Led: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 12 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een led is een klein, zeer zuinig lichtpuntje dat stroom rechtstreeks omzet in licht en dat tegenwoordig vrijwel elke gloeilamp, halogeenlamp en spaarlamp in huis vervangt. De letters staan voor "light-emitting diode", maar in de winkel bedoelt u er gewoon de zuinige lamp mee die u in uw fitting draait. Led gebruikt tot rond de 85 procent minder stroom dan een oude gloeilamp voor dezelfde hoeveelheid licht, en gaat vele malen langer mee.

Bijna iedereen heeft thuis wel een la met lampen die "net niet passen". Een te grote fitting, een te fel of juist te flauw lampje, of een spotje dat gaat flikkeren zodra u het indraait. Dat komt bijna altijd door één van vier keuzes: het aantal lumen, de lichtkleur, de fitting en of de lamp dimbaar is. Wie die vier snapt, koopt nooit meer de verkeerde lamp.

In dit artikel lopen we die keuzes stap voor stap door, precies zoals wij het aan onze klanten in Den Haag en Rotterdam uitleggen. Zo weet u welke ledlamp u nodig heeft, waar u op moet letten bij het vervangen, en wanneer u er beter een elektricien bij haalt.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een led en waarom bespaart het zoveel?
  2. Welke ledlamp vervangt mijn oude gloeilamp?
  3. Welke lichtkleur kiest u: warm of koel?
  4. Welke fitting heb ik nodig? E27, E14, GU10 en meer
  5. Dimbare led: waar moet u op letten?
  6. Hoe lang gaat een led mee en wat dekt de garantie?
  7. Ledverlichting in de badkamer of buiten: let op de IP-waarde
  8. Halogeenspots vervangen door led: let op de trafo of driver
  9. Losse ledlamp of complete led-armatuur?
  10. Varianten van ledlampen
  11. Veelvoorkomende problemen met ledlampen
  12. Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Wat is een led en waarom bespaart het zoveel?

Een led is een lamp die elektriciteit heel efficiënt omzet in licht, met bijna geen warmteverlies. Juist dat verklaart de besparing. Een oude gloeilamp maakte van uw stroom vooral warmte en maar een klein beetje licht. Een led draait dat om: bijna alle stroom wordt licht.

Het verschil is groot. Waar een gloeilamp van 60 watt continu 60 watt verstookte, geeft een led van ongeveer 8 watt evenveel licht. U gebruikt dus grofweg zeven tot tien keer minder stroom voor dezelfde helderheid.

Waar staat "led" eigenlijk voor? (extra uitleg)
Led is de afkorting van "light-emitting diode", oftewel een lichtgevende diode. In een gloeilamp gloeit een dun draadje wit door de hitte; in een led ontstaat licht in een klein halfgeleidertje zodra er stroom doorheen loopt, vrijwel zonder dat het gloeiend heet wordt. Voor uw keuze in de winkel hoeft u die techniek niet te kennen. Wat telt is dat een led veel minder stroom vraagt, nauwelijks warm wordt en veel langer meegaat dan de lampen van vroeger. Vandaar dat gloeilampen en de meeste halogeenlampen in de Europese Unie inmiddels zijn uitgefaseerd en led de standaard is geworden.

Online leest u soms dat een led "helemaal niet warm wordt". Dat klopt niet helemaal. De lichtbron zelf blijft veel koeler dan een gloeilamp, maar de elektronica in de voet (de driver) kan wel degelijk warm worden. Daarom heeft een goede ledlamp of spot altijd wat ruimte en ventilatie nodig; een led die volledig ingebouwd zit zonder luchtstroom, gaat korter mee. Onthoud dus: koeler dan vroeger, maar niet koud.

