Installatieautomaat - plak-klaar artikel (Elektra Koning)

Leestijd: ± 12 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een installatieautomaat is de beveiligingsschakelaar in de groepenkast die één stroomgroep automatisch uitschakelt zodra er te veel stroom loopt: bij overbelasting én bij kortsluiting. Het is dat rijtje kleine schakelaars met een hendeltje, elk met een opschrift als B16.

Kent u het moment dat de waterkoker en de magnetron tegelijk aanslaan en "de stop eruit vliegt"? Dan heeft een installatieautomaat net zijn werk gedaan. Hij merkte dat er meer stroom liep dan de kabel veilig aankan, en schakelde de groep af voordat er iets kon oververhitten. U hoeft niets te vervangen: hendel omhoog en de groep werkt weer.

Onthoud vooral dit, want het is de kern van dit artikel: een installatieautomaat beschermt uw kabels en installatie, niet u tegen een schok. Dat laatste is de taak van de aardlekschakelaar. In vrijwel elke Nederlandse groepenkast zit voor elke groep zo'n automaat, en de meest voorkomende is de B16.

Inhoudsopgave
  1. Wat is een installatieautomaat?
  2. Waar zit de installatieautomaat en hoe herkent u hem?
  3. Hoe werkt een installatieautomaat?
  4. Installatieautomaat, aardlekschakelaar of zekering: wat beschermt waartegen?
  5. Wat betekent de ampèrewaarde (6, 10, 16, 20 A)?
  6. Wat betekent de B, C of D?
  7. 1-fase of 3-fase, en hoeveel modules?
  8. Varianten van de installatieautomaat
  9. Is een installatieautomaat verplicht?
  10. Waarom slaat een installatieautomaat af, en kan hij kapotgaan?
  11. Vervangen, toevoegen of upgraden: wanneer en wat kost het?
  12. Zelf doen of een elektricien inschakelen?
  13. Veelgestelde vragen

Wat is een installatieautomaat?

Een installatieautomaat is een automatische beveiliging die één groep in de gaten houdt en die groep uitschakelt als er te veel stroom door loopt. "Automaat" zegt het al: hij doet dat zelf, zonder dat u iets hoeft te doen.

Elke groep in uw kast, denk aan de stopcontacten in de woonkamer of het licht op de eerste verdieping, heeft een eigen automaat. Loopt er in die ene groep te veel stroom, dan schakelt precies díe automaat af. De rest van het huis houdt gewoon stroom. Zo weet u meteen ongeveer waar het probleem zit.

In de volksmond heet dit ding vaak nog "de stop" of "de zekering". Dat komt uit de tijd van de smeltzekeringen, waar een draadje in een porseleinen patroon doorsmolt. De installatieautomaat is daar de moderne opvolger van, maar met een belangrijk verschil: er smelt niets door en u hoeft niets te vervangen. Is hij afgeslagen, dan zet u de hendel weer omhoog.

Wat een installatieautomaat níet doet, is even belangrijk. Hij let alleen op de hóeveelheid stroom. Of er ergens stroom naar aarde weglekt, bijvoorbeeld doordat iemand een kapot apparaat aanraakt, merkt hij niet. Dat is precies waarom u naast de automaten ook aardlekbeveiliging nodig heeft. Daarover leest u meer bij vraag 4.

Waar zit de installatieautomaat en hoe herkent u hem?

De installatieautomaten zitten in de groepenkast, meestal in een keurige rij naast elkaar op een montagerail. Boven of naast die rij zit vaak de aardlekschakelaar, en helemaal bovenaan de hoofdschakelaar waarmee u alles in één keer uitzet.

U herkent een installatieautomaat aan het kleine hendeltje (omhoog is aan, omlaag is uit) en aan het opschrift op de voorkant. Daar staat bijna altijd een letter met een getal, zoals B16 of C16. Die code vertelt u precies wat voor automaat het is: de letter is de uitschakelkarakteristiek, het getal de stroom in ampère. Hoe u die leest, staat in vraag 5 en 6.

