Een lampfitting is de houder waarin u een lamp schroeft of steekt, en die tegelijk het elektrische contact maakt zodat de lamp gaat branden. In gewone taal is het de plek waar het peertje in gaat. De bekendste is de grote schroeffitting E27 waar een gewone lamp in draait, met daarnaast de kleinere E14 voor kaarslampjes, de steekfittingen GU10 en GU5.3 voor spotjes en de bajonetfitting B22.
Onthoud vooral dit onderscheid, want daar gaat de meeste verwarring over: de fitting is niet het lampje en ook niet de hele lamp. De lamp (of lichtbron) is het peertje dat licht geeft, het armatuur is de behuizing eromheen zoals een plafondlamp of spot, en de lampfitting is het onderdeel daartussen dat de lamp vasthoudt en van stroom voorziet. Kent u de fitting van uw lamp, dan weet u meteen welk peertje u moet kopen.
U komt de term vooral tegen bij het vervangen van een lamp of een kapotte fitting, en bij het uitzoeken van nieuwe verlichting. In Nederland draait bijna alle huisverlichting op een handvol standaardfittingen, en die zetten we hieronder allemaal op een rij.
Inhoudsopgave
- Wat is een lampfitting?
- Fitting, lamp of armatuur: wat is het verschil?
- Welke soorten lampfittingen zijn er?
- Welke lampfitting heb ik nodig?
- E27 of E14: de grote en de kleine schroeffitting
- GU10 of GU5.3: twee spotfittingen die op elkaar lijken
- Lampfittingtypes op een rij
- Hoe is een lampfitting aangesloten?
- Een lampfitting vervangen: waar let u op?
- Veelvoorkomende problemen met een lampfitting
- Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Wat is een lampfitting?
Een lampfitting is het contactpunt tussen de vaste bedrading van uw huis en de lamp. De fitting houdt de lamp op zijn plek en geleidt de stroom van de twee draden naar de twee contactpunten van de lamp. Zonder fitting zou u de draden rechtstreeks aan een peertje moeten bevestigen, en dat is onhandig én gevaarlijk.
Een fitting bestaat uit een isolerend omhulsel, meestal van kunststof, keramiek of soms metaal, met daarin de metalen contacten. Bij een schroeffitting zoals de E27 is dat een schroefdraad met een contactpunt onderin. Bij een steekfitting zoals GU10 zijn het twee gaatjes waar de pennen van de lamp in gaan. De lamp maakt telkens op twee punten contact: de ene voor de fase, de andere voor de nul.
Anders dan schakelmateriaal zoals een schakelaar of een stopcontact schakelt of beveiligt een fitting niets. Hij verbindt alleen de lamp met de installatie. Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook, maar juist bij de aansluiting en bij het kiezen van het juiste type gaat het vaak mis. Die punten lopen we hieronder een voor een langs.
Fitting, lamp of armatuur: wat is het verschil?
Het verschil in één zin: de lamp geeft licht, de fitting houdt de lamp vast en geeft stroom, en het armatuur is de hele behuizing eromheen. Deze drie woorden worden voortdurend door elkaar gehaald, ook in webshops, en dat maakt het kiezen van een nieuw peertje onnodig lastig.
- De lamp (of lichtbron) is het vervangbare deel dat licht maakt: de ledlamp, de spaarlamp, het halogeenlampje of de ouderwetse gloeilamp.
- De lampfitting is de houder waarin die lamp gaat. De fitting bepaalt welk peertje past: een E27-lamp gaat alleen in een E27-fitting.
- Het armatuur is het complete verlichtingstoestel: de plafondlamp, de spot, de wandlamp of de staande lamp, inclusief kap, ophanging en de ingebouwde fitting.
Een handige vuistregel: het armatuur koopt u één keer, de lamp vervangt u telkens als hij op is, en de fitting is de vaste maat die bepaalt welke lamp erin mag. Zoekt u een nieuw peertje, kijk dan dus niet naar het merk of de vorm van de lamp, maar naar de fitting die erin zit.
Welke soorten lampfittingen zijn er?
Er bestaan meer dan honderd fittingtypes, maar in een Nederlandse woning komt u er maar een handjevol tegen. Alle fittingen vallen in drie families, en de code op de fitting vertelt u meteen om welke het gaat.
- Schroeffittingen (de letter E): u draait de lamp erin, als een dop op een fles. De E staat voor Edison, de uitvinder van de schroefdraadfitting. Voorbeelden: E27 en E14.