Led bespaart stroom: dezelfde hoeveelheid licht met veel minder verbruik en warmte Links een warm gloeiende gloeilamp, rechts een koele ledlamp, allebei met evenveel licht van ongeveer 800 lumen. Daaronder twee verbruiksbalken: de gloeilamp gebruikt 60 watt, de ledlamp ongeveer 8 watt, wat rond de 85 procent minder is. Onderaan de warmte: de gloeilamp wordt heet, de led blijft koel. Richtwaarden, per lamp en fabrikant verschillend. Evenveel licht, veel minder stroom Gloeilamp evenveel licht ± 800 lumen Ledlamp Stroomverbruik voor hetzelfde licht Gloeilamp 60 W Ledlamp ± 8 W Rond de 85% minder stroom voor evenveel licht. Gloeilamp: wordt heet Ledlamp: blijft koel (driver wel warm) Richtwaarden, per lamp en fabrikant verschillend.
Voor evenveel licht verbruikt een led fors minder stroom dan een oude gloeilamp, en blijft hij koeler.

Welke ledlamp vervangt mijn oude gloeilamp?

De belangrijkste tip vooraf: kijk niet naar het aantal watt, maar naar het aantal lumen. Watt zegt alleen hoeveel stroom een lamp gebruikt, niet hoeveel licht hij geeft. Bij led zijn die twee losgekoppeld, en dat is precies waar het bij het vervangen vaak misgaat.

Wilt u toch snel schakelen, gebruik dan deze vuistregel: deel de wattage van uw oude gloeilamp door ongeveer zeven tot tien, en u zit dicht bij de led-wattage die u nodig heeft. Een oude lamp van 40 watt komt dan neer op een led van ongeveer 4 tot 6 watt, en een lamp van 60 watt op ongeveer 6 tot 9 watt.

Lumen is de eigenlijke maat voor helderheid. Als ruwe richtlijn geeft een oude gloeilamp van 60 watt rond de 800 lumen. Zoekt u dus een vervanger, kijk dan naar dat lumen-getal op de verpakking en niet naar de watt. De complete omrekentabel van elke oude wattage naar led en lumen staat in ons artikel over de gloeilamp; daar leggen we ook uit waarom die oude lampen zijn verdwenen. Op deze pagina houden we het bij het keuzeprincipe: meer lumen is meer licht, meer watt is alleen meer verbruik.

Welke lichtkleur kiest u: warm of koel?

De lichtkleur bepaalt de sfeer in een ruimte, en die keuze maakt u los van de helderheid. Lichtkleur wordt uitgedrukt in kelvin (K). Een lage waarde geeft warm, gezellig licht, een hoge waarde geeft koel, zakelijk licht.

Voor het kiezen hoeft u maar twee ankerpunten te onthouden. Rond de 2700 kelvin krijgt u warmwit licht, met een gele gloed die lijkt op de oude gloeilamp. Dat past in de woonkamer, de slaapkamer en de eetkamer. Rond de 4000 kelvin krijgt u neutraal wit, prettig in de badkamer, de bijkeuken en de garage. Vanaf ongeveer 6500 kelvin wordt het koel daglichtwit, handig boven een werkbank of in een hobbyruimte waar u scherp wilt zien.

Een veelgemaakte vergissing is een hele woning in 6500 kelvin uitvoeren. De keuken voelt dan al snel aan "als een ziekenhuis". Kies koel licht dus bewust en alleen waar u het nodig heeft. Wilt u dieper begrijpen hoe kelvin werkt en waarom hetzelfde watt-aantal in twee kleuren totaal anders oogt? Dat leest u in ons artikel over kleurtemperatuur.

Lichtkleur van led kiezen: warm, neutraal of koel Drie kaarten naast elkaar met de lichtkleur als keuzecriterium. Links warm wit 2700 kelvin voor woonkamer en slaapkamer, midden neutraal wit 4000 kelvin voor keuken, badkamer en garage, rechts koel daglicht 6500 kelvin voor werkbank en hobbyruimte. Onder de kaarten een verloopbalk van warm naar koel met de drie ijkpunten. Richtwaarden, de aanduiding op de verpakking is leidend. Welke lichtkleur kiest u? De lichtkleur bepaalt de sfeer en staat los van de helderheid. Warm wit 2700 K Woonkamer, slaapkamer, eetkamer Neutraal wit 4000 K Keuken, badkamer, bijkeuken, garage Koel daglicht 6500 K Werkbank, hobbyruimte, waar u scherp ziet 2700 K · warm 4000 K · neutraal 6500 K · koel Richtwaarden. De aanduiding op de verpakking is leidend.
Van warm (2700 K) via neutraal (4000 K) naar koel (6500 K): de lichtkleur kiest u los van de helderheid.

