Lasdoos: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 11 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een lasdoos is een doos of behuizing waarin elektriciteitsdraden veilig met elkaar worden verbonden of afgetakt, en die volgens de norm toegankelijk moet blijven. Het woord "lassen" heeft hier niets met een lasmasker of vonken te maken: het is het oude vakwoord voor verbinden, voor draden aan elkaar knopen. In een lasdoos komen dus meerdere kabels bij elkaar, worden de aders met klemmen doorverbonden, en zit het geheel netjes en aanraakveilig achter een deksel weggeborgen.

U kent hem vast beter dan u denkt. Dat ronde rozetje in het plafond, precies waar uw lamp hangt, is een lasdoos, alleen heet die in vaktaal een centraaldoos. En die grijze doos met rubberen tules die u in de kruipruimte, de garage of de schuur tegenkomt, is óók een lasdoos, maar dan in de spatwaterdichte opbouwuitvoering. Beide doen hetzelfde: draden bundelen en veilig verbinden.

Onthoud vooral dit, want het is de rode draad van dit artikel: een lasdoos is een verbinddoos, geen apparatuurdoos, en de verbinding erin moet altijd bereikbaar blijven. Een lasdoos draagt zelf geen stopcontact of schakelaar (dat doet de inbouwdoos), en wegplamuren onder het stucwerk mag niet. Waarom die twee dingen zo belangrijk zijn, en welke doos u waar nodig heeft, leest u hieronder.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een lasdoos?
  2. Waar gebruikt u een lasdoos voor?
  3. Lasdoos, inbouwdoos of hollewanddoos: wat is het verschil?
  4. Centraaldoos of opbouw-lasdoos: twee verschijningsvormen
  5. Wat zit er in een lasdoos?
  6. Moet een lasdoos toegankelijk blijven?
  7. Welke lasdoos voor kruipruimte, garage of buiten?
  8. Varianten van de lasdoos
  9. Veelgemaakte fouten met een lasdoos
  10. Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Wat is een lasdoos?

Een lasdoos is een doos waarin u elektriciteitsdraden met elkaar verbindt of aftakt, met een deksel eroverheen zodat de verbinding aanraakveilig en beschermd zit. De doos zelf geleidt geen stroom en beveiligt nergens tegen. Hij doet één ding: hij biedt een nette, afgesloten ruimte waarin de draden veilig samenkomen.

De naam "lasdoos" verwart weleens. "Lassen" betekent in de elektrotechniek simpelweg verbinden, niet solderen of branden. Vroeger werden draden letterlijk in elkaar gedraaid ("gelast") en met tape omwikkeld; tegenwoordig gebeurt dat met een klem. De doos eromheen bleef de lasdoos heten.

Lasdoos, aftakdoos, kabeldoos of verdeeldoos: is dat hetzelfde? (extra uitleg)

In de praktijk lopen de namen door elkaar. "Aftakdoos", "kabeldoos", "aansluitdoos" en "verdeeldoos" worden vaak voor hetzelfde bedoeld: een doos waarin draden worden verbonden of afgetakt. Er zit hooguit een accentverschil in. "Aftakdoos" benadrukt dat er een aftakking wordt gemaakt (bijvoorbeeld een tweede lichtpunt aftakken van de eerste), "kabeldoos" hoort u vaker bij de waterdichte buitenvariant, en "centraaldoos" is de vakterm voor de ruime lasdoos in het plafond. Zoekt u dus op een van deze woorden, dan bent u bij de lasdoos aan het juiste adres. In dit artikel gebruiken we "lasdoos" als overkoepelend woord.

Wat een lasdoos níet is, is een apparatuurdoos. Hij is niet bedoeld om een stopcontact of schakelaar in te schroeven. Daarvoor gebruikt u een inbouwdoos of een hollewanddoos. Dat onderscheid is belangrijk, en we werken het verderop helemaal uit.

