordt gemeten in ohm en laag is goed. Beide zijn elektrische metingen met een tegengestelde richting van goed. De Rc-waarde is de bouwkundige warmteweerstand en heeft niets met elektra te maken. Zelfde keuring, tegengestelde richting van ‘goed’ Isolatieweerstand hoog = goed Aardingsweerstand Ω laag = goed Rc-waarde thermisch warmteweerstand geen elektra Isolatie- en aardingsweerstand horen beide bij de keuring; ‘goed’ wijst tegengesteld. De Rc-waarde is bouwkundig. elektrakoning.nl
Isolatieweerstand (MΩ, hoog is goed) en aardingsweerstand (Ω, laag is goed) horen beide bij de keuring, maar wijzen tegengesteld. De Rc-waarde is bouwkundige warmteweerstand en staat los van elektra.

Online worden isolatieweerstand en aardingsweerstand nogal eens door elkaar gebruikt, alsof het één en dezelfde controle is. Dat is niet zo. Ze zeggen iets over verschillende delen van de veiligheid: de isolatie houdt de stroom binnen, de aarding zorgt dat een fout veilig wordt afgevoerd.

En dan is er nog de Rc-waarde, die u vooral kent van dak- en gevelisolatie. Dat is thermische isolatie en heeft niets met elektra te maken. Zoekt u op "isolatiewaarde" en komt u uit bij warmteweerstand van muren, dan bent u bij een heel ander onderwerp beland dan dit artikel.

Waarom wordt de isolatiewaarde te laag?

Een isolatiewaarde zakt bijna altijd door vocht, veroudering of beschadiging van de isolatie. Alle drie zorgen ze ervoor dat de "dijk" om de draad minder waterdicht wordt en er meer stroom kan weglekken.

Vocht is de meest voorkomende boosdoener. Een vochtige meterkast, een lekkage of gewoon een klamme kruipruimte kan de waarde flink omlaag trekken. Kenmerkend is dat de klacht meebeweegt met het weer: op een vochtige ochtend klapt de aardlekschakelaar eruit, en zodra alles is opgedroogd doet de installatie het weer probleemloos.

Veroudering speelt vooral bij oudere woningen. Isolatie van 25 jaar of ouder, zeker het oude rubber en textiel uit vroegere installaties, wordt bros en gaat scheuren. Beschadiging is de derde oorzaak: een spijker of schroef door een leiding, een geplette kabel of knaagschade van muizen. Ook vuil en stof kunnen een kruipweg vormen over het oppervlak van de isolatie.

Veelvoorkomende situaties bij een te lage isolatiewaarde:

De aardlekschakelaar klapt eruit bij vochtig weer
Springt de aardlek er vooral 's ochtends of bij regen uit, en werkt alles weer zodra het droog is? Dan wijst dat sterk op een dalende isolatiewaarde door vocht. Ergens lekt een kleine stroom weg naar aarde, net genoeg om de aardlekschakelaar te laten afslaan. Laat de isolatie meten en de vochtige plek opsporen; wegpoetsen met een reset lost de oorzaak niet op.
Oude installatie van 25 jaar of ouder
In oudere woningen wordt de isolatie na tientallen jaren bros en gaan de mantels scheuren. Vaak ziet u dat pas bij een meting of bij een keuring. Een lage isolatiewaarde in een oude installatie is een teken dat (een deel van) de bedrading toe is aan vervanging. Ga hier niet zelf in werken; laat de staat van de installatie vaststellen.
Isolatiewaarde net onder de grens
Zit u net in of onder de grenszone (rond of onder 1 MΩ), dan is de installatie niet meteen levensgevaarlijk, maar wel op weg naar problemen. Het is het moment om de oorzaak te zoeken voordat de waarde verder zakt en er storingen ontstaan. Een meting per groep laat zien welk deel de boosdoener is.

Isolatiewaarde in de NEN-keuring

De isolatiewaarde is een van de verplichte metingen bij zowel de oplevering van een nieuwe installatie als bij de periodieke keuring van een bestaande installatie. Het is geen los weetje, maar een vast onderdeel van hoe we in Nederland de veiligheid van een installatie aantonen.

Bij een nieuwe of gewijzigde installatie hoort de isolatiemeting bij de opleveringsinspectie volgens NEN 1010. Zo weet u dat de bedrading vanaf dag één goed geïsoleerd is. Bij bestaande installaties komt de meting terug in de periodieke inspectie volgens NEN 3140, de norm voor het veilig gebruiken en inspecteren van elektrische installaties en arbeidsmiddelen.

