Een lasdop is een kegelvormige kunststof kap die u op de samengedraaide einden van twee of meer elektriciteitsdraden draait om ze met elkaar te verbinden. Binnenin zit een metalen veer met scherpe groeven. Draait u de dop met de klok mee vast, dan snijdt die veer zich in het koper en trekt hij de aders naar elkaar toe, zodat ze contact maken. In één handeling zit de verbinding zowel vast als geïsoleerd. In de volksmond heet dit dopje een draaddop; in het Engels een wire nut of wire connector.
Onthoud vooral dit, want het is de rode draad van dit artikel: een lasdop is zo goed als de twist eronder. Draait u de draden niet strak genoeg samen, of werkt u de verbinding los weg in de muur, dan ontstaat juist daar een sluimerend probleem. In een Nederlandse meterkast komt u de lasdop trouwens maar zelden tegen. Hier is de schroefklem (de kroonsteen) de klassieker en de veerklem (de Wago) de moderne standaard. De lasdop is vooral groot geworden in de Verenigde Staten, waar vrijwel elke elektricien zo'n dopje op de draden draait. In dit artikel leest u wat een lasdop precies is, hoe u hem goed gebruikt, en wanneer een andere klem een betere keuze is.
Inhoudsopgave
- Wat is een lasdop?
- Hoe werkt een lasdop?
- Hoe gebruikt u een lasdop?
- Lasdop, kroonsteen of Wago: welke verbinding kiest u?
- Massief of soepel draad: let hierop
- Waar mag een lasdop (niet) zitten?
- Varianten en maten van de lasdop
- Veelvoorkomende problemen met een lasdop
- Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Wat is een lasdop?
Een lasdop is een verbindingsdop: een harde kunststof kap met binnenin een metalen veer, waarmee u de blanke einden van meerdere draden aan elkaar verbindt. U draait de draden eerst samen tot één bundel, en draait daar vervolgens de dop overheen. De veer grijpt in het koper en houdt de aders bij elkaar. Het woord "lassen" slaat hier niet op vlamlassen, maar is de vaktaal voor het maken van een draadverbinding.
U kent hem misschien vooral van Amerikaanse films en klusprogramma's: het kleine, felgekleurde dopje dat op een bosje draden wordt gedraaid. In het Engels heet dat een wire nut. In Nederland komt u hem veel minder tegen dan de kroonsteen of de Wago, maar hij bestaat wel degelijk en wordt nog verkocht.
Waarom heet een lasdop in het Engels een "wire nut"? (extra uitleg)
Wat een lasdop níet is, is een beveiliging of een schakelaar. Hij meet niets, schakelt niets en beschermt nergens tegen. Hij doet één ding: draden bij elkaar houden en de stroom doorgeven. Let ook op de naam in webshops. Sommige verkopers noemen een moderne insteek-veerklem ook "lasdop", terwijl dat eigenlijk een lasklem (Wago-type) is. In dit artikel gaat het om de échte draaddop: de kegelvormige kap die u op getwiste draden draait. Waar u een schakelaar of stopcontact aansluit, ziet u het onderscheid tussen die klemtypes vanzelf terug in de las- of centraaldoos.
Hoe werkt een lasdop?
De kern van een lasdop is een spiraalvormige metalen veer met scherpe groeven, die vastzit in een harde kunststof kegelkap. Draait u de dop met de klok mee op de samengedraaide draadeinden, dan snijdt die veer een fijne draadgang in het koper. Daardoor gebeuren er twee dingen tegelijk: de aders worden naar elkaar toe getrokken zodat ze goed contact maken, en de veer houdt de bundel onder spanning zodat de verbinding niet zomaar loslaat.
De kunststof kap doet het tweede deel van het werk. Die omsluit het blanke koper volledig, zodat de verbinding meteen geïsoleerd is en u niets meer hoeft af te tapen. Dat is een verschil met een losse kroonsteen, waar het blokje zelf de isolatie vormt maar het koper aan de insteekkant zichtbaar kan blijven.
