Een kabeldoorvoer is het punt waar een kabel veilig en netjes door een barrière heen gaat: door een muur, een vloer, een gevel of de wand van een kast. Tegelijk is het de verzamelnaam voor de onderdelen die dat mogelijk maken, zoals de rubberen doorvoertule, de kabelwartel en de waterdichte muurdoorvoer.
Wilt u een kabel naar de schuur leggen, een laadpaal voeden of een buitenlamp aansluiten, dan komt u vroeg of laat bij dezelfde vraag: hoe krijg ik die kabel netjes door de muur naar buiten, zonder dat het gaat lekken of dat de kabel kapotschuurt? In vrijwel elke Nederlandse woning loopt een kabel op zijn weg van de groepenkast naar buiten wel ergens door zo'n doorvoer. En juist op dat ene punt kan het misgaan: vocht dat naar binnen trekt, tocht, een beschadigde kabelmantel of een lek in een brandscheiding. Een goede kabeldoorvoer regelt dat in één keer goed.
Een kabeldoorvoer is de plek waar een kabel door een wand, vloer of behuizing heen gaat, plus het onderdeel dat die overgang veilig en netjes maakt. Het is dus niet het traject dat de kabel aflegt, maar het punt waar hij ergens doorheen moet. Op dat punt wordt de kabel kwetsbaar, en daar zorgt de doorvoer voor bescherming en afdichting.
Dat onderscheid is belangrijk, want een doorvoer wordt vaak verward met een buis. Een buis, zoals een installatiebuis of een flexibele buis, is het kanaal waar de kabel of draad langs zijn hele route doorheen loopt. De doorvoer is alleen het punt waar die route een muur, vloer of kastwand kruist. Kort gezegd: de buis is de weg, de doorvoer is de deur in die weg.
Waarom is dat ene punt zo belangrijk? Omdat een gat in een muur precies de plek is waar problemen ontstaan. Zonder afwerking schuurt de kabelmantel langs een scherpe rand kapot, trekt er regen of vocht naar binnen, en bij een brandscheiding kan vuur en rook er ongehinderd doorheen. Een doorvoer die goed is gemaakt, voorkomt dat allemaal in één keer. Hieronder ziet u wat daar precies bij komt kijken.
Een goede kabeldoorvoer doet vier dingen tegelijk: hij beschermt de kabel, houdt hem op zijn plek, dicht af tegen vocht en houdt een brandscheiding heel. Een simpel geboord gat regelt geen van die vier. Juist daarom is een doorvoer meer dan een gat met een kabel erdoor.
De eerste taak is mechanische bescherming. De rand van een geboord gat, zeker in beton of in een metalen kast, is scherp. Beweegt de kabel daar ook maar een beetje, dan snijdt die rand op den duur door de mantel heen. Een rubberen tule of een wartel neemt die scherpe rand weg en beschermt de kabel.
De tweede taak is trekontlasting. Trekt iemand aan de kabel, bijvoorbeeld doordat hij ergens achter blijft haken, dan mag die trekkracht nooit tot op de aansluitklemmen komen. Een wartel klemt de kabel vast in de doorvoer, zodat een ruk aan de kabel wordt opgevangen vóór de aansluiting, en niet erna.
De derde taak is afdichten tegen vocht. Op een buitenmuur, in een vochtige kruipruimte of in een buitenkast moet de doorvoer regen, damp en tocht buitenhouden. Hoe goed dat lukt, wordt uitgedrukt in de IP-waarde: een wartel met IP68 is bijvoorbeeld stofdicht en bestand tegen langdurige onderdompeling. De vierde taak, brandwerendheid, speelt alleen waar de kabel door een brandscheiding gaat; daarover verderop meer.
Welke onderdelen u gebruikt, hangt af van wáár de kabel doorheen moet. Voor een gat in een kastwand volstaat vaak een tule of wartel; voor een buitenmuur hoort een waterdichte muurdoorvoer; en door een brandscheiding hoort een brandwerende oplossing. In de tabel hieronder ziet u de vier hoofdonderdelen naast elkaar.