Rij installatieautomaten op de rail in een groepenkast Een reeks 1-polige installatieautomaten naast elkaar op de montagerail, gevoed door een kamrail. Eén B16-automaat rechts is uitgelicht met leesbaar opschrift en hendel; het opschrift toont de karakteristiek en de ampèrewaarde. B16 B16 230V~ 6000 3 I-ON Groepenkast — een rij installatieautomaten op de rail De kamrail brengt de fase naar elke automaat. Het opschrift De letter (B) zegt hoe gevoelig hij reageert, het getal (16) is de nominale stroom in ampère. De hendel Omhoog is aan, omlaag is uit. Springt bij een fout vanzelf in de uit-stand. elektrakoning.nl
Een rij installatieautomaten op de rail in de groepenkast. Rechts is een B16 uitgelicht: de letter zegt hoe gevoelig hij reageert, het getal is de stroom in ampère.

Let op een woord dat vaak door elkaar loopt. Veel mensen zoeken op "automaat meterkast". De meterkast is de hele kast of ruimte, met de meter, de groepenkast en soms de gas- of internetaansluiting. De installatieautomaten zitten in de groepenkast, het onderdeel bínnen die meterkast.

En verwar de automaat in uw kast niet met de hoofdbeveiliging van de netbeheerder vóór de meter. Die is verzegeld en van de netbeheerder; daar mag u niet aan komen. De installatieautomaten in uw eigen groepenkast horen bij uw installatie.

Hoe werkt een installatieautomaat?

Een installatieautomaat werkt met twee losse mechanismen in één behuizing, elk voor een ander soort probleem. Het ene reageert traag op te veel stroom (overbelasting), het andere razendsnel op een sluiting (kortsluiting). Juist die combinatie maakt hem zo betrouwbaar.

Hoe werkt het

Kijk in een installatieautomaat

Klik op een onderdeel om te zien wat het doet. Twee mechanismen in één behuizing: een trage voor overbelasting, een snelle voor kortsluiting.

2 fase in naar groep 1 3 4 B16 6 5 elektrakoning.nl
?

Klik op een onderdeel

Kies een genummerd onderdeel in de doorsnede, dan leest u hier wat het doet. Onderaan kunt u ook de knoppen gebruiken.

De kern: een installatieautomaat is twee beveiligingen in één. De bimetaalstrip reageert traag op overbelasting (te veel stroom, te lang), de elektromagnetische spoel reageert razendsnel op kortsluiting (ineens zeer hoge stroom). Beide grijpen op dezelfde hendel in.

Het eerste mechanisme is een bimetaalstrip. Dat is een strookje van twee metalen die aan elkaar vastzitten en bij warmte verschillend uitzetten. Loopt er langere tijd te veel stroom, dan wordt de strip warm en buigt hij krom, precies zoals de strip in een ouderwetse thermostaat. Bij genoeg doorbuiging tikt hij de schakelaar los. Dit gaat expres met een kleine vertraging: een korte piek, zoals een koelkast die aanslaat, mag hij niet als storing zien.

Het tweede mechanisme is een elektromagnetische spoel. Bij kortsluiting schiet de stroom in een fractie van een seconde omhoog naar een veelvoud van normaal. Die enorme stroom maakt een sterk magneetveld in de spoel, dat meteen een pin wegtrekt en de schakelaar openslaat. Dit gebeurt in milliseconden, want bij een echte sluiting telt elke fractie.

MechanismeReageert opSnelheid
Bimetaalstrip (thermisch)Overbelasting (te veel stroom, te lang)Traag, vertraagd
Elektromagnetische spoelKortsluiting (zeer hoge stroom, ineens)Vrijwel direct

Zo bekeken is een installatieautomaat eigenlijk twee beveiligingen in één: een langzame die op warmte let, en een snelle die op sluiting let. Beide grijpen op hetzelfde hendeltje in.

Installatieautomaat, aardlekschakelaar of zekering: wat beschermt waartegen?

Kort antwoord: de installatieautomaat beschermt tegen te veel stroom (overbelasting en kortsluiting), de aardlekschakelaar beschermt mensen tegen een schok, en de oude smeltzekering deed hetzelfde als de automaat maar dan eenmalig. Ze doen dus elk iets anders, en in een moderne kast werken ze samen.