Nog een letter om op te letten: de CRI- of Ra-waarde, de kleurweergave. Die zegt hoe natuurlijk kleuren onder de lamp lijken. Boven de 80 is prima voor thuis, boven de 90 is fijn boven een spiegel, een leestafel of in de keuken, waar u kleuren echt goed wilt zien.

Welke fitting heb ik nodig? E27, E14, GU10 en meer

De fitting is het pas-stukje: alleen een lamp met de juiste fitting past in uw armatuur. U herkent hem aan een letter met een getal, en dat getal is bijna altijd de maat in millimeters. De drie die u thuis het meest tegenkomt zijn E27, E14 en GU10.

E27 is de grote schroeffitting van 27 millimeter, de klassieke "peer" die u in plafondlampen en staande lampen vindt. E14 is de kleine schroeffitting van 14 millimeter, vaak een kaarslamp in een kroonluchter, wandlamp of afzuigkap. GU10 is geen schroef- maar een draaifitting met twee pennetjes; die zit in de meeste inbouw- en opbouwspots en werkt direct op 230 volt.

Welke ledlamp heb ik nodig?

Kies wat u wilt vervangen. U ziet meteen welke fitting daarbij hoort, waar u op moet letten en wat de handige vervolgstap is.

Kies hierboven wat u wilt vervangen om het advies te zien.
Zelf te doen

Dit is een E27, de grote schroeffitting

U draait er een E27-led in, direct op 230 volt en zonder trafo. Kies op het aantal lumen (niet op watt) en op de lichtkleur die bij de ruimte past. Voor de woonkamer meestal warmwit rond 2700 kelvin.

Twijfelt u over lumen of lichtkleur? Wij denken mee
Zelf te doen

Dit is een E14, de kleine schroeffitting

Een E14-led draait u er direct in op 230 volt. Let op de vorm (kaars of kogel), zodat alle lampjes in een kroonluchter of wandlamp gelijk ogen, en kies dezelfde lichtkleur voor een rustig geheel. Voor sfeer meestal warmwit.

Vragen over uw verlichting? Stel ze gerust
Zelf te doen

Dit is een GU10-spot op 230 volt

De twee dikkere pennetjes met een kwartslag verraden een GU10. Die werkt direct op netspanning, zonder trafo. U draait er simpelweg een GU10-led in. Let op of u een dimbare versie nodig heeft en op de stralingshoek: breed voor algemeen licht, smal voor accent.

Meerdere spots vervangen? Wij kijken mee
Let op de trafo

Dit is waarschijnlijk een GU5.3 (MR16) op 12 volt

Twee dunne, rechte pennetjes wijzen op een 12 volt-spot met een trafo erachter. Een GU5.3-led past er wel in, maar de oude halogeentrafo is vaak niet geschikt voor de lage belasting en veroorzaakt flikkeren. Meestal hoort er dan een led-driver voor in de plaats.

Flikkert het na het vervangen? Laat de trafo nakijken
Werk voor de elektricien

Een led-strip werkt op 12 of 24 volt met een eigen voeding

Een strip heeft altijd een passende voeding (driver) nodig, afgestemd op de lengte en het vermogen, en wordt vast aangesloten. Voor een strook op maat, netjes weggewerkt en veilig aangesloten, is een elektricien de verstandige route.

Led-strip laten aanleggen? Vraag vrijblijvend advies
ELEKTRA KONING

Twijfelt u? Draai de oude lamp eruit en bekijk de voet. Een schroefdraad is een E-fitting (E27 groot, E14 klein). Twee dikkere pennetjes met een kwartslag zijn een GU10 op 230 volt. Twee dunne, rechte pennetjes zijn meestal een GU5.3 (ook MR16 genoemd) op 12 volt, en dan komt er een trafo bij kijken. Daarover leest u meer in de sectie over het vervangen van halogeenspots verderop.