| Onderdeel | Wat het doet | Waar u het gebruikt |
|---|---|---|
| Doorvoertule (rubber tule) | Neemt de scherpe rand weg en beschermt de kabelmantel; werkt het gat netjes af | Gat in een metalen plaat, paneel of kast (binnen) |
| Kabelwartel (M- of PG-wartel) | Klemt de kabel vast (trekontlasting) én dicht af tegen stof en water, tot IP68 | Invoer in een kast, doos of behuizing |
| Muurdoorvoer (waterdichte doorvoer) | Voert de kabel door een buitenmuur en houdt regen en tocht buiten | Buitenmuur, gevel, kruipruimte |
| Brandwerende doorvoer | Herstelt de brandwerendheid op de plek waar de kabel een brandscheiding kruist | Muur of vloer tussen twee brandcompartimenten |
Let op één veelgemaakte vergissing: een rubberen doorvoertule is géén waterdichte afdichting. De tule beschermt de kabel tegen de scherpe rand en maakt het gat netjes, maar water houdt hij niet tegen. Wilt u een doorvoer waterdicht hebben, dan heeft u een wartel of een echte muurdoorvoer nodig, geen kale tule.
Wegwijzer
Kies waar de kabel doorheen moet. U ziet meteen de juiste doorvoer en een vervolgstap.
Uw keuze
Gaat de kabel door een gat in een metalen plaat, een paneel of een kastwand binnenshuis, dan neemt een rubberen doorvoertule de scherpe rand weg en beschermt zij de kabelmantel. Let op: een tule beschermt en werkt netjes af, maar zij houdt geen water tegen. Wilt u het waterdicht, dan heeft u een wartel of een echte muurdoorvoer nodig.
Liever laten aanleggen? Neem contact opUw keuze
Moet de kabel een kast, doos of behuizing in en op zijn plek blijven, dan gebruikt u een kabelwartel. Die klemt de kabel vast, zodat een ruk aan de kabel niet tot op de aansluiting komt, en dicht af tegen stof en water tot IP68. M20 past bij een gewone kabel van ongeveer 6 tot 13 mm, M25 bij een dikkere kabel van ongeveer 11 tot 17 mm.
Vraag advies over de juiste maatUw keuze
Gaat de kabel door de buitenmuur naar de tuin, de schuur of een laadpaal, dan boort u het gat met een licht afschot naar buiten, zodat regenwater naar buiten wegloopt. Door het gat komt een beschermbuisje met de kabel, en u dicht het aan beide kanten af. Zo blijft regen buiten en beschadigt de kabel niet aan de rand van de muur.
Kabel naar buiten nodig? Neem contact opUw keuze
Kruist de kabel een brandscheiding, bijvoorbeeld tussen een garage of berging en de woning of tussen twee appartementen, dan hoort de opening brandwerend te worden afgedicht met een manchet, coating of mortel die bij brand opzwelt. Zo houdt de scheiding zijn brandwerendheid. Dit is specialistisch werk; een beetje kit volstaat hier niet.
Twijfelt u over een brandscheiding? Neem contact opUw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer wijst u alleen naar de juiste doorvoer.
Een kabelwartel is het schroefstukje dat een kabel een kast, doos of behuizing binnenvoert, hem vastklemt en het gat afdicht. Hij draait vast in de wand en knijpt met een rubberen ring de kabel rondom aan. Zo levert hij in één onderdeel twee dingen: trekontlasting en een afdichting tegen stof en water, bij goede types tot IP68.
De maat van een wartel wordt bepaald door de schroefdraad en door de dikte van de kabel. Er zijn twee draadsystemen in omloop. De moderne standaard is de metrische maat, aangegeven met een M: M16, M20, M25, M32. Daarnaast bestaat de oudere PG-maat (Panzergewinde), met aanduidingen als PG9, PG13,5, PG21 en PG29. Een "PG-wartel" is dus gewoon een wartel met dat oude draadsysteem; op nieuw werk wordt vrijwel altijd metrisch gebruikt.
Belangrijker dan de draad is dat de kabel binnen het klembereik van de wartel valt. Voor gewone woninginstallaties is M20 de meest gebruikte maat, geschikt voor een kabel van ongeveer 6 tot 13 mm. Voor een dikkere kabel, bijvoorbeeld een zwaardere grondkabel, kiest u M25 (ongeveer 11 tot 17 mm) of groter. Deze bereiken zijn opgaven van de fabrikant; de exacte grenzen leest u altijd op de verpakking, want de maat is een productwaarde en geen natuurwet.
| Maat | Klembereik kabel (ongeveer) | Typische toepassing |
|---|---|---|
| M16 | Ø 5 - 10 mm | Dunne kabel, signaal, kleine behuizing |
| M20 | Ø 6 - 13 mm | Standaard woninginstallatie (meest gebruikt) |
| M25 | Ø 11 - 17 mm | Dikkere kabel, grondkabel |
| M32 | Ø 15 - 21 mm | Zware voeding, bundels |
Het materiaal kiest u op de plek. Voor binnen en voor normaal gebruik is kunststof (polyamide, ook wel nylon of PA66) prima: goedkoop, sterk en roestvrij. In ruwe of industriële omgevingen wordt messing gebruikt, en op agressieve of zilte plekken roestvast staal. Voor een doorsnee woningklus is een lichtgrijze polyamide wartel met IP68 in de meeste gevallen de juiste keuze.
