Leestijd: ± 12 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Lekstroom is een kleine, ongewenste stroom die wegvloeit op een plek waar hij niet hoort te lopen: via een isolatiefout, via vocht of via een lichaam, naar de aarde toe, in plaats van netjes via de nuldraad terug te keren. Het is precies de stroom die een aardlekschakelaar de hele dag in de gaten houdt, en waarop hij afschakelt zodra er te veel wegvloeit.

Voor de meeste mensen begint het verhaal bij een klassiek moment: de wasmachine draait, en ineens is de helft van het huis donker. In de meterkast staat de aardlekschakelaar op nul. Zet u hem terug, dan houdt hij het even, om er bij de volgende wasbeurt weer uit te klappen. Dat is bijna altijd lekstroom: ergens lekt een klein beetje stroom weg naar aarde, en de aardlekschakelaar grijpt in om te voorkomen dat u die stroom zelf door uw lichaam krijgt.

Onthoud vooral dit, want het is de kern van dit artikel. Lekstroom is niet hetzelfde als kortsluiting (dat is een grote stroom tussen fase en nul), en ook niet hetzelfde als het "sluipverbruik" van apparaten op stand-by (dat is verspilde energie, gemeten in kilowattuur). Lekstroom is een klein foutstroompje naar aarde, gemeten in milliampère, en het gaat om uw veiligheid.

Inhoudsopgave
  1. Wat is lekstroom?
  2. Hoe ontstaat lekstroom?
  3. Is lekstroom gevaarlijk?
  4. Hoeveel mA lekstroom is normaal of toegestaan?
  5. Lekstroom, kortsluiting of aardsluiting: wat is het verschil?
  6. Hoe beschermt de aardlekschakelaar tegen lekstroom?
  7. Waarom slaat mijn aardlekschakelaar steeds uit door lekstroom?
  8. Hoe spoort u lekstroom op en meet u het?
  9. Hoe voorkomt u lekstroom?
  10. Wanneer schakelt u een elektricien in?

Wat is lekstroom?

Een lekstroom is een klein deel van de stroom dat niet via de bedoelde weg terugkeert, maar via een ongewenst pad naar aarde wegvloeit. Het is een fout, geen normaal gedrag, en juist daarom houdt de aardlekschakelaar er voortdurend toezicht op.

Om te snappen wat er "lekt", helpt het om te weten hoe stroom normaal loopt. De stroom gaat vanuit de meterkast via de bruine fasedraad naar uw apparaat, doet daar zijn werk, en gaat via de blauwe nuldraad weer terug. In een gezonde installatie komt er precies evenveel stroom terug via de nul als er via de fase heen ging. Alles wat er ingaat, komt er ook weer uit.

Bij lekstroom klopt dat plaatje niet meer. Een deel van de stroom vindt een sluiproute naar aarde: door verweekte isolatie, door een vochtige plek, of via de metalen kast van een apparaat. Die stroom keert dus niet via de nul terug, maar verdwijnt via de aarding of via wat het maar kan vinden dat met de grond verbonden is. Het verschil tussen wat er heen gaat en wat er terugkomt, is precies de lekstroom.

Een vergelijking uit de badkamer maakt het invoelbaar. Denk aan een emmer water die u van de kraan naar de wasbak draagt. Zit er een piepklein gaatje in de bodem, dan komt er net iets minder water aan dan u tapte. Dat verdwenen straaltje is de lekstroom: klein, maar het gaat wél ergens naartoe waar u het niet wilt hebben.

Lekstroom of sluipverbruik? Twee heel verschillende dingen

Het woord "lekstroom" wordt online ook gebruikt voor het sluipverbruik of stand-byverbruik van apparaten die uit staan maar in het stopcontact blijven zitten (een paar honderd kilowattuur per jaar, puur een kwestie van energie besparen). Met de lekstroom uit dit artikel heeft dat niets te maken. Dit gaat over de foutstroom naar aarde, gemeten in milliampère, waar het om veiligheid draait.

