Een ohm (symbool Ω) is de eenheid van elektrische weerstand: de maat voor hoe sterk een draad, een onderdeel of een apparaat de elektrische stroom tegenwerkt. Eén ohm is de weerstand waarbij een spanning van 1 volt precies een stroom van 1 ampère laat lopen. Hoe meer ohm, hoe minder stroom er bij dezelfde spanning doorheen kan.
Weerstand klinkt als iets dat u liever kwijt dan rijk bent, maar dat beeld klopt maar half. Uw waterkoker kookt juist dankzij zijn weerstand, en de isolatie om uw kabels beschermt u omdat de weerstand daar gigantisch hoog is. In dit artikel leest u wat een ohm precies is, wat de wet van Ohm zegt, hoe ohm zich verhoudt tot volt, ampère en watt, hoe u weerstand meet met een multimeter, en waar u de ohms thuis tegenkomt, van uw speakers tot de aarding van uw installatie.
In het kort
Ohm (Ω) is de eenheid van elektrische weerstand: hoe sterk een materiaal of onderdeel de stroom tegenhoudt. Bij 1 ohm laat een spanning van 1 volt precies 1 ampère stroom lopen. De wet van Ohm (spanning = stroom × weerstand) verbindt deze drie grootheden in elke elektrische installatie.
Inhoudsopgave
Wat is ohm?
Ohm is de eenheid waarin u elektrische weerstand meet, oftewel hoe moeilijk elektrische stroom ergens doorheen komt. De officiële definitie sluit daar netjes op aan: een onderdeel heeft een weerstand van 1 ohm als er bij een spanning van 1 volt precies 1 ampère stroom doorheen loopt. In formules schrijft u de weerstand als de letter R, van het Engelse "resistance", en in het internationale eenhedenstelsel (SI) is de ohm de standaardeenheid voor weerstand.
De eenheid is vernoemd naar Georg Simon Ohm, de Duitse natuurkundige die in 1827 het vaste verband tussen spanning, stroom en weerstand beschreef. Dat verband kennen we nu als de wet van Ohm, en het is zonder overdrijven de belangrijkste rekenregel in de elektrotechniek. Elke elektricien gebruikt hem, vaak zonder er nog bij na te denken.
Een klein schrijfweetje dat veel verwarring voorkomt: de eenheid schrijft u met een kleine letter ("een weerstand van 10 ohm"), de naam van de natuurkundige met een hoofdletter, en het symbool is de Griekse hoofdletter omega (Ω). Op typeplaatjes, speakers en meetapparaten ziet u meestal die Ω staan.
Wat is elektrische weerstand?
Elektrische weerstand is de tegenwerking die stroom onderweg ondervindt. Denk aan een waterleiding: door een wijde, gladde leiding stroomt het water moeiteloos, maar bij een vernauwing moet het zich erdoorheen persen. Die vernauwing is precies wat weerstand in een stroomkring doet: dezelfde druk, maar er komt minder doorheen.
Hoeveel weerstand iets heeft, hangt af van vier dingen: het materiaal, de lengte, de dikte en de temperatuur. Koper geleidt uitstekend en heeft dus bijna geen weerstand. Een koperen ader van 2,5 mm², de gangbare maat in een installatiekabel, heeft volgens de tabellenboek-waarde voor koper afgerond maar zo'n 0,007 ohm per meter. Rubber en pvc geleiden juist vrijwel niet; daarom zijn ze perfect als isolatiemateriaal om diezelfde koperen ader heen.
Lengte en dikte werken zoals bij de waterleiding: een langere draad heeft meer weerstand, een dikkere draad minder. Dat merkt u thuis ook. Een lang, dun verlengsnoer dat zwaar wordt belast, voelt na een tijdje warm aan: al die extra meters draad zijn samen extra ohms, en die worden bij stroom warm. En dan de temperatuur: de meeste metalen krijgen meer weerstand naarmate ze heter worden. Dat klinkt academisch, maar u komt het bij de gloeilamp hieronder heel concreet tegen.
De wet van Ohm uitgelegd
De wet van Ohm zegt: spanning = stroom × weerstand, in formulevorm U = I × R. Daarbij is U de spanning in volt, I de stroom in ampère en R de weerstand in ohm. Kent u twee van de drie waarden, dan rekent u de derde altijd uit: I = U / R en R = U / I. Op school leert u hiervoor het ezelsbruggetje van de driehoek: de U bovenin, de I en de R eronder. Dekt u af wat u zoekt, dan staat de rekensom er vanzelf.
Een voorbeeld uit de keuken maakt het concreet. Het verwarmingselement van een waterkoker van 2000 watt heeft warm een weerstand van ongeveer 26,5 ohm. Sluit u die aan op de Nederlandse netspanning van 230 volt, dan loopt er 230 gedeeld door 26,5, dus ongeveer 8,7 ampère doorheen. Precies de stroom die zo'n koker volgens zijn typeplaatje hoort te trekken.
