Led-driver — plak-klaar (Elektra Koning)

Leestijd: ± 12 minuten · Laatst bijgewerkt: juli 2026

Een led-driver is de kleine voeding die de 230 volt uit uw stopcontact omzet naar de lage, nauwkeurig geregelde stroom of spanning die led-verlichting nodig heeft. U vindt hem als los kastje in het plafond, verstopt in een armatuur, of ingebouwd in de voet van de lamp. Zonder driver zou een led branden als een kaars in de wind: veel te fel, dan weer te zwak, en binnen korte tijd opgebrand.

In de volksmond heet dit ding vaak een led-trafo of led-voeding, en juist daar begint de verwarring. Een led-driver is namelijk technisch géén trafo. Een trafo zet spanning om via spoelen en een ijzeren kern, een driver regelt de stroom elektronisch. Dat verschil klinkt muggenzifterig, maar het verklaart precies waarom uw nieuwe led-spots gaan flikkeren als u de oude halogeentrafo laat zitten. In een moderne woning zit vrijwel achter elke led-strip, inbouwspot of paneel zo’n driver, en als er iets misgaat met uw verlichting, is dit vaak de boosdoener.

Losse led-driver-module met benoemde aansluitklemmen Een rechthoekige led-driver in een aluminium behuizing. Aan de linkerkant de 230 V-ingang met drie aders op eigen klemmen: fase (bruin), nul (blauw) en aarde (geel-groen). Aan de rechterkant de led-uitgang met gelijkspanning: een plus- en een min-ader. In de behuizing zit schakelende elektronica (SMPS). Educatieve illustratie, niet op schaal. LED DRIVER INPUT 220–240 V ~ 50/60 Hz OUTPUT DC + Aluminium behuizing koelt de elektronica binnenin Typeplaatje Schakelende elektronica zet om, regelt en maakt gelijkstroom (SMPS) 230 V-ingang wisselspanning uit uw groep (~) fase (bruin) nul (blauw) aarde Led-uitgang gelijkspanning naar de led (DC) plus (+) min (–) elektrakoning.nl
Een losse led-driver: aan de ene kant de 230 volt-ingang (fase, nul en aarde), aan de andere kant de geregelde led-uitgang (+ en −).
Inhoudsopgave
  1. Wat is een led-driver?
  2. Waarom heeft led-verlichting een driver nodig?
  3. Een led-driver is geen trafo: het verschil
  4. Constant current of constant voltage: welk type?
  5. Waar zit de led-driver: ingebouwd of los?
  6. Welke led-driver heb ik nodig?
  7. Dimbare led-driver: waar u op moet letten
  8. Soorten led-drivers
  9. Waarom flikkert of valt mijn led-verlichting uit?
  10. Springt de automaat eruit bij veel led-spots?
  11. Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?

Wat is een led-driver?

Een led-driver is een elektronische voeding die de netspanning omzet naar de lage gelijkstroom of gelijkspanning waarop een led werkt. Hij zit tussen uw stopcontact of groep en de led in, en zorgt dat de led precies krijgt wat hij nodig heeft: niet te veel, niet te weinig, en heel constant.

Denk aan de driver als de sluiswachter tussen twee waterhoogtes. Aan de ene kant staat de volle, schommelende druk van het lichtnet (230 volt wisselspanning). Aan de andere kant zit de led, die maar een klein slokje van een heel precieze hoeveelheid aankan. De driver laat telkens exact de juiste hoeveelheid door, en houdt de rest tegen.

Waarom heet het “driver” en niet gewoon “voeding”? (extra uitleg)

Een led-driver stuurt de led aan, vandaar het Engelse “to drive” (aandrijven). Een gewone voeding levert alleen een vaste spanning en laat het apparaat zelf bepalen hoeveel stroom het trekt. Een driver doet meer: hij bewaakt actief de stroom door de led en stelt zichzelf continu bij als de led warmer wordt of als de netspanning even wegzakt. Daarom spreken fabrikanten van een “driver” bij led en van een “voeding” of “trafo” bij oudere techniek. In de praktijk worden de woorden door elkaar gebruikt, maar de driver is de slimste van de drie.

Wat een led-driver níet is, helpt om hem te plaatsen. Hij is geen dimmer, geen schakelaar en geen beveiliging. Hij regelt alleen de voeding. De beveiliging tegen kortsluiting en overbelasting zit in uw groepenkast, niet in de driver.