De vijf ledfittingen herkennen: E27, E14, GU10, GU5.3 en G9 Vijf ledfittingen op een rij. E27 is de grote schroeffitting van 27 millimeter op 230 volt, E14 de kleine schroeffitting van 14 millimeter op 230 volt, GU10 een draaifitting met twee dikke pennen op 230 volt, GU5.3 oftewel MR16 een fitting met twee dunne rechte pennen op 12 volt met een trafo, en G9 een klein capsulelampje met een lusvormig steekvoetje op 230 volt. De letter met het getal geeft de maat in millimeter. De fittingen herkennen Een letter met een getal: het getal is bijna altijd de maat in millimeter. E27 grote schroef 27 mm · 230 V E14 kleine schroef 14 mm · 230 V GU10 draai, dikke pennen 230 V · geen trafo GU5.3 MR16, dunne pennen 12 V · via trafo G9 steekvoetje (capsule) 9 mm · 230 V Educatieve weergave, niet op schaal. Draai de oude lamp eruit en vergelijk de voet.
De fittingen die u thuis het meest tegenkomt, elk met hun maat en spanning.

Dimbare led: waar moet u op letten?

Niet elke ledlamp is dimbaar, en daar gaat het vaak mis. Alleen een lamp waar nadrukkelijk "dimbaar" op de verpakking staat, kunt u zonder problemen zachter zetten. Draait u een niet-dimbare led op een dimmer, dan gaat hij flikkeren, bromt hij, of werkt hij helemaal niet, en op den duur raakt hij beschadigd.

Er is nog een tweede valkuil. Zelfs met een dimbare led kan het misgaan als uw dimmer nog van het gloeilamp- of halogeentijdperk is. Zulke oude dimmers zijn gemaakt voor een veel hoger vermogen dan een zuinige led vraagt, en dan flikkert of zoemt het licht alsnog. De oplossing is een led-geschikte dimmer, afgestemd op lage wattages. Een dimmer valt onder het schakelmateriaal in de wand en hoort bij de vaste installatie.

Let bij het combineren ook op het bereik van de dimmer. Elke dimmer heeft een minimale en maximale belasting. Hangt u er te weinig led aan, dan kan de dimmer onder zijn minimum zakken en gaat het licht knipperen. In dat geval helpt een dimmer die geschikt is voor heel lage vermogens, of een zogenoemde dimstabilisator. Twijfelt u over de juiste combinatie van lamp en dimmer, laat dat dan even meedenken door een elektricien; het scheelt veel proberen en teruggebrachte lampen.

Hoe lang gaat een led mee en wat dekt de garantie?

Een ledlamp gaat veel langer mee dan de lampen van vroeger, doorgaans tussen de 15.000 en 25.000 branduren, en bij betere modellen oplopend tot rond de 50.000 uur. Ter vergelijking: een gloeilamp haalde ongeveer 1.000 uur en een halogeenlamp ongeveer 2.000 uur.

Toch is "gaat 50.000 uur mee" niet hetzelfde als "gaat nooit kapot". In de praktijk is het meestal niet het led-lichtpuntje dat sneuvelt, maar de elektronica in de voet, de driver. Warmte is daarbij de grootste vijand: een led die opgesloten zit in een dichte armatuur zonder ventilatie, of een goedkope lamp met een zwakke driver, haalt zijn opgegeven levensduur zelden. Kwaliteit en koeling tellen dus zwaarder dan het getal op de doos.

Kijk daarom ook naar de garantie. Veel fabrikanten geven twee tot vijf jaar garantie op hun ledlampen en led-armaturen, wat een aardige indicatie is van hoeveel vertrouwen ze zelf in het product hebben. Bewaar de bon, zeker bij duurdere inbouwspots die vast in een plafond zitten.

