Lampfitting: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 11 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een lampfitting is de houder waarin u een lamp schroeft of steekt, en die tegelijk het elektrische contact maakt zodat de lamp gaat branden. In gewone taal is het de plek waar het peertje in gaat. De bekendste is de grote schroeffitting E27 waar een gewone lamp in draait, met daarnaast de kleinere E14 voor kaarslampjes, de steekfittingen GU10 en GU5.3 voor spotjes en de bajonetfitting B22.

Onthoud vooral dit onderscheid, want daar gaat de meeste verwarring over: de fitting is niet het lampje en ook niet de hele lamp. De lamp (of lichtbron) is het peertje dat licht geeft, het armatuur is de behuizing eromheen zoals een plafondlamp of spot, en de lampfitting is het onderdeel daartussen dat de lamp vasthoudt en van stroom voorziet. Kent u de fitting van uw lamp, dan weet u meteen welk peertje u moet kopen.

U komt de term vooral tegen bij het vervangen van een lamp of een kapotte fitting, en bij het uitzoeken van nieuwe verlichting. In Nederland draait bijna alle huisverlichting op een handvol standaardfittingen, en die zetten we hieronder allemaal op een rij.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een lampfitting?
  2. Fitting, lamp of armatuur: wat is het verschil?
  3. Welke soorten lampfittingen zijn er?
  4. Welke lampfitting heb ik nodig?
  5. E27 of E14: de grote en de kleine schroeffitting
  6. GU10 of GU5.3: twee spotfittingen die op elkaar lijken
  7. Lampfittingtypes op een rij
  8. Hoe is een lampfitting aangesloten?
  9. Een lampfitting vervangen: waar let u op?
  10. Veelvoorkomende problemen met een lampfitting
  11. Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Wat is een lampfitting?

Een lampfitting is het contactpunt tussen de vaste bedrading van uw huis en de lamp. De fitting houdt de lamp op zijn plek en geleidt de stroom van de twee draden naar de twee contactpunten van de lamp. Zonder fitting zou u de draden rechtstreeks aan een peertje moeten bevestigen, en dat is onhandig én gevaarlijk.

Een fitting bestaat uit een isolerend omhulsel, meestal van kunststof, keramiek of soms metaal, met daarin de metalen contacten. Bij een schroeffitting zoals de E27 is dat een schroefdraad met een contactpunt onderin. Bij een steekfitting zoals GU10 zijn het twee gaatjes waar de pennen van de lamp in gaan. De lamp maakt telkens op twee punten contact: de ene voor de fase, de andere voor de nul.

Anders dan schakelmateriaal zoals een schakelaar of een stopcontact schakelt of beveiligt een fitting niets. Hij verbindt alleen de lamp met de installatie. Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook, maar juist bij de aansluiting en bij het kiezen van het juiste type gaat het vaak mis. Die punten lopen we hieronder een voor een langs.

Fitting, lamp of armatuur: wat is het verschil?

Het verschil in één zin: de lamp geeft licht, de fitting houdt de lamp vast en geeft stroom, en het armatuur is de hele behuizing eromheen. Deze drie woorden worden voortdurend door elkaar gehaald, ook in webshops, en dat maakt het kiezen van een nieuw peertje onnodig lastig.

  • De lamp (of lichtbron) is het vervangbare deel dat licht maakt: de ledlamp, de spaarlamp, het halogeenlampje of de ouderwetse gloeilamp.
  • De lampfitting is de houder waarin die lamp gaat. De fitting bepaalt welk peertje past: een E27-lamp gaat alleen in een E27-fitting.
  • Het armatuur is het complete verlichtingstoestel: de plafondlamp, de spot, de wandlamp of de staande lamp, inclusief kap, ophanging en de ingebouwde fitting.

Een handige vuistregel: het armatuur koopt u één keer, de lamp vervangt u telkens als hij op is, en de fitting is de vaste maat die bepaalt welke lamp erin mag. Zoekt u een nieuw peertje, kijk dan dus niet naar het merk of de vorm van de lamp, maar naar de fitting die erin zit.