Opbouw-lasdoos met deksel, geannoteerd Een grijze kunststof opbouw-lasdoos met een open behuizing en het deksel ernaast. De behuizing heeft rubberen invoertules voor de kabels en schroefpunten voor het deksel; het deksel heeft vier hoekschroeven en een afdichtrand. De illustratie is educatief en niet op maat. IP54 Invoertule rubber · kabelinvoer Behuizing kunststof · spatwaterdicht Klemruimte hier komen de klemmen Deksel sluit aanraakveilig af Dekselschroef 4× · houdt het deksel dicht elektrakoning.nl
Een opbouw-lasdoos met het deksel ernaast. De doos biedt een afgesloten, aanraakveilige ruimte waarin de draden samenkomen; verbinden doet de klem, niet de doos.

Waar gebruikt u een lasdoos voor?

U gebruikt een lasdoos overal waar draden samenkomen zonder dat daar een apparaat hangt: om een verbinding te maken, een leiding af te takken of een kabel te verlengen. Het is het knooppunt van de installatie, de plek waar de bekabeling zich vertakt of samenkomt.

De klassieke klus is de verlichting. In het plafond komt een voedingskabel binnen, en vanuit dat punt lopen de draden naar de lamp en vaak door naar een stopcontact of schakelaar elders. Dat verzamelpunt in het plafond is de centraaldoos, een ruime lasdoos die de draden van voeding, schakelaar en lichtpunt met elkaar doorverbindt.

Verder komt u de lasdoos tegen bij het aftakken van een groep (een tweede lichtpunt of stopcontact meenemen vanaf een bestaand punt), bij het verlengen van een kabel die net te kort blijkt, en overal waar bekabeling van richting verandert. In een kruipruimte, garage of schuur zit vaak een opbouw-lasdoos als centraal aftakpunt voor de rest van de ruimte.

Wat u er beter níet mee doet, is er een apparaat op laten leunen of een zwaar belaste verbinding permanent dichtsmeren. De doos is bedoeld om te verbinden en die verbinding bereikbaar te houden, niet om gewicht te dragen of voorgoed te verdwijnen achter pleisterwerk.

Lasdoos, inbouwdoos of hollewanddoos: wat is het verschil?

Het verschil zit in wat de doos draagt. Een lasdoos verbindt alleen draden en draagt géén apparaat. Een inbouwdoos en een hollewanddoos zijn juist apparatuurdozen: daar schroeft u een stopcontact of schakelaar in. Ze horen in dezelfde familie, maar ze hebben een andere taak.

Dat is meteen de meest gemaakte verwarring rond dit begrip. Online worden "lasdoos" en "inbouwdoos" vaak als synoniem gebruikt, maar dat klopt niet. U herkent het verschil aan de vraag: zit er straks een apparaat in de doos, of alleen een verbinding? Zit er een stopcontact of schakelaar in, dan is het een apparatuurdoos. Komen er alleen draden samen, dan is het een lasdoos.

Het helpt om ze als drie leden van één familie te zien:

DoosWaarvoorDraagt een apparaat?
Lasdoos / centraaldoosDraden verbinden en aftakkenNee, alleen de verbinding
Massieve inbouwdoosStopcontact/schakelaar in steen of beton (Ø 68 mm)Ja
HollewanddoosStopcontact/schakelaar in gipsplaat/holle wandJa

Er is nog een subtiel raakvlak. Soms zit er in een diepe apparatuurdoos óók een klein verbindinkje, en soms wordt een verbinding in een lasdoos gemaakt vlak achter een stopcontact. De vuistregel blijft: het apparaat hoort in een apparatuurdoos, de verbinding hoort in een toegankelijke lasdoos.

