Een lamp is de lichtbron zelf: het vervangbare deel dat het licht maakt en dat u in een armatuur (de behuizing) schroeft of klikt. Denk aan een ledpeer, een spotje of het klassieke gloeilampje. De armatuur is het huis eromheen, de lamp is wat er licht in geeft.
Loop een bouwmarkt binnen en u struikelt over de keuzes: warm of koel licht, E27 of E14, hoeveel lumen, wel of niet dimbaar. En dan noemt de een het peertje een “lamp”, de ander de hele schemerlamp. Geen wonder dat mensen door de bomen het bos niet meer zien. Deze pagina is de wegwijzer: u leest hier wat een lamp precies is, het verschil met de armatuur, welke soorten er zijn (van gloeilamp tot led) en waar u op let bij het kiezen, namelijk de fitting, de lumen en de lichtkleur. Voor de diepte per onderwerp verwijzen we naar de aparte artikelen. Zo kiest u met vertrouwen de juiste lamp, en weet u wanneer het slim is om nieuwe verlichting meteen goed te laten aanleggen.
Een lamp is de lichtbron: het onderdeel dat het licht maakt. Het is het deel dat u vervangt als het licht het niet meer doet, en dat in verschillende technieken bestaat, van de oude gloeidraad tot de moderne led.
In het dagelijks spraakgebruik gebruiken we het woord “lamp” alleen wat losser. We noemen een staande lamp, een hanglamp of een schemerlamp ook gewoon “lamp”, terwijl we dan eigenlijk het hele meubelstuk met kap en snoer bedoelen. Dat mag, maar het zorgt voor verwarring zodra u iets moet vervangen of kopen. Want dan telt ineens wél of u de lichtbron bedoelt of de behuizing eromheen.
Vandaar dat we in dit artikel het onderscheid scherp houden: met “lamp” bedoelen we de lichtbron, en met “armatuur” de behuizing waar die lichtbron in zit. Dat verschil leggen we in de volgende sectie uit, want het bepaalt letterlijk wat u in de winkel moet pakken.
Het verschil in één zin: de lamp is de lichtbron, de armatuur is het huis eromheen. De armatuur is de behuizing met de lamphouder (de fitting), het snoer en eventueel een kap of reflector. De lamp is de vervangbare lichtbron die daarin gaat. Samen vormen ze de verlichting die u ophangt of neerzet.
Een vergelijking maakt het meteen duidelijk. Denk aan de meterkast en de groepenkast: de meterkast is de hele ruimte, de groepenkast is het onderdeel erin. Zo is het hier ook. De armatuur is de plafondlamp of het spotje aan het plafond, en de lamp is het peertje of het ledje dat u erin draait. Vraagt iemand in de winkel om “een lamp voor mijn lamp”, dan bedoelt hij een lichtbron voor zijn armatuur, en dat klinkt gek maar klopt precies.
Waarom dit onderscheid ertoe doet, merkt u vooral bij moderne verlichting. Steeds meer armaturen hebben een vaste, ingebouwde led: de zogenoemde geïntegreerde led. Daar zit dan geen los peertje in dat u kunt vervangen. Gaat die led na jaren stuk, dan vervangt u niet de lamp maar het hele armatuur. Dat verrast veel mensen, en het is goed om er bij de aankoop van een designlamp of inbouwspot even op te letten. Staat er “vervangbare lichtbron” bij, dan koopt u later een nieuw peertje; staat er “geïntegreerde led” of “led inbegrepen, niet vervangbaar”, dan koopt u op termijn een nieuw armatuur.
“Lichtbron” en “lamp” betekenen in de verlichtingswereld hetzelfde: allebei het deel dat het licht maakt. Winkels gebruiken vaak het woord “lichtbron” om verwarring met het hele armatuur te voorkomen, juist omdat “lamp” in de volksmond zo breed wordt gebruikt. Ziet u op een verpakking dus “lichtbron E27”, dan is dat gewoon een lamp met een grote schroeffitting. Het is geen apart soort product, alleen een duidelijker woord voor precies het onderdeel dat wij in dit artikel “de lamp” noemen.
Grofweg zijn er vijf soorten lampen die u in en om huis tegenkomt: de gloeilamp, de halogeenlamp, de spaarlamp, de tl-buis en de led. Ze verschillen in de manier waarop ze licht maken, in hoe zuinig ze zijn en in of u ze nog nieuw koopt. De korte samenvatting: led heeft de rest vrijwel volledig vervangen, en de oudere types komt u vooral nog tegen in bestaande armaturen.
