Laagspanning is elke elektrische spanning tot en met 1.000 volt wisselspanning, of tot en met 1.500 volt gelijkspanning. In gewone taal is dat het stroomnet in en om uw huis: de 230 volt uit uw stopcontact en de 400 volt voor krachtstroom. Alles wat u thuis aan elektra heeft, van de meterkast tot de laatste lamp, werkt op laagspanning.
Bij het woord "laagspanning" duiken er twee beelden op die allebei niet kloppen. Het eerste is dat laagspanning iets kleins en ongevaarlijks zou zijn, iets waar u gerust aan kunt zitten. Het tweede is dat "laagspanning" die 12 volt spotjes boven uw aanrecht zijn. Beide misverstanden houden hardnekkig stand, en samen zorgen ze voor veel verwarring.
Onthoud daarom vooral dit ene punt, want het is de kern van dit artikel: het woord "laag" zegt alleen iets over de hoogte van de spanning ten opzichte van hoogspanning, niet over gevaar. De 230 volt in uw muur is laagspanning én levensgevaarlijk tegelijk. En de 12 volt van uw spotjes is juist géén laagspanning, maar een nóg lagere klasse. Precies daar, achter uw meter, ligt het werkterrein van een elektricien als Elektra Koning. Dit artikel legt uit wat laagspanning precies is, tot hoeveel volt het loopt, waarom het toch gevaarlijk is, en hoe het zit met die 12 volt.
Inhoudsopgave
- Wat is laagspanning?
- Laagspanning tot hoeveel volt? De grens uitgelegd
- 230 of 400 volt: laagspanning in en om uw huis
- Waar laagspanning ophoudt: laag, midden en hoog
- Het laagspanningsnet: van het transformatorhuisje tot uw meterkast
- Is laagspanning gevaarlijk? Waarom laag niet veilig is
- Laagspanning verlichting: waarom 12 volt geen laagspanning is
- Laagspanning en het werk van Elektra Koning
Wegwijzer
Waar gaat uw vraag over?
Kies wat het dichtst bij uw vraag ligt. U krijgt meteen het juiste antwoord en een vervolgstap.
Tot 1.000 volt heet het laagspanning
Laagspanning is elke spanning tot en met 1.000 volt wisselspanning. Daar valt bijna alles onder wat u thuis gebruikt: de 230 volt uit uw stopcontact en de 400 volt van krachtstroom. Pas boven de 1.000 volt begint de midden- en hoogspanning van het net op straat. Alles achter uw meter blijft ruim onder die grens.
Meer termen uitgelegdAllebei laagspanning, alleen meer fasen
Tussen fase en nul staat 230 volt: dat is uw gewone stroom voor stopcontacten en verlichting. Tussen twee fasen staat ongeveer 400 volt: dat is krachtstroom, voor een laadpaal, warmtepomp of zware kookplaat. Beide zijn laagspanning en komen uit dezelfde meterkast. Het verschil is alleen het aantal fasen dat wordt gebruikt.
Lees verder in de begrippenlijstLaag betekent niet veilig
De 230 volt uit uw stopcontact is laagspanning en toch levensgevaarlijk. Het woord laag zegt alleen iets over de plaats in de reeks spanningsniveaus, niet over het gevaar. Spanning geldt pas als veilig aanraakbaar tot ongeveer 50 volt, en daar zit 230 volt ver boven. Werk aan de groepenkast is daarom werk voor een erkende elektricien.
Doe de gratis groepenkast-check12 volt is zeer lage spanning, geen laagspanning
De 12 volt- en 24 volt-verlichting die webshops laagspanning noemen, is technisch gezien zeer lage spanning (ZLS). Laagspanning loopt namelijk tot 1.000 volt. Een trafo of led-driver zet de 230 volt uit het net om naar die 12 volt. De lampzijde is veilige lage spanning, maar de voedingskant van 230 volt blijft gewoon laagspanning en dus vakwerk.
Lees verder in de begrippenlijstUw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer stuurt u alleen naar het juiste antwoord.
Wat is laagspanning?
Laagspanning is elektrische spanning tot en met 1.000 volt wisselspanning, of tot en met 1.500 volt gelijkspanning. Alles daaronder valt eronder: van de 12 volt van een oplader tot de 230 volt van een stopcontact en de 400 volt van krachtstroom. Alles daarboven heet hoogspanning.
