Halogeenlamp: plak-klaar artikel | Elektra Koning

Leestijd: ± 10 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een halogeenlamp is een verbeterde gloeilamp: een gloeidraad van wolfraam in een klein kwartsglazen ballonnetje, met daarin een edelgas plus een kleine hoeveelheid halogeen (jodium of broom). Dat halogeen zorgt voor een slim trucje, de halogeencyclus, waardoor de lamp feller, witter en zuiniger brandt dan een gewone gloeilamp en ook langer meegaat. Toch is de halogeenlamp geen zuinige lamp. Hij verspilt nog steeds het grootste deel van de stroom als warmte, en daarom heeft de Europese Unie hem grotendeels uitgefaseerd. In dit artikel leest u hoe hij werkt, hoe u de fitting herkent, waarom hij verdween en waar u op let als u overstapt op led. Voor het bredere verhaal over de klassieke gloeilamp en de omrekening van watt naar lumen verwijzen we naar dat artikel.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een halogeenlamp?
  2. Hoe werkt een halogeenlamp? De halogeencyclus
  3. Fittingen en vormen: hoe herkent u een halogeenlamp?
  4. 12 volt of 230 volt: de rol van de transformator
  5. Zijn halogeenlampen verboden?
  6. Halogeen versus led: het verschil
  7. Halogeen vervangen door led: waar let u op?
  8. Halogeenspot flikkert of doet raar na de overstap
  9. Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?

Wat is een halogeenlamp?

Een halogeenlamp is een gloeilamp met een extraatje: in het glazen ballonnetje zit naast een edelgas ook een klein beetje halogeen. Net als bij een gewone gloeilamp wordt een wolfraamdraadje elektrisch verhit tot het gloeit en licht geeft. Het halogeen doet er nog iets bovenop, en juist dat maakt de lamp beter dan zijn voorganger.

De opbouw is vrijwel gelijk aan die van een klassieke gloeilamp, met vier vaste onderdelen:

  • een gloeidraad van wolfraam, die gloeiend heet wordt en het licht maakt;
  • een klein ballonnetje van kwartsglas, dat veel hogere temperaturen aankan dan gewoon glas;
  • een gasvulling van een edelgas met een scheutje halogeen (jodium of broom);
  • de fitting of pennen waarmee de lamp in het armatuur of de spot klikt.

Omdat de halogeenlamp een variant van de gloeilamp is, deelt hij ook diens grote nadeel: hij maakt licht uit warmte en is daardoor onzuinig. Wel is hij duidelijk beter dan de gewone gloeilamp. Hoe dat komt, ziet u in de volgende sectie.

Hoe werkt een halogeenlamp? De halogeencyclus

Het geheim zit in de halogeencyclus, ook wel de regeneratiecyclus genoemd. Kort gezegd: het halogeengas vangt verdampt wolfraam op en brengt het terug naar de gloeidraad, zodat de draad langer heel blijft en het glas niet zwart aanslaat.

Bij een gewone gloeilamp verdampt er voortdurend een beetje wolfraam van de hete draad. Dat metaal slaat neer op de binnenkant van het glas (het bekende zwarte plekje bij een oude lamp) en de draad wordt steeds dunner tot hij breekt. In een halogeenlamp gaat dat anders. Het verdampte wolfraam verbindt zich met het halogeen tot een gasvormige verbinding. Komt die verbinding weer in de buurt van de gloeiend hete draad, dan splitst ze op: het wolfraam zet zich weer af op de draad en het halogeen komt vrij om de cyclus opnieuw te beginnen.

De halogeencyclus: hoe het halogeen verdampt wolfraam terugzet op de gloeidraad Doorsnede van een halogeencapsule met een gloeiende wolfraamdraad. Een kringloop-pijl toont vier stappen: 1 wolfraam verdampt, 2 het verbindt zich bij de glaswand met het halogeengas, 3 de gasverbinding drijft terug naar de draad, 4 bij de hete draad zet het wolfraam zich weer af en komt het halogeen vrij. W W + 1 2 3 4 wolfraam (W) halogeengas De halogeencyclus Het halogeen zet verdampt wolfraam telkens terug op de draad. Zo blijft de draad langer heel en slaat het glas niet zwart aan. 1 Wolfraam verdampt Van de gloeiend hete draad komt telkens wat wolfraam los. 2 Verbindt met halogeen Bij de wand van het kwartsglas bindt dat wolfraam zich aan het halogeengas. 3 Drijft terug De gasverbinding zweeft terug naar de hete gloeidraad. 4 Zet zich weer af Bij de draad splitst de verbinding: wolfraam hecht terug, het halogeen komt weer vrij. Schematische doorsnede, niet op schaal. elektrakoning.nl
De halogeencyclus: het halogeen zet verdampt wolfraam telkens terug op de gloeidraad.

