Lichtsterkte is een maat voor hoeveel licht een lamp uitstraalt, in het dagelijks gebruik afgelezen in lumen (lm). Als u wilt weten "hoe fel of sterk is mijn lamp", dan kijkt u dus naar het aantal lumen op de verpakking: hoe meer lumen, hoe meer licht de lamp geeft. Een oude gloeilamp van 60 watt en een moderne led van ongeveer 9 watt geven allebei rond de 800 lumen, en zijn dus even fel.
Juist rond dat woord ontstaat veel verwarring, en die verwarring pakken we hier meteen bij de kern aan. Strikt natuurkundig betekent lichtsterkte namelijk iets specifiekers dan "hoeveel licht". Vakmensen bedoelen er de grootheid candela (cd) mee: hoeveel licht een bron in één bepaalde richting geeft, zoals bij een spot, een zaklamp of een koplamp. Daarnaast bestaat lux (lx): hoeveel licht er op een oppervlak valt, bijvoorbeeld op uw werkblad. Candela, lumen en lux worden voortdurend door elkaar gehaald, ook door webshops, en juist dat onderscheid maakt dit artikel helder. In dit artikel leest u wat lichtsterkte precies is, hoe candela, lumen en lux van elkaar verschillen, waarom watt niet meer de maat is, hoeveel lumen u per kamer nodig heeft, hoe u de lichtsterkte zelf meet, en waarom fel licht iets heel anders is dan warm licht.
Inhoudsopgave
Wat is lichtsterkte?
Lichtsterkte is hoeveel licht een lamp geeft, en in het dagelijks gebruik meet u dat in lumen. Wilt u weten hoe fel een lamp is, dan zoekt u dus naar het aantal lumen op de doos. Meer lumen betekent meer licht, ongeacht het merk of de techniek.
Toch klopt dat woord vakinhoudelijk niet helemaal, en dat is precies waar de verwarring begint. In de natuurkunde is "lichtsterkte" een aparte grootheid met een eigen eenheid: de candela (cd). De candela is zelfs een van de zeven basiseenheden van het internationale eenhedenstelsel (SI), net als de meter en de seconde. Het woord komt uit het Latijn en betekent kaars, want één candela komt ongeveer overeen met de lichtsterkte van een gewone kaars.
Hoe is één candela precies gedefinieerd? (extra uitleg)
Het verschil is dus subtiel maar belangrijk. Candela zegt hoe fel een bron in één richting straalt, en dat is nuttig bij een spot of een zaklamp die het licht bundelt. Wat u als bewoner meestal wilt weten, is iets anders: hoeveel licht geeft de lamp in totaal, in de hele kamer. Dat is de lumen. En hoeveel daarvan er uiteindelijk op uw tafel valt, is weer een derde grootheid: de lux. Die drie zetten we hieronder naast elkaar.
Candela, lumen en lux: de drie eenheden uit elkaar
Het verschil in één zin: candela is de sterkte in één richting, lumen is de totale hoeveelheid licht van de lamp, en lux is hoeveel licht er op een oppervlak valt. Ze horen bij elkaar, maar ze meten elk iets anders, en dat is de bron van bijna alle verwarring.
Een vergelijking maakt het invoelbaar. Denk aan een kaars op tafel. De candela is hoe fel die kaars in één bepaalde richting schijnt, bijvoorbeeld recht naar u toe. De lumen is al het licht dat de kaars samen in alle richtingen de kamer in stuurt. En de lux is hoeveel van dat licht er precies op de bladzijde van uw boek terechtkomt. Zo bekeken beschrijven candela en lumen de bron (de lamp zelf), terwijl lux de bestemming beschrijft (het oppervlak dat verlicht wordt).