Eén eerlijke kanttekening, want die ontbreekt nogal eens in uitleg online: de wet van Ohm geldt per moment, zolang de weerstand zelf niet verandert. De gloeilamp is daarvan het bekendste voorbeeld. Koud meet de gloeidraad van een ouderwetse 60-wattlamp grofweg 65 ohm, maar eenmaal witheet is dat opgelopen tot zo'n 880 ohm. En moderne apparaten met elektronica erin, zoals een ledlamp met driver of een telefoonlader, gedragen zich helemaal niet als één vaste weerstand. De wet blijft het gereedschap om mee te rekenen, maar een vast "ohm-getal" heeft lang niet elk apparaat.
Wilt u zelf schuiven met spanning, stroom en weerstand? Met de rekenhulp hieronder vult u twee waarden in en rekent u de derde direct uit.
Ohm, volt, ampère en watt: het verschil op een rij
Wie "ohm" opzoekt, komt meteen ook volt, ampère en watt tegen, en juist daar ontstaat de meeste verwarring. De vier horen bij elkaar, maar beschrijven elk iets anders. Met de waterleiding erbij vallen ze op hun plek.
| Grootheid | Eenheid | Wat het zegt | Vergelijking (waterleiding) |
|---|---|---|---|
| Spanning | volt (V), in NL 230 V | de "druk" achter de stroom | hoe hard het water wordt geperst |
| Stroomsterkte | ampère (A) | hoeveel stroom er werkelijk loopt | hoeveel water er stroomt |
| Weerstand | ohm (Ω) | hoe sterk de doorgang wordt tegengewerkt | de vernauwing in de leiding |
| Vermogen | watt (W) | hoeveel werk de stroom levert | hoeveel werk het water verzet |
De wet van Ohm verbindt de eerste drie; de watt haakt daarop aan via vermogen = spanning × stroom. Zo hangt alles aan elkaar: de netspanning ligt in Nederland vast op 230 volt, de weerstand van het apparaat bepaalt hoeveel ampère er gaat lopen, en samen bepalen die hoeveel watt er aan werk uitkomt.
Handig om te onthouden: van deze vier is ohm de enige die een eigenschap van het apparaat zelf beschrijft. Volt, ampère en watt gaan over wat er in de stroomkring gebeurt; de ohms zitten als het ware in het apparaat ingebakken, of de stekker nu in het stopcontact zit of niet. Precies daarom kunt u weerstand alleen zinvol meten aan een spanningsloos onderdeel, maar daarover verderop meer.
Van milliohm tot megaohm
Weerstandswaarden in huis lopen enorm uiteen: van duizendsten van een ohm in een goede verbinding tot vele miljoenen ohm in de isolatie. Daarom gebruikt de elektrotechniek voorvoegsels, net als bij meters en kilometers. Klap hieronder open wat u wilt weten.
Milliohm (mΩ)
Ohm (Ω)
Kilo-ohm (kΩ)
Megaohm (MΩ)
Weerstand meten met een multimeter
Weerstand meet u met een multimeter in de weerstandsstand, herkenbaar aan het Ω-teken op de keuzeknop. De meter stuurt zelf een klein meetstroompje door het onderdeel en rekent daaruit de weerstand terug. Dat verklaart meteen de belangrijkste regel: meten doet u altijd aan een spanningsloos onderdeel, het liefst helemaal losgekoppeld.
Zo pakt u het aan:
- Haal de stekker uit het stopcontact of schakel de groep uit, en koppel het onderdeel los.
- Zet de multimeter op de Ω-stand en houd de twee meetpennen op de aansluitpunten.
- Lees de waarde af. Een leesbaar getal betekent doorgang; "OL" of "1." betekent dat de kring onderbroken is.
Veel multimeters hebben daarnaast een piepstand, de continuïteitsmeting: piept de meter, dan is er een doorgaande verbinding met heel weinig weerstand. Handig om snel een snoer, zekering of schakelaar te controleren.
Net zo belangrijk is wat een gewone multimeter níet goed kan. Online wordt weleens gesuggereerd dat u er ook de aarding van uw huis mee doormeet, maar dat klopt niet: voor de aardingsweerstand is een speciale aardingstester nodig. En de isolatieweerstand in megaohms vraagt om een isolatietester die met een hoge testspanning meet; de gewone Ω-stand zegt daar weinig over. Beide metingen zijn daarom werk voor een elektricien met het juiste meetgereedschap.
Te veel of te weinig ohm: wanneer weerstand een probleem wordt
Of een weerstandswaarde goed of fout is, hangt volledig af van de plek. Dezelfde ohms die op de ene plek onmisbaar zijn, zijn op de andere plek een storing of zelfs brandgevaar. De twee uitersten verdienen daarom extra aandacht.