Die kringloop werkt alleen bij een hoge temperatuur, hoger dan in een gewone gloeilamp. Daarom is het ballonnetje van kwartsglas gemaakt en zit het dicht om de draad. Het gevolg is dat de draad heter mag branden, en een hetere draad geeft feller, witter licht met een uitstekende kleurweergave. Bijkomend voordeel: de lamp gaat langer mee en blijft tot het eind helder branden. Het lichtrendement ligt grofweg rond 15 tot 25 lumen per watt, ongeveer 20 tot 30 procent zuiniger dan een gewone gloeilamp, en de gemiddelde levensduur ligt rond de 2.000 branduren. Dat zijn richtwaarden die per lamp verschillen; de verpakking is leidend.

Waarom mag u een halogeenlamp niet met blote handen aanraken?
Aan een kleine halogeenlamp, zoals een G9-capsule of een R7s-staaf, hoort u nooit met blote vingers te zitten. Het kwartsglas wordt gloeiend heet, tot ver boven wat gewoon glas aankan. Vet en zweet van uw vingers branden bij die hitte in het glas in. Op zo'n plek wordt het glas ondoorzichtig en plaatselijk nog heter, waardoor de lamp veel eerder breekt. Pak een nieuwe halogeenlamp daarom vast met een schoon doekje of het plastic hoesje eromheen. Zit er toch een vingerafdruk op, veeg het glas dan schoon voor u de lamp aanzet.

Fittingen en vormen: hoe herkent u een halogeenlamp?

U herkent een halogeenlamp aan de fitting (de voet of de pennetjes) en aan de vorm. Dat is meteen de belangrijkste stap voordat u overstapt op led, want de fitting bepaalt welke ledlamp erin past en of er een transformator in het spel is. Klik in het diagram hieronder op uw fitting om te zien waar u die tegenkomt en waar u bij het vervangen op let.

Welke halogeenfitting heb ik?

Zes fittingen komen het vaakst voor. De kleur van het label zegt de spanning.

GU10
230 V
GU5.3 / MR16
12 V
G9
230 V
G4
12 V
R7s
230 V
E27 / E14
230 V

Waar herkent u het aan?

Vervangen door led

elektrakoning.nl Iconen schematisch, niet op schaal. De spanning bepaalt hoe u de lamp vervangt.

Klik op uw fitting voor de spanning en het led-vervangingsadvies. De accordion-lijst hieronder blijft als tekst-alternatief staan.

De halogeenlamp komt in twee smaken, en dat is het onderscheid dat er echt toe doet: netspanning-halogeen op 230 volt, en laagspanning-halogeen op 12 volt met een transformator ertussen. In de volgende sectie leggen we dat spanningsverschil uit. Klap hieronder open welke fitting u heeft.

GU10 (spot, 230 volt)
De GU10 is de bekende inbouwspot die u indrukt en een kwartslag draait (een bajonetsluiting met twee dikke pennetjes). Hij werkt rechtstreeks op 230 volt, dus zonder transformator. U vindt hem massaal in keuken- en woonkamerplafonds. Een GU10-halogeenspot is meestal 1-op-1 te vervangen door een GU10-ledspot.
GU5.3 / MR16 (spot, 12 volt)
De GU5.3 heeft twee dunne rechte pennetjes en zit op 12 volt, dus met een transformator. De bijbehorende reflectorvorm heet MR16. Van buiten lijkt hij op een GU10, maar het is een heel ander systeem: de pennetjes zijn dun en recht in plaats van dik met knopjes. Bij het vervangen door led is juist hier de transformator het aandachtspunt (zie de volgende twee secties).
G9 (capsule, 230 volt)
De G9 is een klein capsulelampje met een lusje van dik draad als voet. Hij brandt op 230 volt zonder transformator en zit vaak in wand- en plafondlampen, kroonluchters en spiegellampen. Een G9-ledlamp is als vervanger goed verkrijgbaar.
G4 (capsule, 12 volt)
De G4 is een piepklein capsulelampje met twee dunne pennetjes dicht bij elkaar, op 12 volt. U komt hem tegen in leeslampjes, keukenkastverlichting en sfeerarmaturen. Ook hier hoort een transformator bij, met dezelfde aandachtspunten als de GU5.3.
R7s (staaf, 230 volt)
De R7s is de lange staaflamp met een metalen contact aan beide uiteinden. Hij zit in halogeenstralers (bouwlampen, buitenverlichting) en in sommige staande lampen. Hij werkt op 230 volt. Let op: dit is de lamp die het heetst wordt, dus laat een armatuur na het uitzetten eerst afkoelen.
E27 en E14 (schroeffitting, 230 volt)
De vertrouwde grote (E27) en kleine (E14) schroeffitting bestond ook in een halogeenuitvoering, vaak verkocht als "eco-halogeen" in peer- of kaarsvorm. Van buiten niet te onderscheiden van een gewone gloeilamp, maar met de halogeentechniek erin. Op 230 volt, en eenvoudig te vervangen door een led met dezelfde schroeffitting.