Armatuur, lampfitting en lamp uit elkaar getrokken Een exploded-view van boven naar beneden: bovenaan het armatuur (een plafondlamp met kap en plafondkap), in het midden de lampfitting (de houder met schroefdraad en twee aansluitdraden, fase bruin en nul blauw), en onderaan de lamp (het peertje met schroefvoet). De drie delen zijn losse onderdelen die samen de verlichting vormen. Drie woorden die vaak door elkaar lopen: dit is het verschil Armatuur Het hele verlichtingstoestel: kap, ophanging én fitting samen. Lampfitting De houder die de lamp vasthoudt én van stroom voorziet. Lamp De lichtbron die u vervangt: het peertje (led, halogeen). Vuistregel: armatuur koopt u één keer · lamp vervangt u telkens · de fitting is de vaste maat ertussen. elektrakoning.nl
Armatuur, lampfitting en lamp uit elkaar getrokken: het armatuur is de hele lamp, de fitting houdt de lichtbron vast, en de lamp is het vervangbare peertje.

Welke soorten lampfittingen zijn er?

Er bestaan meer dan honderd fittingtypes, maar in een Nederlandse woning komt u er maar een handjevol tegen. Alle fittingen vallen in drie families, en de code op de fitting vertelt u meteen om welke het gaat.

  • Schroeffittingen (de letter E): u draait de lamp erin, als een dop op een fles. De E staat voor Edison, de uitvinder van de schroefdraadfitting. Voorbeelden: E27 en E14.
  • Bajonetfittingen (de letter B): u duwt de lamp in en draait een kwartslag, waarna twee pennetjes vastklikken. Voorbeeld: B22. In Nederland zeldzaam, in het Verenigd Koninkrijk juist de standaard.
  • Steekfittingen (de letter G): u steekt twee pennen recht in de fitting. Voorbeelden: GU10, GU5.3, G9 en G4.

Achter de letter staat bijna altijd een getal, en dat is een echte maat in millimeters. Bij een schroeffitting is het de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm, E14 is 14 mm. Bij een steekfitting is het de afstand tussen de twee pennen: bij GU10 staan de pennen 10 mm uit elkaar, bij GU5.3 precies 5,3 mm. Zo kunt u aan de code al aflezen hoe groot de fitting is.

Welke lampfitting is dit?

Klik op een fitting en zie in één oogopslag het type, de maat, de spanning en waar u hem tegenkomt. Zo herkent u de fitting van uw eigen lamp.

Elektra Koning · elektricien gids
De drie families lampfittingen: schroef, bajonet en steek Drie fittingvormen naast elkaar. Links de schroeffitting (letter E, van Edison): u draait de lamp erin, voorbeelden E27 en E14. In het midden de bajonetfitting (letter B): u duwt de lamp in en draait een kwartslag, voorbeeld B22. Rechts de steekfitting (letter G): u steekt twee pennen recht in de fitting, voorbeelden GU10, GU5.3, G9 en G4. Alle fittingen vallen in drie families, de letter verraadt welke E Schroeffitting E = Edison-schroefdraad U draait de lamp erin E27 E14 B Bajonetfitting B = bajonet (kwartslag) Induwen + kwartslag draaien B22 G Steekfitting G = steekvoet (van “glass”) Twee pennen recht insteken GU10 GU5.3 G9 De letter zegt hóe de lamp vastzit, het getal is de maat in millimeters. Educatieve weergave, niet op schaal. elektrakoning.nl
De drie families lampfittingen: schroef (E), bajonet (B) en steek (G). De letter vertelt hoe de lamp vastzit, het getal is de maat in millimeters.
Waar komen de letters E, B en G eigenlijk vandaan? (extra uitleg)
De E komt van Edison. Thomas Edison bedacht rond 1900 de schroefdraadfitting die we nog altijd gebruiken, en zijn beginletter bleef eraan hangen. Het getal erachter (27, 14) is de diameter van de schroefdraad in millimeters. De B komt van bajonet, genoemd naar de steekvergrendeling van een bajonet op een geweer: erin duwen en een kwartslag draaien. De G verwijst van oorsprong naar het glas waarmee deze steekfittingen vroeger werden gemaakt; het getal erachter is de afstand tussen de pennen in millimeters. Bij de "GU"-types staat de U voor een uitvoering met vergrendeling. Kort gezegd: de letter vertelt hoe de lamp vastzit, het getal vertelt hoe groot hij is.