Een kabel door een buitenmuur voeren gebeurt in een vaste volgorde: eerst het gat boren met een lichte helling naar buiten, dan een beschermbuisje door de muur, en pas daarna de kabel erdoor met een nette afdichting aan beide kanten. De volgorde en het afschot zijn geen bijzaak; ze bepalen of het later droog blijft.
Boor het gat met een lichte helling naar buiten toe, zodat de buitenkant iets lager ligt dan de binnenkant. Regenwater dat in het gat komt, loopt dan vanzelf naar buiten weg en niet uw huis in. Controleer vóór het boren of er geen leidingen of bedrading in de muur zitten. In een gewone steenmuur werkt een klopboor; door beton heen heeft u een stevige machine en een betonboor met hardmetalen of diamantpunt nodig.
Steek vervolgens een stukje beschermbuis door het gat. Die buis beschermt de kabel tegen het metselwerk en geeft u een net kanaal om af te dichten. Aan de buitenkant maakt u het geheel dicht en, als het even kan, met een bocht of kapje dat naar beneden wijst, zodat regen er niet in kan waaien. Voedt de kabel bijvoorbeeld een buitenlamp of een buitenstopcontact, dan komt hij aan die kant netjes de behuizing in via een wartel.
Vaak is de reden voor zo'n doorvoer een grondkabel naar de schuur, de tuin of een laadpaal. Zo'n zwaardere kabel vraagt een grotere wartel en een ruimere doorvoer dan een dun snoertje. Binnen komt de kabel uiteindelijk uit bij een groep in de meterkast; buiten moet alles waterdicht en tegen beschadiging beschermd zijn. Hoe u dat waterdicht krijgt, leest u hieronder.
Een kabeldoorvoer maakt u op twee plekken waterdicht: rondom de kabel (de ruimte tussen de kabel en de doorvoer) en rondom de doorvoer zelf (de naad tussen de buis of doorvoer en de muur). Vergeet u er één, dan lekt het alsnog. Dit is precies het punt waar veel doe-het-zelf-doorvoeren de mist in gaan.
Rondom de kabel doet een wartel het werk: hij knijpt met een rubberen ring de kabel rondom aan en sluit stof en water buiten, bij goede types tot IP68. Zit er geen wartel, maar loopt de kabel los door een buisje, dan dicht u de ruimte af met een geschikte afdichtkit of met opzwellend afdichtmateriaal dat bij contact met water uitzet en zo de opening dichtdrukt. Rondom de doorvoer zelf, dus tegen het metselwerk, kit u de naad waterdicht af. Voor zwaardere eisen bestaan er kant-en-klare mechanische muurdoorvoeren: een rubberschijf die tussen twee platen wordt aangespannen en zich zo tegen de wand en de kabel klemt.
Twee dingen die vaak fout gaan. Ten eerste denken dat een rubberen tule waterdicht is; dat is hij niet. Ten tweede het afschot vergeten, waardoor water via het gat naar binnen loopt in plaats van naar buiten. Doe beide goed, dan blijft de doorvoer jarenlang droog.
Gaat een kabel door een brandscheiding, dan moet de doorvoer brandwerend worden afgedicht. Een brandscheiding is een muur of vloer die twee brandcompartimenten van elkaar scheidt, bijvoorbeeld tussen een garage of berging en de woning, of tussen twee appartementen. De scheiding is er om vuur en rook een aantal minuten tegen te houden; een onafgedicht gat maakt dat ongedaan.
Een gewoon geboord gat met een kabel erdoor is namelijk een directe doorgang voor rook en vuur. Wordt zo'n doorvoer niet brandwerend afgesloten, dan daalt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (de zogenoemde WBDBO) sterk. In de praktijk wordt geëist dat de scheiding, en dus ook elke doorvoer erin, de brand een aantal minuten tegenhoudt, afhankelijk van het gebouw.
