Kruipruimte - plak-klaar (Elektra Koning)

Leestijd: ± 10 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een kruipruimte is de lage, onafgewerkte ruimte onder de begane-grondvloer van een woning, meestal tussen de 30 en 80 centimeter hoog. Voor een elektricien is het vooral de plek waar de kabels, lasverbindingen en soms de aarding van uw installatie lopen, en waar vocht en grondwater het grootste risico vormen.

De meeste bewoners kijken zelden in hun kruipruimte. Toch loopt er in veel Nederlandse woningen een flink deel van de elektra onder de vloer: de voeding naar een aanbouw, de kabel naar de schuur of laadpaal, en de verbindingen naar stopcontacten die u van bovenaf niet meer kunt bereiken. Zolang alles droog blijft, gaat dat jaren goed. Maar komt het grondwater een keer omhoog of blijft het er klam, dan wordt precies die onzichtbare bekabeling het zwakke punt.

Het klassieke signaal is een aardlekschakelaar die er telkens uit klapt zodra het een paar dagen heeft geregend. Negen van de tien keer zit de oorzaak dan onder de vloer: een natte lasdoos of een kabel waar vocht in trekt. In dit artikel bekijken we de kruipruimte door de bril van de elektricien: wat er loopt, waarom vocht zo bepalend is, en hoe u de bekabeling en verbindingen daar veilig en volgens de norm uitvoert.

Blik in een nette, professioneel bekabelde kruipruimte Een verzorgde kruipruimte onder de begane-grondvloer, van opzij gezien. Een grijze mantelkabel loopt keurig met beugels langs een houten vloerbalk naar een spatwaterdichte lasdoos hoog tegen de balk. Onder de balk ligt een zand- en foliebodem; op de achtergrond een funderingsmuur met een ventilatierooster. Warm werklicht en een lichte vochtsfeer, maar alles is droog en netjes. elektrakoning.nl
Een nette, professioneel bekabelde kruipruimte: mantelkabel met beugels langs de balk naar een spatwaterdichte lasdoos, hoog en droog.
Inhoudsopgave
  1. Wat is een kruipruimte?
  2. Welke elektra loopt er door een kruipruimte?
  3. Waarom vocht en grondwater het grootste risico zijn
  4. Welke kabel hoort er in een kruipruimte?
  5. Lasverbindingen in de kruipruimte: waterdicht of helemaal niet
  6. Aarding: de aardelektrode in de kruipbodem
  7. Werken in de kruipruimte volgens de norm
  8. Veelvoorkomende problemen met elektra in de kruipruimte
  9. Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Wat is een kruipruimte?

Een kruipruimte is de holle ruimte tussen de begane-grondvloer en de bodem eronder. Hij ontstaat doordat de vloer niet direct op de grond ligt, maar op muurtjes of balken rust, met daaronder een laag zand of een bodemafsluiting. Die ruimte is niet bedoeld om in te wonen of iets op te slaan, maar om leidingen te laten lopen, de vloer te kunnen inspecteren en het grondvocht op afstand van de vloer te houden.

De hoogte verschilt sterk per woning. In oudere huizen is de kruipruimte vaak laag, soms maar 30 tot 40 centimeter, terwijl nieuwbouw meestal wat ruimer is. U komt er binnen via een luik, vaak in de hal, de meterkast of onder een kleed. Verwar de kruipruimte niet met een kelder of een souterrain: een kelder is een afgewerkte, hogere ruimte waar u rechtop in staat, terwijl een kruipruimte precies is wat de naam zegt, een ruimte waar u alleen kruipend doorheen komt.

Dat verschil is niet alleen een kwestie van woorden. In een kelder kunt u makkelijk bij de installatie en is het meestal droog; een kruipruimte is krap, donker en vaak vochtig, en juist dat maakt de elektra die er ligt gevoeliger voor problemen. De ruimte is dus laagdrempelig van boven gezien, maar bepaald niet zorgeloos voor wat er onder loopt.

De kruipruimte bouwkundig: vocht, ventilatie en isolatie
Bouwkundig draait een kruipruimte vooral om vocht en ventilatie. Via roosters in de gevel hoort er lucht doorheen te stromen, zodat vocht uit de grond wordt afgevoerd en niet in de vloer of de woning trekt. Een bodemafsluiting (schelpen, folie of een schuimlaag) houdt het grondvocht tegen, en vloerisolatie beperkt het warmteverlies door de vloer. Dit is belangrijk werk, maar het is bouw- en isolatiewerk, geen elektrotechniek. In dit artikel laten we het isoleren en ventileren verder rusten en kijken we naar de elektra die er loopt. Voor werkbaar werken onder de vloer wordt vaak een minimale vrije hoogte aangehouden, zodat een monteur er iets kan doen.