Het woord "laag" is dus relatief. Het staat niet tegenover "hoog" in de zin van gevaarlijk, maar tegenover het echte hoogspanningsnet waarmee elektriciteit over lange afstand door het land wordt vervoerd. In de internationale (IEC) en Nederlandse (NEN) normen heet laagspanning "low voltage", afgekort LV; hoogspanning heet "high voltage" of HV. Elke woning, elk kantoor en de meeste bedrijfspanden draaien volledig op laagspanning.
Waarom heet het eigenlijk "laag"spanning?
Vergelijk het met de verdiepingen van een flat. De begane grond en de eerste verdieping zijn "laag", de torenspits is "hoog". Dat zegt alleen iets over wáár u zich bevindt in het gebouw, niet of u er veilig kunt rondlopen. Zo is het ook met spanning: "laag" plaatst de 230 en 400 volt onderaan de reeks spanningsniveaus, ver onder de duizenden volts van het transportnet. Het zegt niets over hoe veilig of onveilig die spanning is als u hem aanraakt.
Wat laagspanning níet is, is minstens zo belangrijk. Het is geen aparte, ongevaarlijke soort stroom, en het is ook niet die 12 volt van uw ledspotjes. Beide misverstanden komen verderop in dit artikel uitgebreid aan bod, want ze zorgen in de praktijk voor de meeste verwarring.
Laagspanning tot hoeveel volt? De grens uitgelegd
De grens ligt op 1.000 volt wisselspanning, en op 1.500 volt gelijkspanning. Tot en met die waarden spreekt men van laagspanning; alles daarboven is hoogspanning. Die grens van 1.000 volt is het scharnierpunt tussen het net dat u thuis gebruikt en het net dat de stroom over grote afstand transporteert.
Maar waarom ligt de grens juist daar, en niet bij 500 of 2.000 volt? Dat heeft alles te maken met veiligheid en isolatie. Hoe hoger de spanning, hoe makkelijker de stroom door isolatiemateriaal en zelfs door de lucht heen kan slaan. Tot ongeveer 1.000 volt zijn gewone installatiematerialen, kabels en schakelaars die u in een meterkast aantreft goed bestand tegen die spanning, en kan een mens de installatie veilig bedienen. Daarboven wordt de isolatie zo zwaar, en worden de veiligheidsafstanden zo groot, dat het een heel ander soort techniek vraagt.
Dat de grens voor gelijkspanning hoger ligt (1.500 volt) komt doordat gelijkspanning zich net iets anders gedraagt dan wisselspanning. Voor de praktijk in en om huis is vooral de 1.000 volt-grens voor wisselspanning van belang, want dat is het soort stroom dat uit het stopcontact komt.
Belangrijk om te onthouden: die grens van 1.000 volt is een vaststaand, in de normen vastgelegd getal. De 230 volt uit uw stopcontact en de 400 volt van krachtstroom zitten daar allebei ruim onder. Ze zijn dus allebei laagspanning, ook al voelt 400 volt voor veel mensen al als "veel".
230 of 400 volt: laagspanning in en om uw huis
In een woning komt laagspanning in twee vormen voor: 230 volt voor gewone stopcontacten en verlichting, en 400 volt voor zwaardere aansluitingen. Beide komen uit dezelfde meterkast, en het verschil zit in het aantal fasen dat wordt gebruikt.
Het net van de netbeheerder levert altijd drie fasen aan. Een gewone woning gebruikt daar één van, samen met de nuldraad. Tussen die ene fase en de nul staat 230 volt, precies genoeg voor verlichting, stopcontacten en de meeste huishoudelijke apparaten. Dit heet een enkelfasige aansluiting, en het is verreweg de meest voorkomende in Nederlandse woningen.
Wie meer vermogen nodig heeft, gebruikt alle drie de fasen tegelijk. Tussen twee fasen onderling staat dan ongeveer 400 volt. Dat is krachtstroom, ook wel driefasenstroom of draaistroom genoemd, en het is nét zo goed laagspanning als uw gewone stopcontact. Het enige verschil is dat er meer fasen tegelijk werken, waardoor u veel meer vermogen kunt afnemen. U ziet krachtstroom steeds vaker in gewone woningen opduiken, bijvoorbeeld voor een laadpaal, een warmtepomp of een zware kookplaat.
