Installatiekabel: plak-klaar artikel (preview) | Elektra Koning

Leestijd: ± 11 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een installatiekabel is de vaste bedrading waarmee de stroom vanuit de groepenkast door uw huis wordt verdeeld: naar de stopcontacten, de lichtpunten en de schakelaars. Het is de verzamelnaam voor de kabels en draden die in muren, vloeren en plafonds zitten, gemaakt van massief koper met een kunststof isolatie eromheen.

Onthoud vooral dit ene punt, want daar draait bijna alle twijfel om: welke installatiekabel u nodig heeft, hangt niet af van het merk of de kleur, maar van de doorsnede. Dat is de dikte van de koperen ader, gemeten in vierkante millimeters (mm²). Een lichtpunt vraagt een dunnere ader dan een stopcontact, en een kookplaat of andere krachtgroep weer een dikkere. Kiest u te dun, dan wordt de kabel te warm. Kiest u te dik, dan past hij niet in de klemmen en betaalt u onnodig veel. De juiste doorsnede kiezen is precies waar deze uitleg u bij helpt.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een installatiekabel?
  2. Installatiedraad of mantelkabel: wat is het verschil?
  3. De aderkleuren: bruin, blauw en geel-groen
  4. Welke doorsnede installatiekabel heb ik nodig?
  5. Waarom de doorsnede en de automaat bij elkaar horen
  6. Installatiekabel of grondkabel: binnen of ondergronds?
  7. Varianten van installatiekabel
  8. Installatiekabel bijleggen of vervangen: waar moet u op letten?
  9. Wat kost het aanleggen van installatiekabel?
  10. Mag ik zelf installatiekabel aanleggen?

Wat is een installatiekabel?

Een installatiekabel is de vaste bedrading die de stroom door een gebouw verdeelt. Het woord "vast" is belangrijk: deze kabel wordt netjes weggewerkt in de muur, de vloer of het plafond en blijft daar jaren zitten. Dat is dus iets heel anders dan een verlengsnoer of een apparaatsnoer, dat soepel en verplaatsbaar is.

In een woning gaat het bijna altijd om massief koperen aders met een isolatie van kunststof (pvc). Massief betekent dat elke ader één stevige koperdraad is, geen bundeltje dunne draadjes. Dat maakt de kabel iets stugger, maar juist geschikt om vast in een installatie te blijven zitten.

Onder de noemer installatiekabel vallen twee vormen die u in huis tegenkomt. De eerste is losse installatiedraad, in de vakwereld VD-draad genoemd, die als losse aders door een buis wordt getrokken. De tweede is mantelkabel, waarbij meerdere aders al samen in één beschermende mantel zitten, zoals de bekende XMvK. Het verschil daartussen leggen we hierna uit, want dat bepaalt hoe uw elektricien de kabel wegwerkt.

Opbouw van installatiekabel: mantelkabel versus losse installatiedraad Boven een opengewerkte XMvK-mantelkabel met grijze buitenmantel; het kopse vlak toont drie aders (fase bruin, nul blauw, aarde geel-groen) die uitwaaieren en elk in een gestripte massieve koperkern eindigen. Onder een losse VD-draad: een enkele massieve koperader met bruine pvc-isolatie, gestript aan het uiteinde. Mantelkabel (XMvK) Meerdere aders samen in één grijze mantel · 450/750 V fase nul aarde Installatiedraad (VD-draad) Één losse ader · massief koper met pvc-isolatie · door een buis elektrakoning.nl
Educatief, niet op schaal. Boven een mantelkabel (XMvK) met drie aders in één mantel, onder een losse installatiedraad (VD-draad). Fase, nul en aarde hebben elk een eigen kleur.

Installatiedraad of mantelkabel: wat is het verschil?

Het verschil in één zin: installatiedraad bestaat uit losse aders die door een buis lopen, en mantelkabel heeft die aders al samengebracht in één mantel. Beide zijn gangbaar in een woning, en welke gebruikt wordt, hangt vooral af van waar de kabel loopt.

Losse installatiedraad (VD-draad) wordt door een installatiebuis in de muur getrokken. Dat heeft een praktisch voordeel: zit de buis eenmaal in de wand, dan kunt u er later een draad bijtrekken of een draad vervangen zonder de muur open te hakken. In een gemetselde of betonnen muur is dit de gebruikelijke manier. Losse draad mag namelijk niet zomaar onbeschermd in het beton verdwijnen, die hoort altijd in een buis te zitten.

