Een impulsschakeling is een schakeling waarmee u één lamp (of een hele groep lampen) vanaf veel verschillende plekken aan en uit zet, met eenvoudige drukknoppen. Elke druk op een willekeurige knop laat het licht van stand wisselen: aan, uit, aan. Het hart van de schakeling is niet de knop, maar een klein onderdeel in de meterkast: het impulsrelais, ook wel pulsrelais, stroomstootschakelaar of teleruptor genoemd.
Onthoud vooral dit, want daar zit het verschil met een gewone wisselschakeling of hotelschakeling: bij een impulsschakeling drukken de knoppen niet zelf de lampstroom aan en uit. Ze geven alleen een kort stroomstootje (een "impuls") aan het relais, en dat relais schakelt de lamp. De dunne drukknop-bedrading en de zwaardere lampstroom lopen dus gescheiden. Daardoor kunt u vrijwel onbeperkt knoppen bijzetten, en kunt u met één druk alle lampen tegelijk uitdoen. U komt de impulsschakeling vooral tegen in trappenhuizen, lange gangen, scholen, kantoren en woningen met veel bedieningspunten.
Een impulsschakeling is een lichtschakeling waarbij gewone drukknoppen samen één impulsrelais aansturen, en dat relais de lamp aan en uit zet. Druk kort op een knop, en het relais kantelt van stand: stond het licht aan, dan gaat het uit, en andersom. Het maakt niet uit welke knop u gebruikt.
Die knoppen zijn dezelfde soort drukknop als een belknop: u drukt in, en zodra u loslaat springt de knop vanzelf terug. Ze horen bij het schakelmateriaal op uw verlichtingsgroep, maar zijn eenvoudiger dan een gewone lichtschakelaar, omdat ze alleen een seintje hoeven te geven.
Het woord "impuls" verklaart meteen de kern. Het relais reageert op een korte impuls, niet op een aanhoudend signaal. Zodra het is omgeschakeld, laat u de knop weer los en blijft het licht gewoon in zijn nieuwe stand staan. Juist dat maakt de schakeling zo praktisch, zoals u hieronder ziet.
U gebruikt een impulsschakeling wanneer u één lichtpunt vanaf drie, vier of nog veel meer plekken wilt bedienen, of wanneer u meerdere lampen tegelijk wilt kunnen schakelen. Dat is precies waar een gewone schakeling omslachtig wordt.
Denk aan een trappenhuis in een appartementengebouw met een knop op elke verdieping, een lange bedrijfsgang met een knop bij elke deur, of een grote woonkeuken met vier ingangen. Op al die plekken zet u een simpele drukknop, en ze werken allemaal samen op hetzelfde relais.
Een tweede sterke reden is centraal-uit. Omdat alle knoppen via het relais lopen, kunt u er eenvoudig een "alles uit"-knop bij zetten, bijvoorbeeld bij de voordeur of naast het bed. Één druk, en alle aangesloten verlichting gaat in één keer uit. Bij een keten van gewone wisselschakelaars is dat niet zomaar te regelen.
Het impulsrelais zit niet in de muur bij de drukknop, maar in de groepenkast in uw meterkast. Het klikt op de DIN-rail, net als een installatieautomaat, en is meestal maar één module breed (ongeveer 18 mm). Daardoor valt het makkelijk over het hoofd tussen de andere componenten.
U herkent het aan een paar dingen. Er staat vaak een type-aanduiding op met het woord "impuls" of een merkcode (bijvoorbeeld ABB E290 of Schneider iTL). Bij de klassieke, elektromechanische uitvoering hoort u een duidelijke "tik" of "klik" op het moment dat u een drukknop indrukt: dat is het relais dat binnenin omslaat.
Veel mensen zoeken op "waar zit het impulsrelais", omdat de drukknoppen aan de muur er anders uitzien dan gewone schakelaars (ze klikken niet vast in een stand) en ze het relais zelf niet kunnen vinden. Logisch: het schakelwerk gebeurt centraal in de kast, niet achter de knop. Weet u niet zeker of uw verlichting via een impulsrelais loopt? Een simpele aanwijzing is de drukknop die vanzelf terugveert in plaats van in de aan- of uit-stand te blijven staan.
Binnenin het relais zitten een spoel en een mechanische vergrendeling. Drukt u op een knop, dan gaat er heel even stroom door de spoel. Die stroomstoot trekt het mechanisme één stap verder, waardoor het schakelcontact omslaat en vergrendelt in de nieuwe stand. Laat u de knop los, dan valt de spoel stil, maar het contact blijft staan waar het staat.
Daar zit het slimme: het relais is bistabiel, met twee vaste standen. Het houdt zijn stand vast zonder dat er stroom door de spoel hoeft te blijven lopen. Een gewoon relais (monostabiel) valt terug zodra u de knop loslaat, en zou dus continu stroom vragen om het licht aan te houden. Een impulsrelais niet.