- Bajonetfittingen (de letter B): u duwt de lamp in en draait een kwartslag, waarna twee pennetjes vastklikken. Voorbeeld: B22. In Nederland zeldzaam, in het Verenigd Koninkrijk juist de standaard.
- Steekfittingen (de letter G): u steekt twee pennen recht in de fitting. Voorbeelden: GU10, GU5.3, G9 en G4.
Achter de letter staat bijna altijd een getal, en dat is een echte maat in millimeters. Bij een schroeffitting is het de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm, E14 is 14 mm. Bij een steekfitting is het de afstand tussen de twee pennen: bij GU10 staan de pennen 10 mm uit elkaar, bij GU5.3 precies 5,3 mm. Zo kunt u aan de code al aflezen hoe groot de fitting is.
Welke lampfitting is dit?
Klik op een fitting en zie in één oogopslag het type, de maat, de spanning en waar u hem tegenkomt. Zo herkent u de fitting van uw eigen lamp.
Waar komen de letters E, B en G eigenlijk vandaan? (extra uitleg)
Welke lampfitting heb ik nodig?
Welke lampfitting u nodig heeft, bepaalt u aan de hand van de fitting die nu in uw armatuur of in de oude lamp zit. De lamp en de fitting moeten exact bij elkaar passen: een E27 past niet in een E14, en een GU10 niet in een GU5.3. Er zijn drie manieren om erachter te komen.
- Kijk naar de oude lamp. Op de meeste lampen staat de fittingcode gedrukt, bijvoorbeeld "E27" of "GU10", vaak vlak bij de voet. Neem de oude lamp mee naar de winkel of noteer de code.
- Meet de fitting op. Bij een schroeffitting meet u de diameter van de schroefdraad: ongeveer 27 mm is E27, ongeveer 14 mm is E14. Bij een steekfitting meet u de afstand tussen de pennen.
- Kijk naar de vorm. Een schroefdraad betekent E, twee pennetjes met een draaisluiting betekent GU10 of B22, en twee rechte dunne pennen betekent G9, G4 of GU5.3.
Twijfelt u tussen twee spotfittingen die op elkaar lijken, meet dan de pennen op én let op de spanning. Dat onderscheid tussen GU10 en GU5.3 is de meest gemaakte vergissing, en die behandelen we zo apart.
Een E14-lamp gaat niet zomaar in een E27-fitting. Wilt u toch een andere lamp gebruiken dan de fitting toelaat, dan bestaat er een fittingadapter: een tussenstukje dat u in de bestaande fitting draait en dat aan de andere kant een andere maat aanbiedt. Handig als noodoplossing, maar voor een nette installatie kiest u gewoon de juiste lamp bij de fitting.
E27 of E14: de grote en de kleine schroeffitting
Het verschil tussen E27 en E14 is de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm breed, E14 is 14 mm. E27 wordt daarom vaak de grote of dikke fitting genoemd, E14 de kleine of dunne. Dat is een handige geheugensteun, maar het getal is dus geen willekeurige maataanduiding: het is de letterlijke breedte in millimeters.
De E27 is veruit de meest gebruikte fitting in Nederlandse huizen. U vindt hem in plafondlampen, staande lampen, grotere tafellampen en veel hanglampen. De E14 is de kleinere broer en zit in kaarslampen, wandlampjes, kroonluchters, sfeerlampen en veel afzuigkappen.
Belangrijk: E27 en E14 zijn niet uitwisselbaar. De schroefdraden verschillen 13 mm in diameter, dus een E27-lamp valt niet in een E14-fitting en andersom draait hij niet vast. Beide werken op de gewone netspanning van 230 volt, dus daar hoeft u geen rekening mee te houden, alleen met de maat.
Zowel E27 als E14 zijn er in led, halogeen, spaarlamp en (vroeger) gloeilamp. Overstappen op led verandert de fitting niet: een ledlamp met E27-voet gaat gewoon in dezelfde E27-fitting als de oude gloeilamp.
GU10 of GU5.3: twee spotfittingen die op elkaar lijken
GU10 en GU5.3 lijken sprekend op elkaar, maar het grote verschil zit in de spanning: een GU10-spot werkt rechtstreeks op 230 volt, een GU5.3-spot werkt op 12 volt en heeft een transformator nodig. Verwisselt u ze, dan brandt de lamp niet of gaat hij stuk.
