Een halogeenlamp is een verbeterde gloeilamp: een gloeidraad van wolfraam in een klein kwartsglazen ballonnetje, met daarin een edelgas plus een kleine hoeveelheid halogeen (jodium of broom). Dat halogeen zorgt voor een slim trucje, de halogeencyclus, waardoor de lamp feller, witter en zuiniger brandt dan een gewone gloeilamp en ook langer meegaat. Toch is de halogeenlamp geen zuinige lamp. Hij verspilt nog steeds het grootste deel van de stroom als warmte, en daarom heeft de Europese Unie hem grotendeels uitgefaseerd. In dit artikel leest u hoe hij werkt, hoe u de fitting herkent, waarom hij verdween en waar u op let als u overstapt op led. Voor het bredere verhaal over de klassieke gloeilamp en de omrekening van watt naar lumen verwijzen we naar dat artikel.
Inhoudsopgave
- Wat is een halogeenlamp?
- Hoe werkt een halogeenlamp? De halogeencyclus
- Fittingen en vormen: hoe herkent u een halogeenlamp?
- 12 volt of 230 volt: de rol van de transformator
- Zijn halogeenlampen verboden?
- Halogeen versus led: het verschil
- Halogeen vervangen door led: waar let u op?
- Halogeenspot flikkert of doet raar na de overstap
- Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?
Wat is een halogeenlamp?
Een halogeenlamp is een gloeilamp met een extraatje: in het glazen ballonnetje zit naast een edelgas ook een klein beetje halogeen. Net als bij een gewone gloeilamp wordt een wolfraamdraadje elektrisch verhit tot het gloeit en licht geeft. Het halogeen doet er nog iets bovenop, en juist dat maakt de lamp beter dan zijn voorganger.
De opbouw is vrijwel gelijk aan die van een klassieke gloeilamp, met vier vaste onderdelen:
- een gloeidraad van wolfraam, die gloeiend heet wordt en het licht maakt;
- een klein ballonnetje van kwartsglas, dat veel hogere temperaturen aankan dan gewoon glas;
- een gasvulling van een edelgas met een scheutje halogeen (jodium of broom);
- de fitting of pennen waarmee de lamp in het armatuur of de spot klikt.
Omdat de halogeenlamp een variant van de gloeilamp is, deelt hij ook diens grote nadeel: hij maakt licht uit warmte en is daardoor onzuinig. Wel is hij duidelijk beter dan de gewone gloeilamp. Hoe dat komt, ziet u in de volgende sectie.
Hoe werkt een halogeenlamp? De halogeencyclus
Het geheim zit in de halogeencyclus, ook wel de regeneratiecyclus genoemd. Kort gezegd: het halogeengas vangt verdampt wolfraam op en brengt het terug naar de gloeidraad, zodat de draad langer heel blijft en het glas niet zwart aanslaat.
Bij een gewone gloeilamp verdampt er voortdurend een beetje wolfraam van de hete draad. Dat metaal slaat neer op de binnenkant van het glas (het bekende zwarte plekje bij een oude lamp) en de draad wordt steeds dunner tot hij breekt. In een halogeenlamp gaat dat anders. Het verdampte wolfraam verbindt zich met het halogeen tot een gasvormige verbinding. Komt die verbinding weer in de buurt van de gloeiend hete draad, dan splitst ze op: het wolfraam zet zich weer af op de draad en het halogeen komt vrij om de cyclus opnieuw te beginnen.
Die kringloop werkt alleen bij een hoge temperatuur, hoger dan in een gewone gloeilamp. Daarom is het ballonnetje van kwartsglas gemaakt en zit het dicht om de draad. Het gevolg is dat de draad heter mag branden, en een hetere draad geeft feller, witter licht met een uitstekende kleurweergave. Bijkomend voordeel: de lamp gaat langer mee en blijft tot het eind helder branden. Het lichtrendement ligt grofweg rond 15 tot 25 lumen per watt, ongeveer 20 tot 30 procent zuiniger dan een gewone gloeilamp, en de gemiddelde levensduur ligt rond de 2.000 branduren. Dat zijn richtwaarden die per lamp verschillen; de verpakking is leidend.
Waarom mag u een halogeenlamp niet met blote handen aanraken?
Fittingen en vormen: hoe herkent u een halogeenlamp?
U herkent een halogeenlamp aan de fitting (de voet of de pennetjes) en aan de vorm. Dat is meteen de belangrijkste stap voordat u overstapt op led, want de fitting bepaalt welke ledlamp erin past en of er een transformator in het spel is. Klik in het diagram hieronder op uw fitting om te zien waar u die tegenkomt en waar u bij het vervangen op let.
De halogeenlamp komt in twee smaken, en dat is het onderscheid dat er echt toe doet: netspanning-halogeen op 230 volt, en laagspanning-halogeen op 12 volt met een transformator ertussen. In de volgende sectie leggen we dat spanningsverschil uit. Klap hieronder open welke fitting u heeft.