Dat verklaart ook een handige eigenschap: valt de spanning even weg, bijvoorbeeld bij een korte stroomstoring of een sprong van een automaat, dan onthoudt het relais zijn stand. Stond het licht aan, dan staat het na terugkeer van de spanning meestal nog steeds aan. Vergelijk het met een lichtknopje dat u indrukt en dat blijft hangen: u hoeft het niet vast te houden om het licht aan te houden.
Dit is het punt dat een impulsschakeling echt onderscheidt van een wisselschakeling, en het is de moeite waard om even bij stil te staan. In een impulsschakeling lopen twee gescheiden stroomkringen: de stuurstroom en de lampstroom.
De stuurstroom is het lichte werk. Dat is het kringetje van de drukknoppen naar de spoel van het relais. Er loopt alleen een korte impuls door, en die hoeft de lamp niet te voeden. U kunt daarom dunne, eenvoudige bedrading gebruiken en er zoveel drukknoppen op parallel zetten als u wilt.
De lampstroom is het zware werk. Dat is het contact van het relais dat de eigenlijke stroom naar de lamp of lampengroep schakelt, doorgaans tot 16 A. Alleen dat contact draagt de belasting. De drukknoppen komen met de lampstroom helemaal niet in aanraking.
Vergelijk het met de bel en de deur bij een groot gebouw: het belknopje bij de ingang is licht en simpel, maar het opent geen zware deur uit zichzelf. Het geeft een seintje aan het mechanisme dat het echte, zware werk doet. Zo werkt een impulsschakeling ook: de knop seint, het relais tilt de last.
Het aansluitschema valt in twee delen uiteen, precies zoals de vorige sectie beschrijft: de stuurkring en de lampkring. Als u die twee los van elkaar leest, wordt het meteen overzichtelijk.
De stuurkring loopt langs de spoelaansluitingen van het relais, die vaak A1 en A2 heten. De fase (de bruine draad) gaat via de drukknoppen naar de ene spoelklem, en de andere spoelklem gaat naar de nul (de blauwe draad). Alle drukknoppen worden parallel op deze kring gezet: elke knop kan de spoel dus bekrachtigen. Druk kort, en het relais kantelt.
De lampkring loopt langs de schakelcontacten van het relais. Daar komt de fase vanuit uw verlichtingsgroep binnen, en vanaf het contact gaat een schakeldraad naar de lamp. De nul gaat, net als bij een gewone lichtschakeling, rechtstreeks naar de lamp en niet door het relais.
Let op de aderkleuren, want daar gaat het bij zelf klussen vaak mis. Blauw is en blijft de nul; die gebruikt u nooit als stuurdraad die fasespanning voert. De stuurdraden tussen de drukknoppen staan onder fasespanning en horen dus bruin, zwart of grijs te zijn, nooit blauw. Fase en nul komen nooit samen in één klem.
De verlichtingsgroep hoort beveiligd te zijn met een installatieautomaat, meestal een 16 A-automaat, met een aardlekbeveiliging voor de groep. Voor het monteren van de losse drukknop of schakelaar zelf (welke klem waar) leest u meer bij schakelaar aansluiten.
Het verschil in één zin: een wisselschakeling schakelt de lampstroom rechtstreeks via de schakelaars, een impulsschakeling schakelt de lamp via een relais dat u met lichte drukknoppen bedient. De volledige uitleg van de wissel- en kruisschakeling leest u in dat artikel; hier gaat het om de keuze tussen beide.
De vuistregel draait om het aantal bedieningspunten. Tot en met een handvol plekken is een wissel- of kruisschakeling meestal prima en goedkoper in onderdelen. Maar voor elk extra punt boven de twee heeft een kruisschakeling een extra kruisschakelaar nodig, plus vier draden die door de hele installatie lopen. Dat wordt al snel een wirwar.
| Situatie | Handigste keuze | Waarom |
|---|---|---|
| Vanaf 2 plekken bedienen | Wisselschakeling (hotelschakeling) | Eenvoudig, weinig onderdelen |
| Vanaf 3 plekken bedienen | Kruisschakeling of impulsschakeling | Bij 3 nog gelijkwaardig; daarboven wint impuls |
| Vanaf 4 of meer plekken | Impulsschakeling | Drukknoppen met 2 draden i.p.v. kruisschakelaars met 4 |
| Later knoppen bijzetten | Impulsschakeling | Extra drukknop parallel bijprikken, geen herbedrading |
| Alle lampen tegelijk uit | Impulsschakeling | Centraal-uit is eenvoudig toe te voegen |
Kort gezegd: bij veel bedieningspunten, verwachte uitbreiding of een wens voor centraal-uit wint de impulsschakeling op eenvoud. Twijfelt u wat in uw situatie het handigst is? De beste keuze hangt ook af van hoe de kabels nu al liggen, en daar denken wij graag over mee.
