Een lasdoos is een doos of behuizing waarin elektriciteitsdraden veilig met elkaar worden verbonden of afgetakt, en die volgens de norm toegankelijk moet blijven. Het woord "lassen" heeft hier niets met een lasmasker of vonken te maken: het is het oude vakwoord voor verbinden, voor draden aan elkaar knopen. In een lasdoos komen dus meerdere kabels bij elkaar, worden de aders met klemmen doorverbonden, en zit het geheel netjes en aanraakveilig achter een deksel weggeborgen.
U kent hem vast beter dan u denkt. Dat ronde rozetje in het plafond, precies waar uw lamp hangt, is een lasdoos, alleen heet die in vaktaal een centraaldoos. En die grijze doos met rubberen tules die u in de kruipruimte, de garage of de schuur tegenkomt, is óók een lasdoos, maar dan in de spatwaterdichte opbouwuitvoering. Beide doen hetzelfde: draden bundelen en veilig verbinden.
Onthoud vooral dit, want het is de rode draad van dit artikel: een lasdoos is een verbinddoos, geen apparatuurdoos, en de verbinding erin moet altijd bereikbaar blijven. Een lasdoos draagt zelf geen stopcontact of schakelaar (dat doet de inbouwdoos), en wegplamuren onder het stucwerk mag niet. Waarom die twee dingen zo belangrijk zijn, en welke doos u waar nodig heeft, leest u hieronder.
Inhoudsopgave
- Wat is een lasdoos?
- Waar gebruikt u een lasdoos voor?
- Lasdoos, inbouwdoos of hollewanddoos: wat is het verschil?
- Centraaldoos of opbouw-lasdoos: twee verschijningsvormen
- Wat zit er in een lasdoos?
- Moet een lasdoos toegankelijk blijven?
- Welke lasdoos voor kruipruimte, garage of buiten?
- Varianten van de lasdoos
- Veelgemaakte fouten met een lasdoos
- Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Wat is een lasdoos?
Een lasdoos is een doos waarin u elektriciteitsdraden met elkaar verbindt of aftakt, met een deksel eroverheen zodat de verbinding aanraakveilig en beschermd zit. De doos zelf geleidt geen stroom en beveiligt nergens tegen. Hij doet één ding: hij biedt een nette, afgesloten ruimte waarin de draden veilig samenkomen.
De naam "lasdoos" verwart weleens. "Lassen" betekent in de elektrotechniek simpelweg verbinden, niet solderen of branden. Vroeger werden draden letterlijk in elkaar gedraaid ("gelast") en met tape omwikkeld; tegenwoordig gebeurt dat met een klem. De doos eromheen bleef de lasdoos heten.
Lasdoos, aftakdoos, kabeldoos of verdeeldoos: is dat hetzelfde? (extra uitleg)
In de praktijk lopen de namen door elkaar. "Aftakdoos", "kabeldoos", "aansluitdoos" en "verdeeldoos" worden vaak voor hetzelfde bedoeld: een doos waarin draden worden verbonden of afgetakt. Er zit hooguit een accentverschil in. "Aftakdoos" benadrukt dat er een aftakking wordt gemaakt (bijvoorbeeld een tweede lichtpunt aftakken van de eerste), "kabeldoos" hoort u vaker bij de waterdichte buitenvariant, en "centraaldoos" is de vakterm voor de ruime lasdoos in het plafond. Zoekt u dus op een van deze woorden, dan bent u bij de lasdoos aan het juiste adres. In dit artikel gebruiken we "lasdoos" als overkoepelend woord.
Wat een lasdoos níet is, is een apparatuurdoos. Hij is niet bedoeld om een stopcontact of schakelaar in te schroeven. Daarvoor gebruikt u een inbouwdoos of een hollewanddoos. Dat onderscheid is belangrijk, en we werken het verderop helemaal uit.
Waar gebruikt u een lasdoos voor?
U gebruikt een lasdoos overal waar draden samenkomen zonder dat daar een apparaat hangt: om een verbinding te maken, een leiding af te takken of een kabel te verlengen. Het is het knooppunt van de installatie, de plek waar de bekabeling zich vertakt of samenkomt.
De klassieke klus is de verlichting. In het plafond komt een voedingskabel binnen, en vanuit dat punt lopen de draden naar de lamp en vaak door naar een stopcontact of schakelaar elders. Dat verzamelpunt in het plafond is de centraaldoos, een ruime lasdoos die de draden van voeding, schakelaar en lichtpunt met elkaar doorverbindt.