Dit is het punt waar online de meeste verwarring ontstaat. U leest weleens dat een automaat "u beschermt tegen elektrocutie". Dat klopt niet. Een installatieautomaat merkt niet dat er stroom via een mens naar aarde wegloopt; die stroom is daar simpelweg te klein voor. Beschermen tegen een schok is het werk van de aardlekschakelaar, die juist wél op die lekstroom let. In de tabel ziet u het verschil.

Installatieautomaat, aardlekschakelaar en aardlekautomaat naast elkaar Drie beveiligingscomponenten uit de groepenkast met elk hun beschermingsfunctie. De installatieautomaat is 1-polig (alleen fase, bruin). De aardlekschakelaar en aardlekautomaat hebben fase (bruin) en nul (blauw) elk in een eigen klem; nooit samen in één klem. De aarde loopt langs deze componenten naar de aardrail. Elk beschermt tegen iets anders — in een moderne kast werken ze samen fase B16 230V~ I-ON fase nul T TEST 40 A IΔn 30 mA 230V~ fase nul B16 T TEST IΔn 30 mA I-ON INSTALLATIEAUTOMAAT Beschermt de kabels tegen overbelasting en kortsluiting AARDLEKSCHAKELAAR Beschermt mensen tegen een schok, door lekstroom naar aarde te meten AARDLEKAUTOMAAT (RCBO) Beschermt tegen alles overbelasting, kortsluiting én lekstroom, in één module elektrakoning.nl
Installatieautomaat, aardlekschakelaar en aardlekautomaat naast elkaar. Elk beschermt tegen iets anders; in een moderne kast werken ze samen.
OnderdeelWat doet het?Beveiligt tegen
InstallatieautomaatBeveiligt één groep tegen te veel stroomOverbelasting en kortsluiting
AardlekschakelaarMeet of er stroom naar aarde weglektElektrocutie en aardfouten
Aardlekautomaat (RCBO)Combineert automaat en aardlek in éénOverbelasting, kortsluiting én aardlek
Smeltzekering ("de stop")Oudere beveiliging; het patroon smelt doorOverbelasting en kortsluiting (eenmalig)

Een voorbeeld maakt het concreet. Stel dat een boormachine kortsluiting maakt. Dan slaat de installatieautomaat van die groep eruit, want de stroom schiet omhoog. Raakt iemand daarentegen een kapotte draad aan waardoor er stroom via het lichaam wegloopt? Dan is het de aardlekschakelaar die ingrijpt, niet de automaat. Daarom heeft u ze allebei nodig.

De aardlekautomaat is een handige tussenvorm: die stopt een installatieautomaat en een aardlekschakelaar in één module. Zo beschermt hij één groep tegen álle drie de fouten tegelijk, en valt bij een storing alleen díe groep uit in plaats van een heel blok.

Wat betekent de ampèrewaarde (6, 10, 16, 20 A)?

Het getal op een installatieautomaat, bijvoorbeeld de 16 in B16, is de maximale stroom die de groep continu mag voeren, uitgedrukt in ampère. Het is níet het exacte punt waarop hij uitschakelt, want zo strak werkt hij niet.

Vergelijk het met een waterkraan die gemaakt is voor 16 liter per minuut. Die kraan gaat niet vanzelf dicht bij 17 liter. Hij is gewoon ontworpen om die hoeveelheid netjes door te laten. Zo werkt de ampèrewaarde ook: het is de stroom waarvoor de groep is gebouwd, geen scherpe drempel. Trekt u er langere tijd te veel doorheen, dan warmt de bimetaalstrip op en schakelt hij na verloop van tijd af. Bij een korte piek gebeurt er niets.