Lasdoos, massieve inbouwdoos en hollewanddoos naast elkaar Drie dozen uit dezelfde familie. Links de lasdoos: daarin komen alleen draden samen in klemmen, kleur op kleur, geen apparaat. Midden de massieve inbouwdoos met een randaarde-stopcontact. Rechts de hollewanddoos met veerklauwen en een schakelaar. Het verschil: draagt de doos een apparaat of alleen een verbinding? Educatieve illustratie, niet op maat. Lasdoos / centraaldoos Draagt geen apparaat Massieve inbouwdoos steen/beton · Ø 68 mm Draagt een apparaat Hollewanddoos gipsplaat · veerklauwen Draagt een apparaat Het verschil: draagt de doos een apparaat, of alleen een verbinding? elektrakoning.nl
Drie leden van dezelfde familie. De lasdoos verbindt alleen draden, terwijl de massieve inbouwdoos en de hollewanddoos een stopcontact of schakelaar dragen. Educatieve vergelijking, niet op schaal.

Centraaldoos of opbouw-lasdoos: twee verschijningsvormen

Een lasdoos komt in twee praktische vormen: de inbouw-centraaldoos (meestal rond, verzonken in plafond of wand) en de opbouw-lasdoos (een spatwaterdichte doos op de wand). Ze doen hetzelfde, maar ze zitten anders gemonteerd en horen op andere plekken thuis.

De centraaldoos is de ruime, meestal ronde lasdoos die verzonken in het plafond of de wand zit, met alleen het deksel in het zicht. Hij is groter dan een gewone doos omdat er draden uit meerdere richtingen samenkomen. Fabrikanten als Attema leveren de centraaldoos voor holle plafonds met een diameter rond de 76 mm en een diepte van ongeveer 77 mm, met wel twaalf invoeren voor buizen van 16 of 19 mm en ruimte voor aders tot 6 mm². Precies daarom heet het een "centraal" punt: het is het knooppunt van de bekabeling in een ruimte.

De opbouw-lasdoos zit juist op de wand, niet erin, en is gemaakt van kunststof (vaak versterkt PP). U herkent hem aan de rubberen doorsteektules of wartels waardoor de kabels naar binnen gaan. Deze uitvoering is spatwaterdicht, met een beschermingsgraad als IP54 of IP55, en hoort op plekken waar het vochtig of stoffig kan zijn: kruipruimte, garage, schuur of buiten. Courante maten zijn bijvoorbeeld 85×85×45 mm voor een klein aftakpunt en 165×120×72 mm voor een ruimere doos.

Centraaldoos in het plafond naast een opbouw-lasdoos op de wand Twee verschijningsvormen van de lasdoos. Links een ronde centraaldoos die verzonken in het plafond zit, met alleen het deksel in het zicht en een lamp eronder. Rechts een grijze opbouw-lasdoos die op de wand is gemonteerd, met rubberen invoertules en een IP54-beschermingsgraad. Educatieve illustratie, niet op maat. Centraaldoos verzonken in het plafond (inbouw) holle ruimte ± Ø 76 mm 12 invoeren Deksel blijft in het zicht knooppunt voor de verlichting Opbouw-lasdoos op de wand (opbouw) IP54 Staat op de wand Spatwaterdicht · IP54 kruipruimte, garage, schuur of buiten elektrakoning.nl
Twee verschijningsvormen. Links de centraaldoos verzonken in het plafond, rechts de spatwaterdichte opbouw-lasdoos op de wand. Educatieve weergave, niet op schaal.

Wat zit er in een lasdoos?

In een lasdoos zitten de aders van de kabels en de klemmen die ze verbinden. De doos zelf verbindt niets: het echte verbindingswerk doet de klem erin. Dat is een belangrijk onderscheid, want mensen halen de doos en de klem nog weleens door elkaar.

De klassieke klem is de kroonsteen, een rijtje schroefklemmen in een blokje kunststof. Tegenwoordig kiezen elektriciens vaker voor een veerklem (een Wago of vergelijkbare lasklem), omdat die de draad met een vaste veerdruk vasthoudt en ook soepele draad netjes klemt. Welke klem u ook gebruikt, de klem doet het verbinden en de lasdoos houdt het geheel bij elkaar, bereikbaar en aanraakveilig.

Wat zit er in een lasdoos?