Verder komt u de lasdoos tegen bij het aftakken van een groep (een tweede lichtpunt of stopcontact meenemen vanaf een bestaand punt), bij het verlengen van een kabel die net te kort blijkt, en overal waar bekabeling van richting verandert. In een kruipruimte, garage of schuur zit vaak een opbouw-lasdoos als centraal aftakpunt voor de rest van de ruimte.
Wat u er beter níet mee doet, is er een apparaat op laten leunen of een zwaar belaste verbinding permanent dichtsmeren. De doos is bedoeld om te verbinden en die verbinding bereikbaar te houden, niet om gewicht te dragen of voorgoed te verdwijnen achter pleisterwerk.
Lasdoos, inbouwdoos of hollewanddoos: wat is het verschil?
Het verschil zit in wat de doos draagt. Een lasdoos verbindt alleen draden en draagt géén apparaat. Een inbouwdoos en een hollewanddoos zijn juist apparatuurdozen: daar schroeft u een stopcontact of schakelaar in. Ze horen in dezelfde familie, maar ze hebben een andere taak.
Dat is meteen de meest gemaakte verwarring rond dit begrip. Online worden "lasdoos" en "inbouwdoos" vaak als synoniem gebruikt, maar dat klopt niet. U herkent het verschil aan de vraag: zit er straks een apparaat in de doos, of alleen een verbinding? Zit er een stopcontact of schakelaar in, dan is het een apparatuurdoos. Komen er alleen draden samen, dan is het een lasdoos.
Het helpt om ze als drie leden van één familie te zien:
| Doos | Waarvoor | Draagt een apparaat? |
|---|---|---|
| Lasdoos / centraaldoos | Draden verbinden en aftakken | Nee, alleen de verbinding |
| Massieve inbouwdoos | Stopcontact/schakelaar in steen of beton (Ø 68 mm) | Ja |
| Hollewanddoos | Stopcontact/schakelaar in gipsplaat/holle wand | Ja |
Er is nog een subtiel raakvlak. Soms zit er in een diepe apparatuurdoos óók een klein verbindinkje, en soms wordt een verbinding in een lasdoos gemaakt vlak achter een stopcontact. De vuistregel blijft: het apparaat hoort in een apparatuurdoos, de verbinding hoort in een toegankelijke lasdoos.
Centraaldoos of opbouw-lasdoos: twee verschijningsvormen
Een lasdoos komt in twee praktische vormen: de inbouw-centraaldoos (meestal rond, verzonken in plafond of wand) en de opbouw-lasdoos (een spatwaterdichte doos op de wand). Ze doen hetzelfde, maar ze zitten anders gemonteerd en horen op andere plekken thuis.
De centraaldoos is de ruime, meestal ronde lasdoos die verzonken in het plafond of de wand zit, met alleen het deksel in het zicht. Hij is groter dan een gewone doos omdat er draden uit meerdere richtingen samenkomen. Fabrikanten als Attema leveren de centraaldoos voor holle plafonds met een diameter rond de 76 mm en een diepte van ongeveer 77 mm, met wel twaalf invoeren voor buizen van 16 of 19 mm en ruimte voor aders tot 6 mm². Precies daarom heet het een "centraal" punt: het is het knooppunt van de bekabeling in een ruimte.
De opbouw-lasdoos zit juist op de wand, niet erin, en is gemaakt van kunststof (vaak versterkt PP). U herkent hem aan de rubberen doorsteektules of wartels waardoor de kabels naar binnen gaan. Deze uitvoering is spatwaterdicht, met een beschermingsgraad als IP54 of IP55, en hoort op plekken waar het vochtig of stoffig kan zijn: kruipruimte, garage, schuur of buiten. Courante maten zijn bijvoorbeeld 85×85×45 mm voor een klein aftakpunt en 165×120×72 mm voor een ruimere doos.
Wat zit er in een lasdoos?
In een lasdoos zitten de aders van de kabels en de klemmen die ze verbinden. De doos zelf verbindt niets: het echte verbindingswerk doet de klem erin. Dat is een belangrijk onderscheid, want mensen halen de doos en de klem nog weleens door elkaar.
De klassieke klem is de kroonsteen, een rijtje schroefklemmen in een blokje kunststof. Tegenwoordig kiezen elektriciens vaker voor een veerklem (een Wago of vergelijkbare lasklem), omdat die de draad met een vaste veerdruk vasthoudt en ook soepele draad netjes klemt. Welke klem u ook gebruikt, de klem doet het verbinden en de lasdoos houdt het geheel bij elkaar, bereikbaar en aanraakveilig.