In een gewone woning komt u vooral deze maten tegen:

  • 6 en 10 A: lichtere groepen, vaak voor verlichting.
  • 16 A: de standaardmaat voor gewone stopcontact- en lichtgroepen. Dit is de bekende B16.
  • 20 en 25 A: zwaardere groepen, bijvoorbeeld voor een keuken of een apart apparaat dat veel vraagt.
Waarom een 16A-automaat niet zomaar door een 20A vervangen? (belangrijk)

Op forums duikt telkens dezelfde vraag op: mijn groep slaat steeds af, kan ik de 16A-automaat niet vervangen door een 20A, dan heb ik er geen last meer van? Doe dat niet. De automaat is namelijk niet gekozen op wat u wilt kunnen, maar op wat de kabel achter de automaat veilig aankan. Een gewone installatiegroep ligt in koperdraad van 2,5 mm², en dat is berekend op 16 A. Zet u er een 20A-automaat op, dan mag er meer stroom door de kabel dan die kabel aankan, en grijpt de automaat pas ín als de kabel al te warm wordt. Dan verplaatst u het probleem van "groep slaat af" naar "kabel in de muur wordt te heet", en dat is een brandrisico. De juiste aanpak is niet een zwaardere automaat, maar de belasting verdelen of een extra groep laten aanleggen. De diepte over kabeldoorsnede per automaat leest u op de pagina over de B16 hieronder.

Kort gezegd: zwaarder is hier niet veiliger. De automaat en de kabel horen bij elkaar, en die combinatie bepaalt de maat, niet de wens om meer te kunnen aansluiten.

Wat betekent de B, C of D?

De letter voor het getal is de uitschakelkarakteristiek. Die zegt hoe gevoelig de automaat reageert op een plotselinge stroompiek, dus hoe snel het elektromagnetische deel ingrijpt bij een (bijna-)kortsluiting. B is het gevoeligst, D het minst gevoelig, C zit ertussenin.

Belangrijk: de letter gaat niet over "zwaarder" of "veiliger", maar over aanloopgedrag. Sommige apparaten, zoals motoren, pompen of grote led-installaties met trafo's, trekken bij het aanzetten heel even een flinke inschakelstroom. Op een gevoelige B-automaat zou die piek de boel al laten afslaan, ook al is er niets mis. Daarom kiest een installateur bij zulke apparaten een C, die een korte piek toelaat en pas bij een echte sluiting ingrijpt.

Uitschakelkarakteristiek B, C en D vergeleken Schaalvergelijking van de karakteristieken B, C en D. Het magnetische (kortsluit)deel grijpt in bij ongeveer 3 tot 5 keer de nominale stroom bij B, 5 tot 10 keer bij C en 10 tot 20 keer bij D. Dit zijn richtwaarden volgens IEC 60898, geen exacte drempel. De letter: bij welke stroompiek grijpt hij in? Hoe verder naar rechts, hoe meer stroom nodig is voor het snelle, magnetische kortsluitdeel. B 3–5× Woningen: stopcontacten en verlichting. De standaard, want gevoelig bij een sluiting. C 5–10× Apparaten met hoge aanloopstroom: motoren, pompen, grote led-installaties met trafo. D 10–20× Zware industriële belasting met sterke inschakelpieken. 0 3 5 10 15 20 × In — veelvoud van de nominale stroom Richtwaarden voor het magnetische (kortsluit)deel volgens IEC 60898. Geen exacte drempel: de fabrikantopgave is leidend. elektrakoning.nl
De uitschakelkarakteristiek B, C en D: bij welk veelvoud van de nominale stroom het snelle kortsluitdeel ingrijpt. Richtwaarden volgens IEC 60898.
TypeSchakelt magnetisch uit bij ongeveerWaarvoor
B3 tot 5 keer de nominale stroomWoningen: stopcontacten, verlichting (standaard)
C5 tot 10 keer de nominale stroomApparaten met hoge aanloopstroom: motoren, pompen
D10 tot 20 keer de nominale stroomZware industriële belasting met sterke inschakelpieken

Een veelgehoord misverstand is dat een C-automaat "beter" of "veiliger" zou zijn dan een B, en dus fijner voor thuis. Het tegendeel is waar. Thuis is de gevoeligere B juist gewenst, omdat die bij een sluiting sneller ingrijpt. Een C hoort alleen op groepen met een apparaat dat anders bij elke start zou afslaan. Zet u zonder reden overal C neer, dan reageert uw kast trager op een echte fout.

1-fase of 3-fase, en hoeveel modules?

