Neon is een edelgas dat oranje-rood oplicht zodra er hoogspanning doorheen gaat, het gas dat u kent van de kleurige lichtreclame in oude winkelstraten. Toch bedoelen de meeste mensen iets heel anders als ze het over "neon", een "neonbuis" of "neonverlichting" hebben: de lange witte lichtbuis aan het plafond van een garage, schuur, keuken of kantoor. En laat daar nu net bijna nooit neon in zitten.
Onthoud vooral dit, want het is de kern van dit artikel: wat u thuis of op kantoor "neon" noemt, is vrijwel altijd een TL-buis. Zo'n TL- of fluorescentiebuis maakt licht met kwikdamp en fosforpoeder, niet met neongas. Écht neon komt u wél tegen op twee plekken die veel mensen niet met "neon" verbinden: in lichtreclame, en als het kleine oranje controlelampje in een schakelaar, een verlengdoos of een spanningzoeker. In dit artikel leest u wat neon precies is, waarom uw "neonbuis" eigenlijk TL is, wat het verschil is met led, en wat u het beste doet als uw oude buis flikkert of aan vervanging toe is. Wilt u meteen weten welke lamp of buis u heeft, dan helpt de wegwijzer verderop u snel op weg.
Inhoudsopgave
Wat is neon precies?
Neon is een kleur- en reukloos edelgas met de scheikundige afkorting Ne. Het bijzondere eraan: zet u er een hoge spanning op, dan gaat het gas geleiden en licht het op in een warme, oranje-rode kleur. Dat is de gasontlading die u kent van klassieke lichtreclame.
Waarom is het dan zo verwarrend? Omdat "neon" in het dagelijks taalgebruik is gaan staan voor bijna élke lange lichtbuis, ook de witte in uw garage. Een beetje zoals u een stofzuiger een "hoover" noemt of een balpen een "bic": een naam die is blijven plakken aan iets wat het eigenlijk niet is. De witte plafondbuis heet in vaktaal een TL-buis, en die werkt op een heel ander principe dan neon.
Het loont om de drie betekenissen die door elkaar lopen even uit elkaar te trekken, want ze hebben elk hun eigen verhaal: de witte "neonbuis" (in werkelijkheid TL), écht neon in lichtreclame, en het kleine oranje neon-glimlampje. Die drie behandelen we hieronder een voor een.
Waarom uw neonbuis bijna nooit neon bevat
Kort gezegd: omdat het licht in een TL-buis niet van neon komt, maar van kwikdamp en fosforpoeder. Een TL-buis (TL staat voor "tube luminescent", oftewel lichtgevende buis) is een lagedruk-gasontladingslamp. In de buis zit een heel klein beetje kwik. Zet u er spanning op, dan gaat die kwikdamp geleiden en zendt hij onzichtbaar uv-licht uit. De binnenkant van de buis is bedekt met een dunne fosforlaag, en juist die laag zet het uv-licht om in het zichtbare witte licht dat u ziet.
Ziet u het? Nergens in dat verhaal komt neon voor. De kleur en het licht ontstaan door kwik en fosfor. Vandaar dat de vakterm "fluorescentiebuis" eigenlijk veel beter klopt dan "neonbuis".
Online wordt vaak geschreven dat "neonbuis" en "TL-buis" gewoon twee woorden voor hetzelfde zijn. Dat is maar half waar. Het klopt dat het om dezelfde buis gaat, dus wie een "neonbuis" bestelt, krijgt gewoon een TL. Maar de bijgedachte die er meestal bij hoort, dat er dan ook neon in zit, is onjuist. De naam is een historisch misverstand: heel vroege en sommige gekleurde ontladingsbuizen gebruikten wél een edelgas, en die associatie is aan alle buisverlichting blijven hangen.
Welke neon bedoelt u?
Voordat we verdergaan, is het handig om te bepalen welke "neon" ú voor ogen heeft, want de drie betekenissen vragen om een heel ander antwoord. Gebruik de wegwijzer hieronder, of lees het lijstje eronder.
Wegwijzer
Welke "neon" bedoelt u?
Kies wat u voor zich ziet. U leest meteen of het echt neon is of niet, en wat de logische vervolgstap is.
Wat bedoelt u met "neon"?
Uw antwoord
Deze wegwijzer helpt u de betekenis te herkennen. Twijfelt u, dan kijken wij graag met u mee.
- Een lange witte buis aan het plafond van uw garage, schuur, keuken of kantoor? Dat is een TL-buis, geen neon. Voor het vervangen leest u verderop over de overstap naar led.
- Een klein oranje lampje dat gloeit in een schakelaar, een verlengdoos of het handvat van een spanningzoeker? Dat is een neon-glimlamp, en dat is wél echt neon.
- Gekleurde lichtletters of een lichtreclame? Dan gaat het om écht neon (het edelgas) of om moderne led-neon die dat uiterlijk nabootst. Dit reclamewerk voeren wij zelf niet uit.