Binnen in de doos geldt één ijzeren regel: draden verbindt u kleur-op-kleur. Bruin gaat aan bruin (de fase), blauw aan blauw (de nul), en de groen-gele aarde aan de groen-gele aarde. Een fasedraad en een nuldraad samen in één klem zetten kortsluiting, en dat mag dus nooit. Elke kleur krijgt zijn eigen klem, en de aarde wordt netjes doorgekoppeld.
Moet een lasdoos toegankelijk blijven?
Ja. Een lasdoos, en elke verbinding daarin, moet toegankelijk blijven voor controle, beproeving en onderhoud. Dat is de kern van dit hele begrip: u mag de doos wegwerken in de wand of het plafond, maar het deksel moet altijd bereikbaar blijven. Dichtsmeren onder het stucwerk mag niet.
Dit staat in de norm NEN 1010.
Dat is geen bureaucratie, maar pure logica. Een verbinding is het zwakste punt van een installatie. Gaat een klem ooit iets loszitten, dan loopt de overgangsweerstand op en wordt de verbinding warm. Zit die verbinding weggewerkt achter pleisterwerk, dan ziet niemand het aankomen en kan het op den duur schade of zelfs brand geven. Zit hij in een bereikbare doos met een deksel, dan is hij op elk moment na te kijken.
Hier hoort meteen een verhelderend contrast bij, want het roept een terechte vraag op: waarom mag een gietmof dan wél volledig weggewerkt in de grond? Omdat dat juist de uitzondering op de regel is. Een gietmof is een kabelverbinding die volledig in giethars wordt gegoten, waterdicht tot beschermingsgraad IP68, speciaal gemaakt om ondergronds en onbereikbaar te liggen. De norm staat die ingegoten, onderhoudsvrije verbinding met een daarvoor bestemde mof expliciet toe. Een gewone lasdoos is het tegenovergestelde: die is nooit onderhoudsvrij en moet dus altijd bereikbaar blijven.
Twijfelt u over uw eigen situatie? Grofweg zijn er drie gevallen. Wilt u een losse verbinding wegwerken onder het stucwerk, dan mag dat niet; die hoort in een bereikbare doos. Wilt u een lasdoos verzinken in plafond of wand, dan mag dat wél, zolang het deksel bereikbaar blijft (bijvoorbeeld gelijk met de wand, onder een afdekplaatje). En wilt u een kabel in de grond verbinden, dan hoort daar geen gewone lasdoos maar een gietmof.
Welke lasdoos voor kruipruimte, garage of buiten?
Voor een vochtige of buitensituatie kiest u een opbouw-lasdoos met een passende beschermingsgraad, de IP-waarde. Hoe natter de plek, hoe hoger de IP-waarde moet zijn. Een gewone binnen-lasdoos of centraaldoos is namelijk niet waterdicht, en hoort dus niet in een kruipruimte, garage of buitenmuur.
De IP-waarde bestaat uit twee cijfers. Het eerste gaat over stof en aanraking, het tweede over water. Voor de meeste opbouw-lasdozen betekent dat:
| IP-waarde | Beschermt tegen | Geschikt voor |
|---|---|---|
| IP54 | Stofneerslag en spatwater uit elke richting | Droge tot licht vochtige kruipruimte, garage, schuur |
| IP55 | Idem, plus straal-/spuitwater | Vochtige ruimte, overdekt buiten |
| IP65 en hoger | Stofdicht en krachtige waterstralen | Buiten, in weer en wind |
In de praktijk kiest u voor een verbinddoos die echt buiten hangt minstens IP65, plaatst u de doos bij voorkeur ruim boven de grond, en gebruikt u een gietmof zodra de verbinding ondergronds gaat.
Let op één veelgehoord misverstand: "spatwaterdicht" is niet hetzelfde als "waterdicht". Een IP54- of IP55-doos houdt spat- en spuitwater tegen, maar is niet gemaakt om onder water te liggen. Voor een verbinding die daadwerkelijk in het grondwater komt, is alleen de ingegoten gietmof (IP68) geschikt.
Varianten van de lasdoos
Een lasdoos bestaat in verschillende uitvoeringen, afhankelijk van waar hij komt te zitten en hoeveel draden er samenkomen. Klap hieronder open wat voor u van belang is.
Inbouw-centraaldoos (rond, plafond)
Opbouw-lasdoos IP54 / IP55
Ronde of vierkante lasdoos
Aantal invoeren en klemruimte
Brandwerende lasdoos
Veelgemaakte fouten met een lasdoos
De meeste problemen ontstaan niet door de doos zelf, maar door hoe hij wordt geplaatst en gebruikt. Hieronder de fouten die we in de praktijk het vaakst tegenkomen, met wat ze betekenen.