Waarom heeft led-verlichting een driver nodig?

Led-verlichting heeft een driver nodig omdat een led een halfgeleider is die op lage gelijkstroom werkt, terwijl uw stopcontact hoge wisselspanning levert. Zonder iets ertussen zou de led meteen doorbranden. De driver overbrugt dat verschil.

Een gloeilamp had dit probleem niet. Die was eigenlijk een dun draadje dat rechtstreeks op de netspanning kon: hoe meer spanning, hoe feller het gloeide, en klaar. Een led werkt totaal anders. Een led is heel gevoelig voor de exacte stroom die erdoorheen loopt. Een tikje te veel stroom en hij wordt te heet en gaat kapot; een tikje te weinig en hij flikkert of blijft donker. Die smalle marge moet iets bewaken, en dat iets is de driver.

Er speelt nog iets. De stroom uit het lichtnet is wisselstroom die vijftig keer per seconde van richting wisselt. Een led wil gelijkstroom, die maar één kant op loopt. De driver zet die wisselstroom om naar gelijkstroom en maakt hem glad, zodat u geen zichtbare trilling in het licht krijgt. Precies dat gladstrijken is waar goedkope drivers vaak op besparen, met flikkering als gevolg.

Een led-driver is geen trafo: het verschil

Een led-driver is geen trafo, ook al noemt bijna iedereen hem zo. Een trafo verandert alleen de hoogte van de wisselspanning met behulp van spoelen en een ijzeren kern. Een led-driver is een elektronische, schakelende voeding die de spanning omzet én de stroom regelt én er gelijkstroom van maakt. Drie taken tegen één.

Waarom is dat onderscheid meer dan woordenspel? Omdat het verklaart waarom u problemen krijgt als u een oude halogeeninstallatie laat zoals hij is. De oude 12 volt halogeenspots hingen aan een echte trafo. Zo’n halogeentrafo is gemaakt voor een flinke, constante belasting. Hangt u daar zuinige leds aan, dan trekken die veel minder stroom dan de trafo verwacht. Het gevolg: de trafo “ziet” bijna geen belasting, gaat onrustig werken en uw leds beginnen te knipperen of te brommen.

De oplossing is bijna altijd de trafo vervangen door een led-driver die wél bij de lage belasting van leds past. Online leest u soms dat leds “gewoon op elke trafo passen”. Dat klopt niet. Sommige combinaties werken toevallig, veel niet, en zelfs als het lijkt te werken slijten de leds sneller. Kies daarom een driver die voor led is gemaakt.

Verschil tussen een halogeentrafo en een led-driver Links een klassieke halogeentrafo: koperspoelen om een gelamelleerde ijzeren kern, die alleen de spanning verandert en wisselstroom houdt. Rechts een elektronische led-driver: een schakelende voeding met printplaat die de netspanning omzet, de stroom regelt en er geregelde gelijkstroom van maakt. Educatieve illustratie, niet op schaal. Halogeentrafo 230 V ~ primair 12 V ~ secundair spoelen om een ijzeren kern verandert alleen de spanning · AC blijft AC is geen Led-driver 230 V ~ + DC schakelende elektronica (SMPS) zet om + regelt de stroom + maakt gelijkstroom AC → geregelde DC elektrakoning.nl
Links een klassieke halogeentrafo met ijzeren kern en koperen spoelen, rechts een elektronische led-driver met een printplaat. Andere techniek, ander gedrag.
En de “led-voeding” dan? Is dat weer iets anders?

Een led-voeding en een led-driver liggen dicht bij elkaar. Meestal bedoelen mensen met “led-voeding” een constant-voltage-driver: een blokje dat een vaste spanning levert (12 of 24 volt), waar u zelf leds op aansluit. Een echte driver kan daarnaast ook de stroom bewaken (constant current). In de webshop ziet u de drie woorden trafo, voeding en driver vaak door elkaar. De vuistregel: koopt u iets voor led, kies dan een product dat expliciet “led-driver” of “led-voeding” heet, niet een oude halogeentrafo.

Constant current of constant voltage: welk type?

Led-drivers bestaan in twee hoofdsmaken: constant current (constante stroom) en constant voltage (constante spanning). Welke u nodig heeft, bepaalt uw led, niet uw voorkeur. Zet u de verkeerde erop, dan werkt de verlichting niet goed of helemaal niet.