Een opbouw-lasdoos van binnen, met het deksel eraf. Klik op een onderdeel of een nummer om te zien wat het doet.

1 5 3 4 IP54 2

Onderdeel

Kies een onderdeel

Klik in het diagram op een onderdeel of op een nummer. U ziet dan wat het doet en waar het voor dient.

Let op de klemmen: draden zitten kleur op kleur (bruin op bruin, blauw op blauw, geel-groen op geel-groen), elk in een eigen klem. Fase en nul nooit samen in een klem.

Binnen in de doos geldt één ijzeren regel: draden verbindt u kleur-op-kleur. Bruin gaat aan bruin (de fase), blauw aan blauw (de nul), en de groen-gele aarde aan de groen-gele aarde. Een fasedraad en een nuldraad samen in één klem zetten kortsluiting, en dat mag dus nooit. Elke kleur krijgt zijn eigen klem, en de aarde wordt netjes doorgekoppeld.

Verbindingsklemmen in een lasdoos, kleur op kleur Close-up van drie veerklemmen in een lasdoos. De fase-aders (bruin) zitten samen in één klem, de nul-aders (blauw) in een tweede klem en de aarde-aders (geel-groen tweekleur) in een derde klem. Elke kleur heeft zijn eigen klem en er blijft een vrije klempositie over. Fase en nul zitten nooit samen in één klem, want dat geeft kortsluiting. Educatieve illustratie. Kleur op kleur. Elke kleur zijn eigen klem. vrije klem voor later Fase · bruin Nul · blauw Aarde · geel-groen Zo hoort het Elke kleur zijn eigen klem, kleur op kleur. Massieve draad zonder adereindhuls; er blijft een vrije klempositie over. Zo niet Fase en nul samen in één klem. Dat is directe kortsluiting. Nooit doen. elektrakoning.nl
Kleur op kleur: bruin aan bruin (fase), blauw aan blauw (nul) en groen-geel aan groen-geel (aarde), elke kleur in zijn eigen klem. Fase en nul horen nooit samen in één klem.

Moet een lasdoos toegankelijk blijven?

Ja. Een lasdoos, en elke verbinding daarin, moet toegankelijk blijven voor controle, beproeving en onderhoud. Dat is de kern van dit hele begrip: u mag de doos wegwerken in de wand of het plafond, maar het deksel moet altijd bereikbaar blijven. Dichtsmeren onder het stucwerk mag niet.

Dit staat in de norm NEN 1010.

Dat is geen bureaucratie, maar pure logica. Een verbinding is het zwakste punt van een installatie. Gaat een klem ooit iets loszitten, dan loopt de overgangsweerstand op en wordt de verbinding warm. Zit die verbinding weggewerkt achter pleisterwerk, dan ziet niemand het aankomen en kan het op den duur schade of zelfs brand geven. Zit hij in een bereikbare doos met een deksel, dan is hij op elk moment na te kijken.

Hier hoort meteen een verhelderend contrast bij, want het roept een terechte vraag op: waarom mag een gietmof dan wél volledig weggewerkt in de grond? Omdat dat juist de uitzondering op de regel is. Een gietmof is een kabelverbinding die volledig in giethars wordt gegoten, waterdicht tot beschermingsgraad IP68, speciaal gemaakt om ondergronds en onbereikbaar te liggen. De norm staat die ingegoten, onderhoudsvrije verbinding met een daarvoor bestemde mof expliciet toe. Een gewone lasdoos is het tegenovergestelde: die is nooit onderhoudsvrij en moet dus altijd bereikbaar blijven.

Mag mijn verbinding hier?

Kies uw situatie. U ziet meteen of de verbinding hier toegankelijk blijft zoals het hoort, en welke doos of oplossing bij uw plek past.

Kies hierboven uw situatie voor een direct advies.

Dit is een wegwijzer, geen keuring. Een verbinding hoort maar een keer goed gemaakt te worden. Twijfelt u, laat het dan door een erkende elektricien beoordelen.

