Een installatiebuis is een holle kunststof buis die u in muren, vloeren en beton wegwerkt en waar losse installatiedraden doorheen worden getrokken. Ziet u in een meterkast of achter een stopcontact een grijze of crèmekleurige buis lopen, dan is dat een installatiebuis. De draden zitten er los in en niet vast: de buis is puur de beschermende "loze leiding" eromheen.
Juist dat losse zit maakt de installatiebuis zo handig. Omdat de draden er los doorheen lopen, kunt u ze later vervangen of bijtrekken zonder de muur open te breken. Een buis is dus geen kabel: een kabel heeft zijn aders al vast in een mantel, terwijl een installatiebuis leeg wordt geleverd en u er zelf draad doorheen trekt. In vrijwel elke Nederlandse woning zit dit leidingwerk verstopt in de wanden, van de groepenkast tot elk stopcontact en lichtpunt.
Een installatiebuis is een holle kunststof buis die dient als beschermkanaal voor elektriciteitsdraden. U trekt er losse installatiedraden (VD-draad) doorheen, van de groepenkast naar een stopcontact, schakelaar of lichtpunt. De buis geleidt zelf geen stroom; hij beschermt de draden en houdt het leidingwerk netjes op zijn plek.
In vaktaal en in webshops heet dit ook wel een elektrabuis of, voor de harde rechte variant, een schuifbuis. Die naam zegt precies wat hij doet: het is een stugge, gladde buis waar u draad doorheen schuift of trekt. Naast deze harde buis bestaat er ook een flexibele variant met ribbels, die makkelijker om een bocht buigt. Daarover verderop meer.
Wat een installatiebuis níet is, is net zo belangrijk. Hij is geen kabel en geen stroomdraad zelf, maar het omhulsel eromheen. En hij is niet bedoeld om zomaar in de grond te leggen als bescherming voor een tuinkabel: daar hoort een zwaardere mantelbuis. Die verschillen zetten we hieronder op een rij.
Een installatiebuis heeft twee hoofdtaken: hij beschermt de draden en hij houdt ze vervangbaar. De buis schermt de kwetsbare aders af tegen beschadiging, vocht en het inboren van een schroef of spijker. En omdat de draden er los in liggen, kunt u ze er later weer uittrekken en nieuwe doorheen halen.
Die vervangbaarheid is het grote voordeel dat veel mensen vergeten. Loopt er ooit een groep bij, of moet er een dikkere draad in voor een zwaarder apparaat? Dan trekt een elektricien de oude draad eruit en een nieuwe erin, zonder de wand open te hakken. Bij een kabel die rechtstreeks is ingemetseld kan dat niet: die zit muurvast.
Daarnaast houdt de buis het leidingwerk overzichtelijk. Elke installatieautomaat in de kast hoort bij een eigen groep, en elke groep loopt netjes door zijn eigen buis. Zo blijft duidelijk welke draad waarheen gaat, wat later werk aan de installatie een stuk veiliger en makkelijker maakt.
Deze vier begrippen worden vaak door elkaar gehaald, maar ze zijn niet hetzelfde. Kort gezegd: een installatiebuis is de harde binnenbuis voor in huis, een flexibele buis is de buigzame variant daarvan, een mantelbuis is de zware beschermbuis voor buiten of de grond, en een kabel is geen buis maar de draad-in-mantel zelf.
Online worden installatiebuis en flexibele buis soms als één en hetzelfde gepresenteerd. Dat klopt niet helemaal. "Installatiebuis" is het overkoepelende woord, en in webshoptaal meestal de harde, gladde buis; de buigzame ribbelbuis heet apart de flexibele buis. Ze doen hetzelfde werk, maar verschillen in verwerking en in het aantal draden dat erdoorheen mag (zie verderop).
| Soort | Wat is het? | Waarvoor |
|---|---|---|
| Installatiebuis (schuifbuis) | Harde, gladde kunststof buis | Draad trekken in muur, vloer en beton binnenshuis |
| Flexibele buis (VP-buis) | Buigzame ribbelbuis | Zelfde werk, handig rond bochten en in krappe ruimtes |
| Mantelbuis | Dikwandige, zware beschermbuis | Kabel beschermen buiten of in de grond (bv. bij een tuinkabel) |
| Kabel | Aders vast in één mantel | Kant-en-klare leiding; hoeft niet altijd door een buis |
Let vooral op het verschil tussen buis en kabel. Een installatiekabel heeft de aders al vast in een gezamenlijke mantel en kan op veel plekken zonder losse buis worden weggewerkt. In een installatiebuis trekt u juist losse draden. En wie een kabel de grond in wil leggen, gebruikt daarvoor een mantelbuis of een echte grondkabel, niet de dunne installatiebuis uit dit artikel.
De maat van een installatiebuis wordt aangegeven in millimeters én in de oude duimmaat. De meest gebruikte maten in een woning zijn 5/8" (16 mm) en 3/4" (19 mm); voor zwaardere leidingen bestaan ook 1" (25 mm) en 5/4" (32 mm). Hoe dikker de buis, hoe meer of hoe zwaardere draad erdoorheen past.