Een constant-current-driver levert een vaste stroom, bijvoorbeeld 350, 500, 700 of 1050 milliampère, en past de spanning daar zelf op aan. Dit type gebruikt u voor losse ledmodules, inbouwspots, downlights en panelen: producten waarbij de fabrikant een stroomwaarde voorschrijft.

Een constant-voltage-driver levert een vaste spanning, meestal 12 of 24 volt gelijkspanning, en laat de leds zelf bepalen hoeveel stroom ze trekken. Dit type gebruikt u voor led-strips en voor spots die op 12 of 24 volt werken. De led of de strip bepaalt hoeveel er tegelijk op kan, tot het maximale vermogen van de driver.

Het praktische verschil zit op het etiket. Staat er op uw led een waarde in milliampère (mA), dan hoort er een constant-current-driver bij. Staat er een spanning (12 V of 24 V), dan hoort er een constant-voltage-driver bij. In de tabel hieronder ziet u het in één oogopslag.

Constant current of constant voltage: het etiket bepaalt het drivertype Links: staat er een waarde in milliampere (voorbeeld 700 mA) op de led, dan hoort er een constant-current-driver bij, voor spots, downlights en panelen, met leds in serie. Rechts: staat er een spanning (voorbeeld 24 V) op de led, dan hoort er een constant-voltage-driver bij, voor led-strips en 12 of 24 V-spots, met leds parallel. Educatieve illustratie. Kijk op het etiket van uw led de waarde bepaalt welk type driver erbij hoort op het etiket: 700 mA voorbeeldwaarde mA Constant current-driver levert een vaste stroom (mA) voor spots, downlights en panelen leds meestal in serie op het etiket: 24 V voorbeeldwaarde (ook 12 V) V Constant voltage-driver levert een vaste spanning (12 of 24 V) voor led-strips en 12/24 V-spots leds parallel elektrakoning.nl
Op het etiket ziet u het verschil: een waarde in mA hoort bij een constant-current-driver, een spanning van 12 of 24 V bij een constant-voltage-driver.
Constant currentConstant voltage
LevertVaste stroom (mA)Vaste spanning (12 of 24 V)
Herkent u aanmA op het etiket12 V of 24 V op het etiket
Typisch voorInbouwspots, downlights, panelenLed-strips, 12/24 V-spots
AansluitenLeds meestal in serieLeds parallel

Waar zit de led-driver: ingebouwd of los?

De led-driver zit óf ingebouwd in de lamp zelf, óf los als apart kastje bij de verlichting. Waar hij zit, bepaalt wat u moet doen als hij stuk gaat, dus het is handig om dit van uw eigen verlichting te weten.

Bij veel moderne led-lampen, zoals een gewone ledlamp met E27-fitting of een complete inbouwspot, zit de driver verstopt in de voet of in het huis van de lamp. U ziet hem niet. Gaat de driver kapot, dan vervangt u de hele lamp, want de driver is er niet los uit te halen. Dat is meteen de reden dat een ledlamp soms al na een paar jaar “op” is terwijl de led zelf nog jaren mee had gekund: niet de led, maar de ingebouwde driver begeeft het.

Bij led-strips, veel inbouwspots op 12 of 24 volt, en grotere panelen zit de driver los. U vindt hem dan boven het plafond, in een verlaagd plafond, achter een armatuur of in de buurt van de groepenkast. Het voordeel: gaat de driver stuk, dan vervangt u alleen dat blokje en blijven de leds hangen. Het nadeel: hij moet wel ergens bereikbaar zitten, en dat wordt bij verstopte plekken nog weleens vergeten.

Ingebouwde led-driver versus losse led-driver Links een doorsnede van een ledlamp met E27-fitting: de driver zit ingebouwd in de voet, dus bij een defect vervangt u de hele lamp. Rechts een verlaagd plafond met een inbouwspot en een losse driver als apart blokje erboven, gevoed met 230 volt (fase bruin, nul blauw, aarde geel-groen) en met gelijkstroom naar de spot; hier vervangt u alleen het blokje. Educatieve illustratie, niet op schaal. Ingebouwd driver in de voet van de lamp Driver in de voet niet los te vervangen Hele lamp vervangen ruimte boven het plafond DRIVER Los (extern) apart blokje bij de verlichting Losse driver alleen dit blokje vervangen 230 V-ingang fase (bruin) nul (blauw) aarde (geel-groen) Gelijkstroom (DC) plus (+) naar de spot min (–) naar de spot de leds blijven hangen elektrakoning.nl
Links een ledlamp met de driver ingebouwd in de voet (lamp stuk = alles vervangen), rechts een losse driver boven een verlaagd plafond (alleen het blokje vervangen).