Twijfelt u over uw eigen situatie? Grofweg zijn er drie gevallen. Wilt u een losse verbinding wegwerken onder het stucwerk, dan mag dat niet; die hoort in een bereikbare doos. Wilt u een lasdoos verzinken in plafond of wand, dan mag dat wél, zolang het deksel bereikbaar blijft (bijvoorbeeld gelijk met de wand, onder een afdekplaatje). En wilt u een kabel in de grond verbinden, dan hoort daar geen gewone lasdoos maar een gietmof.

Welke lasdoos voor kruipruimte, garage of buiten?

Voor een vochtige of buitensituatie kiest u een opbouw-lasdoos met een passende beschermingsgraad, de IP-waarde. Hoe natter de plek, hoe hoger de IP-waarde moet zijn. Een gewone binnen-lasdoos of centraaldoos is namelijk niet waterdicht, en hoort dus niet in een kruipruimte, garage of buitenmuur.

De IP-waarde bestaat uit twee cijfers. Het eerste gaat over stof en aanraking, het tweede over water. Voor de meeste opbouw-lasdozen betekent dat:

IP-waardeBeschermt tegenGeschikt voor
IP54Stofneerslag en spatwater uit elke richtingDroge tot licht vochtige kruipruimte, garage, schuur
IP55Idem, plus straal-/spuitwaterVochtige ruimte, overdekt buiten
IP65 en hogerStofdicht en krachtige waterstralenBuiten, in weer en wind

In de praktijk kiest u voor een verbinddoos die echt buiten hangt minstens IP65, plaatst u de doos bij voorkeur ruim boven de grond, en gebruikt u een gietmof zodra de verbinding ondergronds gaat.

Let op één veelgehoord misverstand: "spatwaterdicht" is niet hetzelfde als "waterdicht". Een IP54- of IP55-doos houdt spat- en spuitwater tegen, maar is niet gemaakt om onder water te liggen. Voor een verbinding die daadwerkelijk in het grondwater komt, is alleen de ingegoten gietmof (IP68) geschikt.

Opbouw-lasdoos op een wand in een kruipruimte Een grijze, spatwaterdichte opbouw-lasdoos met beschermingsgraad IP54, gemonteerd op de wand in een kruipruimte onder de vloer. Boven de doos lopen de vloerbalken, onder ligt de zandbodem. Een installatiebuis voert de kabel via een rubberen tule de doos in. Educatieve illustratie, niet op maat. IP54 IP54 · spatwaterdicht Installatiebuis Invoertule Opbouw-lasdoos in de kruipruimte elektrakoning.nl
Een spatwaterdichte opbouw-lasdoos op een wand in de kruipruimte, met de kabels via rubberen tules naar binnen. Educatieve weergave, niet op schaal.

Varianten van de lasdoos

Een lasdoos bestaat in verschillende uitvoeringen, afhankelijk van waar hij komt te zitten en hoeveel draden er samenkomen. Klap hieronder open wat voor u van belang is.