Beide spanningen komen samen bij elkaar in de groepenkast, waar de stroom wordt verdeeld over de verschillende groepen. Bij de aardedraad, de geel-groene ader, wordt het geheel geaard, zodat een fout in de installatie veilig wordt afgevoerd. Dat een woning zowel 230 als 400 volt kan hebben, en dat beide gewoon laagspanning zijn, verrast veel mensen. Ze denken vaak dat 400 volt al "hoogspanning" of "zwaar spul" is, terwijl het nog altijd ruim onder de grens van 1.000 volt blijft.
Waar laagspanning ophoudt: laag, midden en hoog
Laagspanning is de onderste trede van een reeks spanningsniveaus. Boven de grens van 1.000 volt komt eerst de middenspanning, die de stroom over een wijk verdeelt, en daarboven de hoogspanning, die de stroom over lange afstand transporteert. Laagspanning is dus het eindpunt van die reeks: het niveau waarop u de stroom uiteindelijk gebruikt.
In de tabel hieronder ziet u de klassen op een rij, van de veilige lage spanningen tot het zware transportnet. De onderste rij, de zeer lage spanning, is de klasse waar veel mensen "laagspanning" mee verwarren; daarover leest u verderop meer.
| Klasse | Spanning (indicatie) | Waarvoor |
|---|---|---|
| Zeer lage spanning (ZLS) | tot ~50 V wisselspanning | ledspotjes, bel, oplader, speelgoed |
| Laagspanning | tot 1.000 V (230 V en 400 V) | de stroom in uw huis en bedrijf |
| Middenspanning | meestal 10 of 20 kV | verdeling over wijk en straat |
| Hoogspanning | 50 tot 380 kV | transport over lange afstand |
De volledige uitleg over midden- en hoogspanning, de spanningsniveaus in het Nederlandse net en waarom stroom juist met hoogspanning wordt getransporteerd, leest u in ons artikel over hoogspanning. Voor dit artikel is vooral van belang waar laagspanning ophoudt: precies op die 1.000 volt. Alles wat u thuis gebruikt, blijft daar ver onder.
Het laagspanningsnet: van het transformatorhuisje tot uw meterkast
Het laagspanningsnet is het laatste stuk van de hele elektriciteitsketen: het deel dat de stroom vanaf de straat tot in uw meterkast brengt. Het begint bij het transformatorhuisje in de buurt en eindigt bij de aansluiting in uw woning.
In dat transformatorhuisje op de hoek van de straat wordt de middenspanning van 10 of 20 kilovolt teruggebracht naar de 230 en 400 volt die u thuis gebruikt. Vanaf daar loopt de laagspanningskabel onder de stoep naar de woningen in de straat, en komt hij bij u binnen in de meterkast. Dat hele stuk, van het transformatorhuisje tot en met de aansluiting, is het laagspanningsnet en het is eigendom van de regionale netbeheerder, zoals Liander, Stedin of Enexis.
Hier ligt een belangrijke grens die veel mensen niet scherp hebben. De netbeheerder brengt de laagspanning tot in uw meterkast, tot aan de meter. Vanaf de groepenkast begint uw eigen installatie, en die is uw eigendom en uw verantwoordelijkheid. Alles vóór de meter (de aansluitkabel, de hoofdzekering, de meter zelf) is van de netbeheerder; alles daarachter is van u.
Dat onderscheid is niet alleen juridisch handig, het helpt ook bij storingen. Valt bij u de stroom uit, dan zit de oorzaak soms in uw eigen groepenkast, maar vaak ook in het net van de beheerder, bijvoorbeeld bij werk aan de kabel in de straat. Meer over het opsporen daarvan leest u bij stroomstoring. Kort gezegd: het laagspanningsnet is het domein van de netbeheerder, en zodra de stroom de meter voorbij is, is het uw installatie, en daarmee het werk van een elektricien.
Is laagspanning gevaarlijk? Waarom laag niet veilig is
Ja, laagspanning is wel degelijk gevaarlijk. De 230 volt uit een gewoon stopcontact kan een mens doden. Dit is het hardnekkigste misverstand rond het begrip: mensen horen "laag" en denken "ongevaarlijk", en gaan daardoor onvoorzichtiger met stroom om dan verstandig is.