Mantelkabel heeft die extra buis niet nodig, omdat de gezamenlijke mantel de aders al beschermt. Daarom komt u mantelkabel vaak tegen op plekken zonder buis: op zolder, in de kruipruimte, langs een kabelgoot, of weggewerkt in een lichte scheidingswand. De meest gebruikte mantelkabel binnenshuis heet XMvK. Er bestaat ook een steviger broertje, YMvK, dat moeilijk brandbaar is en meer aankan. Wat die letters betekenen en wanneer u welke kiest, ziet u verderop bij de varianten.

Let op een verwarring die online vaak terugkomt: "installatiedraad" en "installatiekabel" worden door elkaar gebruikt alsof het hetzelfde is. Technisch is een draad één losse ader en een kabel een geheel van meerdere aders in een mantel. Voor de meeste mensen die zoeken naar "welke installatiekabel heb ik nodig" maakt dat onderscheid weinig uit, maar bij het bestellen wel: vraagt u om "kabel" terwijl u losse draad in een buis wilt, dan krijgt u het verkeerde product.

De aderkleuren: bruin, blauw en geel-groen

De aderkleuren in een moderne installatiekabel liggen vast: bruin is de fase, blauw is de nul en geel-groen is de aarde. Elke kleur heeft een vaste taak, zodat een elektricien in elke kast meteen ziet welke draad wat doet. Deze kleurafspraak is vastgelegd in de norm NEN 1010.

Wat elke kleur doet, in het kort:

  • bruin: de fase, de draad die de spanning aanvoert en dus onder stroom staat;
  • blauw: de nul, die de stroom terugvoert;
  • geel-groen: de aarde, de beschermende ader die metalen delen veilig met de aarde verbindt;
  • zwart: de schakeldraad, die alleen onder spanning staat als een schakelaar is ingeschakeld.

Bij een 3-fase-aansluiting (krachtstroom) komen er meer fasedraden bij. Dan is bruin de eerste fase (L1), zwart de tweede (L2) en grijs de derde (L3), terwijl blauw de nul blijft en geel-groen de aarde. Zwart is dus in een gewone lichtinstallatie een schakeldraad, maar in een krachtinstallatie een fase. Dat is een detail waar een vakman op let en waarin een klusser zich snel vergist.

En dan een waarschuwing die u niet vaak hoort: in oudere woningen kunnen de kleuren afwijken van de huidige afspraak. Vertrouw daarom nooit blind op de kleur van een draad. De enige veilige aanname is dat elke draad onder spanning kan staan, totdat met een deugdelijke spanningszoeker is vastgesteld dat hij spanningsloos is.

Welke doorsnede installatiekabel heb ik nodig?

Welke doorsnede u nodig heeft, hangt af van wat u erop aansluit. Als vuistregel: een verlichtingsgroep krijgt 1,5 mm², stopcontacten krijgen 2,5 mm², en een zware kracht- of kookgroep krijgt 6 mm². Hoe meer stroom een groep moet voeren, hoe dikker de ader.

De reden is eenvoudig. Door een dunne ader kan minder stroom zonder dat die te warm wordt, net zoals door een dun waterbuisje minder water past. Sluit u er te veel op aan, dan warmt de kabel op, en warmte in een verstopte muur wilt u niet. Daarom hoort de doorsnede bij de groep en de beveiliging te passen, en niet andersom.

Welke doorsnede heb ik nodig?

Kies wat u wilt aansluiten. U ziet de gebruikelijke doorsnede, het kabeltype en de passende groep.

aderdikte
Kabeltype
Gebruikelijke groep

Laat het uitzoeken

De doorsnede moet altijd passen bij de groep en de beveiliging in de kast. De juiste maat hangt ook af van de kabellengte, de legwijze en de temperatuur. Zie dit als een vuistregel, niet als een vaste rekenregel.

WaarvoorDoorsnedeGebruikelijke groep
Verlichting en lichtpunten1,5 mm²lichtgroep, meestal 16 A (soms 10 A)
Stopcontacten (wandcontactdozen)2,5 mm²stopcontactgroep, 16 A
Kookplaat, fornuis, krachtstroom6 mm²zwaardere of 3-fase-groep

Voor stopcontacten is 2,5 mm² niet zomaar een gewoonte, maar de ondergrens: wandcontactdozen horen met minimaal 2,5 mm² bedraad te zijn.

De exacte stroom die een doorsnede veilig aankan, hangt bovendien af van de omgevingstemperatuur, de legwijze (los, in een buis, gebundeld) en de kabellengte. Zie een doorsnede daarom als een ontwerp- en fabrikantwaarde, niet als een vaste natuurwet.