Inbouw-centraaldoos (rond, plafond)
De centraaldoos is de ruime, meestal ronde lasdoos die verzonken in het plafond of de wand zit, met alleen het deksel in het zicht. Hij is het knooppunt voor de verlichting: hier komen de draden van voeding, schakelaar en lichtpunt samen. Modellen voor holle plafonds hebben een diameter rond de 76 mm, een diepte van ongeveer 77 mm en tot twaalf invoeren voor buizen van 16 of 19 mm. Dit zijn fabrikantmaten; controleer altijd het type dat bij uw plafond en buisdikte past.
Opbouw-lasdoos IP54 / IP55
De opbouw-lasdoos zit op de wand en is spatwaterdicht. IP54 houdt stofneerslag en spatwater uit elke richting tegen, IP55 voegt daar bescherming tegen straal- en spuitwater aan toe. De doos is van kunststof, met rubberen doorsteektules of wartels voor de kabelinvoer. Deze uitvoering hoort in de kruipruimte, garage, schuur of overdekt buiten. Voor een doos die echt in weer en wind hangt, kiest u een hogere IP-waarde (IP65 of meer).
Ronde of vierkante lasdoos
Lasdozen bestaan zowel rond als vierkant. Een ronde doos past van oudsher bij de centraaldoos in het plafond en bij buisinvoer van meerdere kanten. Een vierkante of rechthoekige doos biedt vaak wat meer werkruimte en klemruimte, en is handig als er veel draden samenkomen. Functioneel doen ze hetzelfde; de keuze hangt af van de plek en het aantal invoeren.
Aantal invoeren en klemruimte
Lasdozen verschillen in het aantal kabelinvoeren en de ruimte voor klemmen. Een klein aftakpunt heeft aan twee of drie invoeren genoeg, terwijl een centraaldoos er wel twaalf kan hebben. Belangrijk is dat u de doos niet overvult: er moet genoeg ruimte overblijven om de aders netjes te klemmen en het deksel zonder knellen te sluiten. Een te volle doos is een veelgemaakte fout.
Brandwerende lasdoos
Op plekken waar een kabel door een brandscheiding gaat, of waar de installatie bij brand langer moet blijven werken, bestaat een brandwerende uitvoering van de lasdoos. Die is gemaakt om vuur en hitte een bepaalde tijd te weerstaan. Of dit nodig is, hangt af van de brandcompartimentering van het gebouw en is werk voor een vakman.

Veelgemaakte fouten met een lasdoos

De meeste problemen ontstaan niet door de doos zelf, maar door hoe hij wordt geplaatst en gebruikt. Hieronder de fouten die we in de praktijk het vaakst tegenkomen, met wat ze betekenen.

De lasdoos of verbinding is weggewerkt onder het stucwerk
Dit is de klassieker. Een verbinding die dichtgesmeerd achter pleisterwerk zit, is niet meer te controleren. Gaat een klem ooit loszitten, dan wordt de verbinding warm zonder dat iemand het ziet. De verbinding hoort in een doos met een bereikbaar deksel. Vermoedt u weggewerkte verbindingen in uw huis? Laat het nakijken voordat er iets misgaat.
Laat het nakijken door onze elektricien
Fase en nul in één klem, of kleuren door elkaar
In één klem hoort maar één soort draad. Bruin aan bruin, blauw aan blauw, groen-geel aan groen-geel. Zet u een fasedraad en een nuldraad in dezelfde klem, dan maakt u kortsluiting. Ook een losse aarde of een verwisselde kleur is gevaarlijk. Twijfelt u of uw verbindingen kloppen, ga dan niet gokken maar laat het controleren.
Stel uw vraag over een verbinding
Een gewone binnen-lasdoos in een vochtige ruimte
Een standaard centraaldoos of binnen-lasdoos is niet waterdicht. Zet u die in een vochtige kruipruimte, garage of buiten, dan kan er vocht bij de verbinding komen, met corrosie en storingen als gevolg. Voor die plekken hoort een spatwaterdichte opbouw-lasdoos (IP54 of IP55), en buiten minstens IP65.
Twijfelt u over uw situatie? Wij denken mee
De doos is overvol of het deksel knelt
Komen er te veel draden in een te kleine doos, dan is er geen ruimte om netjes te klemmen en sluit het deksel niet goed. Ingeklemde of geplette aders worden warm. Kies een ruimere doos of een extra aftakpunt in plaats van alles in één doos te proppen. Een nette doos is een veilige doos.
Laat uw installatie beoordelen
De lasdoos voelt warm aan of is verkleurd
Warmte op een verbinding is altijd een waarschuwing. Meestal zit er een klem los of maakt maar een deel van het koper contact, waardoor de plek opwarmt. Verkleuring of een verbrande geur betekent dat het al langer speelt. Schakel de betreffende groep uit en laat dit met voorrang nakijken, want een warme verbinding kan uiteindelijk brand geven.
Direct hulp nodig? Onze spoeddienst

Merkt u een van deze signalen bij een verbinding die weggewerkt zit? Dan is dat een extra reden om hem toegankelijk te maken. Een verbinding die u niet kunt zien, kunt u ook niet controleren.

