Keuzeschakelaar — plak-klaar (Elektra Koning)

Leestijd: ± 11 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een keuzeschakelaar is een schakelaar met meerdere standen waarmee u kiest tussen meerdere circuits, apparaten, bronnen of standen. U draait of zet hem in de gewenste stand, en precies die ene keuze wordt doorverbonden. Denk aan de standenknop van een ventilator (uit, laag, hoog) of de bronkeuze op een geluidsinstallatie: u kiest er steeds precies één, nooit twee tegelijk.

Onthoud vooral dit, want het is de kern van dit artikel: een keuzeschakelaar kiest ergens tussen, hij bedient niet één ding vanaf twee plekken. Dat laatste is een wisselschakeling, en dat is iets heel anders. In vaktaal heet een keuzeschakelaar vaak een standenschakelaar, draaischakelaar of nokkenschakelaar. U komt hem tegen op machines, in ventilatiesystemen, in de meterkast als omschakelaar tussen net en noodstroom, en op boten en campers. Wilt u zo’n schakelaar laten plaatsen of vervangen? Dan valt dat onder schakelmateriaal.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een keuzeschakelaar?
  2. Keuzeschakelaar, standenschakelaar of draaischakelaar: is dat hetzelfde?
  3. Kiezen of schakelen? Het verschil met een wisselschakelaar
  4. Hoeveel standen heeft een keuzeschakelaar?
  5. De omschakelaar: kiezen tussen net en noodstroom
  6. De hand-0-automaat: met de hand of automatisch
  7. Waar komt u een keuzeschakelaar tegen?
  8. Varianten van de keuzeschakelaar
  9. Waar moet u op letten bij het aansluiten?
  10. Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Wat is een keuzeschakelaar?

Een keuzeschakelaar is een schakelaar met meerdere standen waarmee u kiest welk circuit, welk apparaat of welke stand actief wordt. U bedient hem met de hand, meestal door een knop te draaien of een hendel om te zetten. In elke stand maakt hij een andere verbinding.

Het woord zegt precies wat het doet: u maakt een keuze. Bij een gewone lichtschakelaar is er maar één ding om aan of uit te zetten. Bij een keuzeschakelaar zijn er meerdere mogelijkheden, en u wijst er telkens één aan. Daarom staat er vaak een nummering op, zoals 0-1-2, of een tekst als HAND-0-AUTO.

Waarom heet dit in vaktaal een “selector switch” of “nokkenschakelaar”?

In het Engels heet een keuzeschakelaar een selector switch. In de installatietechniek hoort u ook “nokkenschakelaar” (in het Engels: cam switch). Dat gaat over de binnenkant: onder de draaiknop zit een pakket met nokken (kleine uitsteeksels) op een as. Draait u de knop, dan drukken die nokken op verschillende contacten, zodat er per stand een andere verbinding wordt gemaakt. Zo kan één schakelaar met een simpele draai meerdere circuits netjes uit elkaar houden. “Keuzeschakelaar” gaat over wat hij doet, “nokkenschakelaar” en “draaischakelaar” gaan over hoe hij gebouwd en bediend wordt.

Wat een keuzeschakelaar op zichzelf niet doet, is beveiligen. Hij kiest alleen; hij springt niet uit bij te veel stroom, kortsluiting of lekstroom. Die taak blijft bij de installatieautomaten en de aardlekschakelaar in uw groepenkast. Een keuzeschakelaar staat daar los van.

Keuzeschakelaar, standenschakelaar of draaischakelaar: is dat hetzelfde?

In de praktijk worden deze woorden vaak door elkaar gebruikt, en dat is meestal niet erg. Toch zit er een logisch verschil in, en dat helpt om de juiste te kiezen. Kort gezegd: “keuzeschakelaar” gaat over de functie, “draaischakelaar” en “standenschakelaar” gaan over de vorm.

  • Keuzeschakelaar: de functie. Hij kiest tussen meerdere mogelijkheden.
  • Draaischakelaar: de vorm. U bedient hem door te draaien.
  • Standenschakelaar: de uitvoering. Hij heeft vaste, genummerde standen.
  • Nokkenschakelaar: de bouw. Nokken op een as maken per stand de verbinding.