Welke lampfitting heb ik nodig?

Welke lampfitting u nodig heeft, bepaalt u aan de hand van de fitting die nu in uw armatuur of in de oude lamp zit. De lamp en de fitting moeten exact bij elkaar passen: een E27 past niet in een E14, en een GU10 niet in een GU5.3. Er zijn drie manieren om erachter te komen.

  1. Kijk naar de oude lamp. Op de meeste lampen staat de fittingcode gedrukt, bijvoorbeeld "E27" of "GU10", vaak vlak bij de voet. Neem de oude lamp mee naar de winkel of noteer de code.
  2. Meet de fitting op. Bij een schroeffitting meet u de diameter van de schroefdraad: ongeveer 27 mm is E27, ongeveer 14 mm is E14. Bij een steekfitting meet u de afstand tussen de pennen.
  3. Kijk naar de vorm. Een schroefdraad betekent E, twee pennetjes met een draaisluiting betekent GU10 of B22, en twee rechte dunne pennen betekent G9, G4 of GU5.3.

Twijfelt u tussen twee spotfittingen die op elkaar lijken, meet dan de pennen op én let op de spanning. Dat onderscheid tussen GU10 en GU5.3 is de meest gemaakte vergissing, en die behandelen we zo apart.

Een E14-lamp gaat niet zomaar in een E27-fitting. Wilt u toch een andere lamp gebruiken dan de fitting toelaat, dan bestaat er een fittingadapter: een tussenstukje dat u in de bestaande fitting draait en dat aan de andere kant een andere maat aanbiedt. Handig als noodoplossing, maar voor een nette installatie kiest u gewoon de juiste lamp bij de fitting.

E27 of E14: de grote en de kleine schroeffitting

Het verschil tussen E27 en E14 is de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm breed, E14 is 14 mm. E27 wordt daarom vaak de grote of dikke fitting genoemd, E14 de kleine of dunne. Dat is een handige geheugensteun, maar het getal is dus geen willekeurige maataanduiding: het is de letterlijke breedte in millimeters.

De E27 is veruit de meest gebruikte fitting in Nederlandse huizen. U vindt hem in plafondlampen, staande lampen, grotere tafellampen en veel hanglampen. De E14 is de kleinere broer en zit in kaarslampen, wandlampjes, kroonluchters, sfeerlampen en veel afzuigkappen.

Belangrijk: E27 en E14 zijn niet uitwisselbaar. De schroefdraden verschillen 13 mm in diameter, dus een E27-lamp valt niet in een E14-fitting en andersom draait hij niet vast. Beide werken op de gewone netspanning van 230 volt, dus daar hoeft u geen rekening mee te houden, alleen met de maat.

Zowel E27 als E14 zijn er in led, halogeen, spaarlamp en (vroeger) gloeilamp. Overstappen op led verandert de fitting niet: een ledlamp met E27-voet gaat gewoon in dezelfde E27-fitting als de oude gloeilamp.

E27 versus E14: de grote en de kleine schroeffitting Twee schroeffittingen naast elkaar, op schaal. Links de E27 met een schroefdraad van 27 millimeter (de grote, meest gebruikte fitting), rechts de E14 met een schroefdraad van 14 millimeter (de kleine, voor kaars- en sfeerlampen). Beide werken op 230 volt maar zijn niet uitwisselbaar: het getal is de diameter in millimeters. Zelfde soort fitting, ander formaat. Het getal is de diameter in mm (op schaal) 27 mm E27 Grote schroeffitting · 230 V plafond-, hang- en staande lampen vs 14 mm E14 Kleine schroeffitting · 230 V kaars-, wand- en sfeerlampen Niet uitwisselbaar: de schroefdraden verschillen 13 mm en passen niet in elkaar. elektrakoning.nl
E27 (27 mm) en E14 (14 mm) op schaal: dezelfde soort schroeffitting in twee maten, niet uitwisselbaar. Het getal is de diameter in millimeters.