Welke elektra loopt er door een kruipruimte?

Door een kruipruimte loopt vooral vaste bedrading: mantelkabels van de ene kant van het huis naar de andere, verbindingen naar stopcontacten en lichtpunten, en soms de aarding van de installatie. Voor de elektricien is het de handigste weg om zonder hak- en breekwerk een kabel van A naar B te krijgen. Wat u niet door de muren wilt trekken, gaat vaak eenvoudig onder de vloer langs.

In de praktijk komt u er een aantal dingen tegen. Allereerst de doorverbindingen: kabels die onder de vloer van groep naar groep of naar een verder gelegen ruimte lopen. Daarnaast de doorvoeren omhoog, waar een kabel via een gat in de vloer naar een stopcontact of schakelaar gaat. Dat gat hoort netjes te zijn afgewerkt, net als bij een gewone kabeldoorvoer door een muur, zodat de kabelmantel niet langs een scherpe rand kapotschuurt.

Verder loopt de zwaardere voeding naar buiten vaak via de kruipruimte. Wilt u stroom naar een schuur, een tuinhuis of een laadpaal, dan gaat die kabel bijna altijd eerst onder de vloer langs voordat hij de grond in gaat als grondkabel. En ten slotte de aarding: in veel woningen zit de aardelektrode, de pen of plaat die de installatie met de aarde verbindt, juist in de kruipbodem. Op elk van die punten kan het misgaan, en op elk van die punten is vocht de bepalende factor. Daarover gaat de volgende sectie.

Schematische doorsnede: welke elektra loopt er door een kruipruimte Doorsnede van een woning met de kruipruimte onder de begane-grondvloer. In de kruipruimte loopt een mantelkabel langs de balk, met een doorvoer omhoog naar een stopcontact en een kabel die door de funderingsmuur naar buiten de grond in gaat als grondkabel. In de kruipbodem staat een aardpen, met een geel-groene aardleiding omhoog naar de meterkast. De elektra in en onder de kruipruimte KRUIPRUIMTE Meterkast Begane-grondvloer Mantelkabel langs de balk Doorvoer naar stopcontact Grondkabel naar buiten Aardpen in de kruipbodem Geel-groene aardleiding schuur, tuin of laadpaal naar de meterkast WONING BUITEN elektrakoning.nl
Doorsnede: de mantelkabel langs de balk, een doorvoer omhoog naar een stopcontact, de grondkabel naar buiten en de aardpen met geel-groene aardleiding naar de meterkast.

Waarom vocht en grondwater het grootste risico zijn

Vocht is in een kruipruimte veruit het grootste risico voor uw elektra. Elektra en water gaan slecht samen, en juist onder de vloer is het vaak klam: er condenseert water op koude kabels, de grond geeft vocht af, en bij nat weer kan het grondwater omhoogkomen. Dat vocht tast langzaam de zwakke plekken in de installatie aan, en het doet dat op een plek waar u het niet ziet.

Het meest voelbare gevolg is de aardlekschakelaar die eruit klapt. Vocht dringt binnen op een plek waar de isolatie niet meer perfect is, bijvoorbeeld in een oude lasdoos of bij een beschadigde kabelmantel, en er gaat een heel klein beetje stroom weglekken naar de aarde. Een aardlekschakelaar is gemaakt om precies zo'n lekstroom te zien en schakelt de groep dan uit. Bij vochtig weer gebeurt dat vaker, en dat verklaart waarom de storing bijna altijd terugkomt nadat het heeft geregend.

Achter dat verschijnsel zit een simpel principe: vocht verlaagt de isolatiewaarde van de bedrading. De isolatie om de aders hoort de stroom volledig binnen de kabel te houden, maar wordt die isolatie nat of beschadigd, dan gaat er een minieme lekstroom lopen. Een klein sneetje in de mantel, een haarscheurtje of een vochtige verbinding is al genoeg. Een enkele ongebruikte kabel die ooit is blijven liggen, kan bij vocht al voldoende lekken om de aardlek eruit te jagen.

Vocht is niet het enige. Een kabel die los over de bodem slingert, schuurt op den duur kapot langs een balk, en muizen en ratten knagen graag aan bedrading. Beschadigde isolatie in een vochtige ruimte is een gevaarlijke combinatie, want het vergroot zowel de kans op een lekstroom als op kortsluiting. Kort samengevat: alles wat onder de vloer misgaat, wordt door het vocht uitvergroot.