Of een automaat 1-polig of meerpolig is, hangt af van de groep. Een gewone lichtnetgroep in huis is 1-fase en krijgt een 1-polige automaat, die de fasedraad van die groep schakelt. Een zware 3-fasegroep, zoals krachtstroom of soms een kooktoestel, krijgt een 3-polige automaat die alle drie de fasen tegelijk schakelt.

De nuldraad loopt bij een gewone 1-polige automaat er gewoon langs; het mee-schakelen en bewaken van de nul gebeurt in Nederlandse woningen meestal door de bovenliggende aardlekschakelaar of door een aardlekautomaat. Dat is een detail waar veel mensen over struikelen, maar voor de praktijk telt vooral dit: 1-fasegroep is 1-polig, 3-fasegroep is 3-polig.

De breedte in de kast hangt daarmee samen. Een 1-polige automaat is één module breed (ongeveer 18 mm), een 3-polige neemt drie modules in beslag. Handig om te weten als u telt hoeveel plek er nog vrij is.

  • 1-polig (1-fase): 1 module, ± 18 mm
  • 3-polig (3-fase): 3 modules, ± 54 mm

Wilt u weten hoeveel modules er nog in uw kast passen? Dan telt elke automaat mee als 1 of 3.

Varianten van de installatieautomaat

Een installatieautomaat bestaat in veel maten en karakteristieken. Welke u nodig heeft, hangt af van de groep en wat erop zit. De meest voorkomende is de B16; wilt u daar de volledige diepte over (kabeldoorsnede, welke apparaten erop passen), lees dan onze pagina over de B16-installatieautomaat. Klap hieronder open wat voor u van toepassing is.

B16 (de standaard)

De B16 is verreweg de meest gebruikte automaat in Nederlandse woningen: B-karakteristiek, 16 ampère. Hij hoort bij gewone stopcontact- en lichtgroepen op koperdraad van 2,5 mm². Voor de meeste groepen in huis is dit precies goed. De volledige diepte over kabeldoorsnede en toepassingen staat op onze aparte B16-pagina (hierboven gelinkt).

B10

De B10 (B-karakteristiek, 10 ampère) wordt vaak gebruikt voor pure lichtgroepen of lichtere groepen waar geen zware apparaten op zitten. Doordat hij lager is afgesteld, schakelt hij eerder af bij overbelasting. U ziet hem bijvoorbeeld bij een groep met alleen verlichting.

B20 en B25

De B20 en B25 zijn zwaardere automaten voor groepen die meer stroom mogen voeren, bijvoorbeeld een aparte keuken- of apparaatgroep. Belangrijk: een zwaardere automaat mag alleen op een zwaardere kabel. Een B20 hoort niet op een gewone 2,5 mm²-groep, maar op een kabel die daarop berekend is. Dit is werk voor een installateur, niet iets om zelf even om te wisselen.

C16 (en andere C-types)

De C16 heeft dezelfde 16 ampère als de B16, maar een C-karakteristiek: hij laat kortere inschakelpieken toe. Daardoor is hij geschikt voor apparaten met een hoge aanloopstroom, zoals een motor, een pomp, een compressor of een grote led-installatie met trafo's. Voor gewone woninggroepen is een B juist beter; kies een C alleen als een apparaat anders bij elke start zou afslaan.

1-polig of 3-polig

1-polig hoort bij een gewone 1-fasegroep en is één module breed. 3-polig hoort bij een 3-fasegroep (krachtstroom, soms een kooktoestel) en schakelt alle drie de fasen tegelijk; hij is drie modules breed. Welke u nodig heeft, wordt bepaald door de aansluiting van de groep, niet door de automaat zelf.

Is een installatieautomaat verplicht?

Ja. Elke groep in uw installatie moet beveiligd zijn tegen te veel stroom, en een installatieautomaat (of vroeger een smeltzekering) is precies het onderdeel dat dat doet. Zonder overstroombeveiliging voldoet een groep niet aan de norm en is hij niet veilig.

Deze eis staat in de norm NEN 1010, het deel over bescherming tegen overstroom. Kort samengevat: een groep moet zowel tegen overbelasting als tegen kortsluiting beveiligd zijn, en de beveiliging moet passen bij de kabel die erachter ligt. Dat laatste is precies waarom u een 16A-automaat niet zomaar door een zwaardere vervangt.