GU10 of GU5.3: twee spotfittingen die op elkaar lijken

GU10 en GU5.3 lijken sprekend op elkaar, maar het grote verschil zit in de spanning: een GU10-spot werkt rechtstreeks op 230 volt, een GU5.3-spot werkt op 12 volt en heeft een transformator nodig. Verwisselt u ze, dan brandt de lamp niet of gaat hij stuk.

U herkent ze aan de pennen. De GU10 heeft twee dikkere pennen met een verdikt knopje aan het uiteinde, en u vergrendelt de lamp met een kwartslag (het draai-en-klik-systeem). De pennen staan 10 mm uit elkaar, vandaar de 10. De GU5.3 heeft twee dunnere, rechte pennetjes die u recht insteekt zonder te draaien, op 5,3 mm afstand.

De GU5.3 hoort bij de aanduiding MR16. Dat MR staat voor de reflectorvorm (Multifaceted Reflector) met een diameter van ongeveer 51 mm; het slaat dus op de vorm van de lamp, niet op de fitting. In de praktijk hoort u "MR16" en "GU5.3" vaak door elkaar voor hetzelfde 12-voltspotje.

Waarom is dit zo belangrijk? Omdat oudere inbouwspots vaak op 12 volt met GU5.3 zijn aangelegd, met een aparte transformator per spot of per groep. Vervangt u die door led, dan kan zo'n oude trafo problemen geven (knipperen of niet aangaan). Veel mensen stappen bij een verbouwing daarom over op GU10-led rechtstreeks op 230 volt. Weet dus altijd of u 230 volt of 12 volt heeft voordat u nieuwe spotjes koopt.

GU10 versus GU5.3: twee spotfittingen die op elkaar lijken Twee spotfittingen naast elkaar. Links de GU10 met twee dikke pennen met een verdikt knopje aan het uiteinde, pennen 10 millimeter uit elkaar, werkt rechtstreeks op 230 volt zonder transformator. Rechts de GU5.3 (lampvorm MR16) met twee dunne, rechte pennen, 5,3 millimeter uit elkaar, werkt op 12 volt en heeft een transformator nodig. Ze verwisselen betekent dat de lamp niet brandt of stukgaat. Ze lijken sprekend op elkaar, het verschil zit in de spanning 10 mm dikke pennen + knopje (kwartslag) GU10 230 V Rechtstreeks op netspanning Geen transformator nodig vs 5,3 mm dunne rechte pennen lampvorm: MR16 GU5.3 12 V Lage spanning Transformator nodig Verwisselen = lamp brandt niet of gaat stuk. Weet altijd of u 230 V of 12 V heeft. elektrakoning.nl
GU10 (230 volt, dikke pennen met knopje) tegenover GU5.3 (12 volt, dunne rechte pennen). Het verschil zit vooral in de spanning: verwisselen betekent dat de lamp niet brandt of stukgaat.

Lampfittingtypes op een rij

Hieronder staan de fittingen die u in en om het huis het vaakst tegenkomt, elk met zijn maat, spanning en typische toepassing. Klap open wat voor u van belang is.