Ziet u het? Deze woorden sluiten elkaar niet uit, ze beschrijven hetzelfde ding van verschillende kanten. Een draai-keuzeschakelaar met de standen 0-1-2 is tegelijk een keuzeschakelaar (functie), een draaischakelaar (vorm) én een standenschakelaar (uitvoering).

Online leest u soms dat een draaischakelaar “alleen aan of uit” is en een keuzeschakelaar “meer standen” heeft. Dat klopt niet als algemene regel. Het aantal standen zegt niets over de vorm: er bestaan draaischakelaars met twee standen en draaischakelaars met wel tien. De vorm (draaien) en de functie (kiezen) staan los van elkaar. Laat u dus niet in de war brengen door de naam alleen; kijk naar wat u wilt kunnen kiezen en hoeveel standen u daarvoor nodig heeft.

Kiezen of schakelen? Het verschil met een wisselschakelaar

Dit is de belangrijkste verwarring rond dit begrip, dus we halen hem er meteen uit. Een keuzeschakelaar kiest tussen dingen. Een wisselschakelaar doet iets anders: die bedient één ding vanaf twee plekken.

Stel, u wilt de lamp in de gang zowel beneden als boven aan de trap kunnen aan- en uitzetten. Dan gebruikt u twee wisselschakelaars, en samen vormen zij een wisselschakeling (ook wel hotelschakeling genoemd). U kiest daarbij niets tussen verschillende apparaten; u bedient dezelfde lamp gewoon vanaf twee kanten. Wilt u weten hoe u dat aanlegt? Dat leest u bij schakelaar aansluiten.

Een keuzeschakelaar werkt precies andersom qua doel. Die staat op één plek en laat u daar kiezen tussen meerdere mogelijkheden: net of aggregaat, hand of automaat, stand 1 of stand 2. Online worden een wisselschakelaar en een keuzeschakelaar nog weleens over één kam geschoren, alsof de wisselschakelaar een soort keuzeschakelaar is. Dat is niet juist, en het onderscheid is nuttig: het ene is een schakelprincipe (vanaf meerdere plekken bedienen), het andere is een keuze tussen meerdere circuits.

Nog een begrip dat mensen erbij halen, is de impulsschakeling. Daarbij sturen drukknoppen via een impulsrelais één lichtpunt aan. Ook dat is geen kiezen tussen dingen, maar een manier van schakelen. Kortom: een keuzeschakelaar herkent u eraan dat u ergens tussen selecteert, niet aan het aantal knoppen of plekken.

Hoeveel standen heeft een keuzeschakelaar?

Het aantal standen bepaalt tussen hoeveel mogelijkheden u kunt kiezen. De meest voorkomende uitvoeringen zijn de tweestandenschakelaar en de driestandenschakelaar, maar er bestaan er met veel meer standen.

  • 2 standen: kiezen tussen twee mogelijkheden, bijvoorbeeld stand 1 of stand 2.
  • 3 standen (1-0-2 of 0-1-2): twee keuzes plus een middenstand. Die middenstand (de 0) is vaak “alles uit” of “los”, en is bij een omschakelaar juist heel belangrijk (zie verderop).
  • Meer standen: op machines en in de industrie ziet u draai-keuzeschakelaars met vier, zes of meer posities, bijvoorbeeld om een motor op verschillende snelheden te zetten.
De standen van een keuzeschakelaar (1-0-2) Links een draai-keuzeschakelaar van bovenaf met de standen 1, 0 en 2; de knop staat op stand 2. Rechts wat er achter het front gebeurt: de gekozen stand verbindt via een contactarm precies een circuit door, terwijl de andere standen open blijven. Onderaan het verschil tussen een NO- en een NC-contact. 1 0 2 Van bovenaf: u kiest een stand Draai naar 1, 0 of 2. De knop staat hier op 2. Achter het front Eén gekozen stand verbindt één circuit door. fase C 1 circuit 1 (uit) 0 alles los 2 Contactblokjes achter het front NO (in rust open) NC (in rust gesloten) elektrakoning.nl
Een draai-keuzeschakelaar met de standen 1-0-2. Achter het front verbindt de gekozen stand precies één circuit door; de NO- en NC-contacten bepalen wat er per stand open of dicht gaat.