Wegwijzer

Wat wilt u met de elektra in uw kruipruimte?

Kies uw situatie. U ziet meteen wat er speelt en een verstandige vervolgstap.

Uw situatie

Vocht onder de vloer, laat het nakijken

Klapt de aardlek eruit zodra het heeft geregend, dan zit de oorzaak bijna altijd in de kruipruimte: een natte lasdoos, een vochtige of beschadigde kabel, of een ongebruikte kabel die is blijven liggen. Vocht laat een kleine stroom weglekken en de aardlekschakelaar reageert daarop. De storing verhelpen begint met het opsporen van die natte plek.

Blijft de aardlek eruit klappen? Neem contact op

Uw situatie

Grondkabel via de kruipruimte naar buiten

Een kabel naar de schuur, het tuinhuis of een laadpaal loopt bijna altijd eerst door de kruipruimte voordat hij als grondkabel de grond in gaat. Het kabeltype, de bescherming en de waterdichte overgang naar buiten luisteren nauw. Zo'n voeding hoort netjes en volgens de norm te worden aangelegd, zodat het jaren droog en veilig blijft.

Kabel naar buiten nodig? Neem contact op

Uw situatie

Laat de installatie beoordelen

Weet u niet zeker of de bekabeling en verbindingen onder uw vloer nog kloppen, bijvoorbeeld in een ouder huis, dan is een check verstandig. Een elektricien kijkt naar het kabeltype, de verbindingen, de aarding en de vochtsituatie, en vertelt u of er iets moet gebeuren voordat het misgaat.

Doe de gratis groepenkast-check

Uw situatie

Volgens de norm aanleggen

Gaat u verbouwen en moeten er kabels onder de vloer, dan is dat vaak de handigste weg door het huis. Denk wel aan het juiste kabeltype voor een vochtige ruimte, verbindingen die tegen vocht kunnen en bereikbaar blijven, en kabels die netjes worden vastgezet en beschermd. Dan ligt het meteen goed.

Uw plan bespreken? Neem contact op

Uw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer wijst u alleen naar een verstandige vervolgstap.

ELEKTRA KONING

Herkent u een van deze situaties? De onderstaande tabel wijst kort de richting; de wegwijzer hierboven doet hetzelfde in klikbare vorm.

Wat u merkt of wiltWat er speeltVerstandige vervolgstap
Aardlek klapt eruit bij regenVocht of een natte verbinding onder de vloerLaat de bekabeling nakijken
Kabel naar schuur, tuin of laadpaalGrondkabel via de kruipruimte de grond inLaat het aanleggen
Twijfel over oude bekabelingOnbekende of verouderde verbindingenLaat de installatie beoordelen
Verbouwing met kabels onder de vloerNieuwe bedrading volgens de normLaat het vakkundig aanleggen

Welke kabel hoort er in een kruipruimte?

In een kruipruimte hoort een mantelkabel, geen losse draad. Een enkele installatiedraad, de zogenoemde VD-draad, mag daar niet los liggen; die hoort door een buis te lopen. Een installatiekabel met een stevige mantel eromheen, zoals YMvK, is de gebruikelijke keuze, omdat de mantel de aders extra beschermt tegen vocht en beschadiging.

Voor een droge kruipruimte kan een lichtere mantelkabel volstaan, maar in een vochtige ruimte, of daar waar de kabel uiteindelijk de grond in gaat, kiest u een zwaardere, beter tegen vocht bestendige uitvoering. De vuistregel: XMvK is een lichtere mantelkabel die vooral binnen wordt gebruikt, YMvK is zwaarder en beter bestand tegen vocht, en voor het echt ondergrondse deel gebruikt u een volwaardige grondkabel. Welke variant precies past, hangt af van de omstandigheden; de details vindt u in het artikel over de installatiekabel.

De kabel hoort bovendien netjes te worden vastgezet, tegen de balken of het muurwerk, en niet los over de bodem te slingeren waar hij in het vocht ligt. Online wordt weleens gedacht dat een kabel in de kruipruimte geen bescherming nodig heeft, omdat er toch niemand komt. Dat klopt niet: de ruimte is bereikbaar, er kan vocht en ongedierte bij, en op plekken waar de kabel laag en binnen handbereik zit, hoort hij tegen beschadiging te worden beschermd, bijvoorbeeld met een slagvaste installatiebuis. Zo voorkomt u dat de kabel kapotschuurt of dat er per ongeluk iets tegenaan komt.