12 volt of 230 volt: de rol van de transformator

Of uw halogeenlamp op 12 of 230 volt werkt, bepaalt hoe u hem later vervangt, dus dit is de sleutel van het hele verhaal. Netspanning-halogeen (GU10, G9, R7s, E27/E14) werkt rechtstreeks op de 230 volt uit het stopcontact. Laagspanning-halogeen (GU5.3/MR16, G4) werkt op 12 volt, en die 12 volt komt uit een transformator die de 230 volt omlaag brengt.

Die transformator (kortweg trafo) zit vaak weggewerkt boven het plafond, in het armatuur of soms centraal bij de meterkast. Veel mensen weten niet eens dat ze er een hebben. Toch is hij belangrijk, want bij de overstap naar led is juist die trafo het onderdeel dat roet in het eten kan gooien. Meer daarover leest u verderop.

Waarom eigenlijk 12 volt? Laagspanning was ooit populair omdat de kleine, felle 12V-spotjes mooi compact zijn en omdat 12 volt in natte ruimtes veiliger is dan 230 volt. Precies daar zit een belangrijk aandachtspunt.

Extra aandacht: halogeenspots in de badkamer
In een badkamer of andere natte ruimte gelden strengere regels voor verlichting, afhankelijk van de afstand tot bad, douche of wastafel. Vlak bij het water mag alleen laagspanning (12 volt) worden gebruikt, en de verlichtingsgroep hoort beveiligd te zijn met een aardlekschakelaar van 30 mA. Deze eisen staan in de NEN 1010. Gaat u spots in de badkamer vervangen of verplaatsen, laat dat dan door een elektricien beoordelen, ook al lijkt het maar om een lampje te gaan.

Zijn halogeenlampen verboden?

Ja, de meeste halogeenlampen zijn uitgefaseerd, maar net als bij de gloeilamp is dat een productie- en invoerverbod, geen gebruiksverbod. U mag een halogeenlamp die u nog heeft gewoon blijven gebruiken, en handelaren mogen hun oude voorraad nog verkopen. Er worden alleen geen nieuwe meer bijgemaakt of ingevoerd in Europa.

De reden is dezelfde als bij de gloeilamp: te veel stroom gaat verloren als warmte. De uitfasering ging in stappen. Eerst verdwenen de gerichte halogeenspots, daarna volgden op 1 september 2018 de bekende heldere halogeenpeertjes en -kaarsjes op 230 volt. Een aantal speciale types kreeg langer uitstel en verdween in latere stappen.

Online wordt weleens gezegd dat u strafbaar bent als u nog halogeen gebruikt. Dat klopt niet. Het verbod raakt de fabrikant en de importeur, niet de bewoner met een halogeenstraler in de schuur of een paar oude spotjes in het plafond. Het bredere uitfaseringsverhaal, ook voor de gewone gloeilamp, staat in ons artikel over de gloeilamp.

Halogeen versus led: het verschil

Het grootste verschil in één zin: een halogeenlamp maakt licht met een hete draad, een led maakt licht met een halfgeleider, en dat is vele malen zuiniger. Een led gebruikt voor hetzelfde licht grofweg acht tot tien keer minder stroom dan een halogeenlamp, en gaat veel langer mee.

De halogeenlamp doet het wel beter dan de klassieke gloeilamp, maar dat voordeel valt in het niet bij led. In de praktijk merkt u het aan drie dingen: uw energierekening, hoe warm het armatuur wordt, en hoe vaak u een lamp moet vervangen.