E27 (grote schroeffitting)
De E27 is de standaard schroeffitting met een schroefdraad van 27 mm, werkend op 230 volt. Dit is de meest gebruikte fitting in Nederlandse huizen: plafondlampen, staande lampen, grotere tafel- en hanglampen. U draait de lamp erin met een paar slagen. Beschikbaar in led, halogeen, spaarlamp en vroeger de gloeilamp.
E14 (kleine schroeffitting)
De E14 is de kleinere schroeffitting, met een schroefdraad van 14 mm en eveneens 230 volt. U vindt hem in kaarslampen, wandlampjes, kroonluchters, sfeerlampen en veel afzuigkappen. Hij werkt precies als de E27, alleen is de draad smaller, dus de twee zijn niet uitwisselbaar zonder adapter.
B22 (bajonetfitting)
De B22 is een bajonetfitting van 22 mm: u duwt de lamp in en draait een kwartslag, waarna twee pennetjes vastklikken. In Nederland is deze fitting zeldzaam en vooral in oudere of geïmporteerde armaturen te vinden; in landen als het Verenigd Koninkrijk is het juist de standaard. Werkt op 230 volt.
GU10 (230V-spotfitting)
De GU10 is de meest voorkomende spotfitting, rechtstreeks op 230 volt. Twee dikke pennen met een verdikt uiteinde, die u met een kwartslag vergrendelt (draai-en-klik). De pennen staan 10 mm uit elkaar. Veel gebruikt in inbouwspots en opbouwspots, bijvoorbeeld in de keuken of badkamer. Omdat er geen trafo nodig is, de meest gekozen spot bij nieuwbouw en verbouwing.
GU5.3 / MR16 (12V-spotfitting)
De GU5.3 is een steekfitting met twee dunne, rechte pennen op 5,3 mm afstand, en werkt op 12 volt. Daarvoor is een transformator nodig. De bijbehorende lampvorm heet MR16 (een reflector van ongeveer 51 mm). U komt deze veel tegen in oudere inbouwspots. Let op: door de lage spanning is dit géén vervanger voor een GU10 zonder de juiste trafo.
G9 (compacte steekfitting)
De G9 is een kleine steekfitting met twee lusvormige pennetjes op 9 mm afstand, en werkt op 230 volt. U vindt hem in compacte design- en sfeerlampen, kleine spots en sommige keukenkapjes. Klein en fel, oorspronkelijk vaak halogeen, nu volop verkrijgbaar in led.
G4 (kleine 12V-steekfitting)
De G4 is een heel klein steekfittinkje met twee rechte pennen op 4 mm afstand, werkend op 12 volt (met transformator). U vindt hem in meubelverlichting, keukenkastjes, leeslampjes en accentverlichting. Door zijn kleine formaat handig op krappe plekken, maar altijd in combinatie met de juiste trafo.
G23 en 2G7 (PL-fittingen)
G23 en 2G7 zijn steekfittingen voor de smalle spaarlampstaafjes (PL-lampen) die u vroeger veel zag in badkamerarmaturen, plafonnières en buitenlampen. Ze hebben een bredere voet met een ingebouwde starter. Tegenwoordig worden ze steeds vaker vervangen door led-alternatieven of complete led-armaturen.

Hoe is een lampfitting aangesloten?

Een lampfitting wordt aangesloten met twee draden: de fase en de nul. Bij een metalen armatuur komt daar de aardedraad bij. De fase (de bruine draad) en de nul (de blauwe draad) gaan elk naar een eigen contactpunt in de fitting, en ze mogen elkaar nooit raken.

Bij een schroeffitting is de juiste volgorde belangrijk voor uw veiligheid. De fase hoort op het diepe contactpunt onderin de fitting, en de nul op de schroefdraad (de buitenmantel waar de lamp in draait). De reden is simpel: draait u een lamp er half uit terwijl de stroom aanstaat, dan raakt u de schroefdraad aan. Zit de nul op die schroefdraad, dan is dat veel minder gevaarlijk dan wanneer de fase daar zou zitten.

De aansluitdraden van een fitting worden in de aansluitruimte van het armatuur of in een las- of centraaldoos verbonden met de vaste bedrading. Dat gebeurt met een verbindingsklem, bijvoorbeeld een kroonsteen of een veerklem. Net als bij een stopcontact of een schakelaar is netjes en stevig klemmen daarbij het halve werk. Zit er een aardedraad (groen-geel), dan hoort die bij een metalen armatuur altijd op het aardpunt te worden aangesloten.

De spanningsvoerende delen van een fitting horen niet aanraakbaar te zijn als de lamp erin zit en de stroom aanstaat. Daarom zit de fitting altijd in een armatuur of achter een afscherming; een kale fitting met blootliggende contacten aan een draad is niet toegestaan. Deze aanraakveiligheid is vastgelegd in de norm NEN 1010.