Neon, TL en led: de verschillen op een rij
Het grootste verschil zit in hóe het licht ontstaat: neon en TL zijn allebei gasontladingslampen, maar met een ander gas en een ander doel, terwijl led helemaal geen gas gebruikt. In de tabel hieronder ziet u de vier dingen die mensen door elkaar halen naast elkaar.
| Soort | Hoe ontstaat het licht? | Kleur en gebruik | Bevat neon? |
|---|---|---|---|
| Echt neon (edelgas) | Gasontlading in neon onder hoogspanning | Oranje-rood, lichtreclame | Ja |
| Neon-glimlamp | Kleine gasontlading in neon, lage stroom | Oranje gloei, controlelampje | Ja |
| "Neonbuis" (TL) | Kwikdamp maakt uv, fosforlaag maakt wit licht | Wit, plafondverlichting | Nee |
| Led-buis en led-neon | Ledjes zetten stroom rechtstreeks om in licht | Elke kleur, moderne vervanger | Nee |
Uit de tabel wordt meteen duidelijk waar de spraakverwarring vandaan komt. De twee dingen die u het vaakst tegenkomt, de witte plafondbuis en de moderne ledvervanger, bevatten geen van beide neon. Led wint het inmiddels op vrijwel elk punt van zowel neon als TL: het is zuiniger, gaat langer mee en gaat direct aan zonder op te starten. Daarom is bij een oude buis de vraag zelden "welke nieuwe TL", maar "hoe stap ik over op led".
Echt neon: het edelgas in lichtreclame
Écht neon vindt u vooral in lichtreclame: glazen buizen die in vorm zijn gebogen, gevuld met neongas, met aan weerszijden een hoogspanningstrafo die het gas laat oplichten. Puur neon geeft dan die kenmerkende oranje-rode gloed.
De felle blauwe, groene of paarse letters die u ook "neon" noemt, komen meestal niet van neon maar van andere edelgassen zoals argon, vaak in combinatie met gekleurd of van binnen gecoat glas. "Neon" is in de reclamewereld dus een verzamelnaam geworden voor gasgevulde lichtbuizen, ook als er geen neon in zit. Tegenwoordig wordt veel van dit werk trouwens nagemaakt met led-neon: een flexibele ledstrip in een siliconen buisje die het klassieke uiterlijk nabootst, zonder gas en zonder hoogspanning.
Dit soort lichtreclame vraagt om hoge spanningen en specialistisch glaswerk. Het is een vak apart, en het is bewust niet wat wij bij Elektra Koning doen. Wij noemen het hier vooral zodat u het onderscheid herkent: de oranje-rode reclamebuis is écht neon, de witte plafondbuis bij u thuis niet.
De neon-glimlamp: het oranje controlelampje
Wilt u weten waar in huis wél echt neon zit, kijk dan naar de kleine oranje lampjes. Een neon-glimlamp (of neonsignaallamp) is een piepklein glimlampje gevuld met neon, dat oranje-rood oplicht bij een heel kleine stroom. U vindt het terug als het lampje dat blijft gloeien in een verlichte wandschakelaar of stekkerdoos, zodat u de schakelaar in het donker terugvindt, en als het indicatielampje in een spanningzoeker.
Zo'n glimlamp heeft maar heel weinig stroom nodig en gaat bijna eindeloos mee. Hij ontsteekt pas boven een bepaalde spanning, in de orde van enkele tientallen volts, en daarom zit er altijd een weerstand in serie om de stroom te begrenzen.
In veel moderne schakelaars en apparaten is dit oranje neonlampje inmiddels vervangen door een zuiniger ledje, maar het principe en de herkenbare oranje kleur zijn hetzelfde gebleven. Grappig genoeg is dit kleine, onopvallende lampje dus veel vaker "echt neon" dan de grote buis die de naam draagt.
Mijn neon flikkert, knippert of doet het niet
Knippert of flikkert uw "neon", dan ligt dat vrijwel nooit aan neon (dat zit er immers niet in), maar aan een klassiek TL-euvel. Meestal is de starter versleten, is de buis aan het einde van zijn leven, of hapert het voorschakelapparaat. Een TL-buis die telkens even probeert aan te slaan en dan weer uitgaat, met dat typische knipperen, is daar het schoolvoorbeeld van.
Wat u zelf kunt nagaan, staat hieronder. Zet altijd eerst de verlichting uit voordat u aan een buis of starter komt.
De buis knippert of probeert steeds aan te slaan
Dit is bijna altijd de starter of een versleten buis. Bij een conventioneel armatuur met starter (een klein rond huisje naast de buis) is de starter vervangen vaak al genoeg. Helpt dat niet, dan is de buis zelf op. Blijft het knipperen na een nieuwe starter én buis, dan hapert het voorschakelapparaat en is nakijken verstandig.