Normale stroomkring versus een kring met lekstroom Educatief tweeluik, niet op schaal. Bruin = fase, blauw = nul, geel-groen = aarde (canonieke aderkleuren). Links keert alle stroom via de nul terug (in balans, geen lekstroom). Rechts lekt een klein deel via een ongewenst pad naar aarde weg; het verschil tussen wat er heen gaat en wat er terugkeert is de lekstroom. De genoemde 0,03 ampere (30 milliampere) is een indicatieve richtwaarde. Wat is lekstroom? Het verschil tussen heen en terug In een gezonde kring komt alles terug. Lekt een deel weg naar aarde, dan is dat de lekstroom. Gezonde kring: in balans groep heen = terugalles komt via de nul retour fase nul geen lekstroom Kring met lekstroom: uit balans groep aarde heen > teruger keert iets minder retour de lekstroomvia vocht / isolatiefout / lichaam fase nul aarde het verschil = de lekstroom (indicatief ~30 mA) De lekstroom is het verschil tussen wat er heen gaat en wat er via de nul terugkomt. Waarde indicatief. elektrakoning.nl
Beeld bij H1: het verschil tussen wat er heen gaat en terugkomt is de lekstroom.

Hoe ontstaat lekstroom?

Lekstroom ontstaat bijna altijd doordat de isolatie die de stroom op zijn plek hoort te houden, ergens tekortschiet. Vaak zit daar veroudering, vocht of een beschadiging achter. In en om de woning zijn dit de bekendste oorzaken:

  • Verouderde of beschadigde isolatie. De kunststof laag rond de draden wordt bros door warmte en ouderdom, of raakt beschadigd. Waar de isolatie het begeeft, kan stroom naar de omgeving of naar een metalen deel weglekken.
  • Vocht en water. Water geleidt stroom. Een vochtige buitenlamp, een natte buitenaansluiting, een lekkage boven een stopcontact of condens in een kruipruimte maakt een pad waarlangs stroom naar aarde wegloopt. Dit is veruit de meest voorkomende oorzaak van een aardlek die "opeens" begint te springen.
  • Een versleten verwarmingselement. In een wasmachine, vaatwasser of boiler kan het verwarmingselement na jaren scheurtjes krijgen, waardoor er via het water een beetje stroom weglekt. Kenmerkend: de aardlek springt precies op het moment dat het apparaat het water gaat opwarmen.
  • Een defect apparaat. Binnenin een apparaat kan de isolatie doorslaan, waardoor de metalen behuizing onder een lichte spanning komt te staan en stroom weglekt zodra iets of iemand geaard contact maakt.
  • Veel kleine lekjes bij elkaar. Moderne apparaten (computervoedingen, laders, led-drivers, omvormers) laten elk een heel klein beetje stroom naar aarde lopen. Op zich onschuldig, maar samen tellen ze op. Staan er te veel op één aardlekgroep, dan kan het totaal de grens naderen zonder dat er één apparaat kapot is.

Wat al deze situaties gemeen hebben, is dat er een pad ontstaat waarlangs de stroom naar aarde kan wegvloeien. En stroom neemt, net als water, elke weg die het kan vinden.

De bekendste oorzaken van lekstroom Educatieve infographic, niet op schaal. Bruin = fase, blauw = nul, geel-groen = aarde. Elk paneel toont een oorzaak waarbij een deel van de stroom via een ongewenst pad naar aarde weglekt: aangetaste isolatie, vocht en water, een versleten verwarmingselement, een defect apparaat en optellende kleine lekstromen. De grens van circa 30 milliampere is een indicatieve richtwaarde. Waar komt lekstroom vandaan? De bekendste oorzaken Steeds ontstaat er een pad waarlangs een deel van de stroom naar aarde wegvloeit. 1 Aangetaste isolatie Brosse of beschadigde mantel legt de ader bloot. lekt naar aarde 2 Vocht en water Water maakt een pad naar aarde. Meest voorkomend. lekt naar aarde 3 Versleten element Scheurtje laat via het water stroom weglekken. lekt naar aarde 4 Defect apparaat Fase raakt de metalen kast; die komt onder spanning. lekt naar aarde 5 + + Kleine lekjes samen Elektronica lekt elk iets; samen over de grens. samen > ~30 mA Stroom neemt, net als water, elke weg die het naar aarde kan vinden. Waarden indicatief. elektrakoning.nl
Beeld bij H2: de bekendste oorzaken, elk met een pad naar aarde.

Is lekstroom gevaarlijk?