Bijna nul ohm op de verkeerde plek heet kortsluiting. Ontstaat er een rechtstreekse verbinding waar die niet hoort, dan valt vrijwel alle weerstand uit de kring weg. De wet van Ohm laat zien wat er dan gebeurt: 230 volt gedeeld door bijna nul ohm geeft een stroom die in een fractie van een seconde naar honderden ampères schiet. Daarom grijpt de installatieautomaat razendsnel in: hij onderbreekt de kring voordat al die warmte schade kan aanrichten.
Te veel ohm op een plek die juist vlot moet geleiden, is het spiegelbeeld. Een losse schroefklem, een corroderend contact of een beschadigde stekker vormt een kleine extra weerstand precies waar de volle stroom doorheen moet. Al die energie wordt op dat ene punt in warmte omgezet, en zo'n punt kan heet genoeg worden om isolatie te laten smelten. Een stopcontact of stekker die warm aanvoelt, is daarom nooit normaal: laat dat nakijken voordat het een echte storing wordt.
En dan is er de plek waar juist onmetelijk veel ohm hoort te zitten: de isolatie om uw draden en in uw apparaten. Zolang die haar megaohms houdt, blijft de stroom netjes waar hij hoort. Zakt de isolatieweerstand door vocht, veroudering of beschadiging, dan lekt er stroom weg en grijpt de aardlekschakelaar in. Vervelend als het gebeurt, maar het betekent dat de beveiliging haar werk doet.
Twijfelt u of uw groepenkast en de beveiliging erin nog kloppen? Ga dan niet zelf in de kast meten, maar laat het rustig nakijken. Met onze gratis groepenkast-check ziet u op afstand hoe uw kast ervoor staat.
Waar komt u ohm in huis tegen?
De meeste mensen komen het woord ohm pas tegen op het moment dat ze iets kopen of controleren. Drie situaties springen eruit; klap open wat op u van toepassing is.
U kiest speakers of een versterker (4, 6 of 8 ohm)
Twijfelt u over een aansluiting? Wij denken graag mee
U wilt weten of de aarding van uw huis goed is
Laat uw aarding controleren: plan een inspectie
Een apparaat doet het niet en u wilt het element doormeten
Komt u er niet uit? Neem contact op
Veelgestelde vragen
Wat is ohm in elektriciteit?
Ohm (Ω) is de eenheid van elektrische weerstand: de maat voor hoe sterk een draad, onderdeel of apparaat de stroom tegenhoudt. Bij 1 ohm laat een spanning van 1 volt precies 1 ampère stroom lopen; hoe meer ohm, hoe minder stroom er bij dezelfde spanning doorheen komt. De eenheid is vernoemd naar de Duitse natuurkundige Georg Simon Ohm.
Wat zegt de wet van Ohm?
De wet van Ohm zegt dat spanning gelijk is aan stroom maal weerstand: U = I × R. Kent u twee van de drie waarden, dan rekent u de derde uit, want I = U / R en R = U / I. Een voorbeeld: op de Nederlandse netspanning van 230 volt trekt een verwarmingselement van 26,5 ohm ongeveer 8,7 ampère. De wet geldt per moment; bij onderdelen waarvan de weerstand verandert, zoals een gloeidraad die heet wordt, verschuiven de waarden mee.
Hoe meet je ohm met een multimeter?
Zet de multimeter op de Ω-stand, maak het onderdeel spanningsloos en koppel het los, en houd de meetpennen op de twee aansluitpunten. De meter stuurt een klein meetstroompje en toont de weerstand. "OL" of "1." betekent dat de kring onderbroken is. Meet nooit aan een onderdeel dat nog onder spanning staat: de meting klopt dan niet en de meter kan beschadigd raken.
Hoeveel ohm is een goede aarding?
Voor aarding geldt: hoe lager, hoe beter, want een foutstroom moet zo makkelijk mogelijk naar de aarde kunnen wegvloeien. De precieze eis hangt af van uw installatie en de beveiliging erin en is vastgelegd in de norm. Een elektricien meet de aardingsweerstand met een speciale aardingstester, niet met een gewone multimeter. Twijfelt u over de aarding van uw woning, laat die dan doormeten.
Plan een inspectieWat betekent 4 ohm of 8 ohm bij een speaker?
Dat is de impedantie: de weerstand die de speaker aan het wisselstroomsignaal van de versterker biedt. Het is een aansluitwaarde, geen kwaliteitslabel. Belangrijk is dat de versterker de waarde van de speaker aankan; vooral speakers met een lagere impedantie dan waarvoor de versterker is gemaakt, laten hem zwaarder werken. Meet u een speaker na met een multimeter, dan valt de waarde altijd iets lager uit dan op het etiket staat; dat is normaal.