Ledverlichting in de badkamer of buiten: let op de IP-waarde

In een badkamer, buiten of in een andere vochtige ruimte kiest u een lamp of armatuur met de juiste IP-waarde. Die tweecijferige code (bijvoorbeeld IP44 of IP65) geeft aan hoe goed de behuizing beschermd is tegen stof en water. Hoe natter de plek, hoe hoger het tweede cijfer moet zijn.

Als vuistregel is IP44 geschikt voor spatwater, bijvoorbeeld op enige afstand van de wastafel of onder een overkapping buiten. Vlak bij de douche, het bad of op een plek die echt nat wordt, gaat u naar IP65 of hoger. Een gewone binnenlamp (vaak zonder vermelde IP-waarde, wat neerkomt op IP20) hoort daar niet thuis: die trekt vocht aan, beslaat vanbinnen en valt vroegtijdig uit. Meer over wat elk cijfer betekent, leest u bij de IP-waarde.

De badkamer is bovendien opgedeeld in zones rond bad en douche, en per zone gelden eisen aan de minimale IP-waarde en aan de beveiliging van de groep. Voor losse vervangingen kunt u prima zelf op de IP-waarde letten; voor nieuwe spots of armaturen in een natte ruimte is het verstandig een elektricien de zone en de groep te laten beoordelen.

Ledverlichting in de badkamer: hoe natter de plek, hoe hoger de IP-waarde Doorsnede van een badkamer als vuistregel. Vlak bij bad en douche hoort een lamp met IP65 of hoger, want daar wordt het echt nat. Iets verder, bijvoorbeeld bij de wastafel, volstaat IP44 tegen spatwater. In het droge deel van de ruimte kan een gewone binnenlamp zonder IP-vermelding, wat neerkomt op IP20. Dit is een vuistregel; de exacte zone-indeling en de minimale IP per zone volgen uit NEN 1010, laat een elektricien dat beoordelen. Hoe natter de plek, hoe hoger de IP-waarde Vuistregel voor ledverlichting in de badkamer. IP65 of hoger nat: bij bad/douche IP44 spatwater: iets verder geen IP ≈ IP20 droog deel van de ruimte nat · hoge IP droog · lage IP ! Vuistregel, geen normindeling. Exacte zones en minimale IP per zone volgen uit NEN 1010 — laat een elektricien dit beoordelen.
Vuistregel voor de IP-waarde bij vocht. De exacte zone-eisen volgen uit NEN 1010.

Halogeenspots vervangen door led: let op de trafo of driver

Halogeenspots vervangen door led lukt bijna altijd, maar er is één addertje: het type spot bepaalt of u ook iets aan de voeding moet doen. Het draait om het verschil tussen 230 volt en 12 volt.

Zit er een GU10-spot in, met twee dikkere pennetjes en een kwartslag, dan werkt die direct op 230 volt netspanning. U draait er simpelweg een GU10-led in en klaar. Zit er echter een GU5.3-spot in (ook MR16 genoemd), met twee dunne rechte pennetjes, dan werkt die op 12 volt via een trafo. De oude halogeentrafo is vaak niet geschikt voor de veel lagere belasting van led en veroorzaakt dan flikkeren of uitval. In dat geval hoort er een led-driver (led-trafo) voor in de plaats, afgestemd op lage wattages.

Een veelgehoord advies online is "gewoon een ledje in de halogeenspot draaien". Bij 230 volt GU10 klopt dat, maar bij 12 volt GU5.3 negeert het juist het trafo-probleem, en dat is precies de reden dat mensen daarna zitten te kloen met flikkerend licht. De halogeen-techniek en de fittingen behandelen we uitgebreider bij de halogeenlamp. Zit u met 12 volt-spots en een trafo boven een verlaagd plafond, laat dat dan door een elektricien nakijken; het aanpassen van een trafo hoort bij de vaste installatie.