Ja, lekstroom kan gevaarlijk zijn, en juist daarom bestaat de aardlekschakelaar. Een lekstroom betekent namelijk dat er iets onder spanning staat wat dat niet hoort te doen, bijvoorbeeld de metalen kast van een wasmachine of een vochtige vloer. Raakt u dat aan, dan kan de stroom via uw lichaam naar de grond lopen.

Het verraderlijke is dat het niet om veel stroom hoeft te gaan. Voor een dodelijke afloop is verrassend weinig nodig. Een stroom van ongeveer tien milliampère door het lichaam zorgt er al voor dat u uw hand niet meer kunt lossen van wat u vasthoudt, doordat uw spieren verkrampen. Rond de enkele tientallen milliampère kan het hartritme ontregeld raken. Dat is minder dan wat een gewone gloeilamp aan stroom vraagt.

Naast schokgevaar is er brandgevaar. Een lekstroom die langs een slechte verbinding of een aangetaste isolatie loopt, kan die plek langzaam laten opwarmen. In het ergste geval smeult het isolatiemateriaal of ontstaat er brand, vaak op een verborgen plek in een muur of kruipruimte waar niemand het ziet aankomen. Een lekstroom is dus zelden meteen dramatisch, maar het is een signaal dat u nooit moet negeren.

Hoeveel mA lekstroom is normaal of toegestaan?

Een aardlekschakelaar in een woning schakelt af bij ongeveer 30 milliampère lekstroom. Dat is bewust een piepklein stroompje, want het is gekozen om ú te beschermen, niet de installatie. De 30 milliampère ligt ruim onder de waarde waarbij het echt levensgevaarlijk wordt, zodat de aardlek al ingrijpt voordat een schok uw hart kan bereiken.

Betekent dit dat een gezonde installatie helemaal geen lekstroom mag hebben? Nee, en dat is een belangrijk punt. Vrijwel elk modern apparaat laat een heel klein beetje stroom naar aarde lopen, vaak in de orde van enkele milliampère per apparaat. Dat hoort erbij en is op zichzelf ongevaarlijk. Pas als al die kleine beetjes samen richting de 30 milliampère kruipen, komt de aardlek in actie, ook zonder dat er iets kapot is.

De schaal hieronder laat zien wat verschillende hoeveelheden lekstroom door het lichaam betekenen, en waarom de grens van 30 milliampère juist zo laag is gekozen.

Wat doet lekstroom door uw lichaam?

Klik op een waarde en zie wat die hoeveelheid stroom betekent. Let op waar de aardlekschakelaar ingrijpt.

0,5 mA5 mA10 mA30 mA50 mA +
Kies een waarde hierboven

De schaal loopt van een onschuldig stroompje tot een levensgevaarlijke waarde. De aardlekschakelaar zit daar bewust ruim onder.

De aardlekschakelaar grijpt in bij ongeveer 30 mA, ruim vóórdat de lekstroom uw hart kan bereiken. Daarom is die grens zo laag gekozen: het gaat om uw veiligheid, niet om de installatie.

De genoemde waarden zijn richtwaarden voor stroom door het menselijk lichaam (IEC 60479) en de aardlek-aanspreekwaarde volgens NEN 1010. Ze dienen ter uitleg, niet als exacte grens.

ELEKTRA KONING

Kort samengevat: een klein beetje lekstroom is normaal, maar de aardlekschakelaar houdt de grens streng bij ongeveer 30 milliampère, precies omdat het om mensenlevens gaat.

Lekstroom, kortsluiting of aardsluiting: wat is het verschil?

Lekstroom is een kleine stroom die naar aarde wegvloeit, terwijl een kortsluiting een grote stroom is die rechtstreeks tussen fase en nul loopt. Dat lijkt een detail, maar het bepaalt welke beveiliging ingrijpt, en het is precies de plek waar online de meeste verwarring ontstaat.

Bij een kortsluiting raken de bruine fasedraad en de blauwe nuldraad elkaar rechtstreeks. De stroom schiet dan omhoog naar honderden of duizenden ampère, en de installatieautomaat of de smeltzekering schakelt binnen milliseconden af. Die beveiliging beschermt de installatie: de kabels, het schakelmateriaal en de apparaten. Hier gaat het dus om veel stroom, heel kort.