Waarom de doorsnede en de automaat bij elkaar horen

De doorsnede en de installatieautomaat vormen een team: de automaat beschermt de kabel, niet het apparaat. Dat is een misverstand dat vaak misgaat. Mensen denken dat de zekering er is om de wasmachine of de televisie te beschermen, maar in werkelijkheid moet de automaat de stroom onderbreken vóórdat de kabel in de muur te heet wordt.

Daarom hoort bij elke doorsnede een passende maximale beveiliging. Een B16-installatieautomaat van 16 A past bij een ader van 2,5 mm² op een stopcontactgroep. Zet u op diezelfde 2,5 mm² een veel zwaardere automaat, dan kan de kabel oververhit raken zonder dat de beveiliging ingrijpt. Dat is precies de situatie die u wilt voorkomen.

Hier zit ook de valkuil van "dikker is altijd veiliger". Een dikkere ader kan meer stroom voeren, maar de beveiliging moet er wél bij passen. Een te dunne ader onder een te zware automaat is gevaarlijk, terwijl een te dikke ader vaak niet eens in de klem van het stopcontact of de groep past. Het gaat dus niet om zo dik mogelijk, maar om de juiste combinatie van doorsnede en automaat. Die afstemming is vakwerk, en het is precies waar een verkeerd gekozen kabel later problemen geeft.

De doorsnede en de automaat horen bij elkaar Drie fase-aders met oplopende doorsnede (1,5, 2,5 en 6 mm kwadraat), elk gekoppeld aan de passende beveiliging: 1,5 mm kwadraat aan een lichtgroep van 16 A voor verlichting, 2,5 mm kwadraat aan een B16-automaat voor stopcontacten, en 6 mm kwadraat aan een zwaardere kracht- of kookgroep. De automaat begrenst de stroom door de kabel. De doorsnede en de automaat: een team Zwaardere belasting vraagt een dikkere ader én een passende beveiliging. DOORSNEDE BEVEILIGING WAARVOOR 1,5 mm² 16 A lichtgroep (soms 10 A) Verlichting lichtpunten 2,5 mm² B16 stopcontactgroep 16 A Stopcontacten wandcontactdozen 6 mm² kracht / 3-fase Kookplaat fornuis, kracht elektrakoning.nl
Educatief, niet op schaal. Elke doorsnede hoort bij een passende beveiliging; de automaat begrenst de stroom door de kabel, niet door het apparaat.

Installatiekabel of grondkabel: binnen of ondergronds?

Het onderscheid is simpel: een installatiekabel is voor bínnen, in de vaste huisinstallatie, en een grondkabel is voor buiten, ondergronds. Ze lijken op elkaar, maar u kunt ze niet zomaar verwisselen. Een gewone installatiekabel hoort niet in de grond.

Waarom niet? Een grondkabel moet jarenlang tegen vocht en druk kunnen, en heeft daarom een dikkere mantel en een extra aardscherm. In de vaktaal herkent u dat aan de toevoeging "-as" (voor aardscherm), zoals bij YMvK-as. Een gewone binnenkabel als XMvK of YMvK mist dat scherm en is niet gemaakt om rechtstreeks de grond in te gaan.

Wilt u stroom naar de schuur, het tuinhuis of een laadpaal brengen? Dan heeft u geen installatiekabel nodig, maar een echte grondkabel. Alles over de juiste keuze, de legdiepte en de aanleg leest u op onze pagina over de grondkabel. Zo houdt u het onderscheid zuiver: binnen de installatiekabel, buiten en onder de grond de grondkabel.

Varianten van installatiekabel

Installatiekabel bestaat in verschillende vormen, diktes en aantallen aders. Welke bij u past, hangt af van waar de kabel loopt en wat u erop aansluit. Klap hieronder open wat voor u van toepassing is.