GU10 werkt direct op 230 volt, GU5.3 op 12 volt via een trafo of led-driver Links een GU10-spot die met een gewone installatiekabel, bruin is fase en blauw is nul, rechtstreeks op 230 volt netspanning is aangesloten, zonder trafo. Rechts een GU5.3- of MR16-spot: de 230 volt gaat eerst naar een led-driver, ook wel led-trafo, die er 12 volt van maakt, en dat 12 volt gaat via een dunne laagspanningsdraad naar de spot. Een oude halogeentrafo is vaak niet geschikt voor led en veroorzaakt flikkeren; dan hoort er een led-driver in de plaats. Halogeenspot vervangen: 230 V of 12 V? 230 V netspanning (uit de groep) 230 V GU10-spot Direct op 230 V, geen trafo U draait er simpelweg een GU10-led in. 230 V 230 V → 12 V LED DRIVER led-trafo 12 V GU5.3-spot (MR16) 12 V via trafo / led-driver ! Een oude halogeentrafo is vaak ongeschikt voor led en laat het licht flikkeren — dan hoort er een led-driver in de plaats.
Een GU10-spot werkt direct op 230 volt; een GU5.3-spot werkt op 12 volt via een led-driver.

Losse ledlamp of complete led-armatuur?

U heeft grofweg twee smaken: een losse ledlamp die u zelf vervangt, of een complete led-armatuur waarin de led vast is ingebouwd. Beide hebben hun plek, en de keuze bepaalt of u de lamp later los kunt verwisselen.

Een losse ledlamp (ook wel retrofit genoemd) draait u in een bestaande fitting, net als vroeger. Gaat hij kapot, dan draait u er een nieuwe in. Dit is de flexibelste en goedkoopste route, en voor de meeste lampen in huis de logische keuze. Een complete led-armatuur, zoals veel moderne inbouwspots en plafondpanelen, heeft de led vast ingebouwd zonder vervangbare lamp. Zulke armaturen zijn vaak platter, geven mooier egaal licht en gaan lang mee, maar als de led (of de driver) na jaren stopt, vervangt u het hele armatuur.

Voor een woonkamerlamp of schemerlamp kiest u dus meestal een losse ledlamp. Voor strakke inbouwspots in een plafond of een badkamerpaneel is een compleet armatuur vaak de betere keuze, mits u zich realiseert dat vervangen dan een grotere klus is. Zulke armaturen worden vast aangesloten en horen bij het werk van een elektricien.

Varianten van ledlampen

Ledlampen bestaan in veel soorten, per fitting en per toepassing. Welke u nodig heeft, hangt af van uw armatuur en de plek in huis. Klap hieronder open wat voor u van toepassing is.