Er is ook verschil in hoe de schakelaar zich gedraagt als u hem loslaat. Een zelfborgende (of vergrendelende) uitvoering blijft in de stand staan waar u hem laat: u draait naar stand 2 en daar blijft hij. Een veerbelaste uitvoering met terugkeer springt vanzelf terug zodra u loslaat, bijvoorbeeld om kort een motor te laten starten. Welke u nodig heeft, hangt af van wat u ermee doet.

Achter het front zitten de contacten. Fabrikanten specificeren die als NO (normally open, in rust open) of NC (normally closed, in rust gesloten). Door NO- en NC-blokjes te combineren, bepaalt de bouwer wat er in elke stand verbonden of juist onderbroken wordt. Voor de meeste bewoners is dat detail niet nodig; het is vooral belangrijk als een monteur de schakelaar aansluit of vervangt.

De omschakelaar: kiezen tussen net en noodstroom

Een omschakelaar is een keuzeschakelaar die kiest tussen twee bronnen. De bekendste toepassing thuis: kiezen tussen het lichtnet en een noodstroombron, zoals een aggregaat (generator) of een omvormer. In vaktaal heet dit ook een transferschakelaar of, in het Engels, een changeover switch.

Zo’n omschakelaar heeft meestal de standen I-0-II (oftewel 1-0-2). In stand I loopt uw installatie op het net, in stand II op de noodstroom, en in stand 0 is alles los. Die 0-stand is geen gewoon “uit-standje”. Het is een veiligheidsslot: hij zorgt dat het net en het aggregaat elkaar nooit kunnen raken. U kunt namelijk maar één bron tegelijk kiezen.

Waarom is dat zo belangrijk? Als het net en een aggregaat per ongeluk tegelijk verbonden zouden zijn, ontstaat er een levensgevaarlijke situatie. Dan zou uw aggregaat stroom terug het openbare net op kunnen sturen, precies daar waar een monteur van de netbeheerder denkt dat de leiding spanningsloos is. Een goede omschakelaar maakt dat onmogelijk: hij is vergrendeld, zodat u nooit beide standen tegelijk kunt inschakelen. Terugleveren naar het net op deze manier is bovendien niet toegestaan.

Omschakelaar tussen net en noodstroom (I-0-II) Schema: links het lichtnet, rechts een aggregaat of omvormer, in het midden een vergrendelde omschakelaar met de standen I (net), 0 (los) en II (noodstroom), daaronder de groepenkast. De omschakelaar is 2-polig: fase (bruin) en nul (blauw) worden apart geschakeld, nooit in dezelfde klem. De schakelaar staat op 0, dus beide bronnen zijn los en er is geen parallelbedrijf. De aarde (geel-groen) loopt langs de schakelaar door naar de groepenkast en wordt niet geschakeld. Het net lichtnet / netbeheerder G Noodstroom aggregaat / omvormer Stand 0: beide bronnen los Net en noodstroom raken elkaar nooit. De 0-stand voorkomt parallelbedrijf. fase nul fase nul Omschakelaar I-0-II 0 I II I II 2-polig: fase en nul schakelen samen aarde loopt door (niet geschakeld) Groepen- kast elektrakoning.nl
Een omschakelaar tussen net en noodstroom. In stand 0 zijn beide bronnen los, zodat het net en het aggregaat elkaar nooit kunnen raken. De aarde loopt door en wordt niet mee-geschakeld.

De omschakelaar zit meestal vlak bij of vlak voor de groepenkast, zodat u in één keer het hele huis (of een deel ervan) op noodstroom kunt zetten. Online wordt dit soms afgeschilderd als een simpel klusje met een schakelaartje. Dat is het niet. Het is werk voor een erkende elektricien, onder andere omdat de aansluiting moet voldoen aan de regels van de netbeheerder en de norm.

Handmatige omschakelaar of automatische omschakelaar (ATS)?