U herkent ze aan de pennen. De GU10 heeft twee dikkere pennen met een verdikt knopje aan het uiteinde, en u vergrendelt de lamp met een kwartslag (het draai-en-klik-systeem). De pennen staan 10 mm uit elkaar, vandaar de 10. De GU5.3 heeft twee dunnere, rechte pennetjes die u recht insteekt zonder te draaien, op 5,3 mm afstand.
De GU5.3 hoort bij de aanduiding MR16. Dat MR staat voor de reflectorvorm (Multifaceted Reflector) met een diameter van ongeveer 51 mm; het slaat dus op de vorm van de lamp, niet op de fitting. In de praktijk hoort u "MR16" en "GU5.3" vaak door elkaar voor hetzelfde 12-voltspotje.
Waarom is dit zo belangrijk? Omdat oudere inbouwspots vaak op 12 volt met GU5.3 zijn aangelegd, met een aparte transformator per spot of per groep. Vervangt u die door led, dan kan zo'n oude trafo problemen geven (knipperen of niet aangaan). Veel mensen stappen bij een verbouwing daarom over op GU10-led rechtstreeks op 230 volt. Weet dus altijd of u 230 volt of 12 volt heeft voordat u nieuwe spotjes koopt.
Lampfittingtypes op een rij
Hieronder staan de fittingen die u in en om het huis het vaakst tegenkomt, elk met zijn maat, spanning en typische toepassing. Klap open wat voor u van belang is.
E27 (grote schroeffitting)
E14 (kleine schroeffitting)
B22 (bajonetfitting)
GU10 (230V-spotfitting)
GU5.3 / MR16 (12V-spotfitting)
G9 (compacte steekfitting)
G4 (kleine 12V-steekfitting)
G23 en 2G7 (PL-fittingen)
Hoe is een lampfitting aangesloten?
Een lampfitting wordt aangesloten met twee draden: de fase en de nul. Bij een metalen armatuur komt daar de aardedraad bij. De fase (de bruine draad) en de nul (de blauwe draad) gaan elk naar een eigen contactpunt in de fitting, en ze mogen elkaar nooit raken.
Bij een schroeffitting is de juiste volgorde belangrijk voor uw veiligheid. De fase hoort op het diepe contactpunt onderin de fitting, en de nul op de schroefdraad (de buitenmantel waar de lamp in draait). De reden is simpel: draait u een lamp er half uit terwijl de stroom aanstaat, dan raakt u de schroefdraad aan. Zit de nul op die schroefdraad, dan is dat veel minder gevaarlijk dan wanneer de fase daar zou zitten.
De aansluitdraden van een fitting worden in de aansluitruimte van het armatuur of in een las- of centraaldoos verbonden met de vaste bedrading. Dat gebeurt met een verbindingsklem, bijvoorbeeld een kroonsteen of een veerklem. Net als bij een stopcontact of een schakelaar is netjes en stevig klemmen daarbij het halve werk. Zit er een aardedraad (groen-geel), dan hoort die bij een metalen armatuur altijd op het aardpunt te worden aangesloten.
De spanningsvoerende delen van een fitting horen niet aanraakbaar te zijn als de lamp erin zit en de stroom aanstaat. Daarom zit de fitting altijd in een armatuur of achter een afscherming; een kale fitting met blootliggende contacten aan een draad is niet toegestaan. Deze aanraakveiligheid is vastgelegd in de norm NEN 1010.
Een lampfitting vervangen: waar let u op?
Een kapotte lampfitting vervangt u door dezelfde fitting spanningsloos te monteren en de draden op precies dezelfde manier terug te zetten. De belangrijkste regel staat vooraan, en juist die wordt het vaakst overgeslagen.
- Maak eerst spanningsloos. Schakel in de groepenkast de installatieautomaat van de betreffende groep uit. Zet niet alleen de wandschakelaar uit, want die onderbreekt niet altijd de fase. Controleer met een spanningszoeker dat er echt geen spanning meer op staat.
- Onthoud welke draad waar zat. Maak een foto of noteer welke draad (bruin, blauw, groen-geel) op welk punt zat, voordat u iets losmaakt.
- Gebruik exact hetzelfde fittingtype. Een E27 vervangt u door een E27. Kiest u een ander type, dan verandert ook de lamp die erin past.
- Klem de draden goed vast. Een losse draad onderbreekt het contact of gaat vonken. Trek na het vastzetten voorzichtig aan elke draad om te controleren of hij vastzit.
- Zet de stroom terug en test. Schakel de groep weer in en controleer of de lamp brandt.