Doorsnede van een E27-fitting: fase, nul en aarde correct aangesloten Technische doorsnede van een schroeffitting in een metalen armatuur met een ingedraaide lamp. De nul (blauwe draad) zit op de schroefdraad, de fase (bruine draad) zit op het diepe middencontact onderin, en de aarde (geel-groene draad) is aangesloten op het metalen armatuur. Fase en nul komen elk op een eigen contact, nooit samen. Zo legt een half uitgedraaide lamp geen spanningvoerende schroefdraad bloot, want daar zit de nul. Doorsnede E27: elke draad op zijn eigen contact, nooit fase en nul samen naar de vaste bedrading (via kroonsteen of veerklem) Aarde (geel-groen) op het metalen armatuur, alleen als de behuizing metaal is. Nul (blauw) op de schroefdraad, de mantel waar de lamp in draait. Fase (bruin) op het diepe middencontact onderin de fitting. Waarom deze volgorde? Draait u de lamp half uit terwijl de stroom aanstaat, dan raakt u de schroefdraad. Daar zit de nul, niet de fase. Dat scheelt in veiligheid. Educatieve doorsnede, niet op schaal. Werk aan een vaste aansluiting: eerst spanningsloos maken. elektrakoning.nl
Doorsnede van een E27-fitting: de nul op de schroefdraad, de fase op het diepe middencontact, de aarde op het metalen armatuur. Elke draad op zijn eigen contact, nooit fase en nul samen.

Een lampfitting vervangen: waar let u op?

Een kapotte lampfitting vervangt u door dezelfde fitting spanningsloos te monteren en de draden op precies dezelfde manier terug te zetten. De belangrijkste regel staat vooraan, en juist die wordt het vaakst overgeslagen.

  1. Maak eerst spanningsloos. Schakel in de groepenkast de installatieautomaat van de betreffende groep uit. Zet niet alleen de wandschakelaar uit, want die onderbreekt niet altijd de fase. Controleer met een spanningszoeker dat er echt geen spanning meer op staat.
  2. Onthoud welke draad waar zat. Maak een foto of noteer welke draad (bruin, blauw, groen-geel) op welk punt zat, voordat u iets losmaakt.
  3. Gebruik exact hetzelfde fittingtype. Een E27 vervangt u door een E27. Kiest u een ander type, dan verandert ook de lamp die erin past.
  4. Klem de draden goed vast. Een losse draad onderbreekt het contact of gaat vonken. Trek na het vastzetten voorzichtig aan elke draad om te controleren of hij vastzit.
  5. Zet de stroom terug en test. Schakel de groep weer in en controleer of de lamp brandt.

Zit de fitting vast in een armatuur en komt u er niet goed bij, of gaat het om een vaste aansluiting in het plafond, dan is het verstandiger om een elektricien te laten kijken. Een fitting die u niet goed kunt bereiken of losmaken, forceert u beter niet.

Veelvoorkomende problemen met een lampfitting

De meeste problemen met een lampfitting komen niet door de fitting zelf, maar door een slecht contact, een verkeerd type lamp of een losse draad. Hieronder de situaties die u het vaakst tegenkomt, met wat ze betekenen.

De lamp brandt niet of knippert
Vaak is er een slecht contact: de lamp zit niet goed vast, of de contactveren in de fitting zijn verslapt. Bij een spot kan het ook een verkeerde spanning zijn, bijvoorbeeld een GU5.3-lamp van 12 volt op een GU10-fitting van 230 volt. Controleer eerst of de lamp goed vastzit en of het juiste type erin zit. Blijft het knipperen, dan kan de fitting of een oude transformator versleten zijn.
De fitting voelt warm aan of is verkleurd
Enige warmte bij een brandende lamp is normaal, maar een fitting die duidelijk heet wordt of verkleurt, is een waarschuwing. Meestal zit er een losse draad of een slecht contact, of is er een te zwaar lampvermogen gebruikt voor die fitting. Warmte op een verbinding kan op den duur schade of brand geven. Laat dit met voorrang nakijken en gebruik de lamp voorlopig niet.
De lamp zit vast of breekt af in de fitting
Een lamp die vastzit of afbreekt, komt voor bij oude of oververhitte fittingen. Maak eerst de groep spanningsloos voordat u iets probeert; een afgebroken lamp legt de blanke contacten bloot. Lukt het niet om de rest er veilig uit te krijgen, forceer dan niet, want u kunt de fitting beschadigen of uzelf verwonden.
De spot doet het niet na het vervangen
Bij spotjes is de oorzaak vaak een verwisseling van GU10 (230 volt) en GU5.3 (12 volt), of een oude transformator die niet met led overweg kan. Controleer welke fitting en welke spanning uw armatuur heeft. Klopt het type, dan kan de trafo of de fitting toe zijn aan vervanging.