De verwarring komt door dat woordje "laag". Zoals eerder uitgelegd zegt "laag" alleen iets over de plaats in de reeks spanningsniveaus, niet over het gevaar. Onze huid en ons lichaam zijn niet gemaakt om stroom te weerstaan. Een spanning wordt pas echt als veilig aanraakbaar beschouwd tot ongeveer 50 volt wisselspanning; alles daarboven kan een gevaarlijke stroom door het lichaam sturen. De 230 volt in uw muur ligt daar bijna vijf keer boven.
Wat u de das om doet, is niet de spanning zelf maar de stroom die daardoor door uw lichaam gaat lopen. Een stroom van meer dan ongeveer 30 milliampère kan al levensgevaarlijk zijn, en 230 volt is ruim voldoende om zo'n stroom door de weerstand van uw lichaam te persen. Hoe gevaarlijk het precies uitpakt, hangt af van de duur van het contact, de weg die de stroom door het lichaam neemt, en of u vochtige handen of natte voeten heeft.
Juist omdat laagspanning gevaarlijk is, zit uw installatie vol beveiligingen. De aardlekschakelaar schakelt de groep razendsnel uit zodra er stroom weglekt naar aarde, bijvoorbeeld dwars door een mens heen. En een goede aarding zorgt dat een foutstroom een veilige weg naar de grond heeft in plaats van door uw lichaam. Dat die beveiligingen kloppen en werken is precies waarom werk aan de meterkast en groepenkast een taak is voor een erkende elektricien, en niet voor elke handige klusser.
Laagspanning verlichting: waarom 12 volt geen laagspanning is
De "12 volt laagspanning verlichting" die u in webshops en folders tegenkomt, is technisch gezien géén laagspanning. Het is zeer lage spanning, in vaktaal ZLS of extra low voltage (ELV). Dat is de klasse die u in de tabel hierboven als bovenste rij zag: spanningen tot ongeveer 50 volt.
In de handel wordt dit onderscheid bijna nooit gemaakt. Vrijwel elke lampenwinkel noemt 12 volt- en 24 volt-systemen "laagspanning", waarschijnlijk omdat het zo lekker wegleest en omdat de klant snapt dat het "iets met lage volt" is. Strikt genomen klopt het niet: laagspanning loopt tot 1.000 volt, terwijl deze verlichting op 12 of 24 volt werkt, dik onder de 50 volt. Het zijn dus twee verschillende klassen, en de verwarring is puur een kwestie van taalgebruik.
Hoe komt die 12 volt tot stand? Een transformator of een led-driver zet de 230 volt uit het stopcontact om naar 12 of 24 volt voor de lampen. En let op, want hier zit een adder onder het gras: de voedingskant van dat systeem, de 230 volt die het huis in komt, is en blijft gewoon laagspanning. Alleen de lampzijde is zeer lage spanning. Dat is precies waarom deze systemen extra veilig kunnen zijn op lastige plekken, zoals boven het aanrecht of in de badkamer: bij de veilige, gescheiden variant (in vaktaal SELV genoemd) staat er zo weinig spanning op de lamp dat aanraken geen kwaad kan. Maar de trafo of driver erachter hangt nog altijd op laagspanning, en dat deel blijft dus vakwerk.
ZLS, ELV, SELV, PELV: wat betekenen al die afkortingen?
Zeer lage spanning heet in het Nederlands ZLS en in het Engels ELV (extra low voltage): elke spanning tot ongeveer 50 volt wisselspanning. Binnen die klasse bestaan veilige varianten. SELV (safety extra low voltage) is een galvanisch gescheiden, niet-geaard systeem dat zo is opgebouwd dat aanraken ongevaarlijk is, bijvoorbeeld voor badkamerverlichting. PELV lijkt daarop, maar is wél verbonden met aarde. Voor u als bewoner is de kern simpel: de lampzijde is veilige lage spanning, de voedingskant blijft laagspanning.