Impulsrelais bestaan in verschillende uitvoeringen. Welke u nodig heeft, hangt af van de spanning, het aantal lampen dat u schakelt en de plek van de bediening. Klap hieronder open wat voor u van belang is.
De meeste storingen aan een impulsschakeling komen niet door het relais zelf, maar door een drukknop die blijft hangen of door een fout in de stuurbedrading. Een enkele klemmende knop kan de hele schakeling van slag brengen. Hieronder de klassiekers, met per geval wat er speelt.
Twijfelt u waar een storing vandaan komt? Ga dan niet zelf in de kast of de aansluiting sleutelen. Neem gerust contact op als u er niet uitkomt; wij zoeken de oorzaak veilig op.
Een vaste prijs is er niet. Wat een impulsschakeling kost, hangt sterk af van uw situatie, en één bedrag noemen zou soms kloppen en vaak niet. Wat de prijs bepaalt, kunnen we wél op een rij zetten:
Wilt u een prijs die bij úw situatie past? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan. Dan kijken we naar de bedieningspunten die u wenst en naar hoe de bedrading nu ligt.
Ons advies is duidelijk: laat het aansluiten van een impulsschakeling over aan een erkende elektricien. Het werk raakt de fase, en dat staat onder spanning zodra de groep aan is. Een verkeerd aangesloten stuurdraad of een blauwe nul op de verkeerde klem is niet zomaar "een lamp die het niet doet", maar een risico op een schok, kortsluiting of een doorgebrande spoel.
Er komt bovendien meer bij kijken dan bij een gewone schakelaar: de scheiding tussen stuurkring en lampkring, de juiste spoelspanning, het parallel zetten van de knoppen en het plaatsen van het relais in de groepenkast. Eén foutje in de stuurkring laat de spoel oververhitten, en dan bent u alsnog verder van huis.
De drukknoppen zelf indrukken is natuurlijk prima; daar zijn ze voor. Maar het relais plaatsen, de kring aansluiten of een bestaande schakeling ombouwen is een vak apart. Daar horen kennis, gereedschap en het goed spanningsloos maken bij. Daarom laten wij dit altijd door een elektricien doen, en niet door een handige klusser.
Veelgestelde vragen
Bij een wisselschakeling schakelen de schakelaars zelf de lampstroom, en die gebruikt u voor bediening vanaf twee plekken. Bij een impulsschakeling drukken lichte knoppen alleen een impulsrelais aan, en dat relais schakelt de lamp. De drukknop-bedrading (stuurstroom) en de lampstroom lopen daardoor gescheiden. Een impulsschakeling is dus geen wisselschakeling met meer knoppen; het is een ander principe, dat vooral wint bij veel bedieningspunten.
Twijfelt u welke schakeling bij u past? Wij denken graag meeHet impulsrelais zit in de groepenkast, op de DIN-rail tussen de andere componenten, en is meestal maar één module breed. Het zit dus niet achter de drukknop aan de muur. U herkent het aan de type-aanduiding (vaak met "impuls" of een merkcode) en bij de mechanische uitvoering aan de hoorbare "tik" wanneer u een knop indrukt.
Niet zeker of u een impulsrelais heeft? Neem contact opIn de praktijk vrijwel onbeperkt: omdat de knoppen parallel op de stuurkring staan en alleen een korte impuls geven, kunt u er veel bijzetten zonder de schakeling zwaarder te belasten. Dat is juist het voordeel van een impulsschakeling boven een keten van wissel- en kruisschakelaars. Bij zeer lange leidingen of heel veel knoppen kan een aangepaste spoelspanning verstandig zijn.
Wilt u vanaf veel plekken bedienen? Stel uw vraagBlijven hangen wijst meestal op een intern defect of een vastgelopen mechaniek; dan hoort het relais vervangen te worden. Ratelen of aanhoudend tikken komt vaak door een drukknop die blijft hangen of een fout in de stuurkring, waardoor de spoel steeds spanning krijgt. Dat kan de spoel doen oververhitten. Zet de groep uit en laat het nakijken; het is niet iets om te laten zitten.
Storing aan uw verlichting? Onze spoeddienst helptTechnisch kan het, maar u werkt aan de fase en aan een gescheiden stuur- en lampkring, dus veiligheid staat voorop: de groep eerst spanningsloos maken en controleren met een spanningszoeker. Voor een nieuwe of verbouwde installatie geldt bovendien de NEN 1010, en dan is het verstandig het door een erkende elektricien te laten doen. Twijfelt u over de staat van uw groepenkast of bedrading, doe dan eerst de gratis groepenkast-check.
Onzeker of alles nog klopt? Doe de gratis groepenkast-check