Halogeenspot versus ledspot: verbruik, levensduur en warmte vergeleken Twee GU10-spots naast elkaar. Links de halogeenspot met warme gloed en hitte, rechts de ledspot met koel wit licht. Daaronder een vergelijking op drie punten: verbruik ongeveer 35 tot 50 watt tegenover 4 tot 7 watt, levensduur ongeveer 2.000 uur tegenover 15.000 tot 25.000 uur, en warmte heet tegenover koel. vs Halogeenspot GU10 · 230 volt Ledspot GU10 · 230 volt Verbruik ± 35-50 W ± 4-7 W Levensduur ± 2.000 uur 15.000-25.000 uur Warmte Wordt heet Blijft koel Led gebruikt acht tot tien keer minder stroom voor hetzelfde licht. Richtwaarden, per lamp en fabrikant verschillend. Niet op schaal. elektrakoning.nl
Zelfde GU10-fitting, andere techniek: de ledspot gebruikt veel minder stroom, gaat langer mee en blijft koel.
HalogeenlampLedlamp
Stroom voor een felle spot± 35 tot 50 watt± 4 tot 7 watt
Deel dat licht wordtlaag (veel warmte)hoog (weinig warmte)
Levensduur (gemiddeld)± 2.000 branduren± 15.000 tot 25.000 branduren
Warmteontwikkelinghoog (wordt heet)laag (blijft koel)
Aanschafprijslaaghoger, maar snel terugverdiend

Let bij het vervangen niet op de watt van de ledlamp (die is juist laag), maar op de lumen, want lumen zegt hoeveel licht u krijgt. Een halogeenspot van 50 watt vervangt u grofweg door een led van rond de 5 tot 7 watt met ongeveer 350 tot 400 lumen. De uitgebreide omrekening van watt naar lumen leggen we uit in het artikel over de gloeilamp; die vuistregel geldt ook hier.

Halogeen vervangen door led: waar let u op?

Overstappen op led is meestal de moeite waard, maar hoe makkelijk het gaat, hangt af van de spanning. De vuistregel: netspanning-halogeen (230 volt) vervangt u vrijwel altijd 1-op-1, laagspanning-halogeen (12 volt) vraagt om extra aandacht voor de transformator.

Werkt uw lamp op 230 volt (GU10, G9, R7s, E27/E14)? Dan draait of klikt u er simpelweg een ledlamp met dezelfde fitting in. Werkt uw lamp op 12 volt (GU5.3/MR16, G4)? Dan is de oude halogeentransformator het probleem. Zo'n trafo is gemaakt voor het hoge vermogen van een halogeenlamp en heeft een minimale belasting nodig om goed te werken. Een zuinige ledlamp haalt dat lage vermogen vaak niet, waardoor de lamp gaat flikkeren, niet aangaat of knippert. De nette oplossing is de trafo vervangen door een led-driver (led-trafo), of het hele armatuur ombouwen naar 230 volt met GU10-ledspots.

Wilt u kunnen dimmen, let dan extra op. Niet elke ledlamp is dimbaar, en een oude dimmer die voor halogeen was gemaakt, werkt vaak niet goed samen met led. U heeft dan een dimbare ledlamp, een geschikte led-dimmer en (bij 12 volt) een dimbare led-driver nodig, alle drie afgestemd op dezelfde dimtechniek. Zo'n dimmer valt onder schakelmateriaal. Twijfelt u welke combinatie past, dan denken wij graag met u mee.

Halogeenspot flikkert of doet raar na de overstap

Doet een ledspot vreemd nadat u de halogeen eruit haalde, dan ligt het bijna altijd aan de transformator of de dimmer, niet aan de ledlamp zelf. De led is namelijk zoveel zuiniger dat de oude installatie hem niet altijd netjes voedt. Hieronder de klachten die we het vaakst horen.

De ledspot flikkert of knippert
Meestal komt dit doordat de oude 12V-halogeentransformator zijn minimale belasting niet haalt met een zuinige led, of doordat een oude dimmer niet met led overweg kan. De oplossing is een led-driver (led-trafo) die voor lage vermogens is gemaakt, of overstappen naar 230V GU10-ledspots. Blijft het flikkeren op meerdere plekken, laat het dan nakijken.
Blijft het flikkeren? Neem contact op
De ledspot gaat helemaal niet aan
Ook dit wijst vaak op een trafo die te weinig belasting ziet, of op een led die niet bij het 12V-systeem past. Controleer of u het juiste type heeft (12 volt versus 230 volt) en of de trafo geschikt is voor led. Komt u er niet uit, dan kijkt een elektricien mee.
Spot blijft donker? Wij kijken mee
De transformator gonst of wordt heet
Een oude trafo die zoemt of warm wordt met led erop, is niet in balans met de nieuwe belasting. Dat hoort niet en kan op den duur schade geven. Vervang de trafo door een led-driver of laat het armatuur nakijken. Ruikt u een brandlucht, wacht dan niet.
Laat het veilig nakijken

Slaat er bij het schakelen een groep uit, of gaat het om meerdere spots tegelijk, dan kan er meer aan de hand zijn dan één lampje. Dat wijst eerder op een elektrastoring. Twijfelt u of de groep of de groepenkast nog in orde is, laat het dan controleren voordat u verder sleutelt.

Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?

Een losse halogeenlamp door een led vervangen mag u prima zelf doen: zet het licht uit, laat een hete lamp eerst afkoelen, en klik of draai de nieuwe erin. Bij een 230V-fitting is dat vaak het hele verhaal.

Ingewikkelder wordt het bij 12V-spots met een transformator, bij dimbare verlichting, en bij spots in de badkamer. Dan komt het aan op het juiste type trafo of driver, de goede dimmer en de veiligheidsregels voor natte ruimtes. Gaat het om een compleet nieuw verlichtingsplan met extra spots of lichtpunten, dan komt er soms bekabeling of een extra groep bij kijken, en moet uw groepenkast worden uitgebreid.

Ons advies: een enkel lampje wisselen doet u zelf, maar laat werk aan de bekabeling, de trafo of de groepenkast over aan een erkende elektricien. Dat voorkomt flikkerende spots, een gonzende trafo of onveilige verlichting in de badkamer, en het scheelt u het uitzoekwerk.

Veelgestelde vragen

Zijn halogeenlampen verboden?

De meeste halogeenlampen zijn uitgefaseerd, maar het is een productie- en invoerverbod, geen gebruiksverbod. U mag een halogeenlamp die u nog heeft gewoon blijven gebruiken, en oude voorraad mag nog verkocht worden. Er worden alleen geen nieuwe meer geproduceerd of ingevoerd in Europa. Gerichte spots verdwenen het eerst, de bekende 230V-peertjes en -kaarsjes volgden op 1 september 2018.

Twijfelt u of u nog halogeen in huis heeft? Wij denken graag mee
Mag je halogeen vervangen door led?

Ja, en meestal is dat verstandig, want led is acht tot tien keer zuiniger en gaat veel langer mee. Netspanning-halogeen op 230 volt (zoals GU10) vervangt u vrijwel altijd 1-op-1. Bij laagspanning-halogeen op 12 volt (GU5.3, G4) is de oude transformator het aandachtspunt: die werkt niet altijd goed met een zuinige led, dus soms hoort er een led-driver bij of stapt u over naar 230V-spots.

Halogeen laten vervangen door led? Vraag vrijblijvend advies
Wat is het verschil tussen halogeen en led?

Een halogeenlamp maakt licht met een hete wolfraamdraad, een led doet dat met een halfgeleider en veel minder warmte. Voor hetzelfde licht gebruikt led grofweg acht tot tien keer minder stroom, en een led gaat gemiddeld 15.000 tot 25.000 branduren mee tegenover zo'n 2.000 bij halogeen. Halogeen is goedkoper in de winkel, led is veel goedkoper in gebruik.

Hulp bij het kiezen tussen halogeen en led? Stel uw vraag
Hoe herken ik een halogeenlamp?

Kijk naar de fitting en de vorm. Halogeen zit vaak in inbouwspots (GU10 op 230 volt of GU5.3/MR16 op 12 volt), in kleine capsulelampjes (G9 op 230 volt of G4 op 12 volt), en in lange staaflampen (R7s) in stralers. Het glas is klein en wordt erg heet. Een halogeenspot voelt na een minuutje branden gloeiend warm aan; een ledspot blijft koel.

Niet zeker welke lamp u heeft? Neem contact op
Gelden er extra veiligheidseisen voor halogeenspots in de badkamer?

Ja. In natte ruimtes gelden strengere regels, afhankelijk van de afstand tot bad, douche en wastafel. Vlak bij het water is alleen laagspanning (12 volt) toegestaan en hoort de groep beveiligd met een aardlekschakelaar van 30 mA. Bij vervangen of verplaatsen van badkamerspots is een controle door een erkende elektricien verstandig, ook al lijkt het maar om een lampje te gaan.

Benieuwd of uw badkamerspots veilig zitten? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Wilt u uw halogeenspots laten vervangen door zuinige led?

Heb je een vraag?