De onderstaande tabel zet ze op hoofdlijnen naast elkaar. De uitgebreide werking, de voor- en nadelen en de omrekening naar led leest u in de aparte artikelen; hieronder houden we het bij het overzicht.
| Soort lamp | Maakt licht met | Status | Waar u hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| Led | een halfgeleider (chip) | de huidige standaard | overal, in vrijwel elke nieuwe lamp |
| Gloeilamp | een hete gloeidraad | grotendeels uitgefaseerd | oude armaturen, sier- en ovenlampjes |
| Halogeenlamp | een hete draad met halogeengas | grotendeels uitgefaseerd | oude spots, stralers, capsulelampjes |
| Spaarlamp (CFL) | een gasontlading (compacte tl) | grotendeels verdwenen | oudere plafond- en buitenlampen |
| Tl-buis | een gasontlading in een buis | wordt vervangen door led-buizen | garage, kantoor, kelder, schuur |
Klap hieronder open wat voor u van toepassing is.
Een ledlamp maakt licht met een halfgeleider in plaats van met warmte, en dat is de reden dat hij zoveel zuiniger is dan alle andere types. Voor hetzelfde licht gebruikt led een fractie van de stroom, hij gaat jarenlang mee en blijft koel. Bovendien kiest u bij led zelf de lichtkleur, van warm gezellig tot koel wit. Led is er in elke gangbare vorm en fitting, dus in de praktijk vervangt u een oude lamp bijna altijd door een led.
De vertrouwde gloeilamp maakt licht met een gloeiend hete wolfraamdraad. Hij gaf meer dan een eeuw lang het warme, gezellige licht in huis, maar zet maar een klein deel van de stroom om in licht en de rest in warmte. Daarom is hij grotendeels uitgefaseerd, met led als opvolger. Hoe hij werkt, waarom hij verdween en hoe u de watt omrekent naar de lumen van een led, leest u in het artikel over de gloeilamp.
De halogeenlamp is een verbeterde gloeilamp: feller en witter, maar nog steeds onzuinig omdat hij ook met een hete draad werkt. U kent hem als het spotje in de keuken, het capsulelampje in een leeslamp of de staaflamp in een straler. Ook halogeen is grotendeels uitgefaseerd. De werking, de fittingen en het verschil tussen 12 en 230 volt met een transformator staan in het artikel over de halogeenlamp.
De spaarlamp was de eerste zuinige opvolger van de gloeilamp: een opgerolde of gevouwen tl-buis in een compacte vorm, vaak met een E27- of E14-fitting. Hij bespaart flink stroom vergeleken met een gloeilamp, maar heeft nadelen die led niet heeft: hij komt traag op gang, is niet altijd dimbaar en bevat een kleine hoeveelheid kwik, waardoor hij als klein chemisch afval hoort. Sinds led beter en goedkoper werd, is de spaarlamp grotendeels verdwenen. Verwar hem niet met led: het zijn twee verschillende technieken.
De tl-buis is de lange, rechte buis die u kent uit garages, kantoren, kelders en schuren. Hij maakt licht met een gasontlading en heeft een voorschakelapparaat nodig om te starten. Tl geeft veel licht per watt, maar wordt inmiddels vervangen door led-buizen die in dezelfde armatuur passen en nog zuiniger zijn. Let bij het overstappen op led-buizen op het type voorschakelapparaat, want niet elke led-buis past zomaar in elke oude tl-armatuur.
De fitting is de voet waarmee de lamp in de armatuur draait of klikt, en het is het eerste wat u moet weten voordat u een nieuwe lamp koopt. Past de fitting niet, dan past de lamp simpelweg niet in het armatuur. Gelukkig herkent u de meeste fittingen aan een letter en een getal op de oude lamp of op de verpakking.
De twee die u het vaakst tegenkomt zijn schroeffittingen: de E27, de grote schroeffitting, en de E14, de kleine. De E staat voor Edison, de uitvinder van de schroefdraad, en het getal is de diameter in millimeters. Daarnaast is de GU10 heel gangbaar: dat is de spot die u indrukt en een kwartslag draait, met twee dikke pennetjes.
Voor spots en kleine lampjes bestaan er nog meer fittingen met pennetjes, zoals de GU5.3 en de G9, en die hangen soms samen met een transformator. Dat spanningsverhaal en het bijbehorende led-vervangingsadvies horen bij de spot zelf, dus daarvoor verwijzen we naar het aparte artikel over de halogeenlamp. Voor deze pagina volstaat de vuistregel: noteer de letter-en-getalcode van uw oude lamp, dan koopt u de juiste nieuwe.
Welke lamp zoekt u?
Kies wat u wilt doen, dan wijzen we u de weg.
Let op drie dingen: de fitting (past hij in het armatuur, bijvoorbeeld E27, E14 of GU10), de lumen (evenveel licht als de oude lamp) en de kleurtemperatuur (dezelfde sfeer, warm of koel). Kijk daarvoor op de oude lamp of op de verpakking. Vervang bij twijfel meteen door een zuinige led met hetzelfde aantal lumen.