Mantelkabel netjes langs de balk, laag beschermd door een slagvaste buis Close-up van een houten balk in de kruipruimte. Een grijze mantelkabel is met beugels netjes tegen de balk vastgezet. Waar de kabel laag bij de bodem loopt, is hij beschermd door een slagvaste installatiebuis. Rechts ter vergelijking een losse kabel die over de natte bodem slingert, met een verbodsteken: zo hoort het niet. ZO NIET Netjes met beugels vastgezet Slagvaste buis, laag beschermd Los over de natte bodem hoort niet elektrakoning.nl
Links de goede uitvoering: netjes met beugels vastgezet en laag beschermd door een slagvaste buis. Rechts hoe het niet hoort: los over de natte bodem.

Lasverbindingen in de kruipruimte: waterdicht of helemaal niet

Een lasverbinding in de kruipruimte hoort waterdicht te zijn, of u maakt hem daar helemaal niet. Een gewone, open lasdoos zoals in een droge muur hoort niet los in een vochtige kruipruimte thuis. Raakt zo'n doos vochtig, dan corroderen de klemmen en ontstaat er precies de lekstroom die uw aardlek eruit jaagt. Elke extra verbinding onder de vloer is bovendien een extra plek waar het mis kan gaan, dus het uitgangspunt is: zo min mogelijk verbindingen, en die er zijn goed uitgevoerd.

Toch wordt online vaak gesuggereerd dat u een gewone lasdoos of een setje lasklemmen zonder meer los onder de vloer mag leggen. In een kurkdroge kruipruimte gaat dat soms lang goed, maar het is geen veilige gewoonte. Komt er ooit vocht bij, dan is het alsnog mis. De veilige lijn is simpel: is de kruipruimte niet gegarandeerd en blijvend droog, gebruik dan een verbinding die tegen vocht kan.

Voor een echt waterdichte verbinding onder de grond of in een natte kruipruimte is de gietmof de nette oplossing: de verbinding wordt in een mal met giethars gegoten en is daarna volledig waterdicht, tot beschermingsgraad IP68. Voor een verbinding die wel vochtig maar niet ondergelopen is, gebruikt u minimaal een spatwaterdichte lasdoos die bij het kabeltype past. Plaats zo'n verbinding bovendien zo hoog mogelijk, tegen de vloer of een balk, en niet op de bodem waar het water het eerst komt.

Er speelt nog een norm-eis mee: elektrische verbindingen moeten toegankelijk blijven voor inspectie en onderhoud. Een lasdoos hoort dus bereikbaar te zijn, niet dichtgemetseld of onder een berg zand. De uitzondering hierop is juist de gietmof: een in giethars gegoten verbinding is bedoeld om onderhoudsvrij en ontoegankelijk te mogen zijn, en dat is precies waarom hij voor het ondergrondse deel wordt gebruikt.

Lasverbinding in de kruipruimte: goed versus fout Twee panelen naast elkaar. Links de goede oplossing: een spatwaterdichte lasdoos, hoog en droog tegen een balk, met de aders kleur op kleur aangesloten (bruin op bruin, blauw op blauw, geel-groen op geel-groen). Rechts de foute situatie: een open lasdoos op de natte bodem met corroderende klemmen en losse aders, met een verbodsteken. ZO WEL Spatwaterdicht, hoog en droog Aders kleur op kleur aangesloten bruin op bruin, blauw op blauw, geel/groen op geel/groen ZO NIET Open doos, laag op de natte bodem Klemmen corroderen, aders liggen los elektrakoning.nl
Links een spatwaterdichte verbinding, hoog en droog en kleur op kleur aangesloten. Rechts een open doos met corroderende klemmen op de natte bodem.

Aarding: de aardelektrode in de kruipbodem

In veel woningen zit de aardelektrode, het punt waar de installatie met de aarde in verbinding staat, onder de vloer in de kruipbodem. Dat is een koperen aardpen of een aardplaat die in de grond is geslagen of gegraven en met een dikke geel-groene aardleiding naar de meterkast loopt. Die aarde is levensbelangrijk: hij zorgt dat de aardlekschakelaar zijn werk kan doen en dat een storing veilig wordt afgevoerd.