Bij een aardsluiting raakt de fase de aarde in plaats van de nul: een draad komt tegen een metalen kast, of de fase lekt via vocht weg naar de aardedraad. Dan gaat een andere beveiliging aan het werk. De lekstroom die daarbij ontstaat, is klein, maar de aardlekschakelaar merkt hem op en schakelt af bij ongeveer 30 milliampère. Hier gaat het dus om weinig stroom, met als doel om ú te beschermen.

Hier zit precies het misverstand dat we willen rechtzetten. Online wordt weleens gedacht dat de aardlekschakelaar tegen kortsluiting beschermt. Dat klopt niet. De aardlekschakelaar reageert op weglekkende stroom naar aarde, niet op een sluiting tussen fase en nul. Onthoud het zo: de aardlekschakelaar beschermt de mens tegen een schok, en de installatieautomaat beschermt de installatie tegen kortsluiting en overbelasting. Ze vullen elkaar aan, maar ze doen niet elkaars werk.

Lekstroom of kortsluiting: wat grijpt in en wat beschermt het? Educatief tweeluik, niet op schaal. Bruin = fase, blauw = nul, geel-groen = aarde (canonieke aderkleuren). Links: lekstroom is klein en gaat naar aarde; de aardlekschakelaar meet het verschil tussen fase en nul en schakelt bij circa 30 milliampere af om de mens te beschermen. Rechts: kortsluiting is een grote stroom tussen fase en nul, getekend als storing met een blank contact en vonk, waarop de installatieautomaat de installatie beschermt. Waarden indicatief. Lekstroom of kortsluiting: wat grijpt in? Lekstroom is klein en gaat naar aarde. Kortsluiting is groot en loopt tussen fase en nul. Lekstroom: klein, naar aarde T 30 mA 0-OFF aardlekschakelaar meet het verschil fase-nul aarde lek naar aardevia de mens (~30 mA) fase nul aarde aardlekschakelaar schakelt af (~30 mA) beschermt de mens Kortsluiting: groot, fase-nul B16 0-OFF de fout: fase raakt nul honderden A fase nul installatieautomaat schakelt af beschermt de installatie Aardlekschakelaar = mens beschermen. Automaat = installatie beschermen. Waarden indicatief. elektrakoning.nl
Beeld bij H5: aardlekschakelaar beschermt de mens, automaat beschermt de installatie.

Hoe beschermt de aardlekschakelaar tegen lekstroom?

De aardlekschakelaar vergelijkt voortdurend hoeveel stroom er via de fase naar uw apparaten gaat en hoeveel er via de nul terugkomt. In een gezonde groep is dat exact evenveel. Lekt er ergens stroom weg naar aarde, dan komt er minder terug dan er heen ging, en juist dat verschil pikt de aardlekschakelaar op. Wordt het verschil ongeveer 30 milliampère, dan schakelt hij razendsnel de hele groep uit.

Het mooie is dat de aardlekschakelaar dus niet hoeft te weten wáár de stroom weglekt. Hij telt alleen heen en terug, en grijpt in zodra de balans zoek is. Daarom werkt hij ook als de lekstroom via uw eigen lichaam loopt: dat is immers ook stroom die niet via de nul terugkeert. De aardlekautomaat doet in de kern hetzelfde, maar combineert die lekstroombewaking met de overstroombeveiliging van een installatieautomaat in één module.

Er is één ding dat veel mensen niet weten, en dat bij moderne installaties belangrijk wordt. Een gewone aardlekschakelaar van het oudste type (type AC) is gemaakt voor nette wisselstroom-lekstroom. Apparaten met elektronica erin, zoals een laadpaal, zonnepanelen-omvormer of frequentieregelaar, kunnen echter een vlakke gelijkstroom-lekstroom veroorzaken. Zo'n vlakke gelijkstroom kan een type AC "verblinden", waardoor hij zelfs gewone lekstroom niet meer betrouwbaar detecteert.

Daarom hoort bij een laadpaal of zonnepanelen een geschiktere beveiliging: een aardlek van het type A met ingebouwde gelijkstroom-detectie in het apparaat, of een type B dat vlakke gelijkstroom zelf ziet. Welke u precies nodig heeft, hangt af van uw apparatuur en van de eisen in NEN 1010; een erkende elektricien bepaalt dat op maat. Meer over de apparaten zelf leest u op de pagina over de aardlekschakelaar.