Komt u er niet uit? Neem contact opDe buis is donker aan de uiteinden
Zwarte of bruine uiteinden zijn een teken dat de buis versleten is. Vervangen is dan de oplossing. Dit is meteen een mooi moment om de overstap naar led te overwegen, want een ledvervanger heeft dit euvel niet en gaat veel langer mee.
Meedenken over led? Wij denken graag meeDe buis zoemt of gaat traag aan
Zoemen en traag opstarten horen bij een ouder, magnetisch voorschakelapparaat. Het is meestal geen gevaar, maar wel hinderlijk en niet zuinig. Een moderne ledoplossing is stiller en gaat direct vol aan.
Vraag naar de mogelijkhedenRuikt u een brandlucht, ziet u schroeiplekken bij het armatuur, of vertrouwt u het niet? Wacht dan niet en laat het met voorrang nakijken door een elektricien.
Uw neonbuis vervangen door led
Wilt u van uw oude "neon" af, dan is de logische stap tegenwoordig een led-buis. Die verbruikt grofweg de helft van een vergelijkbare TL, gaat veel langer mee en gaat direct vol aan zonder geflikker. Hoe u een TL-buis precies vervangt door led, en of dat een kwestie is van alleen de starter wisselen of dat het armatuur moet worden omgebouwd, leest u in dat aparte artikel.
Er speelt bovendien een tweede reden om over te stappen. Klassieke TL-buizen worden in de EU stapsgewijs uitgefaseerd, omdat ze kwik bevatten en minder zuinig zijn dan led. Nieuwe T5- en T8-TL-buizen zijn daardoor steeds minder verkrijgbaar.
Een oude TL-buis hoort trouwens niet bij het gewone afval: door het kwik levert u hem in als klein chemisch afval, bijvoorbeeld bij de milieustraat of het inleverpunt van de winkel.
Een buis wisselen mag u vaak zelf, maar zodra er aan de bedrading of het armatuur gewerkt moet worden, wordt het elektrisch werk. Een verkeerde aansluiting bij het ombouwen kan kortsluiting of een onveilige situatie geven. Werk aan de vaste verlichtingsinstallatie hoort te voldoen aan de norm NEN 1010, en in een vochtige of zakelijke ruimte gelden extra eisen, zoals een aardlekbeveiliging van 30 mA op de lichtgroep.
Twijfelt u over de staat van uw verlichting of de groep waarop die zit? Met onze gratis groepenkast-check ziet u op afstand hoe uw installatie ervoor staat, en voor een ombouw of nieuwe armaturen denken wij graag met u mee.
Is een neonbuis hetzelfde als een TL-buis?
Ja, het gaat om dezelfde buis: wie een "neonbuis" koopt, krijgt gewoon een TL- of fluorescentiebuis. Alleen de naam klopt niet. Er zit namelijk geen neon in. Het licht ontstaat door kwikdamp die uv-licht maakt en een fosforlaag die dat omzet in wit licht. "Neonbuis" is een ingeburgerde bijnaam, geen technische beschrijving.
Wij kijken graag met u meeWat is het verschil tussen neon en led?
Neon maakt licht met een gasontlading in een glazen buis onder hoge spanning; led zet stroom rechtstreeks om in licht met een halfgeleider, zonder gas. Led is fors zuiniger, gaat veel langer mee en gaat direct aan. Let op: de witte "neonbuis" aan uw plafond is technisch gezien geen neon maar TL, en juist die vervangt u het makkelijkst door een led-buis.
Neem contact opZit er neon in een TL-buis?
Nee, in een gewone witte TL-buis zit geen neon. Er zit een kleine hoeveelheid kwik in, plus een fosforpoeder aan de binnenkant dat het licht wit maakt. Écht neon vindt u wél in oranje-rode lichtreclame en in het kleine oranje glimlampje van een spanningzoeker of een verlichte schakelaar.
Wij denken graag meeWaarom flikkert of knippert mijn neonbuis?
Bijna altijd door een versleten starter, een oude buis of een haperend voorschakelapparaat, niet door het gas. Bij een armatuur met starter is die vervangen vaak al genoeg. Helpt dat niet, dan is de buis zelf op. Blijft het flikkeren, dan is overstappen op led meestal de nettere en definitieve oplossing.
Blijft het flikkeren? Vraag onze hulpMag ik een neonbuis (TL) nog vervangen, of moet het led worden?
Vervangen mag, maar nieuwe T5- en T8-TL-buizen worden in de EU uitgefaseerd omdat ze kwik bevatten en minder zuinig zijn, dus led is de toekomstvaste keuze. Een buis wisselen kunt u vaak zelf; moet het armatuur worden omgebouwd, laat dat dan aan een elektricien over. Een oude TL-buis levert u vanwege het kwik in als klein chemisch afval.
Doe de gratis groepenkast-check