Welke led-driver heb ik nodig?

De juiste led-driver kiest u op drie punten: het type (constant current of constant voltage), de spanning of stroom die uw led vraagt, en het vermogen in watt. Klopt één van die drie niet, dan flikkert de verlichting of doet het niets.

Begin bij het etiket van uw led of de handleiding van uw armatuur. Daar staat of de led op een vaste stroom (mA) of een vaste spanning (12 of 24 V) werkt. Dat bepaalt het type en de waarde. Een 24 volt led-strip vraagt dus om een 24 volt constant-voltage-driver; een spot van 700 mA om een 700 mA constant-current-driver.

Dan het vermogen. Tel het vermogen van alle leds die op één driver komen bij elkaar op. Sluit u vier spots van 5 watt aan, dan is dat samen 20 watt, en heeft u een driver nodig die minstens 20 watt kan leveren. Kies niet precies op de rand: installateurs houden vaak 10 tot 20% marge aan, zodat de driver niet continu op zijn maximum draait en langer meegaat. Voor die 20 watt kiest u dus een driver van ongeveer 24 watt of meer.

Let ten slotte op de plek. Binnen in een droge ruimte volstaat een gewone driver (beschermingsgraad IP20). Komt de driver buiten, in een badkamer of op een vochtige plek, dan heeft u een spatwaterdichte of waterdichte uitvoering nodig (bijvoorbeeld IP65 of IP67). Die IP-code zegt hoe goed het kastje beschermd is tegen stof en water.

Welke led-driver heb ik nodig?

Drie korte vragen, daarna een concreet startadvies. De datasheet van uw led en armatuur blijft altijd leidend.

Vraag 1 van 3

Wat staat er op het etiket van uw led of in de handleiding?

Dimbare led-driver: waar u op moet letten

Wilt u uw led-verlichting kunnen dimmen, dan heeft u een dimbare led-driver nodig én een dimmer die bij die driver past. Een gewone, niet-dimbare driver laat zich niet dimmen: probeert u het toch, dan gaat het licht flikkeren, bromt het, of gebeurt er niets.

Er zijn verschillende dimtechnieken, en dat is precies waar het vaak misgaat. De bekendste voor thuis is fase-afsnijding, waarbij de wanddimmer een stukje van de sinus “afknipt”. Daarnaast bestaan er stuursystemen als 1-10 volt en DALI, die u vooral in kantoren en bij grotere installaties tegenkomt. Een driver die voor fase-afsnijding is gemaakt, werkt niet op een DALI-systeem en omgekeerd.

De praktijkles is simpel: koop de dimmer en de driver op elkaar afgestemd, het liefst van één merk of uit één opgegeven combinatielijst. Fabrikanten publiceren zulke lijsten juist omdat de verkeerde combinatie de meest voorkomende oorzaak van flikkerend, dimbaar led is. Twijfelt u, laat een elektricien de combinatie bepalen; dat scheelt veel geknipper en teruggebrachte producten.

Soorten led-drivers

Led-drivers bestaan in verschillende uitvoeringen, en de juiste hangt af van uw led, de plek en of u wilt dimmen. Klap hieronder open wat voor u van toepassing is. Alle genoemde waarden zijn fabrikant-productwaarden; de datasheet van uw driver is altijd leidend.

Constant current (constante stroom)

Een constant-current-driver levert een vaste stroom in milliampère (bijvoorbeeld 350, 500, 700 of 1050 mA) en past de spanning daar zelf op aan. U gebruikt hem voor inbouwspots, downlights en panelen waarbij de fabrikant een stroomwaarde voorschrijft. Herkenbaar aan een mA-waarde op het etiket van de led.

Constant voltage (constante spanning)

Een constant-voltage-driver levert een vaste spanning, meestal 12 of 24 volt gelijkspanning. U gebruikt hem voor led-strips en voor spots die op 12 of 24 volt werken. De leds bepalen zelf hoeveel stroom ze trekken, tot het maximale vermogen van de driver. Herkenbaar aan een spanning (12 V of 24 V) op het etiket.

12 volt led-driver

Een 12 volt driver hoort bij led-strips en spots die op 12 volt werken, vaak als vervanger van een oude 12 volt halogeeninstallatie. Let op: het is een constant-voltage-type, en de spanning van de driver moet exact bij die van de led passen. Een 12 volt led op een 24 volt driver gaat kapot.