In oudere huizen zat de aarding vroeger vaak op de metalen waterleiding. Dat mag allang niet meer, onder andere omdat waterleidingen tegenwoordig van kunststof zijn en dan geen aarde meer geleiden. Loopt bij u de aarde nog via de waterleiding, of twijfelt u of er wel een goede aarde is, dan is dat een serieus punt om te laten controleren. Een moderne installatie hoort een eigen aardelektrode te hebben, en de kruipruimte is daarvoor de logische plek.

De aardelektrode moet aan eisen voldoen: hij moet diep genoeg de grond in en een lage genoeg overgangsweerstand naar de aarde hebben, zodat de beveiliging betrouwbaar werkt. In een natte kruipbodem is de aarde vaak juist goed, omdat vochtige grond de stroom beter geleidt, maar de uitvoering luistert nauw. Het meten en aanleggen hiervan is typisch werk voor een elektricien met de juiste apparatuur, niet iets om op gevoel te doen.

Werken in de kruipruimte volgens de norm

Werken in een kruipruimte is krap, vies en soms gevaarlijk werk, en de elektra die er ligt moet aan dezelfde normen voldoen als de rest van uw installatie. De kruipruimte is bereikbaar, vochtig en soms slecht geventileerd, en juist daarom gelden er een paar extra aandachtspunten die u bovengronds minder snel tegenkomt.

Voor de installatie zelf betekent dat: mantelkabel in plaats van losse draad, verbindingen die tegen vocht kunnen en toegankelijk blijven, kabels netjes vastgezet en beschermd waar ze binnen bereik liggen, en een kring die op vochtige omstandigheden is berekend. Voor buiten- en natte omstandigheden hoort de beveiliging met een aardlekschakelaar van 30 mA op orde te zijn; dat is de beveiliging die u tegen een gevaarlijke schok beschermt. Dit alles valt onder de NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties in Nederland.

Er is ook een kant die vaak wordt onderschat: de veiligheid van het werken zelf. Een kruipruimte kan slecht geventileerd zijn, er kan water staan, en u werkt er dicht op de bedrading, met weinig ruimte om weg te komen. Wie er zelf in kruipt om iets aan de elektra te doen, onderschat snel het risico. Schakel bij twijfel de betreffende groep spanningsloos en laat het beoordelen door iemand die weet waar hij op moet letten.

Veelvoorkomende problemen met elektra in de kruipruimte

Sommige klachten in huis blijken bij navraag hun oorzaak onder de vloer te hebben. Dit zijn de situaties die wij het vaakst tegenkomen in de kruipruimte.

De aardlekschakelaar klapt eruit als het heeft geregend
Dit is het klassieke kruipruimte-signaal. Vocht trekt in een oude lasdoos of in een beschadigde kabel, en er gaat een kleine lekstroom lopen die de aardlek uitschakelt. Vaak zit de boosdoener in een verbinding die niet tegen vocht kan, of in een ongebruikte kabel die ooit is blijven liggen. De oplossing is de bekabeling en verbindingen laten nakijken, natte verbindingen vervangen door een waterdichte uitvoering, en overbodige kabels netjes verwijderen.
Blijft uw aardlek eruit klappen? Wij kijken graag mee
Er ligt een natte of corroderende lasdoos onder de vloer
Een gewone lasdoos die vochtig wordt, is een tikkende storing: de klemmen corroderen en de verbinding gaat lekken of hapert. Zo'n doos hoort te worden vervangen door een verbinding die bij de omstandigheden past, bijvoorbeeld een spatwaterdichte lasdoos of, onder de grond, een gietmof. Plaats de verbinding zo hoog mogelijk en zorg dat hij bereikbaar blijft voor onderhoud.
Laat de verbinding nakijken door onze elektricien
Muizen of ratten hebben aan de kabels geknaagd
Knaagdieren houden hun tanden kort door te knagen, en bedrading is een geliefd doelwit. Aangevreten isolatie is gevaarlijk: het kan leiden tot kortsluiting en in het ergste geval brand. Ziet u knaagsporen op kabels in de kruipruimte, laat de bedrading dan controleren voordat u verder iets doet, en dicht tegelijk de openingen waardoor het ongedierte binnenkomt.
Knaagschade gezien? Neem contact op
Er komt vocht of een muffe lucht via de meterkast de woning in
Vocht en stank uit de kruipruimte trekken vaak omhoog via de meterkast, precies waar uw elektra samenkomt. Dat is deels een bouwkundige kwestie van ventilatie en bodemafsluiting, maar het raakt uw installatie wel: dezelfde vochtige lucht komt langs de bedrading en verbindingen. Laat naast het vochtprobleem ook de installatie beoordelen, zodat u zeker weet dat het vocht daar geen schade heeft aangericht.
Twijfelt u over uw installatie? Doe de gratis groepenkast-check

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Een kabel door de kruipruimte trekken lijkt eenvoudig, maar het veilig aansluiten, waterdicht verbinden en volgens de norm afwerken is vakwerk. Onder de vloer komt alles samen wat het lastig maakt: krappe ruimte, vocht, slechte bereikbaarheid en verbindingen die u later niet zomaar meer kunt herstellen. Een fout die u bovengronds meteen ziet, verstopt zich hier maandenlang.