Twijfelt u over de juiste lamp? Neem contact op →Led is de standaard geworden: veel zuiniger, gaat langer mee en u kiest zelf de lichtkleur. Kwam u van een gloeilamp, kijk dan naar de lumen in plaats van de watt. Kwam u van halogeenspots op 12 volt, let dan op de transformator, want die werkt niet altijd goed met led.
Bekijk de soorten op een rij →Gaat het om extra spots of lichtpunten, dimbare verlichting of verlichting in een natte ruimte, dan komt er bekabeling bij en soms een extra lichtgroep in de groepenkast. Dat hoort veilig en volgens de norm aangelegd door een erkende elektricien. Wij denken graag met u mee over het plan.
Vraag vrijblijvend advies →Kijk naar de code op de lamp of de verpakking en naar de vorm. Een letter met getal (E27, E14, GU10, G9, GU5.3) is de fitting. Voelt de lamp na een minuut gloeiend heet aan, dan is het waarschijnlijk nog een gloeilamp of halogeen; blijft hij koel, dan is het led. In de uitleg hierboven vindt u de soorten en fittingen op een rij.
Bekijk de soorten en fittingen →Hoeveel licht een lamp geeft, leest u af aan de lumen, niet aan de watt. Dat is de belangrijkste omslag sinds led. Vroeger keek iedereen naar het aantal watt, maar watt zegt eigenlijk alleen hoeveel stroom een lamp gebruikt, niet hoeveel licht hij geeft. De lumen is de maat voor de hoeveelheid licht: hoe hoger het getal, hoe feller.
Bij een gloeilamp gingen watt en licht nog aardig gelijk op, en daarom denken veel mensen nog steeds in watt. Maar een zuinige led haalt met een paar watt evenveel licht als een oude gloeilamp van tientallen watt. Kijkt u bij een led naar de watt, dan schrikt u zich rot van hoe “weinig” het lijkt, terwijl de lamp spuughelder is. Kijk dus naar de lumen.
Als grove vuistregel geeft het oude peertje van 60 watt ongeveer 800 lumen, en dat is voor veel mensen het ijkpunt: rond de 800 lumen verlicht u een gemiddelde kamer prettig, voor een sfeerhoek is minder genoeg. De volledige omrekening van de bekende oude wattages (25, 40, 60, 75, 100 watt) naar lumen en naar de bijbehorende led vindt u in het aparte artikel over de gloeilamp, dat we bij de soorten hierboven al noemden, zodat u een oude lamp precies gelijkwaardig vervangt.
De kleurtemperatuur bepaalt of het licht warm en gezellig is of koel en helder, en u leest hem af in kelvin (K) op de verpakking. Een laag getal, rond 2700 K, geeft warm geel licht zoals de oude gloeilamp; een hoog getal, rond 6500 K, geeft koel blauwwit licht zoals een heldere middaghemel. Dat voelt tegennatuurlijk, want we noemen blauw juist “koud”, maar op deze schaal hoort koel licht bij een hoog getal.
Voor de meeste kamers in huis zit u goed met warm wit van rond 2700 K, want dat maakt een ruimte gezellig. In de keuken, de badkamer en op een werkplek is neutraal wit van rond 4000 K prettiger, omdat u daar helder en eerlijk zicht wilt. En let op één veelgemaakte denkfout: een hogere kleurtemperatuur geeft geen feller licht, alleen koeler licht. De hoeveelheid licht regelt u met de lumen, de kleur met de kelvin.
De volledige uitleg, met welke lichtkleur bij welke ruimte past, wat de termen warm wit, neutraal wit en daglicht betekenen en hoe kleurtemperatuur zich verhoudt tot kleurweergave, leest u op de pagina over kleurtemperatuur.
Wilt u het licht kunnen dimmen of de kleur kunnen instellen, let dan bij de aankoop op of de lamp dat ondersteunt, want niet elke lamp kan het. Op de verpakking staat “dimbaar” als een lamp gedimd mag worden. Draait u een niet-dimbare led in een dimmer, dan krijgt u flikkerend of brommend licht, of hij gaat helemaal niet aan.
Er is nog een addertje. Een oude dimmer die ooit voor gloeilampen is geplaatst, werkt vaak niet goed samen met een zuinige led, ook al is die led wél dimbaar. Voor led hoort meestal een ander type dimmer, dat valt onder schakelmateriaal. Flikkert uw led na het plaatsen van een dimmer, dan is dat trouwens meestal geen echte elektrastoring, maar simpelweg een dimmer en lamp die niet bij elkaar passen; met de juiste combinatie is het zo verholpen.