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Een lamp aansluiten in een bestaande centraaldoos is voor een handige klusser goed te doen, mits u de groep eerst spanningsloos maakt en met een spanningszoeker controleert dat er echt geen spanning meer op staat. Zolang u binnen dat ene lichtpunt blijft en de verbinding in een bereikbare doos zit, is het overzichtelijk werk.

Anders wordt het zodra u een nieuwe leiding aanlegt, een groep aftakt, of een lasdoos plaatst op een lastige of vochtige plek. Een fout in een lasdoos is geen "lampje dat het niet doet", maar een risico op een warme verbinding, kortsluiting of brand, vaak op een plek die u later niet meer terugziet. En werk dieper in de installatie, tot aan de groepenkast, hoort sowieso bij een erkende elektricien.

Ons advies is simpel: twijfelt u of een verbinding goed, veilig en bereikbaar is, of zit hij op een lastige plek, laat het dan nakijken voordat u verdergaat. Een verbinding hoort maar één keer goed gemaakt te worden.

Veelgestelde vragen

Wat is een lasdoos?

Een lasdoos is een doos waarin elektriciteitsdraden veilig met elkaar worden verbonden of afgetakt, afgesloten met een deksel zodat de verbinding aanraakveilig is. "Lassen" betekent hier verbinden, niet solderen. De doos zelf geleidt en beveiligt niets; het verbinden doet de klem erin, zoals een kroonsteen of een Wago. Een lasdoos draagt geen apparaat, en de verbinding erin moet toegankelijk blijven.

Meer termen uit de installatie? Bekijk onze begrippenlijst
Wat is het verschil tussen een lasdoos en een centraaldoos?

Een centraaldoos ís een lasdoos, maar dan een ruim bemeten uitvoering die meestal in het plafond zit als centraal aftakpunt voor de verlichting. Daar komen de draden van voeding, schakelaar en lichtpunt samen. "Lasdoos" is het overkoepelende woord voor elke verbinddoos; "centraaldoos" is de specifieke, grotere variant op het knooppunt van een ruimte.

Niet zeker welke doos u ziet? Wij denken graag met u mee
Wat is het verschil tussen een lasdoos en een inbouwdoos?

Een lasdoos verbindt alleen draden en draagt geen apparaat. Een inbouwdoos is een apparatuurdoos: daar schroeft u een stopcontact of schakelaar in. Ze horen in dezelfde familie, maar hebben een andere taak. De vuistregel: komt er een apparaat in, dan is het een inbouwdoos; komen er alleen draden samen, dan is het een lasdoos.

Twijfelt u welke doos u nodig heeft? Stel uw vraag
Mag een lasdoos in de muur weggewerkt worden?

De doos mag u verzinken in de wand of het plafond, maar het deksel moet bereikbaar blijven. Een verbinding volledig dichtsmeren onder het stucwerk mag niet, want elke verbinding moet toegankelijk blijven voor controle en onderhoud. De enige uitzondering is een ingegoten gietmof in de grond, die juist gemaakt is om onbereikbaar te liggen.

Twijfelt u of een verbinding goed zit? Neem contact op
Welke IP-waarde moet een lasdoos voor buiten hebben?

Voor een vochtige of buitensituatie kiest u een spatwaterdichte opbouw-lasdoos. Binnen in een kruipruimte, garage of schuur volstaat vaak IP54 of IP55; voor een doos die echt buiten in weer en wind hangt, kiest u minstens IP65. Een gewone binnen-lasdoos is niet waterdicht en hoort daar niet. Twijfelt u over uw situatie, dan kijken wij graag mee.

Benieuwd of uw installatie klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u of een verbinding in uw lasdoos nog veilig en bereikbaar is?

Heb je een vraag?