Werkingsprincipe aardlekschakelaar: het verschil tussen fase en nul meten Educatieve doorsnede, niet op schaal. Bruin = fase, blauw = nul, geel-groen = aarde, koper = detectiewikkeling. Fase en nul lopen samen door een ringkern (somtransformator). Zijn heen- en retourstroom gelijk, dan heffen hun velden elkaar op en gebeurt er niets. Lekt er stroom weg naar aarde, dan is fase groter dan nul; het overgebleven verschil (indicatief circa 30 milliampere) wekt in de detectiewikkeling een signaal op dat het uitschakelmechanisme bedient. De getoonde stroomwaarden zijn indicatief. Hoe de aardlekschakelaar de lekstroom vindt: het verschil meten Fase en nul gaan samen door een ringkern. Blijft er een verschil over, dan schakelt hij af. schematische doorsnede ringkern uitschakel- mechanisme ontgrendelt 0,03 A= 30 mA fase: bijv. 10,00 A nul: bijv. 9,97 A In balans: heen = terug som is 0, de aardlek blijft aan ! Lek: fase > nul verschil ~30 mA, hij schakelt af De aardlek weet niet wáár het lekt, alleen dát er een verschil is. Stroomwaarden indicatief. elektrakoning.nl
Beeld bij H6: de aardlek meet het verschil tussen heen- en retourstroom.

Waarom slaat mijn aardlekschakelaar steeds uit door lekstroom?

Een aardlekschakelaar die er telkens uit slaat, meldt bijna altijd dat er ergens lekstroom naar aarde loopt. Hij is niet stuk en hij is niet vervelend: hij doet precies zijn werk. De kunst is om te achterhalen wáár die lekstroom vandaan komt, en dat kunt u vaak al een heel eind zelf inperken.

Wegwijzer

Waarom slaat mijn aardlek eruit?

Kies wat het dichtst bij uw situatie ligt. U krijgt meteen de vermoedelijke oorzaak en een vervolgstap.

Dan lekt waarschijnlijk dat ene apparaat

Springt de aardlek precies als u één bepaald apparaat aanzet, dan lekt dat apparaat stroom naar aarde. Bij een wasmachine, vaatwasser of boiler is dat vaak een versleten verwarmingselement dat scheurtjes heeft: de aardlek springt dan net bij het opwarmen van het water. Trek de stekker eruit, gebruik het apparaat niet meer en laat het nakijken of vervangen. Een lekkend apparaat opsporen mag u prima zelf doen; repareren aan de binnenkant niet.

Twijfelt u? Leg uw situatie voor

Dan wijst het op vocht in de installatie

Slaat de aardlek vooral aan bij vochtig weer of na regen, dan zit er waarschijnlijk vocht in een buitenaansluiting, een tuinlamp, een buitenlamp of een spatwaterrijke ruimte. Water maakt een pad waarlangs stroom naar aarde wegloopt. Dit is de meest voorkomende oorzaak van een aardlek die "opeens" begint te springen. Ontkoppel zo mogelijk de buitengroep of de verdachte aansluiting en laat de plek drogen en nakijken.

Doe de gratis groepenkast-check

Dan is het vaak optellende lekstroom

Vindt u geen kapot apparaat en springt de aardlek toch af en toe, dan is er meestal sprake van optellende lekstroom: veel moderne apparaten die elk een minuscuul beetje lekken, samen net over de grens van ongeveer 30 milliampère. De oplossing is dan de apparaten over meer aardlekgroepen te verdelen. Springt de aardlek zelfs met alle stekkers eruit, dan zit de lekstroom in de vaste installatie en is meten door een vakman nodig.

Laat uw groepenkast nakijken

Uw keuze verandert niets aan uw installatie. De wegwijzer stuurt u alleen naar de vermoedelijke oorzaak en een vervolgstap. Waarde van 30 mA is indicatief.