Installatiedraad (VD-draad)
VD-draad is losse installatiedraad: één massieve koperader met een pvc-isolatie, in de vaste kleuren bruin, blauw, geel-groen en zwart. U trekt hem als losse draad door een installatiebuis in de muur. Groot voordeel: door de buis kunt u later een draad bijtrekken of vervangen zonder te breken. Dit is de gebruikelijke keuze in gemetselde en betonnen wanden.
Mantelkabel XMvK
XMvK is de meest gebruikte mantelkabel binnenshuis, met meerdere aders in één grijze mantel. Hij heeft geen aparte buis nodig en wordt vaak gebruikt op zolder, in de kruipruimte of langs een kabelgoot. XMvK is de lichtere, dunnere uitvoering (nominaal 450/750 V) en niet bedoeld voor ondergronds gebruik.
Mantelkabel YMvK
YMvK is de steviger mantelkabel, met een dikkere isolatie en de aanduiding "mb" voor moeilijk brandbaar. Hij kan meer aan (nominaal 0,6/1 kV) en mag gebundeld in een kabelgoot liggen. U ziet hem bij zwaardere groepen of langere leidingen. Let op: de gewone YMvK is nog altijd een binnenkabel. Voor ondergronds heeft u de YMvK-as met aardscherm nodig, en dat is een grondkabel.
Doorsnede 1,5 mm²
De lichtste veelgebruikte maat. Drie aders van 1,5 mm² zijn de standaard voor een verlichtingsgroep: lichtpunten, schakelaars en een enkele lamp op afstand. Voor stopcontacten waar u apparaten op aansluit is 1,5 mm² te licht, dan gaat u naar 2,5 mm².
Doorsnede 2,5 mm²
De werkpaard-maat van de woning. Aders van 2,5 mm² horen bij stopcontacten (wandcontactdozen) op een 16 A-groep. Het overgrote deel van de stopcontacten in een gewone woning is met deze doorsnede bedraad. Dit is de meest bestelde installatiekabel voor binnen.
Doorsnede 6 mm²
De zware maat, voor krachtgroepen en apparaten die veel stroom vragen: een kookplaat, een fornuis of een 3-fase-groep. De dikkere ader houdt de temperatuur en de spanningsval onder controle. Boven 6 mm² komt u in een woning zelden, behalve bij de hoofdleiding naar de kast.
Aderaantal: 2-, 3- of 5-aderig
Het aantal aders bepaalt de toepassing. Een 3-aderige kabel (fase, nul, aarde) is standaard voor de meeste 1-fase-groepen. Een 2-aderige kabel (zonder aarde) ziet u soms bij oude of dubbel-geïsoleerde verlichting. Een 5-aderige kabel (drie fasen, nul, aarde) hoort bij een 3-fase- of krachtaansluiting.

Installatiekabel bijleggen of vervangen: waar moet u op letten?

Nieuwe installatiekabel wordt meestal bijgelegd of vervangen bij een verbouwing, bij het bijplaatsen van een stopcontact of lichtpunt, of als de oude bedrading niet meer voldoet. Dat laatste speelt vaak in oudere woningen, waar de doorsnede te licht is of waar de aarde ontbreekt.

Bij het bijleggen kijkt een elektricien naar meer dan alleen de kabel zelf. Loopt de nieuwe leiding via een inbouwdoos in een holle wand, dan hoort daar de juiste doos en buis bij. Is de groepenkast al vol, dan moet die eerst worden uitgebreid voordat er een groep bij kan. En de doorsnede moet passen bij de groep en de beveiliging, zoals u hierboven las.

Veelvoorkomende situaties rond installatiekabel:

Ik wil een extra stopcontact bijplaatsen
Een stopcontact bijplaatsen betekent een nieuwe leiding van 2,5 mm² vanaf een bestaande groep of centraaldoos, met de juiste doos in de wand. Zit uw stopcontactgroep al vol, dan is soms een extra groep in de kast nodig. Laat vooraf beoordelen of de bestaande groep de extra belasting aankan.
Vraag het aan onze elektricien
Mijn oude stopcontacten zitten op 1,5 mm²
In sommige oudere woningen zijn stopcontacten nog met 1,5 mm² bedraad. Dat is naar de huidige inzichten te licht voor een stopcontactgroep. Het hoeft niet acuut gevaarlijk te zijn, maar bij een verbouwing of bij zwaar gebruik is het verstandig dit te laten nakijken en waar nodig te verzwaren.
Laat uw bedrading nakijken
Er zit geen aarde op mijn oude installatie
Oude installaties hebben soms geen aardedraad op alle groepen, vooral op verlichting. Zonder aarde mist u een belangrijke bescherming. Dit is een goede reden om de installatie te laten beoordelen, zeker in natte ruimtes als de badkamer en de keuken, en om aarde bij te laten leggen waar dat kan.
Neem contact op

Twijfelt u of uw bedrading nog veilig en bij de tijd is? Ga dan niet zelf in de muur of de kast aan de slag. Laat een elektricien de installatie beoordelen en, waar nodig, veilig aanpassen.

Wat kost het aanleggen van installatiekabel?