Er zit ook een natuurkundig verband tussen de drie. Eén lumen is gelijk aan één candela maal de ruimtehoek (in vaktaal: 1 lm = 1 cd·sr). En één lux is gelijk aan één lumen per vierkante meter (1 lux = 1 lm/m²). U hoeft die formules niet te onthouden, maar ze verklaren wel het belangrijkste praktijkverschil. De lumen en candela van een lamp veranderen niet met de afstand: een lamp van 800 lumen blijft 800 lumen, of u nu vlakbij of ver weg staat. De lux verandert wél sterk met de afstand. Sterker nog, verdubbelt u de afstand tot de lamp, dan daalt de lux tot een kwart. Dat is de omgekeerde-kwadratenwet, en het is de reden dat licht vlak bij de bron fel is en verderop snel afneemt.
Hieronder zetten we de drie eenheden, plus de veelgebruikte candela per vierkante meter, kort op een rij.
Candela (cd): de lichtsterkte
Lumen (lm): de lichtstroom
Lux (lx): de verlichtingssterkte
Candela per m² (cd/m²): de luminantie
Lumen op de verpakking: waarom watt niet meer telt
Op de verpakking van een lamp leest u de lichtsterkte af in lumen, niet in watt. Dat is een belangrijke omschakeling ten opzichte van vroeger. Watt zegt namelijk hoeveel stroom een lamp verbruikt, niet hoeveel licht hij geeft.
In het tijdperk van de gloeilamp gebruikten we watt als maat voor licht, en dat werkte toen redelijk: een lamp van 60 watt was feller dan een van 40 watt. Maar dat lukte alleen omdat alle gloeilampen ongeveer even inefficiënt waren. Een led haalt veel meer licht uit dezelfde stroom, dus die vuistregel klopt niet meer. Een led van ongeveer 9 watt geeft evenveel licht als een oude gloeilamp van 60 watt, namelijk rond de 800 lumen. Kijkt u nu nog naar de watt, dan koopt u zomaar een veel te zwakke of veel te felle lamp.
Als ruwe brug van vroeger naar nu helpt een korte richtwaarde. De onderstaande waarden zijn geen exacte wet, maar geven het idee. De uitgebreide omrekening en de keuze tussen gloeilamp, halogeen en led hoort bij die specifieke lamp-artikelen; hier gaat het om het principe dat lumen, en niet watt, uw maat voor lichtsterkte is.
| Oude gloeilamp | Ongeveer gelijk aan | Lichtsterkte |
|---|---|---|
| 25 watt | led ± 3 watt | ± 250 lumen |
| 40 watt | led ± 5 watt | ± 470 lumen |
| 60 watt | led ± 9 watt | ± 800 lumen |
| 75 watt | led ± 11 watt | ± 1.050 lumen |
| 100 watt | led ± 15 watt | ± 1.500 lumen |
Onthoud vooral dit: watt is verbruik, lumen is licht. Wilt u weten of een lamp fel genoeg is, kijk dan naar de lumen. Wilt u weten wat hij aan stroom kost, dan kijkt u naar de watt. Dat zijn twee losse dingen geworden, en dat is juist goed nieuws: u krijgt tegenwoordig veel meer licht voor veel minder stroom.
Hoeveel lumen heeft u nodig per ruimte?
Hoeveel lumen u nodig heeft, hangt af van de grootte van de ruimte en waarvoor u die gebruikt. Een vuistregel: vermenigvuldig de oppervlakte in vierkante meters met het aantal lux dat bij die ruimte past. Dat aantal lux verschilt per kamer, want in een keuken wilt u scherp zicht en in een slaapkamer juist rustiger licht.
De onderstaande richtwaarden helpen u op weg. Ze zijn een houvast, geen norm voor thuis; uw eigen voorkeur en de indeling van de kamer bepalen mee.
| Ruimte | Verlichtingssterkte (richtwaarde) |
|---|---|
| Woonkamer (algemeen) | 100 tot 200 lux |
| Keuken (werkblad en aanrecht) | 300 tot 500 lux |
| Badkamer | 200 tot 300 lux |
| Slaapkamer | 100 tot 150 lux |
| Bureau of werkplek | ongeveer 500 lux |
| Hal, gang of overloop | ongeveer 100 lux |
Een voorbeeld maakt de vuistregel concreet. Stel, u heeft een woonkamer van 25 vierkante meter en wilt daar prettige algemene verlichting van rond de 150 lux. Dan rekent u 25 maal 150, wat neerkomt op zo'n 3.750 lumen in totaal. Dat verdeelt u meestal over meerdere lichtpunten, want één felle lamp midden in de kamer geeft een minder aangenaam resultaat dan een paar zachtere bronnen samen. Voor een werkblad in de keuken van 4 vierkante meter bij 400 lux komt u op ongeveer 1.600 lumen aan gerichte verlichting boven het aanrecht.