ELEKTRA KONING

Een beproefde manier om de boosdoener te vinden, gaat zo:

  1. Zet de groepen (installatieautomaten) achter de aardlek allemaal uit en de aardlek weer aan. Blijft de aardlek nu staan? Zet dan de groepen één voor één terug tot de aardlek weer uitvalt. De groep die hem laat springen, bevat de lekstroom.
  2. Trek in die groep de stekkers eruit en probeer opnieuw. Blijft de aardlek nu staan, steek de stekkers dan één voor één terug tot hij weer springt. Het apparaat dat de aardlek laat afslaan, lekt: gebruik het niet meer en laat het nakijken.
  3. Springt de aardlek meteen terwijl alle stekkers eruit zijn? Dan zit de lekstroom in de vaste installatie zelf, bijvoorbeeld in een kabel, een buitenaansluiting of een vochtige aansluitdoos. Ga dan niet zelf verder zoeken, maar laat het meten.

Soms vindt u zo geen enkel kapot apparaat, en tóch springt de aardlek af en toe. Dan is er vaak sprake van optellende lekstroom: veel moderne apparaten die elk een minuscuul beetje lekken, samen net over de grens. De oplossing is dan meestal om de apparaten over meer aardlekgroepen te verdelen, en dat is werk voor een elektricien. Twijfelt u over de staat van uw kast, doe dan eerst de gratis groepenkast-check.

Hoe spoort u lekstroom op en meet u het?

Lekstroom meet een elektricien met een lekstroomtang: een speciale stroomtang die de fase en de nul samen omvat en het verschil ertussen tot op een fractie van een milliampère nauwkeurig afleest. Blijft dat verschil netjes nul, dan is er geen lekstroom; leest de tang een paar milliampère of meer af, dan lekt er stroom weg.

Online leest u weleens het advies om zelf "even een multimeter tussen de aardedraad te hangen". Dat raden wij af. Het is onnauwkeurig, en om die meting te doen moet u aan de vaste installatie werken, precies op de plek waar de spanning binnenkomt. Een lekstroomtang meet juist zónder de installatie open te breken of los te koppelen, en dat is niet voor niets de manier waarop een vakman het doet.

Een elektricien combineert die tangmeting vaak met een isolatiemeting. Daarbij wordt met een hoge testspanning gemeten hoe goed de isolatie tussen de draden en aarde nog is, uitgedrukt in megaohm. Een hoge isolatiewaarde betekent een gezonde installatie met weinig lekstroom; een lage waarde verraadt precies waar de isolatie het begint te begeven. Zo wordt een lekstroom die u thuis alleen als "de aardlek springt" merkt, herleid tot een concrete plek in de installatie.

Hoe voorkomt u lekstroom?

Lekstroom voorkomt u vooral door vocht buiten uw installatie te houden en door verouderde bedrading op tijd te laten nakijken. De meeste lekstromen ontstaan namelijk langzaam, door vocht dat ergens binnendringt of door isolatie die na jaren bros wordt.

Een paar praktische gewoonten helpen het meest:

  • Weer vocht bij stopcontacten en buitenaansluitingen. Gebruik buiten en in natte ruimtes materiaal met de juiste spatwaterdichtheid, en laat een lekkage boven of nabij elektra direct verhelpen.
  • Houd buitenverlichting en tuinaansluitingen in de gaten. Juist daar zorgt vocht na verloop van tijd voor de eerste lekstroom.
  • Vervang apparaten met een versleten verwarmingselement. Een oude wasmachine of boiler die de aardlek laat springen bij het opwarmen, is meestal aan vervanging toe.
  • Laat een oudere installatie periodiek controleren. Bij een periodieke installatiecheck meet een elektricien de isolatiewaarde en de lekstroom, en ziet hij een probleem vaak aankomen voordat u er last van heeft. De eisen hiervoor staan onder andere in de norm NEN 1010.

Geen enkele maatregel sluit lekstroom voor honderd procent uit, maar samen houden ze uw installatie droog en gezond, en zorgen ze ervoor dat de aardlekschakelaar alleen hoeft in te grijpen als het echt nodig is.

Wanneer schakelt u een elektricien in?

Schakel een elektricien in zodra de lekstroom in de vaste installatie zit, zodra de aardlek blijft springen zonder dat u een kapot apparaat vindt, of zodra u een schroeilucht, verkleuring of warm schakelmateriaal ziet. Dat zijn signalen die u niet moet negeren en die u ook niet zelf hoeft op te lossen.