Voor wie op zoek is naar deze verlichting is het onderscheid vooral handig om te weten dat "12V laagspanning" en "gewone laagspanning" niet hetzelfde zijn. De trafo, de led-driver en de keuze tussen halogeen- en ledsystemen komen apart in onze begrippenlijst aan bod. Voor dit artikel is de boodschap: 12 volt is zeer lage spanning, 230 en 400 volt zijn laagspanning, en de grens tussen die twee ligt rond de 50 volt.
Laagspanning en het werk van Elektra Koning
Alles wat in en om uw huis op laagspanning werkt, is het werk van een elektricien. En dat is precies waar Elektra Koning voor is: de meterkast, de groepenkast, de groepen, de stopcontacten, de verlichting en alles wat daaraan hangt. Kortom, alles achter uw meter.
Hier ligt ook de eerlijke afbakening van wat wij wel en niet doen. Elektra Koning werkt aan uw laagspanning: een groepenkast uitbreiden of vervangen, groepen bijmaken, een laadpaal of kookgroep aanleggen, storingen opsporen en installaties keuren volgens NEN 1010. Het middenspannings- en hoogspanningsnet, van het transformatorhuisje tot de grote masten, is het domein van de netbeheerder en gespecialiseerde bedrijven. Dat werk vraagt eigen certificering en materieel, en dat doen wij bewust niet.
De twee werelden raken elkaar bij uw aansluiting. De netbeheerder brengt de laagspanning tot in uw meterkast; vanaf de groepenkast neemt uw eigen installatie het over, en daarmee wij. Twijfelt u of uw meterkast en groepenkast nog veilig en bij de tijd zijn? Dan is een controle geen overbodige luxe voordat er iets misgaat. Bij een verouderde of overvolle kast leest u meer bij meterkast vervangen. Zo blijft de laagspanning in uw huis niet alleen laag, maar vooral veilig.
Veelgestelde vragen
Laagspanning tot hoeveel volt?
Laagspanning loopt tot en met 1.000 volt wisselspanning, of tot en met 1.500 volt gelijkspanning. Alles daaronder valt eronder, van de 12 volt van een oplader tot de 230 volt uit uw stopcontact en de 400 volt van krachtstroom. Boven de 1.000 volt begint de hoogspanning. Het grootste deel van wat u in en om huis gebruikt, blijft ruim onder die grens en is dus laagspanning.
Bekijk de begrippenlijstIs 230 volt laagspanning?
Ja. De 230 volt uit uw stopcontact is laagspanning, net als de 400 volt van krachtstroom. Ook de netspanning is dus gewoon een vorm van laagspanning, geen aparte categorie: laagspanning is de overkoepelende klasse tot 1.000 volt, en de 230 volt uit het net valt daarbinnen. Wel is die 230 volt ondanks het woord "laag" beslist niet ongevaarlijk.
Stel uw vraagWat is laagspanning verlichting?
Met "laagspanning verlichting" bedoelen webshops meestal 12 volt- of 24 volt-systemen met een trafo of led-driver. Strikt genomen is dat geen laagspanning maar zeer lage spanning (ZLS), want laagspanning loopt tot 1.000 volt en deze verlichting werkt op 12 of 24 volt. Handig om te weten: de lampzijde is veilige lage spanning, maar de voedingskant van 230 volt is en blijft gewoon laagspanning.
Wij denken graag meeIs laagspanning gevaarlijk?
Ja, laagspanning kan levensgevaarlijk zijn. De 230 volt uit uw stopcontact ligt ver boven de grens van ongeveer 50 volt tot waar spanning als veilig aanraakbaar geldt. Het woord "laag" slaat op de plaats in de reeks spanningsniveaus, niet op het gevaar. Daarom zit uw installatie vol beveiligingen, zoals de aardlekschakelaar en een goede aarding, en is werk aan de groepenkast een taak voor een erkende elektricien.
Doe de gratis groepenkast-checkWat is het verschil tussen laagspanning en hoogspanning?
Laagspanning is de 230 of 400 volt waarmee uw huis en bedrijf werken, tot een grens van 1.000 volt. Hoogspanning is de veel hogere spanning, van 50 kilovolt tot 380 kilovolt, waarmee stroom over lange afstand door het land wordt vervoerd. Kort gezegd: laagspanning gebruikt u, hoogspanning transporteert. Tussen die twee zit nog de middenspanning, die de stroom over de wijk verdeelt.
Lees verder in de begrippenlijst