Er zijn twee smaken. Een handmatige omschakelaar zet u zelf om als het net uitvalt: u loopt naar de kast, start het aggregaat en draait van stand I naar stand II. Een automatische omschakelaar, in vaktaal een ATS (Automatic Transfer Switch), doet dat zelf: hij merkt de netuitval, schakelt over naar de noodstroom en schakelt netjes terug zodra het net er weer is. Een ATS is handiger als u geen onderbreking wilt, bijvoorbeeld bij een bedrijf of bij apparatuur die niet uit mag vallen. Voor een woning met een aggregaat is een handmatige omschakelaar vaak voldoende, mits hij correct en vergrendeld is aangesloten.

De hand-0-automaat: met de hand of automatisch

Een hand-0-automaat is een keuzeschakelaar met drie standen waarmee u kiest hoe een apparaat wordt aangestuurd. U kent hem misschien van een pomp, een motor of een ventilatiesysteem. De standen betekenen: HAND (u zet hem zelf aan en hij blijft draaien), 0 (uit), en AUTO (een regeling of sensor bepaalt wanneer hij draait).

Neem een kelderpomp als voorbeeld. In de stand AUTO laat u een vlotter het werk doen: stijgt het water, dan slaat de pomp automatisch aan. In de stand HAND laat u de pomp draaien ongeacht wat de vlotter zegt, bijvoorbeeld om te testen of om snel leeg te pompen. En in de stand 0 staat de pomp uit, wat handig is bij onderhoud. Zo geeft die ene knop u volledige controle.

De hand-0-automaat is dus geen beveiliging en geen aan-uitschakelaar in gewone zin. Hij bepaalt de bedieningswijze. De echte beveiliging van zo’n groep loopt gewoon via een installatieautomaat en waar nodig een aardlekbeveiliging; die blijven hun werk doen, in welke stand de keuzeschakelaar ook staat.

Waar komt u een keuzeschakelaar tegen?

Een keuzeschakelaar komt u overal tegen waar iemand tussen meerdere mogelijkheden moet kunnen kiezen. In en om het huis, maar vooral in techniek en industrie. Een paar herkenbare plekken:

  • In de meterkast of ernaast: als omschakelaar tussen net en noodstroom, of om een deel van de installatie te kunnen kiezen.
  • Op machines en gereedschap: om snelheden, richtingen of programma’s te kiezen.
  • In ventilatiesystemen: de bekende standenknop uit-laag-hoog van een mechanische ventilatiebox.
  • Op pompen en motoren: als hand-0-automaat, om tussen handbediening en een automatische regeling te kiezen.
  • Op boten en campers: om te kiezen tussen walstroom, accu of omvormer. Op fora is dit een veelbesproken onderwerp, juist omdat de keuze veilig moet gebeuren.
Waar u een keuzeschakelaar tegenkomt Vier herkenbare toepassingen naast elkaar in dezelfde stijl: een ventilatiestand (uit, laag, hoog), een hand-0-automaat op een pomp of motor, een omschakelaar I-0-II in de meterkast, en een bronkeuze op een machinepaneel. uit laag hoog Ventilatiestand uit, laag, hoog M HAND 0 AUTO Pomp of motor hand, 0, automaat I 0 II In de meterkast omschakelaar I-0-II 1 2 3 4 Machinepaneel bronkeuze / programma elektrakoning.nl
Vier plekken waar u een keuzeschakelaar tegenkomt: de standenknop van een ventilatie, de hand-0-automaat op een pomp of motor, de omschakelaar in de meterkast en de bronkeuze op een machinepaneel.

Let op één misverstand. Zoekt u op “keuzeschakelaar oven” of “keuzeschakelaar fornuis”? Dan gaat het meestal om de functiekeuzeknop ín het apparaat zelf, waarmee u het bakprogramma kiest. Dat is een onderdeel van de oven, niet de vaste keuzeschakelaar in uw elektrische installatie. Voor zo’n onderdeel bent u bij de fabrikant of een reparateur van het apparaat aan het juiste adres, niet bij de installatie in de meterkast.

Wegwijzer

Wat wilt u kiezen of schakelen?

Kies uw situatie. U ziet meteen welk type schakelaar erbij hoort en een passende vervolgstap.