Een lekkend apparaat opsporen met het stappenplan hierboven mag u prima zelf doen. Maar zit de oorzaak in een kabel in de muur, in een buitenaansluiting of in de groepenkast, dan is dat geen klus om even zelf aan te pakken. Op die plekken is een fout geen kwestie van een groep die uitvalt, maar een reëel risico op een schok of brand. Werk in de groepenkast hoort daarom bij een erkende elektricien.

Twijfelt u of het bij u om een onschuldige oorzaak gaat of om een beginnend probleem in de installatie? Blijf dan niet eindeloos de aardlek terugzetten, want zolang de fout er is, zet u uw installatie telkens opnieuw onder spanning met een lekstroom erin. Laat het dan een keer goed nameten. Bij een acute situatie, zoals een groep die niet meer aan te krijgen is of een brandlucht, is snel handelen verstandiger dan zelf blijven proberen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel lekstroom is normaal in huis?

Een klein beetje lekstroom is normaal: vrijwel elk modern apparaat laat een paar milliampère naar aarde lopen, en dat is ongevaarlijk. Het wordt pas een probleem als al die kleine beetjes samen, of één lekkend apparaat, richting de ongeveer 30 milliampère kruipen. Dat is de grens waarbij een aardlekschakelaar in een woning afschakelt om u te beschermen. Een gezonde installatie zit daar ruim onder, en een elektricien kan de werkelijke lekstroom met een lekstroomtang precies meten.

Benieuwd hoe uw installatie ervoor staat? Doe de gratis groepenkast-check
Wat is het verschil tussen lekstroom en kortsluiting?

Lekstroom is een kleine stroom die naar aarde wegvloeit, meestal via vocht of een isolatiefout, en de aardlekschakelaar schakelt daarbij af rond de 30 milliampère om u te beschermen. Een kortsluiting is juist een grote stroom die rechtstreeks tussen fase en nul loopt, oploopt tot honderden ampère, en waarop de installatieautomaat binnen milliseconden ingrijpt om de installatie te beschermen. Kort gezegd: lekstroom is weinig stroom naar aarde, kortsluiting is veel stroom tussen twee draden.

Niet zeker wat er bij u speelt? Wij denken graag mee
Waarom slaat mijn aardlekschakelaar steeds uit?

Bijna altijd omdat er ergens lekstroom naar aarde loopt. De klassieke oorzaken zijn een versleten verwarmingselement in een wasmachine of vaatwasser, vocht in een buitenaansluiting of tuinlamp, of veel apparaten die elk een beetje lekken en samen over de grens komen. U kunt de boosdoener vaak zelf inperken door de groepen en daarna de stekkers één voor één uit te schakelen. Blijft de aardlek springen met alles eruit, dan zit de lekstroom in de vaste installatie en is meten nodig.

Komt u er niet uit? Neem contact op
Hoe spoor je lekstroom op?

Een elektricien spoort lekstroom op met een lekstroomtang, die de fase en nul samen omvat en het verschil tot op een fractie van een milliampère afleest, aangevuld met een isolatiemeting in megaohm om de plek van de fout te vinden. Zelf een multimeter aan de aardedraad hangen raden wij af: dat is onnauwkeurig en betekent werken aan de vaste installatie. Thuis komt u het verst door de groepen en stekkers systematisch uit te schakelen om te zien welke groep of welk apparaat de aardlek laat springen.

Wilt u de lekstroom laten opmeten? Stel uw vraag
Welke aardlekbeveiliging heb ik nodig bij een laadpaal of zonnepanelen?

Apparaten met veel elektronica, zoals een laadpaal of een zonnepanelen-omvormer, kunnen een vlakke gelijkstroom-lekstroom veroorzaken die een gewone aardlekschakelaar van het oudste type (type AC) kan verblinden. Daarom hoort daar een geschiktere beveiliging bij: een type A met ingebouwde gelijkstroom-detectie in het apparaat, of een type B. Wat u precies nodig heeft, hangt af van uw apparatuur en van de eisen in NEN 1010, en dat bepaalt een erkende elektricien op maat.

Twijfelt u over de juiste beveiliging? Wij kijken graag met u mee
Elektra Contact Mascotte

Slaat uw aardlekschakelaar er steeds uit, of vertrouwt u een lekstroom niet?

Heb je een vraag?