24 volt led-driver

Een 24 volt driver hoort bij langere led-strips en zwaardere 24 volt verlichting. Bij eenzelfde vermogen loopt er bij 24 volt minder stroom dan bij 12 volt, waardoor u langere strips kunt voeden met minder spanningsverlies. Ook dit is een constant-voltage-type.

Ingebouwde led-driver

Bij veel led-lampen en complete spots zit de driver ingebouwd in de lamp. U ziet hem niet en hoeft niets te kiezen. Nadeel: gaat de driver stuk, dan vervangt u de hele lamp, ook al werkt de led zelf nog.

Losse (externe) led-driver

Een losse driver zit als apart blokje bij de verlichting, boven het plafond of bij de groepenkast. Voordeel: gaat hij stuk, dan vervangt u alleen de driver en blijven de leds hangen. Hij moet wel bereikbaar geplaatst worden.

Dimbare led-driver

Een dimbare driver laat zich samen met een passende dimmer trapsgewijs of vloeiend dimmen. Let goed op de dimtechniek (fase-afsnijding, 1-10 V of DALI): driver en dimmer moeten dezelfde taal spreken. De verkeerde combinatie is de meest voorkomende oorzaak van flikkerend dimbaar led.

Waterdichte led-driver (IP65 / IP67)

Voor buiten, in de badkamer of op vochtige plekken heeft u een spatwaterdichte of waterdichte driver nodig. Een gewone binnendriver (IP20) hoort daar niet thuis. In natte ruimtes gelden bovendien extra eisen aan de aansluiting.

Waarom flikkert of valt mijn led-verlichting uit?

Flikkerende of uitvallende led-verlichting komt bijna altijd door de driver of de combinatie eromheen, niet door de led zelf. De led is meestal het duurzaamste onderdeel; de driver is het zwakke punt. Hieronder de bekendste oorzaken, met per situatie wat er aan de hand is.

Led knippert sinds ik een dimmer gebruik

Dan passen de dimmer en de driver niet bij elkaar, of de driver is helemaal niet dimbaar. Dit is de meest voorkomende oorzaak van geknipper. Vervang de dimmer of de driver door een op elkaar afgestemde, dimbare combinatie. Twijfelt u welke combinatie klopt, laat het bepalen.

Vraag advies over dimbare led
Alle lampen flikkeren sinds vannacht ineens

Werkten uw lampen lang zonder problemen en flikkeren ze plots allemaal? Dan is er vaak één driver stuk, of er kwam een piek op het net. Een defecte driver kan intern doorslaan; verwar dat niet met een echte kortsluiting in uw installatie, want die schakelt de groep af. Zoek uit welke driver de boosdoener is en vervang die.

Laat de oorzaak opsporen
Led doet het niet of geeft maar weinig licht

Een led die niet start of maar een fractie van zijn licht geeft, wijst vaak op een driver die te zwaar of te licht bemeten is. Sommige drivers hebben een minimale belasting nodig om aan te slaan: hangt u er te weinig led aan, dan blijft het donker. Controleer of het vermogen van de leds binnen het bereik van de driver valt.

Wij denken met u mee
Nieuwe leds op de oude halogeentrafo flikkeren

De oude halogeentrafo is niet gemaakt voor de lage belasting van leds. Zelfs als het even lijkt te werken, gaan de leds flikkeren of sneller stuk. De juiste oplossing is de trafo vervangen door een led-driver die bij leds past.

Laat uw halogeen ombouwen

Ruikt u een brandlucht bij de driver, of wordt hij veel te heet? Wacht daar dan niet mee. Een oververhitte driver hoort meteen spanningsloos gemaakt en nagekeken te worden.

Springt de automaat eruit bij veel led-spots?

Ja, dat kan gebeuren, en het ligt vaak aan de led-drivers samen, niet aan één kapotte lamp. Op het moment dat u de schakelaar omzet, willen alle drivers tegelijk hun interne condensatoren in een fractie van een seconde “vollopen”. Dat geeft een korte, hoge stroompiek, de inschakelstroom, en die kan de installatieautomaat laten afschakelen.

Het bijzondere is dat uw verlichting in bedrijf bijna geen stroom trekt. Twintig led-spots verbruiken samen minder dan één ouderwetse gloeilamp. Toch springt de groep eruit op het moment van inschakelen, puur door die korte piek. Hoe meer drivers op één groep, hoe groter de gezamenlijke piek. Dit verschijnsel en de oplossingen leggen we uitgebreid uit bij inschakelstroom.