GU10 (spot, 230 volt)
GU5.3 / MR16 (spot, 12 volt)
G9 (capsule, 230 volt)
G4 (capsule, 12 volt)
R7s (staaf, 230 volt)
E27 en E14 (schroeffitting, 230 volt)
12 volt of 230 volt: de rol van de transformator
Of uw halogeenlamp op 12 of 230 volt werkt, bepaalt hoe u hem later vervangt, dus dit is de sleutel van het hele verhaal. Netspanning-halogeen (GU10, G9, R7s, E27/E14) werkt rechtstreeks op de 230 volt uit het stopcontact. Laagspanning-halogeen (GU5.3/MR16, G4) werkt op 12 volt, en die 12 volt komt uit een transformator die de 230 volt omlaag brengt.
Die transformator (kortweg trafo) zit vaak weggewerkt boven het plafond, in het armatuur of soms centraal bij de meterkast. Veel mensen weten niet eens dat ze er een hebben. Toch is hij belangrijk, want bij de overstap naar led is juist die trafo het onderdeel dat roet in het eten kan gooien. Meer daarover leest u verderop.
Waarom eigenlijk 12 volt? Laagspanning was ooit populair omdat de kleine, felle 12V-spotjes mooi compact zijn en omdat 12 volt in natte ruimtes veiliger is dan 230 volt. Precies daar zit een belangrijk aandachtspunt.
Extra aandacht: halogeenspots in de badkamer
Zijn halogeenlampen verboden?
Ja, de meeste halogeenlampen zijn uitgefaseerd, maar net als bij de gloeilamp is dat een productie- en invoerverbod, geen gebruiksverbod. U mag een halogeenlamp die u nog heeft gewoon blijven gebruiken, en handelaren mogen hun oude voorraad nog verkopen. Er worden alleen geen nieuwe meer bijgemaakt of ingevoerd in Europa.
De reden is dezelfde als bij de gloeilamp: te veel stroom gaat verloren als warmte. De uitfasering ging in stappen. Eerst verdwenen de gerichte halogeenspots, daarna volgden op 1 september 2018 de bekende heldere halogeenpeertjes en -kaarsjes op 230 volt. Een aantal speciale types kreeg langer uitstel en verdween in latere stappen.
Online wordt weleens gezegd dat u strafbaar bent als u nog halogeen gebruikt. Dat klopt niet. Het verbod raakt de fabrikant en de importeur, niet de bewoner met een halogeenstraler in de schuur of een paar oude spotjes in het plafond. Het bredere uitfaseringsverhaal, ook voor de gewone gloeilamp, staat in ons artikel over de gloeilamp.
Halogeen versus led: het verschil
Het grootste verschil in één zin: een halogeenlamp maakt licht met een hete draad, een led maakt licht met een halfgeleider, en dat is vele malen zuiniger. Een led gebruikt voor hetzelfde licht grofweg acht tot tien keer minder stroom dan een halogeenlamp, en gaat veel langer mee.
De halogeenlamp doet het wel beter dan de klassieke gloeilamp, maar dat voordeel valt in het niet bij led. In de praktijk merkt u het aan drie dingen: uw energierekening, hoe warm het armatuur wordt, en hoe vaak u een lamp moet vervangen.
| Halogeenlamp | Ledlamp | |
|---|---|---|
| Stroom voor een felle spot | ± 35 tot 50 watt | ± 4 tot 7 watt |
| Deel dat licht wordt | laag (veel warmte) | hoog (weinig warmte) |
| Levensduur (gemiddeld) | ± 2.000 branduren | ± 15.000 tot 25.000 branduren |
| Warmteontwikkeling | hoog (wordt heet) | laag (blijft koel) |
| Aanschafprijs | laag | hoger, maar snel terugverdiend |
Let bij het vervangen niet op de watt van de ledlamp (die is juist laag), maar op de lumen, want lumen zegt hoeveel licht u krijgt. Een halogeenspot van 50 watt vervangt u grofweg door een led van rond de 5 tot 7 watt met ongeveer 350 tot 400 lumen. De uitgebreide omrekening van watt naar lumen leggen we uit in het artikel over de gloeilamp; die vuistregel geldt ook hier.
Halogeen vervangen door led: waar let u op?
Overstappen op led is meestal de moeite waard, maar hoe makkelijk het gaat, hangt af van de spanning. De vuistregel: netspanning-halogeen (230 volt) vervangt u vrijwel altijd 1-op-1, laagspanning-halogeen (12 volt) vraagt om extra aandacht voor de transformator.
Werkt uw lamp op 230 volt (GU10, G9, R7s, E27/E14)? Dan draait of klikt u er simpelweg een ledlamp met dezelfde fitting in. Werkt uw lamp op 12 volt (GU5.3/MR16, G4)? Dan is de oude halogeentransformator het probleem. Zo'n trafo is gemaakt voor het hoge vermogen van een halogeenlamp en heeft een minimale belasting nodig om goed te werken. Een zuinige ledlamp haalt dat lage vermogen vaak niet, waardoor de lamp gaat flikkeren, niet aangaat of knippert. De nette oplossing is de trafo vervangen door een led-driver (led-trafo), of het hele armatuur ombouwen naar 230 volt met GU10-ledspots.