Merkt u een van deze signalen bij een lamp die op een vaste aansluiting zit? Ga dan niet zelf in de bedrading aan de slag, maar laat de oorzaak veilig opzoeken.

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Een lamp vervangen doet u zelf, en een losse fitting in een verplaatsbare lamp (een tafel- of staande lamp met stekker) is voor een handige klusser meestal ook te doen, mits u de stekker eruit haalt. Zodra het om de vaste installatie gaat, wordt het een ander verhaal.

Een fitting in een plafond- of wandpunt zit vast aan de vaste bedrading van uw huis. Daar hoort spanningsloos werken bij, kennis van de draadkleuren en het juist aansluiten van de aarde bij een metalen armatuur. Een fout is daar geen "lampje dat het niet doet", maar een risico op een schok, kortsluiting of in het ergste geval brand op een plek die u niet meer terugziet.

Ons advies is simpel: twijfelt u over de aansluiting, de aarde of de staat van een oude fitting, laat het dan nakijken voordat u verdergaat. Een verbinding hoort maar één keer goed gemaakt te worden.

Veelgestelde vragen

Welke lampfitting heb ik nodig?

Dat bepaalt u aan de hand van de fitting die nu in uw lamp of armatuur zit. Op de meeste lampen staat de code (zoals E27 of GU10) gedrukt bij de voet; anders meet u de fitting op. Bij een schroeffitting is de diameter leidend (27 mm is E27, 14 mm is E14), bij een steekfitting de afstand tussen de pennen. Neem bij twijfel de oude lamp mee naar de winkel, dan zit u altijd goed.

Twijfelt u welke fitting u nodig heeft? Stel uw vraag
Wat is het verschil tussen E27 en E14?

Het verschil is de diameter van de schroefdraad: E27 is 27 mm (de grote, meest gebruikte fitting) en E14 is 14 mm (de kleine, voor kaars- en sfeerlampen). Beide zijn schroeffittingen op 230 volt, maar ze zijn niet uitwisselbaar: een E27-lamp past niet in een E14-fitting en andersom. Het getal is dus de letterlijke breedte in millimeters.

Meer verlichtingstermen nakijken? Bekijk onze begrippenlijst
Wat is het verschil tussen GU10 en GU5.3?

Ze lijken op elkaar, maar de spanning verschilt: een GU10-spot werkt op 230 volt en een GU5.3-spot op 12 volt, waarvoor een transformator nodig is. De GU10 heeft dikke pennen met een kwartslag-vergrendeling en pennen op 10 mm; de GU5.3 heeft dunne, rechte pennen op 5,3 mm. Weet altijd welke spanning uw armatuur heeft voordat u spotjes koopt.

Weet u niet of u 230 of 12 volt heeft? Wij denken graag mee
Kun je een E14-lamp in een E27-fitting doen?

Niet rechtstreeks, want de schroefdraden verschillen 13 mm in diameter. Wel bestaat er een fittingadapter: een tussenstukje dat u in de E27-fitting draait en dat aan de andere kant een E14-aansluiting biedt. Handig als noodoplossing, maar voor een nette en veilige installatie kiest u gewoon de lamp die bij de fitting hoort.

Vragen over een lamp of armatuur aansluiten? Neem contact op
Mag ik zelf een lampfitting vervangen?

Een lamp vervangen mag altijd, en een fitting in een verplaatsbare lamp met stekker mag u zelf doen als de stekker eruit is. Een fitting op een vaste aansluiting in plafond of wand is werk waarbij u spanningsloos moet werken en de aarde correct moet aansluiten; twijfelt u daarover, laat het dan aan een elektricien over. Of uw verlichting en groepenkast veilig zijn, is lastig zelf te beoordelen; met de gratis groepenkast-check weet u zwart-op-wit hoe u ervoor staat.

Benieuwd of uw verlichting en groepenkast veilig zijn? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u over een lampfitting of de aansluiting van uw verlichting?

Heb je een vraag?