De lasdoos of verbinding is weggewerkt onder het stucwerk
Laat het nakijken door onze elektricien
Fase en nul in één klem, of kleuren door elkaar
Stel uw vraag over een verbinding
Een gewone binnen-lasdoos in een vochtige ruimte
Twijfelt u over uw situatie? Wij denken mee
De doos is overvol of het deksel knelt
Laat uw installatie beoordelen
De lasdoos voelt warm aan of is verkleurd
Direct hulp nodig? Onze spoeddienst
Merkt u een van deze signalen bij een verbinding die weggewerkt zit? Dan is dat een extra reden om hem toegankelijk te maken. Een verbinding die u niet kunt zien, kunt u ook niet controleren.
Zelf doen of een elektricien inschakelen?
Een lamp aansluiten in een bestaande centraaldoos is voor een handige klusser goed te doen, mits u de groep eerst spanningsloos maakt en met een spanningszoeker controleert dat er echt geen spanning meer op staat. Zolang u binnen dat ene lichtpunt blijft en de verbinding in een bereikbare doos zit, is het overzichtelijk werk.
Anders wordt het zodra u een nieuwe leiding aanlegt, een groep aftakt, of een lasdoos plaatst op een lastige of vochtige plek. Een fout in een lasdoos is geen "lampje dat het niet doet", maar een risico op een warme verbinding, kortsluiting of brand, vaak op een plek die u later niet meer terugziet. En werk dieper in de installatie, tot aan de groepenkast, hoort sowieso bij een erkende elektricien.
Ons advies is simpel: twijfelt u of een verbinding goed, veilig en bereikbaar is, of zit hij op een lastige plek, laat het dan nakijken voordat u verdergaat. Een verbinding hoort maar één keer goed gemaakt te worden.
Veelgestelde vragen
Wat is een lasdoos?
Een lasdoos is een doos waarin elektriciteitsdraden veilig met elkaar worden verbonden of afgetakt, afgesloten met een deksel zodat de verbinding aanraakveilig is. "Lassen" betekent hier verbinden, niet solderen. De doos zelf geleidt en beveiligt niets; het verbinden doet de klem erin, zoals een kroonsteen of een Wago. Een lasdoos draagt geen apparaat, en de verbinding erin moet toegankelijk blijven.
Meer termen uit de installatie? Bekijk onze begrippenlijstWat is het verschil tussen een lasdoos en een centraaldoos?
Een centraaldoos ís een lasdoos, maar dan een ruim bemeten uitvoering die meestal in het plafond zit als centraal aftakpunt voor de verlichting. Daar komen de draden van voeding, schakelaar en lichtpunt samen. "Lasdoos" is het overkoepelende woord voor elke verbinddoos; "centraaldoos" is de specifieke, grotere variant op het knooppunt van een ruimte.
Niet zeker welke doos u ziet? Wij denken graag met u meeWat is het verschil tussen een lasdoos en een inbouwdoos?
Een lasdoos verbindt alleen draden en draagt geen apparaat. Een inbouwdoos is een apparatuurdoos: daar schroeft u een stopcontact of schakelaar in. Ze horen in dezelfde familie, maar hebben een andere taak. De vuistregel: komt er een apparaat in, dan is het een inbouwdoos; komen er alleen draden samen, dan is het een lasdoos.
Twijfelt u welke doos u nodig heeft? Stel uw vraagMag een lasdoos in de muur weggewerkt worden?
De doos mag u verzinken in de wand of het plafond, maar het deksel moet bereikbaar blijven. Een verbinding volledig dichtsmeren onder het stucwerk mag niet, want elke verbinding moet toegankelijk blijven voor controle en onderhoud. De enige uitzondering is een ingegoten gietmof in de grond, die juist gemaakt is om onbereikbaar te liggen.
Twijfelt u of een verbinding goed zit? Neem contact opWelke IP-waarde moet een lasdoos voor buiten hebben?
Voor een vochtige of buitensituatie kiest u een spatwaterdichte opbouw-lasdoos. Binnen in een kruipruimte, garage of schuur volstaat vaak IP54 of IP55; voor een doos die echt buiten in weer en wind hangt, kiest u minstens IP65. Een gewone binnen-lasdoos is niet waterdicht en hoort daar niet. Twijfelt u over uw situatie, dan kijken wij graag mee.
Benieuwd of uw installatie klopt? Doe de gratis groepenkast-check