Uw situatie

Een vergrendelde omschakelaar (1-0-2)

Wilt u bij stroomuitval overschakelen op een aggregaat of omvormer, dan gebruikt u een omschakelaar met de standen 1-0-2: stand 1 op het net, stand 2 op de noodstroom, stand 0 alles los. Die 0-stand is een veiligheidsslot: het net en de noodstroom kunnen elkaar zo nooit raken. Zo’n omschakelaar hoort vergrendeld te zijn, er mag geen stroom terug het net op, en de aansluiting is werk voor een erkende elektricien volgens de eisen van de netbeheerder.

Veilig laten aansluiten? Vraag een offerte aan

Uw situatie

Een hand-0-automaat

Wilt u een pomp, motor of ventilatie zelf kunnen bedienen én automatisch kunnen laten draaien, dan past een hand-0-automaat. In de stand HAND laat u het apparaat zelf draaien, in de stand 0 staat het uit en in de stand AUTO bepaalt een regeling of sensor wanneer het aangaat. Handig om te testen, om veilig onderhoud te doen, of om het werk aan een vlotter of thermostaat over te laten.

Vragen over uw pomp of ventilatie? Neem contact op

Uw situatie

Een standen- of draaischakelaar

Wilt u een apparaat in verschillende standen kunnen zetten, zoals een ventilator op uit, laag en hoog of een machine op een bepaalde snelheid, dan gebruikt u een standenschakelaar, meestal in de vorm van een draaiknop. Het aantal standen bepaalt tussen hoeveel mogelijkheden u kunt kiezen. Bij een zwaardere last hoort een steviger uitvoering, zoals een nokkenschakelaar; de juiste stroomwaarde staat op het typeplaatje.

Vraag advies over de juiste schakelaar

Let op

Dit is geen keuzeschakelaar, maar een wisselschakeling

Wilt u dezelfde lamp vanaf twee plekken aan en uit kunnen doen, bijvoorbeeld onder en boven aan de trap, dan kiest u niet tussen circuits. U bedient één lamp vanaf twee kanten. Daarvoor gebruikt u twee wisselschakelaars die samen een wisselschakeling (ook hotelschakeling) vormen. Dat is een schakelprincipe, geen keuzeschakelaar. Hoe u dat aanlegt, leest u in het artikel over de gewone schakelaar.

Hulp nodig bij uw schakeling? Neem contact op

Uw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer wijst u alleen naar het juiste type schakelaar.

ELEKTRA KONING

Varianten van de keuzeschakelaar

Een keuzeschakelaar bestaat in veel soorten. Welke u nodig heeft, hangt af van wat u wilt kiezen en hoeveel stroom er doorheen moet. Klap hieronder open wat voor u van belang is.

2-standenschakelaar

De tweestandenschakelaar kiest tussen twee mogelijkheden, bijvoorbeeld stand 1 of stand 2, of bron A of bron B. Het is de eenvoudigste keuzeschakelaar. U vindt hem als draaiknop of als hendel, in paneel- en in inbouwuitvoering.

3-standenschakelaar (1-0-2)

De driestandenschakelaar heeft twee keuzes plus een middenstand. Bij de stand 1-0-2 is die middenstand meestal “los” of “uit”. Deze uitvoering is heel gangbaar als omschakelaar tussen twee bronnen, waarbij de 0-stand voorkomt dat beide bronnen tegelijk verbonden raken.

Hand-0-automaat

Een speciale driestandenschakelaar waarmee u kiest hoe een apparaat draait: met de hand, uit, of automatisch via een regeling. Veel gebruikt op pompen, motoren en ventilatie. Handig om te testen, uit te zetten voor onderhoud of over te laten aan een sensor.

Draaischakelaar / nokkenschakelaar

De draaischakelaar bedient u door te draaien. In de installatietechniek is dit vaak een nokkenschakelaar: nokken op een as maken per stand de verbinding. Deze uitvoering kan meerdere standen en, afhankelijk van het type, een flinke stroom aan.