E27-ledlamp (grote schroeffitting)
De E27 is de grote schroeffitting van 27 millimeter, de klassieke peer. U vindt hem in plafondlampen, staande lampen en veel hanglampen. Ledlampen met E27 zijn er in alle vormen (peer, kogel, globe, filament) en in elke lichtkleur, van warmwit tot daglicht. Voor de meeste algemene verlichting in huis is dit de standaardkeuze.
E14-ledlamp (kleine schroeffitting)
De E14 is de kleine schroeffitting van 14 millimeter, vaak een kaars- of kogellampje. U komt hem tegen in kroonluchters, wandlampjes, nachtkastlampen en afzuigkappen. Let bij een kroonluchter op de vorm (kaars of kogel) en op de lichtkleur, zodat alle lampjes gelijk ogen. Meestal kiest u hier warmwit voor de sfeer.
GU10-ledspot (230 volt)
De GU10 is een draaifitting met twee dikkere pennetjes en een kwartslag, en werkt direct op 230 volt. Dit is de meest gebruikte spot in inbouw- en opbouwspots, zonder trafo. Ideaal als vervanger van 230 volt-halogeenspots: u draait er simpelweg een GU10-led in. Let op of u een dimbare versie nodig heeft en op de stralingshoek (breed voor algemeen licht, smal voor accent).
GU5.3-ledspot (MR16, 12 volt)
De GU5.3 (ook MR16) heeft twee dunne rechte pennetjes en werkt op 12 volt via een trafo. U vindt hem vaak in oudere ingebouwde spots. Vervangt u halogeen door led, dan is de kans groot dat de oude trafo vervangen moet worden door een led-driver, anders flikkert het. Zit u hiermee, overweeg dan of overstappen naar 230 volt GU10 op termijn handiger is.
G9-ledlamp (steekvoetje, 230 volt)
De G9 is een klein capsulelampje met een lusvormig steekvoetje, direct op 230 volt. U ziet hem in decoratieve wandlampen, spiegellampen en kleine designarmaturen. Ledversies zijn compact; let op de afmeting, want een te grote G9-led past soms net niet in een klein kapje. Kies warmwit voor sfeer.
Led-strip (lichtslang op 12 of 24 volt)
Een led-strip is een flexibele band met kleine leds, ideaal voor indirecte verlichting onder een keukenkastje, achter een tv of langs een trap. Een strip werkt op 12 of 24 volt en heeft altijd een passende voeding (driver) nodig, afgestemd op de lengte en het vermogen. Voor een strook op maat, met nette voeding en aansluiting, is een elektricien de veilige route.
Led-inbouwspot / downlight (compleet armatuur)
Een led-inbouwspot of downlight is een compleet armatuur met de led vast ingebouwd, dus zonder losse lamp om te vervangen. Ze geven strak, egaal licht en zijn plat, handig bij een verlaagd of dun plafond. Nadeel: gaat de led of driver kapot, dan vervangt u het hele armatuur. Deze spots worden vast aangesloten en horen bij het werk van een elektricien.
Led-buis (TL-vervanger)
Een led-buis vervangt de klassieke TL-buis, bijvoorbeeld in een garage, schuur of berging. Let op: sommige led-buizen werken pas na het verwijderen of overbruggen van de oude starter en het voorschakelapparaat. De verpakking vermeldt welk type armatuur geschikt is. Twijfelt u over het ombouwen van het armatuur, laat dat dan nakijken.

Veelvoorkomende problemen met ledlampen

Gaat er iets mis met uw ledverlichting, dan is dat bijna altijd terug te voeren op de driver, de dimmer of de bedrading, niet op de led zelf. Hieronder de klachten die wij het vaakst horen, met de vermoedelijke oorzaak.

Mijn ledlamp flikkert
Flikkeren komt meestal door een dimmer die niet geschikt is voor led, door een niet-dimbare lamp op een dimmer, of door een zwakke of defecte driver. Ook een los contact in de fitting of bedrading kan het geven. Begin met controleren of de lamp echt dimbaar is en of de dimmer led-geschikt is. Blijft het flikkeren, dan zit het vaak in de installatie.
Mijn led blijft zwak nagloeien als hij uit staat
Een led die zwak nagloeit terwijl de schakelaar uit is, komt meestal door een kleine lekstroom in de bedrading. Bekende oorzaken zijn een schakelaar met een controlelampje, een dimmer, of lange parallel lopende draden. Het is doorgaans onschuldig, maar wel hinderlijk. Vaak helpt een dimstabilisator of het aanpassen van de schakelaar. Laat het nakijken als u niet zeker weet waar het vandaan komt.
Mijn led zoemt of bromt bij het dimmen
Zoemen of brommen bij het dimmen wijst bijna altijd op een dimmer die niet bij de led past, of op te weinig belasting op de dimmer. Een led-geschikte dimmer, afgestemd op lage wattages, lost dit meestal op. Soms helpt een dimstabilisator. Weten welke dimmer bij uw leds past, scheelt veel uitproberen.
De aardlekschakelaar of automaat klapt eruit als het licht aangaat
Springt de beveiliging eruit zodra u de spots aanzet, dan kan dat komen door een korte inschakelpiek van meerdere drivers tegelijk, of door een lekstroom uit een driver naar aarde. Dat laatste laat de aardlekschakelaar ingrijpen. Dit is geen klus om zelf op te lossen: het raakt de groep en de beveiliging in de meterkast. Laat dit met voorrang bekijken.