Een vaste prijs is er niet, want geen twee klussen zijn hetzelfde. Eén bedrag noemen zou soms kloppen en vaak niet. Wat de prijs bepaalt, kunnen we wél op een rij zetten:

  • Het aantal punten en de afstand: één extra stopcontact naast de kast is iets anders dan een hele verdieping opnieuw bedraden.
  • Hoe de kabel wordt weggewerkt: leidingen inhakken en later dichtstuken kost meer werk dan opbouw of een kabelgoot op zolder.
  • De doorsnede en het kabeltype: lichte verlichtingsdraad is goedkoper dan zware 6 mm²-krachtkabel.
  • De groepenkast: komt er een groep bij, of moet de kast eerst worden uitgebreid, dan telt dat mee.
  • De toegankelijkheid: een goed bereikbare kruipruimte of zolder scheelt tijd ten opzichte van dichte, afgewerkte wanden.

Wilt u een prijs die bij úw situatie past? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan. Twijfelt u eerst of uw kast een extra groep aankan? Dan geeft de gratis groepenkast-check uitsluitsel.

Mag ik zelf installatiekabel aanleggen?

Aan uw eigen installatie mag u in principe zelf werken, mits u zich aan de geldende normen en regels houdt. Maar juist daar zit de moeilijkheid: de juiste doorsnede kiezen, de kabel veilig wegwerken en hem correct op een beveiligde groep in de kast aansluiten is vakwerk, geen doe-het-zelfklus zoals een plankje ophangen.

Wat vaak misgaat, ziet u pas als het te laat is. Een te dunne draad onder een te zware automaat, een losse draad zonder buis in de muur, of een verkeerd aangesloten aarde: het werkt allemaal gewoon, totdat het op een slecht moment misgaat. En werk in de groepenkast is voor een erkende elektricien, niet voor elke handige klusser, want een fout op die plek is geen "lampje dat het niet doet" maar een risico op kortsluiting, brand of een schok.

Ons advies is daarom nuchter. Wilt u meehelpen, dan kunt u prima een buis voortrekken of een sleuf voorbereiden. Maar laat de kabelkeuze, het wegwerken en de aansluiting in de kast over aan een vakman. Dan ligt uw installatie er veilig bij, en blijft dat ook zo.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen installatiedraad en installatiekabel?

Installatiedraad is één losse ader (VD-draad) die door een buis wordt getrokken. Installatiekabel, of mantelkabel, heeft meerdere aders al samen in één beschermende mantel, zoals XMvK. In een gemetselde muur gebruikt u meestal losse draad in een buis, zodat u later kunt bijtrekken. Op zolder of in de kruipruimte is mantelkabel handiger, omdat die geen aparte buis nodig heeft.

Niet zeker wat u nodig heeft? Wij denken graag mee
Welke doorsnede heb ik nodig voor een stopcontact of lichtpunt?

Voor stopcontacten (wandcontactdozen) gebruikt u 2,5 mm², voor verlichting en lichtpunten is 1,5 mm² gebruikelijk. Een zware kook- of krachtgroep gaat naar 6 mm². De doorsnede moet altijd passen bij de groep en de beveiliging in de kast; dat luistert nauw en is geen kwestie van "zo dik mogelijk".

Twijfelt u over de juiste maat? Stel uw vraag
Wat is het verschil tussen XMvK en YMvK?

Beide zijn mantelkabels voor binnen. XMvK is de lichtere, dunnere uitvoering (nominaal 450/750 V) voor gewone binneninstallaties. YMvK is steviger, moeilijk brandbaar en kan meer aan (0,6/1 kV), en mag gebundeld in een kabelgoot. Let op: de gewone YMvK blijft een binnenkabel. Voor ondergronds heeft u de YMvK-as met aardscherm nodig, wat een grondkabel is.

Welke kabel past bij uw klus? Neem contact op
Mag ik zelf installatiekabel aanleggen?

Aan uw eigen installatie mag u zelf werken als u zich aan de normen houdt, maar het aansluiten in de groepenkast en het kiezen van de juiste doorsnede en beveiliging is echt vakwerk. Een fout merkt u vaak pas als het misgaat, met risico op oververhitting, kortsluiting of een schok. Een buis voortrekken mag u prima zelf; laat de aansluiting over aan een elektricien.

Liever laten aanleggen? Vraag een offerte aan
Hoe weet ik of mijn bedrading en groepen aan de norm voldoen?

Dat is lastig zelf te beoordelen, want het gaat om de juiste doorsnede, de passende beveiliging, de aarde en of alles klopt met uw aansluiting en de NEN 1010. Een erkende elektricien kan dit vaststellen. Met de gratis groepenkast-check ziet u online en op afstand hoe uw kast en groepen ervoor staan.

Benieuwd of uw installatie klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Elektricien nodig voor het aanleggen van een kabel?

Heb je een vraag?