Het afdichten zelf gebeurt met speciaal brandwerend materiaal: een manchet om de kabel, een brandwerend kussen, coating of mortel die de opening dichtzet en bij brand opzwelt. Dit is specialistisch werk. Twijfelt u of een doorvoer bij u door een brandscheiding gaat, ga er dan niet van uit dat een beetje kit volstaat; laat het beoordelen door een vakman.
Kabeldoorvoer is een verzamelnaam, en welke variant u nodig heeft, hangt af van de plek en de eisen. Klap hieronder open wat voor u van belang is.
Aan een doorvoer zelf gaat zelden iets "kapot", maar bij een slecht gemaakte doorvoer loopt het geregeld mis. Hieronder de situaties die wij het vaakst tegenkomen.
Een gat boren en een kabel losjes doorvoeren lukt een handige klusser meestal wel; de kabel veilig aansluiten, waterdicht afwerken en een brandscheiding netjes herstellen is een ander verhaal. Op de plek waar de kabel uiteindelijk in de groepenkast wordt aangesloten, zit de volle stroom, en een fout daar is niet zomaar "een lamp die het niet doet".
Er komt bovendien meer bij kijken dan het lijkt. De juiste wartelmaat, het goede afschot, een afdichting op beide plekken, de brandwerendheid van een scheiding en de beveiliging van een buitenkring met een aardlekschakelaar horen bij elkaar. Elk onderdeel apart lijkt simpel, maar samen luistert het nauw, en het valt onder de normen voor elektrische installaties.
Twijfelt u of uw doorvoer en installatie nog kloppen, of moet er een nieuwe kabel naar buiten? Dan is het slim om het te laten beoordelen voordat er iets misgaat. Wij laten dit soort werk altijd door een erkende elektricien doen, en niet door een handige klusser. Wilt u zeker weten dat alles veilig zit, dan kunt u een installatiecheck laten uitvoeren.
Veelgestelde vragen
U boort een gat met een lichte helling naar buiten, zodat regenwater naar buiten wegloopt en niet naar binnen. Controleer eerst of er geen leidingen in de muur zitten. Steek een beschermbuisje door het gat, voer de kabel erdoor en dicht het aan beide kanten af, aan de buitenkant het liefst met een bocht of kapje naar beneden. Voor een grondkabel gebruikt u een ruimere doorvoer en een grotere wartel.
Zullen we de doorvoer voor u maken? Neem contact opOp twee plekken: rondom de kabel en rondom de doorvoer. Rondom de kabel doet een wartel het werk (tot IP68); loopt de kabel los, dan dicht u af met geschikte kit of opzwellend afdichtmateriaal. Rondom de doorvoer kit u de naad tegen de muur dicht. Zorg dat het gat naar buiten afwatert. Een rubberen tule is niet waterdicht; die beschermt alleen de kabel.
Twijfelt u of het echt dicht is? Wij kijken graag meeDat hangt af van de dikte van uw kabel. Voor een gewone woninginstallatie is M20 de meest gebruikte maat, geschikt voor een kabel van ongeveer 6 tot 13 mm. Voor een dikkere kabel, zoals een zwaardere grondkabel, kiest u M25 (ongeveer 11 tot 17 mm) of groter. Kies altijd een wartel waarvan het klembereik bij uw kabel past; de opgave op de verpakking is leidend.
Niet zeker welke maat past? Stel uw vraagEen doorvoertule is een rubberen ring die de scherpe rand van een gat wegneemt en de kabel beschermt, maar water niet tegenhoudt. Een wartel doet meer: hij klemt de kabel vast (trekontlasting) én dicht af tegen stof en water, tot IP68. Voor een nette, droge en trekvaste invoer in een kast of behuizing kiest u een wartel; een kale tule volstaat alleen als afwerking binnen.
Meer weten over de onderdelen? Wij denken graag meeGaat de kabel door een brandscheiding, dan moet de doorvoer de brandwerendheid van die scheiding behouden. Een onafgedicht gat verlaagt de weerstand tegen branddoorslag sterk, en dat is niet toegestaan. Hoeveel minuten weerstand nodig is, hangt af van het gebouw. Gaat het bij u niet door een brandscheiding, dan speelt deze eis niet, maar afdichten tegen vocht blijft wel verstandig.
Benieuwd of uw installatie aan de norm voldoet? Doe de installatiecheck