Een verkeerd gekozen kabel, een lasdoos die niet tegen vocht kan of een aarde die niet in orde is, merkt u vaak pas als het misgaat: een aardlek die eruit blijft klappen, of erger. Wij laten dit soort werk altijd door een erkende elektricien doen, en niet door een handige klusser, juist omdat een fout onder de vloer zich zo lang kan verstoppen en op een vochtige plek zit waar het risico groter is.

Twijfelt u of de bekabeling en verbindingen in uw kruipruimte nog kloppen, of moet er een nieuwe kabel naar buiten? Dan is het slim om het te laten beoordelen voordat er iets misgaat. Met een installatiecheck brengt een elektricien in kaart of alles onder de vloer veilig en volgens de norm zit, zodat u niet voor verrassingen komt te staan bij het eerste natte weer.

Veelgestelde vragen

Welke kabel mag in de kruipruimte?

In een kruipruimte hoort een mantelkabel, geen losse VD-draad. Een YMvK-mantelkabel is de gebruikelijke keuze, omdat de mantel de aders extra beschermt tegen vocht en beschadiging. Voor een droge kruipruimte kan een lichtere kabel volstaan, maar in een vochtige ruimte of waar de kabel de grond in gaat, kiest u een zwaardere, waterbestendige uitvoering of een echte grondkabel. Zet de kabel netjes vast en bescherm hem waar hij laag en binnen bereik ligt.

Niet zeker welke kabel u nodig heeft? Stel uw vraag
Mag een lasdoos in de kruipruimte?

Een gewone, open lasdoos hoort niet los in een vochtige kruipruimte. Kan het niet anders, gebruik dan minimaal een spatwaterdichte lasdoos die bij het kabeltype past, plaats hem zo hoog mogelijk en houd hem bereikbaar voor onderhoud. Voor een verbinding onder de grond of in een natte ruimte is een waterdichte gietmof de nette oplossing. De vuistregel blijft: zo min mogelijk verbindingen onder de vloer, en die er zijn tegen vocht bestand.

Twijfelt u over een verbinding onder de vloer? Wij denken graag mee
Waarom slaat mijn aardlekschakelaar eruit als het regent?

Omdat vocht onder de vloer de isolatie van de bedrading aantast en er een kleine lekstroom gaat lopen. De aardlekschakelaar ziet die lekstroom en schakelt uit. De boosdoener is vaak een natte lasdoos, een beschadigde kabel of een ongebruikte kabel die is blijven liggen. Bij vochtig weer komt de storing daarom telkens terug. De oplossing zit bijna altijd in het opsporen en herstellen van die natte plek.

Blijft de aardlek eruit klappen? Neem contact op
Hoe hoog moet een kruipruimte zijn?

Een kruipruimte is meestal tussen de 30 en 80 centimeter hoog. Oudere huizen zijn vaak lager, nieuwbouw wat ruimer. Voor het uitvoeren van werk wordt in de praktijk vaak een minimale vrije hoogte aangehouden, zodat een monteur er iets kan doen. Voor de elektra telt vooral dat de bekabeling en verbindingen bereikbaar zijn: een te lage of vervuilde kruipruimte maakt onderhoud lastig en dat werkt problemen in de hand.

Vraag over uw kruipruimte? Neem contact op
Moet de elektra in mijn kruipruimte aan de NEN 1010 voldoen?

Ja. De bedrading en verbindingen onder de vloer horen aan dezelfde norm te voldoen als de rest van uw installatie: bij nieuw of vernieuwd werk is dat de NEN 1010. Door het vocht en de bereikbaarheid gelden er in de praktijk extra aandachtspunten, zoals een kabeltype dat tegen vocht kan, waterdichte en toegankelijke verbindingen en een goede aarding. Of uw bestaande installatie hieraan voldoet, kunt u laten beoordelen.

Benieuwd of alles onder uw vloer klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Twijfelt u over de kabels of het vocht in uw kruipruimte?

Heb je een vraag?