De piek is geen defect en geen kortsluiting; het is een eigenschap van led-drivers. Een elektricien lost het meestal op door de spots over meer groepen te verdelen, een automaat met een minder gevoelige karakteristiek te kiezen, of een inschakelstroombegrenzer te plaatsen. Welke oplossing past, hangt af van uw installatie en het aantal drivers.

Zelf vervangen of een elektricien inschakelen?

Een losse led-driver op laagspanning (12 of 24 volt) omwisselen is voor een handige doe-het-zelver vaak te doen, maar alles wat aan de 230 volt-kant zit, laat u beter aan een elektricien over. Het verschil zit in waar u aan het werk bent: aan de veilige lage kant, of aan de kant waar de volle netspanning staat.

De laagspanningskant van een driver (de uitgang naar de leds) is relatief ongevaarlijk. Een strip loskoppelen en opnieuw aansluiten kan meestal veilig, mits u de driver eerst spanningsloos maakt. Maar de ingang van de driver hangt aan de 230 volt, en die aansluiten of vervangen vraagt kennis en het correct spanningsloos maken van de groep. Een fout daar geeft geen “lampje dat het niet doet”, maar risico op een schok of brand.

Twijfelt u of uw led-installatie klopt, flikkert er van alles, of springt de groep steeds eruit? Laat het dan nakijken voordat u onderdelen blijft vervangen die het probleem niet oplossen. Een goede aansluiting hoort te voldoen aan NEN 1010, de norm voor veilige elektrische installaties. In een natte ruimte zoals de badkamer hoort de verlichting bovendien achter een goede aardlekschakelaar te zitten.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een led-driver en een trafo?

Een trafo verandert alleen de hoogte van de wisselspanning, met spoelen en een ijzeren kern. Een led-driver is een elektronische voeding die de spanning omzet, de stroom regelt én er gelijkstroom van maakt. Leds hebben die precieze regeling nodig; een gewone (halogeen)trafo kan dat niet en laat leds flikkeren. In de volksmond heet een led-driver vaak “led-trafo”, maar technisch is het geen trafo.

Twijfelt u wat er in uw plafond hangt? Wij kijken graag mee
Welke led-driver heb ik nodig?

Dat hangt af van drie dingen: het type (constant current bij een mA-waarde op de led, constant voltage bij 12 of 24 volt), de exacte stroom of spanning die uw led vraagt, en het totale vermogen van alle leds samen plus 10 tot 20% marge. Voor buiten of natte ruimtes kiest u bovendien een waterdichte uitvoering. Staat het niet op het etiket, laat het dan bepalen voordat u koopt.

Niet zeker welke driver past? Stel uw vraag
Hoe lang gaat een led-driver mee?

Fabrikanten noemen vaak zo’n 50.000 branduren, maar in de praktijk is de driver meestal het eerste onderdeel dat het begeeft, ruim vóór de led zelf. Warmte en een te krappe of te zware belasting verkorten de levensduur. Bij een losse driver vervangt u alleen dat blokje; bij een ingebouwde driver de hele lamp.

Gaat uw led-driver telkens stuk? Wij denken met u mee
Waarom flikkert mijn led-verlichting?

De meest voorkomende oorzaken zijn een dimmer die niet bij de driver past, een niet-dimbare driver op een dimmer, een driver die te zwaar of te licht bemeten is, of leds op een oude halogeentrafo. Flikkeren komt bijna altijd door de driver of de combinatie eromheen, zelden door de led zelf. Vervang de verkeerde schakel en het geknipper is meestal weg.

Blijft het flikkeren? Laat het opsporen
Hoe weet ik of mijn led-verlichting veilig is aangesloten?

Dat is van buitenaf lastig te zien, want het gaat om de juiste driver, een passende beveiliging in de groep en, in natte ruimtes, de juiste aardlekbeveiliging en IP-klasse volgens NEN 1010. Een erkende elektricien kan dit vaststellen. Twijfelt u over uw groep of kast, dan geeft onze gratis groepenkast-check u online uitsluitsel.

Benieuwd of uw installatie klopt? Doe de gratis groepenkast-check
Elektra Contact Mascotte

Flikkeren uw led-spots of weet u niet welke led-driver u nodig heeft?

Heb je een vraag?