Omschakelaar / transferschakelaar

De omschakelaar kiest tussen twee bronnen, meestal net en noodstroom. Standen I-0-II, met de 0-stand als veiligheidsslot tegen parallelbedrijf. Bestaat in verschillende uitvoeringen naar aantal polen en stroom, van huishoudelijk tot industrieel.

Automatische omschakelaar (ATS)

De ATS (Automatic Transfer Switch) schakelt zelf over bij netuitval en weer terug zodra het net er is. Handig waar u geen onderbreking wilt, bijvoorbeeld bij bedrijven of gevoelige apparatuur. Duurder en complexer dan een handmatige omschakelaar.

Zelfborgend of veerbelast

Een zelfborgende (vergrendelende) keuzeschakelaar blijft in de gekozen stand staan. Een veerbelaste uitvoering met terugkeer springt vanzelf terug zodra u loslaat, bijvoorbeeld om kort iets te starten. Dit gaat over het gedrag, niet over het aantal standen.

Waar moet u op letten bij het aansluiten?

Het aansluiten van een keuzeschakelaar luistert nauwer dan een gewone lichtschakelaar, omdat er meerdere circuits of zelfs bronnen samenkomen. Een paar punten die het verschil maken tussen goed en gevaarlijk.

Stuurstroom of last? Niet elke keuzeschakelaar mag zomaar een zware stroom schakelen. Een compacte paneelschakelaar (de bekende ronde knop van rond de 22 mm) stuurt vaak alleen een lichte stuurstroom van enkele ampère, waarmee hij op afstand iets anders bedient. Wilt u een zware last rechtstreeks schakelen, zoals een motor of een hele groep, dan hoort daar een zwaardere nokken- of lastscheider bij. De juiste stroom- en spanningswaarde staat op het typeplaatje; die fabrikantopgave is leidend en is geen waarde die u ruim mag overschrijden.

Aantal polen en de nul. Een 2-polige uitvoering hoort bij een 1-fase-aansluiting, een 4-polige bij een 3-fase-aansluiting. Of de nul (N) ook mee-geschakeld moet worden, hangt af van de situatie en van de norm NEN 1010. Zeker bij een omschakelaar tussen twee bronnen is dit belangrijk, want een verkeerd geschakelde nul kan gevaarlijke situaties opleveren.

Bij net en noodstroom: extra streng. Kiest u tussen het net en een aggregaat of omvormer, dan geldt er meer dan alleen “de juiste schakelaar”. De omschakelaar moet vergrendeld zijn, er mag geen stroom terug het net op, en de aansluiting moet worden aangemeld en uitgevoerd volgens de eisen. Dit is bij uitstek werk voor een erkende elektricien.

En vergeet niet: een keuzeschakelaar vervangt nooit de beveiliging. De installatieautomaat (B16) en de aardlekschakelaar (of een aardlekautomaat) in uw kast blijven onmisbaar, in welke stand de keuzeschakelaar ook staat.

Veelvoorkomende situaties bij een keuzeschakelaar:

De schakelaar draait wel, maar er gebeurt niets

Als u de stand verzet en er verandert niets, kan er een contact versleten zijn, een draad los zitten of de schakelaar verkeerd zijn aangesloten. Ga niet zelf in de bedrading zoeken als u niet zeker weet wat u doet, zeker niet bij een omschakelaar. Laat een elektricien meten waar het misgaat.

Laat het nakijken door onze elektricien
Ik weet niet meer in welke stand hij hoort te staan

Bij een omschakelaar of hand-0-automaat is de juiste stand belangrijk. Staat een omschakelaar in de verkeerde stand, dan loopt uw installatie niet op de bron die u denkt. Twijfelt u? Zet hem bij een omschakelaar veilig in de 0-stand en vraag advies voordat u verder gaat.

Twijfelt u over de stand? Neem contact op
De stroom valt weg na het omschakelen

Valt na het omzetten (een deel van) de stroom weg, dan kan er een groep zijn uitgesprongen of kan er iets mis zijn met de aansluiting. Kijk eerst of er een automaat of aardlekschakelaar is afgeschakeld. Blijft het onduidelijk of ruikt u iets, ga dan niet door met proberen.