Naast dimbaar bestaan er ook slimme (smart) lampen en instelbare lampen. Daarmee regelt u de helderheid en soms ook de lichtkleur via een schakelaar, afstandsbediening of app: ’s ochtends koeler werklicht, ’s avonds warm sfeerlicht uit dezelfde lamp. Handig, maar het vraagt een lamp én bediening die op elkaar zijn afgestemd. Twijfelt u welke combinatie van lamp en dimmer samenwerkt, laat dat dan meteen goed kiezen en aansluiten.
Een losse lamp uitzoeken en indraaien doet u prima zelf: kijk naar de fitting (past hij in de armatuur), de lumen (hoeveel licht) en de kleurtemperatuur (de sfeer), en let op of hij dimbaar moet zijn. Voor de meeste kamers volstaat warm wit van 2700 K, met neutraal wit van 4000 K in de keuken en de badkamer. Daarmee komt u een heel eind zonder hulp.
Ingewikkelder wordt het zodra er meer bij komt kijken dan de lamp zelf. Denk aan een compleet lichtplan met extra spots en lichtpunten, aan dimbare of instelbare verlichting die met de juiste dimmer moet samenwerken, of aan verlichting in een natte ruimte zoals de badkamer, waar strengere veiligheidsregels gelden. Dan komt er bekabeling bij, soms een extra lichtgroep, en moet uw groepenkast worden uitgebreid. Al die verlichting hangt in huis aan een eigen lichtgroep in de groepenkast, en zo’n groep hoort veilig aangelegd volgens NEN 1010, de norm voor elektrische installaties.
Ons advies: kies de lamp gerust zelf, maar laat het aanleggen van nieuwe verlichting, dimmers en lichtgroepen over aan een erkende elektricien. Dan weet u zeker dat de lichtsfeer die u voor ogen heeft ook veilig en flikkervrij werkt.
Veelgestelde vragen
De lamp is de lichtbron, het vervangbare deel dat het licht maakt, zoals een ledpeer of een spotje. De armatuur is de behuizing eromheen: het huis met de lamphouder (de fitting), het snoer en eventueel een kap of reflector. In de volksmond noemen we het hele geheel vaak “lamp”, maar bij het kopen of vervangen telt het verschil: soms vervangt u alleen de lichtbron, en bij een armatuur met vaste, geïntegreerde led vervangt u het hele armatuur.
Niet zeker wat u nodig heeft, de lamp of de armatuur? Wij denken graag meeDe vijf soorten die u in en om huis tegenkomt zijn de led, de gloeilamp, de halogeenlamp, de spaarlamp (CFL) en de tl-buis. Ze verschillen in hoe ze licht maken en hoe zuinig ze zijn. Led is inmiddels de standaard, omdat hij het zuinigst is en het langst meegaat; de gloeilamp, halogeen en spaarlamp zijn grotendeels uitgefaseerd, en tl-buizen worden vervangen door led-buizen. In de praktijk vervangt u een oude lamp bijna altijd door een led.
Vragen over welke lamp bij uw situatie past? Stel uw vraagKijk naar de code op uw oude lamp of op de verpakking. De meest voorkomende zijn de E27 (grote schroeffitting) en de E14 (kleine schroeffitting), en voor spots de GU10 (indrukken en een kwartslag draaien). De E staat voor Edison en het getal is de diameter in millimeters. Voor spots bestaan er ook fittingen met pennetjes, zoals de GU5.3 en de G9. Noteer de letter-en-getalcode van de oude lamp, dan koopt u zeker de passende nieuwe.
Twijfelt u welke fitting u heeft? Neem contact opNaar de lumen. De lumen is de maat voor de hoeveelheid licht: hoe hoger, hoe feller. De watt zegt sinds led alleen nog iets over het stroomverbruik, niet over hoeveel licht u krijgt. Een zuinige led geeft met een paar watt evenveel licht als een oude gloeilamp van tientallen watt. Als vuistregel geeft het oude peertje van 60 watt ongeveer 800 lumen; zoek dus bij het vervangen een led met een vergelijkbaar aantal lumen.
Hulp bij het kiezen van de juiste lichtsterkte? Wij denken graag meeEen losse lamp indraaien doet u zelf. Maar zodra er bekabeling, extra lichtpunten, dimmers of een extra lichtgroep bij komen, of het gaat om verlichting in een natte ruimte, is het werk voor een erkende elektricien. Nieuwe verlichting hoort veilig aangesloten en volgens NEN 1010 aangelegd, en in de badkamer gelden extra eisen zoals aardlekbeveiliging. Zo voorkomt u flikkerende spots, een brommende trafo of onveilige verlichting.
Verlichting laten aanleggen of vernieuwen? Vraag vrijblijvend advies