Welke maat u nodig heeft, hangt af van wat er doorheen moet. Voor gewone stopcontacten en verlichting is 5/8" (16 mm) de standaard. Gaat het om een zwaardere groep, zoals een kookgroep of een aansluiting voor een laadpaal, dan is 3/4" (19 mm) of dikker verstandig. De fabrikantopgave op de verpakking is altijd leidend; de maat is een productwaarde, geen natuurwet.
| Maat (duim) | Diameter | Typische toepassing |
|---|---|---|
| 5/8" | 16 mm | Stopcontacten, verlichting (meest gebruikt) |
| 3/4" | 19 mm | Zwaardere groepen, kookgroep |
| 1" | 25 mm | Meerdere of dikkere draden |
| 5/4" | 32 mm | Zware voedingen, bundels draad |
Wegwijzer
Kies wat het dichtst bij uw situatie ligt. U ziet meteen de juiste maat of uitvoering en een vervolgstap.
Uw keuze
Voor gewone stopcontacten en verlichting is 5/8" (16 mm) de standaardmaat. De crèmekleurige buis is licht slagvast en bedoeld voor onder stucwerk en in lichte wanden. Een normale licht- of wandcontactgroep past hier ruim in.
Liever laten aanleggen? Neem contact opUw keuze
Een zwaardere groep, zoals een kookgroep of een aansluiting voor een laadpaal, vraagt om dikkere draad. Kies dan 3/4" (19 mm) of groter, zodat de draad er ruim in past en u later nog een draad kunt bijtrekken.
Vraag advies over uw groepUw keuze
Gaat de buis het beton in, of komt hij op een plek waar hij een stoot kan krijgen, kies dan de slagvaste uitvoering (in de handel Hostalit of "verhoogd slagvast"). Die houdt meer druk en klappen uit en is beter tegen UV bestand. Voor beton- en zichtwerk is grijs de gangbare kleur, maar slagvast bestaat ook in crème.
Laat het door onze elektricien doenUw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer wijst u alleen naar de juiste buis.
Er mag maar een beperkt aantal draden in een installatiebuis, afhankelijk van de diameter en de dikte van de draad. In een gladde buis van 16 mm mogen doorgaans maximaal 5 draden van 1,5 mm² of 4 draden van 2,5 mm²; in een gladde buis van 19 mm maximaal 5 draden van 2,5 mm². In een flexibele buis van 16 mm ligt de grens lager: ongeveer 4 draden van 1,5 mm² of 3 draden van 2,5 mm².
Waarom is er een maximum? Om twee redenen. Ten eerste warmte: draden die stroom voeren worden warm, en te veel draden opeengepakt kunnen die warmte niet goed kwijt. Ten tweede vervangbaarheid: zit de buis propvol, dan krijgt u er later geen draad meer bij of uit. Juist dat vervangen was de reden om überhaupt een buis te gebruiken.
Een veelgemaakte fout is denken "als het erin past, mag het erin". Dat is niet zo. Naast het aantal draden geldt in de praktijk ook dat per buis in principe één groep (stroomkring) hoort; heeft u twee groepen, dan gebruikt u twee buizen. De algemene eisen voor leidingwerk staan in de norm NEN 1010.
Een installatiebuis is gemaakt van hard PVC. Bij de keuze let u eigenlijk op twee dingen die los van elkaar staan: de kleur van de buis en de uitvoering, oftewel hoe slagvast hij is. Die twee worden vaak door elkaar gehaald, maar het zijn aparte keuzes.
De kleur is vooral een herkennings- en toepassingssignaal. De crèmekleurige buis wordt van oudsher onder stucwerk en in lichte wanden weggewerkt, uit het zicht. De grijze buis ziet u eerder in beton, in het zicht of op plekken waar hij tegen een stootje moet kunnen. De kleur zelf zegt nog niets over de sterkte.
Los van de kleur bestaat elke buis in twee uitvoeringen: normaal en slagvast. De normale PVC-buis is de standaard en voldoet prima als hij netjes in een wand of vloer wordt weggewerkt. De slagvaste uitvoering, in de handel bekend als Hostalit of "verhoogd slagvast", heeft toegevoegd materiaal waardoor de buis beter tegen klappen kan, minder snel broos wordt en beter tegen UV-licht en weersinvloeden bestand is. Die kiest u waar de buis kwetsbaar ligt: in het zicht, buiten, onder de grond of gestort in beton.