Zit de fitting vast in een armatuur en komt u er niet goed bij, of gaat het om een vaste aansluiting in het plafond, dan is het verstandiger om een elektricien te laten kijken. Een fitting die u niet goed kunt bereiken of losmaken, forceert u beter niet.
Veelvoorkomende problemen met een lampfitting
De meeste problemen met een lampfitting komen niet door de fitting zelf, maar door een slecht contact, een verkeerd type lamp of een losse draad. Hieronder de situaties die u het vaakst tegenkomt, met wat ze betekenen.
De lamp brandt niet of knippert
De fitting voelt warm aan of is verkleurd
De lamp zit vast of breekt af in de fitting
De spot doet het niet na het vervangen
Merkt u een van deze signalen bij een lamp die op een vaste aansluiting zit? Ga dan niet zelf in de bedrading aan de slag, maar laat de oorzaak veilig opzoeken.
Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Een lamp vervangen doet u zelf, en een losse fitting in een verplaatsbare lamp (een tafel- of staande lamp met stekker) is voor een handige klusser meestal ook te doen, mits u de stekker eruit haalt. Zodra het om de vaste installatie gaat, wordt het een ander verhaal.
Een fitting in een plafond- of wandpunt zit vast aan de vaste bedrading van uw huis. Daar hoort spanningsloos werken bij, kennis van de draadkleuren en het juist aansluiten van de aarde bij een metalen armatuur. Een fout is daar geen "lampje dat het niet doet", maar een risico op een schok, kortsluiting of in het ergste geval brand op een plek die u niet meer terugziet.
Ons advies is simpel: twijfelt u over de aansluiting, de aarde of de staat van een oude fitting, laat het dan nakijken voordat u verdergaat. Een verbinding hoort maar één keer goed gemaakt te worden.
Veelgestelde vragen
Welke lampfitting heb ik nodig?
Dat bepaalt u aan de hand van de fitting die nu in uw lamp of armatuur zit. Op de meeste lampen staat de code (zoals E27 of GU10) gedrukt bij de voet; anders meet u de fitting op. Bij een schroeffitting is de diameter leidend (27 mm is E27, 14 mm is E14), bij een steekfitting de afstand tussen de pennen. Neem bij twijfel de oude lamp mee naar de winkel, dan zit u altijd goed.
Twijfelt u welke fitting u nodig heeft? Stel uw vraagWat is het verschil tussen E27 en E14?
Het verschil is de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm (de grote, meest gebruikte fitting) en E14 is 14 mm (de kleine, voor kaars- en sfeerlampen). Beide zijn schroeffittingen op 230 volt, maar ze zijn niet uitwisselbaar: een E27-lamp past niet in een E14-fitting en andersom. Het getal is dus de letterlijke breedte in millimeters.
Meer verlichtingstermen nakijken? Bekijk onze begrippenlijstWat is het verschil tussen GU10 en GU5.3?
Ze lijken op elkaar, maar de spanning verschilt: een GU10-spot werkt op 230 volt en een GU5.3-spot op 12 volt, waarvoor een transformator nodig is. De GU10 heeft dikke pennen met een kwartslag-vergrendeling en pennen op 10 mm; de GU5.3 heeft dunne, rechte pennen op 5,3 mm. Weet altijd welke spanning uw armatuur heeft voordat u spotjes koopt.
Weet u niet of u 230 of 12 volt heeft? Wij denken graag meeKun je een E14-lamp in een E27-fitting doen?
Niet rechtstreeks, want de schroefdraden verschillen 13 mm in diameter. Wel bestaat er een fittingadapter: een tussenstukje dat u in de E27-fitting draait en dat aan de andere kant een E14-aansluiting biedt. Handig als noodoplossing, maar voor een nette en veilige installatie kiest u gewoon de lamp die bij de fitting hoort.
Vragen over een lamp of armatuur aansluiten? Neem contact opMag ik zelf een lampfitting vervangen?
Een lamp vervangen mag altijd, en een fitting in een verplaatsbare lamp met stekker mag u zelf doen als de stekker eruit is. Een fitting op een vaste aansluiting in plafond of wand is werk waarbij u spanningsloos moet werken en de aarde correct moet aansluiten; twijfelt u daarover, laat het dan aan een elektricien over. Of uw verlichting en groepenkast veilig zijn, is lastig zelf te beoordelen; met de gratis groepenkast-check weet u zwart-op-wit hoe u ervoor staat.
Benieuwd of uw verlichting en groepenkast veilig zijn? Doe de gratis groepenkast-check