Aanklikbaar diagram
Zo is een lasdop van binnen opgebouwd
Doorsnede van een lasdop op twee samengedraaide draden. Klik of tik op een onderdeel voor de functie.
Kies een onderdeel
Klik of tik op de kegelkap, de metalen veer of de getwiste koperaders in de tekening, of gebruik de knoppen hierboven.
Altijd kleur op kleur: bruin op bruin, blauw op blauw, geel-groen op geel-groen, elk in een eigen dop. Een fase en een nul samen onder een lasdop maken kortsluiting, dat mag nooit.
Belangrijk om te weten: in één lasdop hoort maar één soort draad. U verbindt bruin aan bruin (de fase), blauw aan blauw (de nul) en groen-geel aan groen-geel (de aarde), elk in een eigen dop. Een fasedraad en een nuldraad samen onder één dop maken kortsluiting, en dat mag dus nooit. Omdat elke draadkleur een eigen functie heeft, is de regel simpel: altijd kleur op kleur.
Hoe gebruikt u een lasdop?
Een lasdop aansluiten valt of staat bij het strak samendraaien van de draden. De dop maakt geen goede verbinding op losse, naast elkaar liggende aders; hij bouwt voort op een nette twist die u er zelf al in heeft gedraaid. De volgorde is daarom belangrijker dan hij lijkt.
- Maak eerst spanningsloos. Schakel in de groepenkast de installatieautomaat van de betreffende groep uit, en controleer met een spanningszoeker dat er echt geen spanning meer op staat. Dit is geen formaliteit, dit is de stap die u beschermt.
- Strip de aders. Maak van elke draad genoeg koper vrij om te kunnen draaien. Fabrikanten adviseren doorgaans zo'n 15 tot 20 mm, met wat extra lengte om te twisten die u straks weer terugknipt.
- Leg de aders gelijk. Houd de blanke koperkernen netjes naast elkaar, met de uiteinden op gelijke hoogte. Zo pakt de veer straks alle draden even goed.
- Draai de bundel strak rechtsom. Draai de aders met een combinatietang zo strak mogelijk met de klok mee in elkaar. Deze twist maakt het eigenlijke contact; de dop houdt hem alleen vast en isoleert.
- Knip terug en draai de dop erop. Knip de getwiste bundel terug tot ongeveer 10 tot 12 mm, zodat er straks geen blank koper onder de dop uitsteekt. Draai daarna de lasdop met de klok mee vast tot de veer de isolatie van de aders raakt.
- Controleer met een lichte trek. Trek voorzichtig aan elke draad. Zit alles vast, dan is de verbinding goed. Beweegt er nog iets, draai dan niet eindeloos bij, maar maak de las opnieuw.
Let op één veelgemaakte fout: draai de bundel ná het afknippen niet nog een keer los en weer vast. Doet u dat wel, dan verliest de twist zijn grip en kan de hele verbinding loskomen.
Lasdop, kroonsteen of Wago: welke verbinding kiest u?
Dit is de vraag die veel mensen stellen voordat ze beginnen. Het korte antwoord: alle drie verbinden draden, maar ze doen het op een andere manier. Een lasdop klemt met een getwiste bundel onder een veerkap, een kroonsteen klemt met een schroef, en een Wago (of andere lasklem) klemt met een veer of hendel. Dat verschil in klemprincipe bepaalt bijna alle voor- en nadelen.