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Een losse ledlamp indraaien doet u natuurlijk gewoon zelf; daar is een lamp voor. Ook op de juiste lumen, lichtkleur en fitting letten is prima huiswerk. Het wordt pas werk voor een elektricien zodra u aan de vaste installatie komt: inbouwspots aanleggen, een trafo of driver vervangen, een dimmer plaatsen of een led-strip vast aansluiten.

De reden is eenvoudig. Zulk werk zit in het plafond, in de wand of in de groepenkast, op de vaste bedrading die onder spanning staat. Een fout daar is niet zomaar "een lampje dat het niet doet", maar kan flikkeren, oververhitting of in het ergste geval brand geven, en het raakt de beveiliging van uw hele groep. Voor natte ruimten zoals de badkamer komt daar de juiste IP-waarde en de aardlekbeveiliging bij, en dat luistert nauw.

Ons advies is dus praktisch: kies uw lampen zelf met de kennis uit dit artikel, en haal er een elektricien bij zodra er iets vast moet worden aangesloten of aangepast. Twijfelt u of uw groep en beveiliging klaar zijn voor extra spots of een zwaardere verlichtingsgroep? Dan is een controle vooraf verstandig. Wilt u nieuwe verlichting of dimbare spots laten aanleggen, dan maken wij daar graag vrijblijvend een offerte voor.

Veelgestelde vragen

Hoeveel watt led heb ik nodig in plaats van een gloeilamp van 60 watt?

Voor een gloeilamp van 60 watt heeft u ongeveer een led van 6 tot 9 watt nodig, met rond de 800 lumen. Kijk bij het kopen naar het aantal lumen op de verpakking, niet naar de watt: watt is alleen het verbruik, lumen is de hoeveelheid licht. De volledige omrekentabel van elke oude wattage vindt u in ons artikel over de gloeilamp.

Twijfelt u over de juiste lichtsterkte? Wij denken graag mee
Waarom flikkert mijn ledlamp?

Flikkeren komt meestal doordat een niet-dimbare led op een dimmer zit, doordat de dimmer niet geschikt is voor led, of door een zwakke driver. Soms is het een los contact in de fitting of bedrading. Controleer eerst of de lamp dimbaar is en de dimmer led-geschikt. Blijft het flikkeren, dan zit het meestal in de installatie.

Blijft de verlichting flikkeren? Neem contact op
Zijn alle ledlampen dimbaar?

Nee. Alleen ledlampen waar nadrukkelijk "dimbaar" op de verpakking staat, kunt u zonder problemen dimmen. Een niet-dimbare led op een dimmer gaat flikkeren, zoemen of stuk. En zelfs een dimbare led vraagt vaak een led-geschikte dimmer, want oude gloeilamp- of halogeendimmers zijn gemaakt voor veel hogere vermogens.

Welke dimmer past bij uw leds? Stel uw vraag
Wat is beter: led of spaarlamp?

Led is voor vrijwel elke toepassing de betere keuze. Een led gaat langer mee (grofweg 15.000 tot 25.000 uur tegenover 6.000 tot 10.000 uur bij een spaarlamp), geeft meteen vol licht zonder opwarmtijd, kan goed tegen vaak aan- en uitschakelen en bevat geen kwik. Spaarlampen zijn inmiddels dan ook grotendeels door led vervangen.

Meer weten over zuinige verlichting? Wij denken graag mee
Mag ik zelf ledspots inbouwen, en is dat veilig in de badkamer?

Een losse ledlamp verwisselen mag u prima zelf. Spots vast inbouwen, een trafo of driver vervangen of verlichting in een natte ruimte aanleggen is werk voor een elektricien. In de badkamer gelden extra eisen aan de IP-waarde per zone en aan de aardlekbeveiliging van de groep. Laat daarom eerst beoordelen of uw groep en beveiliging geschikt zijn.

Ledspots in de badkamer laten inbouwen? Doe eerst de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u welke ledverlichting, dimmer of inbouwspots bij uw huis passen?

Heb je een vraag?