Wilt u kunnen dimmen, let dan extra op. Niet elke ledlamp is dimbaar, en een oude dimmer die voor halogeen was gemaakt, werkt vaak niet goed samen met led. U heeft dan een dimbare ledlamp, een geschikte led-dimmer en (bij 12 volt) een dimbare led-driver nodig, alle drie afgestemd op dezelfde dimtechniek. Zo'n dimmer valt onder schakelmateriaal. Twijfelt u welke combinatie past, dan denken wij graag met u mee.
Halogeenspot flikkert of doet raar na de overstap
Doet een ledspot vreemd nadat u de halogeen eruit haalde, dan ligt het bijna altijd aan de transformator of de dimmer, niet aan de ledlamp zelf. De led is namelijk zoveel zuiniger dat de oude installatie hem niet altijd netjes voedt. Hieronder de klachten die we het vaakst horen.
De ledspot flikkert of knippert
Blijft het flikkeren? Neem contact op
De ledspot gaat helemaal niet aan
Spot blijft donker? Wij kijken mee
De transformator gonst of wordt heet
Laat het veilig nakijken
Slaat er bij het schakelen een groep uit, of gaat het om meerdere spots tegelijk, dan kan er meer aan de hand zijn dan één lampje. Dat wijst eerder op een elektrastoring. Twijfelt u of de groep of de groepenkast nog in orde is, laat het dan controleren voordat u verder sleutelt.
Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?
Een losse halogeenlamp door een led vervangen mag u prima zelf doen: zet het licht uit, laat een hete lamp eerst afkoelen, en klik of draai de nieuwe erin. Bij een 230V-fitting is dat vaak het hele verhaal.
Ingewikkelder wordt het bij 12V-spots met een transformator, bij dimbare verlichting, en bij spots in de badkamer. Dan komt het aan op het juiste type trafo of driver, de goede dimmer en de veiligheidsregels voor natte ruimtes. Gaat het om een compleet nieuw verlichtingsplan met extra spots of lichtpunten, dan komt er soms bekabeling of een extra groep bij kijken, en moet uw groepenkast worden uitgebreid.
Ons advies: een enkel lampje wisselen doet u zelf, maar laat werk aan de bekabeling, de trafo of de groepenkast over aan een erkende elektricien. Dat voorkomt flikkerende spots, een gonzende trafo of onveilige verlichting in de badkamer, en het scheelt u het uitzoekwerk.
Veelgestelde vragen
Zijn halogeenlampen verboden?
De meeste halogeenlampen zijn uitgefaseerd, maar het is een productie- en invoerverbod, geen gebruiksverbod. U mag een halogeenlamp die u nog heeft gewoon blijven gebruiken, en oude voorraad mag nog verkocht worden. Er worden alleen geen nieuwe meer geproduceerd of ingevoerd in Europa. Gerichte spots verdwenen het eerst, de bekende 230V-peertjes en -kaarsjes volgden op 1 september 2018.
Twijfelt u of u nog halogeen in huis heeft? Wij denken graag meeMag je halogeen vervangen door led?
Ja, en meestal is dat verstandig, want led is acht tot tien keer zuiniger en gaat veel langer mee. Netspanning-halogeen op 230 volt (zoals GU10) vervangt u vrijwel altijd 1-op-1. Bij laagspanning-halogeen op 12 volt (GU5.3, G4) is de oude transformator het aandachtspunt: die werkt niet altijd goed met een zuinige led, dus soms hoort er een led-driver bij of stapt u over naar 230V-spots.
Halogeen laten vervangen door led? Vraag vrijblijvend adviesWat is het verschil tussen halogeen en led?
Een halogeenlamp maakt licht met een hete wolfraamdraad, een led doet dat met een halfgeleider en veel minder warmte. Voor hetzelfde licht gebruikt led grofweg acht tot tien keer minder stroom, en een led gaat gemiddeld 15.000 tot 25.000 branduren mee tegenover zo'n 2.000 bij halogeen. Halogeen is goedkoper in de winkel, led is veel goedkoper in gebruik.
Hulp bij het kiezen tussen halogeen en led? Stel uw vraagHoe herken ik een halogeenlamp?
Kijk naar de fitting en de vorm. Halogeen zit vaak in inbouwspots (GU10 op 230 volt of GU5.3/MR16 op 12 volt), in kleine capsulelampjes (G9 op 230 volt of G4 op 12 volt), en in lange staaflampen (R7s) in stralers. Het glas is klein en wordt erg heet. Een halogeenspot voelt na een minuutje branden gloeiend warm aan; een ledspot blijft koel.
Niet zeker welke lamp u heeft? Neem contact opGelden er extra veiligheidseisen voor halogeenspots in de badkamer?
Ja. In natte ruimtes gelden strengere regels, afhankelijk van de afstand tot bad, douche en wastafel. Vlak bij het water is alleen laagspanning (12 volt) toegestaan en hoort de groep beveiligd met een aardlekschakelaar van 30 mA. Bij vervangen of verplaatsen van badkamerspots is een controle door een erkende elektricien verstandig, ook al lijkt het maar om een lampje te gaan.
Benieuwd of uw badkamerspots veilig zitten? Doe de gratis groepenkast-check