| Kenmerk | Lasdop (draai/twist) | Kroonsteen (schroef) | Wago / veerklem |
|---|---|---|---|
| Klemprincipe | Getwiste bundel onder een veerkap | Schroef drukt de ader vast | Veer of hendel klemt de ader |
| Massieve draad | Prima, mits strak getwist | Prima | Prima |
| Soepele draad | Aparte variant nodig | Rafelt, adereindhuls nodig | Wago 221/222 klemt hem direct |
| Snelheid | Bewerkelijk (twisten + draaien) | Schroeven aandraaien | Klik of hendel, het snelst |
| Foutgevoeligheid | Hoger (twist bepaalt alles) | Aandraaien kan te los of te vast | Vaste veerdruk, vergeeft meer |
| In Nederland | Weinig gebruikt | Klassiek, nog volop | De moderne standaard |
Betekent dit dat een lasdop verouderd of zelfs verboden is? Nee, dat wordt online weleens te stellig gezegd. Een lasdop is niet verboden, en een correct getwiste, niet te zwaar belaste verbinding in een goede doos is prima. Sterker nog, een goed gemaakte draaddop zit juist stevig, ook op plekken met trillingen zoals bij machines. Maar hij is bewerkelijker en foutgevoeliger dan een veerklem, en dat is precies waarom elektriciens in Nederland tegenwoordig meestal een Wago pakken.
Massief of soepel draad: let hierop
Een standaard lasdop is gemaakt voor massief draad: de dikke, enkele koperkern van vaste installatiebedrading. Steekt u er soepel (fijndradig) draad in, het slag draad dat uit veel dunne koperdraadjes bestaat, dan gaat het vaak mis. De interne veer knijpt de losse draadjes uit elkaar, waardoor er koper langs de rand wegloopt en de draad kan losschieten.
Wilt u toch soepel draad verbinden, dan zijn er twee nette oplossingen. U kiest een lasdop die speciaal voor soepel draad is gemaakt, of u gebruikt een veerklem zoals de Wago 221 of 222, die soepele draad wel direct vasthoudt. Een derde optie is een adereindhuls om de losse draadjes bij elkaar te persen voordat u verbindt.
De reden dat dit ertoe doet, is niet cosmetisch. Rafelt een soepele draad uit, dan maakt nog maar een deel van het koper contact. Door dat dunnere contactvlak loopt dezelfde stroom door minder koper, en juist daar loopt de temperatuur op. Een warme verbinding is altijd een signaal dat er iets niet klopt. Kies daarom bewust een klem die bij uw draadtype past.
Waar mag een lasdop (niet) zitten?
Een lasdop mag u niet zomaar los in de muur wegwerken of dichtsmeren onder het stucwerk. Een elektrische verbinding moet namelijk toegankelijk blijven, zodat hij later te controleren en te onderhouden is. Dat staat in de norm NEN 1010.
Dit is geen bureaucratische regel, maar logisch. Een verbinding is het zwakste punt in een installatie. Zit een las ooit iets losser, dan wordt hij warm. Zit die verbinding weggewerkt achter pleisterwerk, dan ziet niemand het aankomen en kan het op den duur schade of zelfs brand geven. Zit hij in een bereikbare doos met een deksel, dan is hij op elk moment na te kijken.
De juiste plek voor een lasdop is daarom een las-, centraal- of verbindingsdoos met een deksel, of de aansluitruimte van een armatuur. Een misverstand dat u online weleens tegenkomt, is dat de kunststof kap van de dop op zichzelf al genoeg bescherming zou zijn om de verbinding kaal in de wand te leggen. Dat klopt niet. De dop isoleert de las, maar vervangt geen deugdelijke doos. De doos zelf mag u wél in de muur wegwerken, mits het deksel bereikbaar blijft. Zo blijft de verbinding toegankelijk terwijl de draden netjes en aanraakveilig zijn omsloten.
Varianten en maten van de lasdop
Een lasdop bestaat in verschillende maten, kleuren en uitvoeringen. Welke u nodig heeft, hangt af van de draaddikte en van het aantal aders dat u verbindt. Klap hieronder open wat voor u van belang is.
Lasdop voor 1,0 tot 2,5 mm²
Grotere lasdop tot ongeveer 12,5 mm²
Kleurcodering van lasdoppen
Hoeveel draden mogen er in een lasdop?
Lasdop voor soepel draad
De Amerikaanse wire nut
Veelvoorkomende problemen met een lasdop
De meeste problemen met een lasdop komen niet door de dop zelf, maar door hoe de draden erin zitten. Hieronder de situaties die u het vaakst tegenkomt, met wat ze betekenen.