Bedenk wel dat dit een benadering is. Licht verspreidt zich, kaatst tegen muren en plafond, en niet elke lumen komt op het bedoelde oppervlak terecht. Ook een donkere wand of een hoog plafond "slokt" licht op. Reken de vuistregel dus als startpunt, en stel bij naar wat prettig voelt. Meer licht is trouwens niet altijd beter: te veel lumen in een kleine ruimte wordt al snel verblindend en onrustig.
De verlichting in huis hangt aan een aparte lichtgroep in uw groepenkast, beveiligd door een installatieautomaat. Wilt u veel extra lichtpunten of krachtige spots bijplaatsen, dan is het slim om te laten controleren of die groep dat aankan. Gebruik de rekenhulp hieronder om snel te zien hoeveel lumen bij úw ruimte past.
Hoe meet u de lichtsterkte zelf?
De lichtsterkte op een plek meet u in lux, met een luxmeter of een gratis luxmeter-app op uw telefoon. U houdt het meetpunt op het oppervlak dat u wilt beoordelen, bijvoorbeeld het bureau of het aanrecht, en leest de waarde in lux af. Zo ziet u meteen of een werkplek fel genoeg verlicht is.
Een telefoon-app gebruikt de lichtsensor die vooraan bij het scherm zit. Dat werkt verrassend goed voor een indruk, al is een echte luxmeter nauwkeuriger, zeker bij oudere telefoons met een minder goede sensor. Voor thuisgebruik is een app prima om te vergelijken: meet op uw bureau, en meet daarna dezelfde plek met een sterkere lamp of een extra lichtpunt, en u ziet het verschil in lux.
Let bij het meten op de afstand, want die maakt veel uit. Doordat lux met het kwadraat van de afstand afneemt, meet u vlak onder een lamp veel meer dan een halve meter opzij. Meet daarom altijd op de plek waar het licht echt nodig is, niet vlak bij de lamp. Wilt u de totale lichtsterkte van een lamp zelf meten in lumen, dan lukt dat thuis niet: daarvoor is een speciale meetbol (een integrerende bol) nodig. Vertrouw voor de lumen dus op de waarde op de verpakking.
Merkt u dat een lamp of ruimte plotseling minder licht geeft, gaat knipperen of donkerder wordt, dan hoeft dat niet aan de lamp te liggen. Soms wijst het op een losse verbinding of een storing in de installatie. Blijft het onduidelijk of gebeurt het op meerdere plekken tegelijk, laat het dan nakijken voordat u lampen gaat vervangen die misschien niets mankeren.
Lichtsterkte en kleurtemperatuur: fel zegt niets over de kleur
Lichtsterkte en kleurtemperatuur zijn twee losse eigenschappen van een lamp: lichtsterkte gaat over hoevéél licht (lumen), kleurtemperatuur over de kléur van dat licht (warm of koel, in kelvin). Een lamp kan fel en warm zijn, of juist zwak en koel, en elke combinatie daartussen. De een zegt niets over de ander.
Dit wordt vaak verward. Mensen denken soms dat koel, blauwig licht automatisch feller is dan warm, geelachtig licht. Dat klopt niet. Kelvin zegt alleen iets over de tint, niet over de hoeveelheid licht. Een warm-witte lamp van 2.700 kelvin met 1.500 lumen is duidelijk feller dan een koel-witte lamp van 6.500 kelvin met 400 lumen, ook al oogt de koele kleur "scherper". Wilt u weten hoe fel een lamp is, kijk dan altijd naar de lumen, niet naar de kelvin.