Vooral voor verhuurders, bedrijven en instellingen is dit relevant. Een werkgever is verplicht om voor een veilige werkomgeving te zorgen, en periodiek keuren hoort daarbij, vaak in de vorm van een scope-keuring. Hoe vaak dat moet, hangt af van het gebruik en de risico's; in de praktijk wordt vaak een interval van 3 tot 6 jaar aangehouden. Twijfelt u of uw pand of installatie gekeurd moet worden, dan denken wij graag met u mee.

Wat te doen bij een te lage isolatiewaarde?

Laat de oorzaak opsporen door een elektricien, want een te lage isolatiewaarde herstelt u niet met een snelle truc. U moet de zwakke plek eerst vinden en daarna gericht herstellen. Een reset van de aardlekschakelaar verdoezelt het probleem alleen maar.

Een monteur pakt dit systematisch aan: hij meet per groep, sluit de gezonde groepen uit en zoekt zo naar het deel met de lage waarde. Dat gebeurt vaak als onderdeel van een bredere installatiecheck, waarbij de isolatie samen met de andere veiligheidspunten wordt gemeten. Vaak blijkt het één vochtige leiding, één beschadigde kabel of één oud apparaat te zijn. Daarna volgt het herstel: de plek drogen, de kabel vervangen of het apparaat afkoppelen.

Werk aan een installatie met een isolatiefout is nadrukkelijk werk voor een erkende elektricien. U werkt namelijk aan bedrading waarvan de isolatie al niet meer betrouwbaar is, precies waar het risico op een schok het grootst is. Laat het meten, opsporen en herstellen daarom over aan een vakman, dan weet u zeker dat de installatie daarna weer veilig is.

Veelgestelde vragen

Wat is een goede isolatiewaarde?

Voor een gewone woninginstallatie op 230/400 V geldt als vuistregel minimaal 1 MΩ, gemeten bij 500 V gelijkspanning. In de praktijk ligt een gezonde installatie daar ruim boven, vaak op tientallen megaohm. Hoe hoger de waarde, hoe beter de isolatie. Onder de 1 MΩ is het tijd om de oorzaak te laten uitzoeken, want dan lekt er meer stroom weg dan wenselijk is.

Benieuwd hoe uw kast ervoor staat? Doe de gratis groepenkast-check
Hoe meet je de isolatieweerstand zelf?

De isolatieweerstand meet u met een isolatietester (megger), niet met een gewone multimeter, want die haalt de vereiste testspanning van honderden volt niet. De installatie moet daarbij volledig spanningsloos zijn en gevoelige apparaten moeten losgekoppeld worden. Omdat het veilig spanningsloos maken van de groepenkast vakwerk is, laat u de meting bij voorkeur door een elektricien doen.

Liever laten meten door een vakman? Neem contact op
Waarom is mijn isolatiewaarde te laag?

Bijna altijd door vocht, veroudering of beschadiging van de isolatie. Vocht is de meest voorkomende oorzaak: de klacht komt dan vooral bij vochtig weer op en verdwijnt als het opdroogt. In oudere woningen wordt de isolatie bros en gaat ze scheuren. Ook een spijker door een leiding of knaagschade kan de waarde omlaag trekken. Een meting per groep wijst aan waar het misgaat.

Isolatiewaarde te laag? Laat het opsporen door onze elektricien
Met welke spanning wordt de isolatieweerstand gemeten?

Voor een gewone woninginstallatie op 230/400 V met 500 V gelijkspanning. Bij gevoelige of elektronische ketens (SELV/PELV) gebruikt een monteur 250 V, en voor zwaardere delen van een installatie 1000 V. De testspanning ligt bewust hoger dan de bedrijfsspanning, zodat een zwakke plek in de isolatie zich echt laat zien.

Vragen over de meting? Wij denken graag mee
Is een isolatiemeting verplicht?

Ja, als vast onderdeel van een keuring. Bij oplevering van een nieuwe of gewijzigde installatie hoort de isolatiemeting bij de inspectie volgens NEN 1010, en bij bestaande installaties komt ze terug in de periodieke keuring volgens NEN 3140 (voor bedrijven en verhuurders vaak een scope-keuring). Voor werkgevers en verhuurders is periodiek keuren onderdeel van de zorg voor een veilige omgeving.

Keuring nodig voor uw pand? Neem contact op
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u of uw installatie nog een gezonde isolatiewaarde heeft?

Heb je een vraag?