Belangrijk om te weten: beide kleuren bestaan in beide uitvoeringen. U kunt dus een crème normale buis, een crème slagvaste buis, een grijze normale buis én een grijze slagvaste (Hostalit) buis krijgen. In de praktijk grijpt men vaak naar crème normaal voor gewoon binnenwerk onder de stuc, en naar grijs slagvast voor beton of zichtwerk, maar dat is een gewoonte, geen regel.
| Kleur | Vooral gebruikt |
|---|---|
| Crème | Onder stucwerk, lichte wanden (binnen, uit het zicht) |
| Grijs | In beton, in het zicht of buiten |
| Uitvoering | Kenmerk | Kies bij |
|---|---|---|
| Normaal PVC | Standaard hard PVC | Weggewerkt in een wand of vloer |
| Slagvast (Hostalit) | Verhoogd slagvast, minder broos, UV-bestendig | Kwetsbaar, zichtbaar, buiten of in beton |
Een installatiebuis leggen gebeurt in twee stappen: eerst de lege buis vastzetten in de wand of vloer, daarna de draden erdoorheen trekken. De buis wordt met buisklemmen of in een sleuf in de muur bevestigd en loopt van de inbouwdoos naar de groepenkast. Pas als de buis vastligt, gaat de draad erin.
Draad trekken doet u met een trekveer: een stugge, gladde veer die u door de buis schuift, aan de draad koppelt en er weer uittrekt. Zit de buis vol bochten, dan helpt een beetje siliconenspray of trekpoeder om de draad soepel door te laten glijden. Bij een stopcontact aansluiten komt de draad zo netjes vanuit de buis in de inbouwdoos.
Toch is dit werk lastiger dan het lijkt. Een strak gelegde harde buis met flauwe bochten laat draad vlot door; een flexibele buis met een scherpe knik of te veel bochten kan de draad juist muurvast laten zitten. Een ervaren elektricien legt de buis daarom met ruime bochten en denkt vooruit over welke draden er ooit nog bij moeten.
Installatiebuis bestaat in verschillende soorten en maten. Welke u kiest, hangt af van de klus, de plek en hoeveel draad erdoorheen moet. Klap hieronder open wat voor u van belang is.
Met een installatiebuis zelf gaat zelden iets "kapot", maar bij het aanleggen of aanpassen loopt het geregeld mis. Hieronder de situaties die wij het vaakst tegenkomen.
Een lege buis in een sleuf leggen is voor een handige klusser te doen; de draad aansluiten in de groepenkast is dat niet. Op de plek waar de buizen samenkomen in de kast zit de volle stroom, en een fout daar is niet zomaar "een groep die het niet doet" maar een risico op kortsluiting, brand of een schok.
Er komt bovendien meer bij kijken dan het lijkt. De juiste buismaat, het juiste aantal draden, de goede kleurcodes en het veilig afmonteren horen bij elkaar. Een buis mag dan simpel ogen, wat erin en erop wordt aangesloten luistert nauw en valt onder de normen voor elektrische installaties.
Twijfelt u of uw leidingwerk en groepenkast nog kloppen? Dan is een controle vooraf slim. Wij laten dit soort werk altijd door een erkende elektricien doen, en niet door een handige klusser. Wilt u zeker weten dat alles veilig zit, dan kunt u een installatiecheck laten uitvoeren.
Veelgestelde vragen
Dat hangt af van de diameter en de draaddikte. In een gladde buis van 16 mm mogen doorgaans maximaal 5 draden van 1,5 mm² of 4 draden van 2,5 mm²; in een gladde buis van 19 mm maximaal 5 draden van 2,5 mm². In een flexibele buis is dat minder, ongeveer 4 draden van 1,5 mm² of 3 draden van 2,5 mm². Het gaat niet om wat er past, maar om warmte-afvoer en om de draden later kunnen vervangen. De exacte aantallen staan vast in de normen voor leidingwerk.
Twijfelt u over uw leidingwerk? Wij denken graag meeEen installatiebuis is in de kern de harde, gladde buis; een flexibele buis is de buigzame ribbelvariant. Ze doen hetzelfde werk, maar de harde buis laat draad soepeler door en er mag meer draad in. De flexibele buis buigt makkelijker om bochten, maar mag minder draad bevatten en kan knikken. "Installatiebuis" is ook het overkoepelende woord voor beide.
Stel uw vraag over buis of kabelVoor gewone stopcontacten en verlichting is 5/8" (16 mm) de standaard. Voor een zwaardere groep, zoals een kookgroep of een aansluiting voor een laadpaal, kiest u 3/4" (19 mm) of dikker. Hoe meer of hoe zwaarder de draad, hoe dikker de buis. De opgave van de fabrikant op de verpakking is altijd leidend.
Niet zeker welke maat past? Wij kijken graag met u meeJa, daar is hij juist voor gemaakt. Voor storten in beton gebruikt u een slagvaste (Hostalit) buis, meestal in het grijs; onder stucwerk in een lichte wand volstaat vaak de normale crème buis. De buis wordt dus verstopt in de constructie, met de draden er los in zodat ze later te vervangen zijn. Kies wel de juiste uitvoering voor de plek.
Neem contact op voor adviesDat is van buitenaf lastig te zien, want het gaat om de juiste buismaat, het aantal draden, de kleurcodes en de aansluiting in de kast. Een erkende elektricien kan dit vaststellen. Elektra Koning voert daarvoor een installatiecheck uit, zodat u zwart-op-wit weet of uw installatie nog klopt.
Benieuwd of alles nog klopt? Doe de gratis groepenkast-check