Er speelt bij het ontwerp nog meer mee dan alleen "elke groep een automaat". Denk aan de uitschakeltijd bij een fout en aan selectiviteit, zodat bij een storing alleen de juiste automaat afslaat en niet meteen de halve kast. Dat is rekenwerk voor een vakman.

Waarom slaat een installatieautomaat af, en kan hij kapotgaan?

Een installatieautomaat slaat af omdat hij zijn werk doet: er liep te veel stroom of er was een sluiting. Kapotgaan kan ook, maar dat gebeurt zelden. Meestal is een afslaande automaat geen defect, maar een signaal dat er iets aan de hand is op die groep.

De twee gewone oorzaken zijn overbelasting en kortsluiting. Bij overbelasting had u simpelweg te veel apparaten tegelijk aan op één groep, bijvoorbeeld de waterkoker en de magnetron samen. Zet u wat uit en schakelt de automaat weer in, dan was dat het. Bij kortsluiting is er iets echt mis, bijvoorbeeld een kapot snoer of apparaat; dan slaat hij meteen weer af zodra u hem inschakelt.

Veelvoorkomende situaties bij de installatieautomaat:

Installatieautomaat slaat steeds af

Slaat dezelfde groep telkens af, kijk dan eerst of u niet te veel tegelijk aan had staan (overbelasting). Blijft hij afslaan zodra u hem inschakelt, ook met alles uit, dan wijst dat op een kortsluiting of een defect apparaat op die groep. Trek dan de apparaten van die groep los en laat de oorzaak opsporen. Zelf blijven proberen in te schakelen op een staande fout is niet verstandig.

Blijft het gebeuren? Neem contact op
Installatieautomaat wordt warm

Een automaat die duidelijk warm aanvoelt, is een waarschuwing. Meestal komt dat door een losse of slechte verbinding op de klem, niet door de automaat zelf. Warmte hoort er niet te zijn en kan op den duur schade geven. Laat dit met voorrang nakijken, zeker als u ook een brandlucht ruikt of verkleuring ziet.

Ruikt u een brandlucht? Direct hulp
Installatieautomaat schakelt niet meer in of blijft niet staan

Springt de hendel meteen terug of blijft hij niet in de "aan"-stand, dan is er bijna altijd nog een fout op de groep (een staande kortsluiting of aardfout). Heel soms is de automaat zelf versleten of defect. Ga niet forceren; laat een elektricien kijken of het aan de groep ligt of aan de automaat.

Komt u er niet uit? Wij denken mee

Twijfelt u waar een storing vandaan komt? Ga dan niet zelf in de kast sleutelen. Een afslaande automaat vertelt u dát er iets is, niet altijd wát. Een elektricien zoekt de oorzaak veilig op.

Vervangen, toevoegen of upgraden: wanneer en wat kost het?

Een installatieautomaat vervangt of voegt u toe bij een defecte automaat, bij een nieuwe of extra groep, of wanneer een groep structureel te zwaar belast wordt. In dat laatste geval is de oplossing meestal niet een zwaardere automaat, maar een extra groep, zodat de belasting wordt verdeeld.

Vaak gebeurt dit als onderdeel van een grotere klus aan de kast. Krijgt u een nieuwe keuken, een laadpaal of een warmtepomp? Dan komen er groepen bij, elk met een eigen automaat in de juiste maat en karakteristiek. Bij een verouderde kast wordt soms de hele groepenkast vernieuwd in plaats van losse automaten te wisselen.

Een vaste prijs voor "een installatieautomaat" is er niet, want het hangt sterk af van uw situatie. Wat de prijs bepaalt, kunnen we wél op een rij zetten:

  • Los onderdeel of inclusief plaatsen: de automaat zelf is één ding; het veilig spanningsloos maken en aansluiten door een elektricien telt apart mee.
  • Type en maat: een gewone B16 is als onderdeel goedkoper dan een 3-polige of een zwaardere automaat.
  • Onderdeel van een grotere klus: wordt de automaat meegenomen bij een extra groep of een nieuwe kast, dan liggen de kosten anders dan bij een losse vervanging.
  • Staat van de kast: in een oude kast is soms extra werk nodig, of is een nieuwe groepenkast verstandiger dan losse ingrepen.