Bij het kiezen van verlichting stelt u dus eigenlijk twee vragen los van elkaar. Ten eerste: hoeveel licht heb ik hier nodig (lumen)? Ten tweede: welke sfeer wil ik, warm of koel (kelvin)? Pas als u die twee scheidt, kiest u gericht. De volledige uitleg over warm en koel licht en welke kelvin bij welke kamer past, komt in een apart artikel over kleurtemperatuur.
U kunt de lichtsterkte overigens ook regelen zonder een andere lamp te kopen. Een dimbare lamp met een geschikte dimmer laat u de lumen naar wens terugbrengen, handig voor sfeer in de avond. Dimmers en lichtschakelaars horen bij het schakelmateriaal in huis; let er wel op dat niet elke led-lamp met elke dimmer samenwerkt. Twijfelt u over de juiste dimmer of het aansluiten van een schakelaar, laat u dan adviseren, zodat het licht netjes en zonder geflikker dimt.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen lumen, lux en candela?
Lumen is de totale hoeveelheid licht die een lamp uitstraalt, candela is de lichtsterkte in één bepaalde richting, en lux is hoeveel licht er op een oppervlak valt (1 lux is 1 lumen per vierkante meter). Lumen en candela beschrijven de lamp zelf, lux beschrijft het verlichte oppervlak. Een belangrijk verschil: lumen en candela veranderen niet met de afstand, maar lux wel. Verdubbelt de afstand tot de lamp, dan daalt de lux tot een kwart.
Meer begrippen over elektra en verlichting? Bekijk de begrippenlijstHoeveel lumen heb ik nodig in de woonkamer?
Voor algemene verlichting in de woonkamer rekent u met ongeveer 100 tot 200 lux, wat neerkomt op de oppervlakte in vierkante meters maal die waarde. Een woonkamer van 25 vierkante meter heeft dan grofweg 2.500 tot 5.000 lumen nodig, het beste verdeeld over meerdere lichtpunten in plaats van één felle lamp. Dat zijn richtwaarden; uw eigen voorkeur en de indeling van de kamer bepalen mee wat prettig voelt.
Wilt u lichtpunten bijplaatsen? Wij denken graag meeHoeveel lumen is een gloeilamp van 60 watt?
Een oude gloeilamp van 60 watt geeft ongeveer 800 lumen. Datzelfde lichtniveau haalt u tegenwoordig met een led van rond de 9 watt. Kijk daarom bij het kopen van een lamp naar de lumen en niet naar de watt: watt zegt alleen iets over het stroomverbruik, lumen over de lichtsterkte. Een ruwe brug is dat 40 watt ongeveer 470 lumen is en 100 watt ongeveer 1.500 lumen.
Twijfelt u welke lamp u nodig heeft? Stel uw vraagHoe meet je de lichtsterkte van een lamp?
De lichtsterkte op een plek meet u in lux, met een luxmeter of een gratis luxmeter-app op uw telefoon. U legt het meetpunt op het oppervlak dat u wilt beoordelen, bijvoorbeeld het bureau, en leest de lux af. Meet altijd op de plek waar het licht nodig is, want de waarde neemt snel af met de afstand tot de lamp. De totale lichtsterkte in lumen kunt u thuis niet meten; daarvoor vertrouwt u op de verpakking.
Licht dat plots minder wordt of knippert? Neem contact opHoeveel lux moet er op een werkplek zijn?
Voor een gewone werkplek met beeldschermwerk wordt vaak ongeveer 500 lux op het werkvlak aangehouden, en voor fijnere of preciezere taken meer. Deze waarden komen uit de norm voor verlichting van werkplekken binnen (NEN-EN 12464-1). Voor thuisgebruik zijn het een goede leidraad, maar geen wettelijke eis; op een zakelijke werkplek gelden ze wel via de arbowetgeving. Twijfelt u of uw verlichting en de bijbehorende groep nog kloppen, laat het dan controleren.
Benieuwd of uw installatie nog klopt? Doe de gratis groepenkast-check