De lasdop voelt warm aan of is verkleurd
De lasdop laat los of de draad komt eruit
Soepele draad rafelt onder de lasdop
De verbinding vonkt of maakt een tikkend geluid
Merkt u een van deze signalen bij een verbinding die weggewerkt zit? Dan is dat een extra reden om hem toegankelijk te maken. Een verbinding die u niet kunt zien, kunt u ook niet controleren.
Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Een lamp aansluiten met een lasdop in een bestaande centraaldoos is voor een handige klusser goed te doen, mits u de groep eerst spanningsloos maakt en met een spanningszoeker controleert. Zolang u binnen dat ene lichtpunt blijft en de verbinding in een bereikbare doos zit, is het overzichtelijk werk.
Anders wordt het zodra u in de groepenkast aan de slag moet, een nieuwe groep aanlegt of een verbinding maakt die zwaarder wordt belast. Daar is een fout geen "lampje dat het niet doet", maar een risico op een warme verbinding, kortsluiting of brand, soms op een plek die u niet meer terugziet. Dat is werk voor een erkende elektricien.
Ons advies is simpel: twijfelt u of een verbinding goed en veilig is, of zit hij op een lastige plek, laat het dan nakijken voordat u verdergaat. Een verbinding hoort maar één keer goed gemaakt te worden.
Veelgestelde vragen
Wat is een lasdop?
Een lasdop is een kegelvormige kunststof kap met een metalen veer erin, waarmee u meerdere elektriciteitsdraden verbindt. U draait de draadeinden eerst strak samen en draait daar de dop met de klok mee overheen. De veer snijdt in het koper en houdt de aders vast, terwijl de kap de verbinding meteen isoleert. In de volksmond heet hij een draaddop, in het Engels een wire nut.
Meer termen uit de meterkast? Bekijk de begrippenlijstHoeveel draden mogen er in een lasdop?
Maximaal vijf. Bij zes of meer aders springen de binnenste draden naar het midden, waar ze de groeven van de veer niet raken en er makkelijk uit kunnen schieten. Moet u meer draden verbinden, dan is een parallellas (splitlas) de juiste oplossing, of u verdeelt de verbinding over meerdere doppen. Kies altijd een dop waarvan het bereik past bij de draaddikte.
Twijfelt u over een verbinding met veel draden? Stel uw vraagWat is beter, een lasdop, kroonsteen of Wago?
Voor de meeste klussen in Nederland is een veerklem zoals een Wago het handigst en het meest foutbestendig. Hij klemt met een vaste veerdruk, houdt ook soepele draad vast en is snel gemaakt. Een kroonsteen is de goedkope klassieker met een schroef. Een lasdop werkt met een getwiste bundel onder een veerkap: goed gemaakt zit hij stevig, maar hij is bewerkelijker en foutgevoeliger, en u ziet hem hier daarom weinig.
Niet zeker welke klem past? Wij denken graag met u meeKun je soepele (flexibele) draad in een lasdop gebruiken?
Niet in een gewone lasdop. Fijndradige draad rafelt uit onder de veer, waardoor niet al het koper contact maakt en de draad kan losschieten. Gebruik een adereindhuls om de draadjes bij elkaar te houden, kies een lasdop die speciaal voor soepel draad is bedoeld, of neem een veerklem zoals de Wago 221 of 222.
Vragen over een snoer of armatuur aansluiten? Stel uw vraagVoldoet een lasdop aan de NEN 1010 en is hij veilig?
Een lasdop mag worden gebruikt, mits de verbinding toegankelijk blijft en, als er spanning op staat, binnen een aanraakveilige behuizing zit (een gesloten doos of armatuur). Een kale dop met blank koper in het zicht of weggewerkt in de muur voldoet niet. Of uw verbindingen en groepenkast in orde zijn, is lastig zelf te beoordelen. Met onze gratis groepenkast-check weet u zwart-op-wit hoe u ervoor staat.
Benieuwd of uw installatie klopt? Doe de gratis groepenkast-check