Wilt u een prijs die bij úw situatie past? Vraag dan vrijblijvend een offerte aan. Twijfelt u eerst of uw groepen en kast nog kloppen? Doe dan de gratis groepenkast-check; dan weet u waar u aan toe bent voordat u iets laat aanpassen.

Zelf doen of een elektricien inschakelen?

Ons advies is duidelijk: het bedienen van een automaat mag u prima zelf, maar het vervangen, toevoegen of omwisselen laat u aan een erkende elektricien over. Een afgeslagen automaat weer inschakelen is gewoon de hendel omhoog zetten; daar is hij voor.

Maar zodra de kap van de groepenkast eraf moet, is het een ander verhaal. U werkt dan op de plek waar de volle stroom binnenkomt, en de keuze van maat en karakteristiek luistert nauw. Een verkeerde automaat, bijvoorbeeld te zwaar voor de kabel, ziet er precies hetzelfde uit maar beschermt niet meer. Dat merkt u pas als het misgaat.

Een fout op deze plek is niet zomaar "een groep die uitvalt". Het kan kortsluiting, oververhitting of brand geven. Daarom laten wij dit altijd door een elektricien doen, met de juiste automaat bij de juiste kabel, en niet door een handige klusser.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een installatieautomaat en een aardlekschakelaar?

Een installatieautomaat beveiligt één groep tegen te veel stroom, dus tegen overbelasting en kortsluiting. Een aardlekschakelaar doet iets heel anders: die let of er stroom naar aarde weglekt en schakelt af om een schok te voorkomen. De automaat beschermt dus uw kabels, de aardlekschakelaar beschermt mensen. In een moderne kast zitten ze allebei, elk met een eigen taak; een aardlekautomaat combineert beide in één module.

Twijfelt u wat u in uw kast ziet? Wij denken graag mee
Wat betekent de B en het getal op een installatieautomaat, bijvoorbeeld B16?

De letter is de uitschakelkarakteristiek en zegt hoe snel de automaat reageert op een stroompiek: B is gevoelig (standaard in woningen), C laat kortere aanlooppieken toe (voor motoren en pompen). Het getal is de maximale continue stroom in ampère. Bij B16 gaat het dus om een B-karakteristiek van 16 ampère, de meest voorkomende automaat in een Nederlandse woning.

Meer weten over de juiste keuze? Stel uw vraag
Waarom slaat mijn installatieautomaat steeds af?

Bijna altijd omdat er te veel stroom loopt op die groep (overbelasting) of omdat er een kortsluiting of defect apparaat is. Bij overbelasting helpt het om wat apparaten uit te zetten. Slaat hij meteen weer af met alles uitgeschakeld, dan is er een echte fout op de groep en kunt u die beter laten opsporen dan blijven proberen in te schakelen.

Blijft een groep afslaan? Neem contact op
Mag ik zelf een installatieautomaat vervangen?

Een afgeslagen automaat inschakelen mag altijd, dat is normaal gebruik. Maar een automaat losnemen, vervangen of omwisselen is werk in de groepenkast, op de zwaarst belaste plek, en de maat moet exact bij de kabel passen. Een verkeerde keuze ziet er hetzelfde uit maar beschermt niet meer. Laat dit daarom door een erkende elektricien doen.

Automaat laten vervangen? Neem contact op
Hoe weet ik of mijn groepen en beveiligingen nog aan de norm voldoen?

Dat is lastig zelf te zien, want het gaat om de juiste maat en karakteristiek per groep, de kabel erachter, en of er voldoende aardlekbeveiliging is volgens de NEN 1010. Een erkende elektricien kan dit vaststellen. Elektra Koning biedt daarvoor een gratis groepenkast-check aan, zodat u zwart-op-wit weet of uw kast nog klopt.

Benieuwd of uw kast nog klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Weet u niet zeker of uw groepen de juiste beveiliging hebben?

Heb je een vraag?