Meer over stroomuitval en storingen

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Ons advies is duidelijk: laat het plaatsen en aansluiten van een keuzeschakelaar over aan een erkende elektricien, zeker als het om een omschakelaar tussen net en noodstroom gaat. Dáár is een fout geen “lampje dat het niet doet”, maar een risico op kortsluiting, brand of gevaar voor monteurs aan het net.

De schakelaar zelf bedienen mag u natuurlijk gewoon; daar is hij voor. De stand kiezen op uw ventilatie of een omschakelaar omzetten die correct is aangelegd, is precies zijn bedoeling. Maar hem kiezen, plaatsen en aansluiten is een ander verhaal. Daar komen de juiste stroomwaarde, het juiste aantal polen, de norm en, bij noodstroom, de eisen van de netbeheerder bij kijken.

Een vaste prijs voor “een keuzeschakelaar” bestaat daarom niet. Wat de kosten bepaalt, is het type schakelaar, het aantal polen, of het om een omschakelaar gaat, en hoe uw kast erbij staat. Wilt u een prijs die bij úw situatie past? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een keuzeschakelaar en een wisselschakelaar?

Een keuzeschakelaar kiest tussen meerdere mogelijkheden vanaf één plek: bron 1 of bron 2, hand of automaat, stand 1 of stand 2. Een wisselschakelaar doet iets anders: daarmee bedient u één ding (meestal een lamp) vanaf twee verschillende plekken, zoals onder en boven aan een trap. Het ene is dus kiezen tussen circuits, het andere is vanaf meerdere plekken schakelen. Ze worden vaak verward, maar het zijn echt twee verschillende dingen.

Twijfelt u welke van de twee u nodig heeft? Wij denken graag mee
Wat is het verschil tussen een keuzeschakelaar en een draaischakelaar?

Niets tegenstrijdigs: “keuzeschakelaar” gaat over de functie (kiezen tussen mogelijkheden) en “draaischakelaar” over de vorm (u draait aan een knop). De meeste keuzeschakelaars zíjn draaischakelaars. De vaak gehoorde regel dat een draaischakelaar “alleen aan of uit” zou zijn en een keuzeschakelaar “meer standen”, klopt niet: er bestaan draaischakelaars met twee én met veel meer standen. Kijk dus naar wat u wilt kiezen, niet naar de naam alleen.

Vragen over uw schakelmateriaal? Stel ze gerust
Hoe schakel ik tussen het net en een aggregaat of noodstroom?

Dat doet u met een omschakelaar, meestal met de standen 1-0-2. In stand 1 loopt uw installatie op het net, in stand 2 op de noodstroom en in stand 0 is alles los. Die 0-stand voorkomt dat beide bronnen elkaar raken. Belangrijk: zo’n omschakelaar moet vergrendeld zijn, er mag geen stroom terug het net op, en de aansluiting hoort door een erkende elektricien te gebeuren volgens de eisen van de netbeheerder.

Wilt u dit veilig laten aansluiten? Neem contact op
Wat betekent hand-0-automaat?

Dat is een keuzeschakelaar met drie standen waarmee u kiest hoe een apparaat wordt aangestuurd. HAND betekent dat u het apparaat zelf laat draaien, 0 betekent uit, en AUTO laat een regeling of sensor bepalen wanneer het draait. U ziet dit veel op pompen, motoren en ventilatiesystemen. De stand HAND is handig om te testen, 0 om veilig onderhoud te doen en AUTO voor de normale, geregelde werking.

Vragen over uw pomp of ventilatie? Stel uw vraag
Mag ik zelf een keuzeschakelaar aansluiten?

Een schakelaar met een lichte functie kunt u onder voorwaarden zelf plaatsen, maar bij een keuzeschakelaar die meerdere circuits of bronnen kiest, en zeker bij een omschakelaar tussen net en noodstroom, raden wij dat af. Er komen het juiste aantal polen, de norm en de eisen van de netbeheerder bij kijken, en een fout kan gevaarlijk zijn. Laat dit door een erkende elektricien doen. Twijfelt u of uw groepenkast dit veilig aankan?

Benieuwd of uw kast klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u welke keuzeschakelaar of omschakelaar bij uw situatie past?

Heb je een vraag?